Vreemdelingenrecht

vertrokken met IOM tijdens procedure, vertrekverklaring, geen procesbelang, niet-ontvankelijk

Rechtbank Den Haag, 17 december 2025

Zaakgegevens

Op 17 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
17 december 2025
Datum publicatie
19 december 2025
Zaaknummer
NL25.47666
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2025:24508
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

vertrokken met IOM tijdens procedure, vertrekverklaring, geen procesbelang, niet-ontvankelijk

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.47666


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

V-nummer: [V-nummer],

(gemachtigde: mr. D.H. Yabasun),

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

Procesverloop

Bij besluit van 30 september 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De rechtbank beoordeelt eerst de ontvankelijkheid van het beroep.

2. Uit het bericht van 13 november 2025 van de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) volgt dat eiser met de IOM op 12 november 2025 naar Turkije is teruggekeerd. Bij dit bericht is ook een door eiser getekende vertrekverklaring bijgevoegd waarin eiser verklaart dat hij Nederland vrijwillig verlaat en dat zijn openstaande procedures worden beëindigd.

3. Nu eiser blijkens de vertrekverklaring is vertrokken naar zijn land van herkomst en hij met die vertrekverklaring heeft verklaard dat zijn openstaande verblijfsrechtelijke procedures worden beëindigd, en dit niet door of namens hem is betwist, is de rechtbank van oordeel dat eiser kennelijk geen prijs meer stelt op een beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit. Het beroep is niet-ontvankelijk.

4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan op 17 december 2025 door mr. M.L. Weerkamp, rechter, in aanwezigheid van mr. S.D.C.J. Verheezen, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.