Vreemdelingenrecht
Beroep ongegrond. Verweerder mocht het terugkeerbesluit en inreisverbod aan eiseres opleggen.
Rechtbank Den Haag, 1 mei 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:20149 · Rechtbank Den Haag · 1 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-20149
Zaakgegevens
Op 1 mei 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Amsterdam
- Datum uitspraak
- 1 mei 2026
- Datum publicatie
- 20 juli 2026
- Zaaknummer
- NL25.3261
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:20149
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beroep ongegrond. Verweerder mocht het terugkeerbesluit en inreisverbod aan eiseres opleggen.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.3261
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser 1] , uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. [eiser 2] ),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Samenvatting
Deze uitspraak gaat over de oplegging van een terugkeerbesluit en een inreisverbod aan eiseres. Eiseres is het daar niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of verweerder het terugkeerbesluit heeft mogen opleggen.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder een terugkeerbesluit en inreisverbod aan eiseres heeft mogen opleggen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
Met het besluit van 25 december 2024 heeft verweerder aan eiseres een terugkeerbesluit opgelegd, omdat eiseres onrechtmatig verbleef in Nederland. Verweerder heeft eiseres een termijn van 28 dagen gegeven om de Europese Unie te verlaten. Aan eiseres is tevens een voornemen uitgereikt om een inreisverbod uit te vaardigen. Verweerder heeft aan eiseres uiteindelijk geen terugkeerbesluit uitgevaardigd.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft partijen gevraagd om toestemming om de zaak zonder zitting af te doen. Partijen hebben daar toestemming voor gegeven. De rechtbank doet daarom uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank beoordeelt of verweerder een terugkeerbesluit voor de duur van twee jaar mocht uitvaardigen aan eiseres.
Eiseres voert aan dat er ten onrechte een terugkeerbesluit is uitgevaardigd. Het terugkeerbesluit is genomen door de Koninklijke Marchausse Schiphol bij het vertrek van eiseres uit Nederland. Eiseres is van oordeel dat er geen belang is bij het uitvaardigen van een terugkeerbesluit als een vreemdeling al uit eigen beweging vertrekt. In dit geval is het terugkeerbesluit uitgevaardigd terwijl eiseres op het punt stond het Nederlandse grondgebied (en de EU) te verlaten. Er is geen termijn gesteld voor terugkeer naar Suriname, dit was ook niet nodig omdat eiseres al zelf Nederland verliet. Een wettelijke grondslag voor een terugkeerbesluit ontbreekt in dit geval.
De rechtbank overweegt als volgt. Op grond van artikel 62a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 is verweerder gehouden de vreemdeling, niet zijnde gemeenschapsonderdaan, die niet of niet langer rechtmatig verblijf in Nederland heeft, schriftelijk in kennis te stellen van de verplichting Nederland uit eigen beweging te verlaten en van de termijn waarbinnen hij aan die verplichting moet voldoen. Nu niet in geschil is dat eiseres ten tijde van het uitvaardigen van het terugkeerbesluit niet langer rechtmatig verblijf had in Nederland, mocht verweerder een terugkeerbesluit uitvaardigen. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Eiseres voert aan dat er geen grond is voor het opleggen van een inreisverbod. Verweerder heeft in het verweerschrift echter toegelicht dat aan eiseres geen inreisverbod is opgelegd. De rechtbank overweegt dat uit het dossier volgt dat er wel een voornemen tot het opleggen van een inreisverbod is opgelegd, maar dat geenszins is gebleken dat verweerder ook een inreisverbod aan eiseres heeft opgelegd. Voor zover eiseres heeft aangevoerd dat verweerder haar geen inreisverbod kon opleggen, volgt de rechtbank haar dan ook niet.
Conclusie en gevolgen
4. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. L.Z. Achouak El Idrissi, rechter, in aanwezigheid van
mr.I.G.A. Karregat, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: