Vreemdelingenrecht
Beroep tegen afwijzing aanvraag voor een visum kort verblijf, beroep gegrond. De rechtbank ziet geen…
Rechtbank Den Haag, 20 juli 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:21175 · Rechtbank Den Haag · 20 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-21175
Zaakgegevens
Op 20 juli 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 20 juli 2026
- Datum publicatie
- 29 juli 2026
- Zaaknummer
- NL25.61511
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:21175
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beroep tegen afwijzing aanvraag voor een visum kort verblijf, beroep gegrond. De rechtbank ziet geen aanleiding om over de sociale en economische binding van eiseres met Egypte een ander oordeel te geven dan de rechtbank eerder in de uitspraak van 24 juli 2024 heeft gedaan. De rechtbank is van oordeel dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de eerdere verblijven en vrijwillige vertrekken van eiseres de gebrekkige sociale en economische binding niet compenseren.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.61511
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , V-nummer: [v-nummer] , eiseres
(gemachtigde: mr. E. El-Sharkawi),
en
de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder
(gemachtigde: mr. K.E. Heinz).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een visum kort verblijf.
Verweerder heeft deze aanvraag met het besluit van 27 augustus 2024 afgewezen. Met het besluit van 27 februari 2025 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
Bij uitspraak van 24 juli 2025 heeft deze rechtbank het beroep van eiseres gegrond verklaard, het besluit van 27 februari 2025 vernietigd en verweerder opgedragen om een nieuw besluit te nemen.
Met het bestreden besluit van 19 november 2025 is verweerder bij de afwijzing van de aanvraag gebleven. Eiseres heeft hiertegen beroep ingesteld.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 7 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [referent] (referent), de twee minderjarige kinderen van eiseres en referent, de gemachtigde van eiseres, H. Rida als tolk en de gemachtigde van verweerder.
Beoordeling door de rechtbank
Waar gaat deze zaak over?
2. Eiseres is geboren op 24 oktober 1974 en heeft de Egyptische nationaliteit. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een visum kort verblijf om referent en hun twee minderjarige kinderen in Nederland te bezoeken. Referent is volgens het Egyptisch recht de ex-echtgenoot van eiseres, maar de scheiding wordt in Nederland niet erkend omdat er sprake is van eenzijdige afstoting.
In de uitspraak van 24 juli 2025 heeft de rechtbank het besluit van 27 februari 2025 vernietigd. De rechtbank was van oordeel dat verweerder heeft kunnen tegenwerpen dat er onvoldoende sociale en economische binding van eiseres met Egypte is gebleken. Echter was de rechtbank van oordeel dat verweerder ten onrechte had afgezien van het horen van eiseres in bezwaar, omdat er twijfel bestond over het standpunt van verweerder over eerdere legale of illegale verblijven van eiseres in Nederland. Volgens de rechtbank was een hoorzitting bij uitstek geschikt geweest om eiseres hiernaar te vragen.
Verweerder heeft de aanvraag afgewezen, omdat het doel en de omstandigheden van het verblijf niet zijn aangetoond en er redelijke twijfel bestaat over het voornemen van eiseres om het grondgebied van de Schengenlidstaten tijdig te verlaten. Verweerder vindt de sociale en economische binding met van eiseres met Egypte onvoldoende om zeker te zijn van tijdige terugkeer.
Wat vindt eiseres in beroep?
3. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Allereerst vraagt eiseres zich af waarom verweerder in het bestreden besluit de sociale en economische binding opnieuw heeft getoetst, omdat dat niet was opgedragen door de rechtbank in de uitspraak van 24 juli 2025. Tijdens de zitting heeft de gemachtigde van eiseres naar voren gebracht dat eiseres wel degelijk economische binding heeft. Ten tweede voert eiseres aan dat het bestreden besluit in strijd is met de uitspraak van de rechtbank, omdat verweerder niet in is gegaan op de eerdere verblijven van eiseres in Nederland.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. De rechtbank geeft eiseres in deze zaak gelijk. Hieronder legt de rechtbank uit hoe en waarom zij tot deze conclusie is gekomen.
Sociale en economische binding
5. De rechtbank ziet geen aanleiding om over de sociale en economische binding van eiseres met Egypte een ander oordeel te geven dan de rechtbank eerder in de uitspraak van 24 juli 2024 heeft gedaan. Zoals verweerder tijdens de zitting terecht heeft betoogd, heeft eiser geen nieuwe stukken overgelegd met betrekking tot de sociale en economische binding. De rechtbank verwijst dan ook naar haar eerder gegeven oordeel op dit punt.
Eerdere legale of illegale verblijven
6. Bij de beoordeling of er redelijke twijfel bestaat over het voornemen van eiseres om het grondgebied van de lidstaten te verlaten vóór het verstrijken van de geldigheid van het aangevraagde visum, moet verweerder naast de sociale en economische binding ook rekening houden met onder meer het eventuele bestaan van eerdere legale of illegale
verblijven.
In de uitspraak van 24 juli 2025 heeft de rechtbank verweerder opgedragen om eiseres te horen omdat er twijfel bestond over het standpunt van verweerder over eerdere legale of illegale verblijven van eiseres in Nederland. Verweerder heeft daarna evenwel, met toestemming van de gemachtigde van eiseres, volstaan met het stellen van schriftelijk vragen.
In de huidige zaak ligt opnieuw verweerders standpunt over de eerdere legale of illegale verblijven van eiseres ter beoordeling voor bij de rechtbank. In het bestreden besluit is verweerder niet ingegaan op de eerdere legale of illegale verblijven van eiseres in Nederland. In het verweerschrift heeft verweerder zich desgevraagd op het standpunt gesteld dat aan eiseres niet meer wordt tegengeworpen dat zij eerder gedwongen zou zijn vertrokken uit Nederland. De rechtbank vindt dat deze overweging niet kan volstaan en dat de gemachtigde van eiser hierover tijdens de zitting terecht heeft opgemerkt dat verweerder het in het voordeel van eiseres zou moeten meewegen als zij eerder vrijwillig en tijdig is vertrokken.
De rechtbank overweegt dat door verweerder niet is betwist dat eiseres drie keer eerder in Nederland is geweest en dat zij daarna terug is gegaan naar Egypte. Tijdens de zitting is opnieuw een toelichting gegeven op de eerdere verblijven van eiseres en het gestelde tijdige vrijwillige vertrek. Volgens eiseres is zij alle keren vrijwillig en op tijd naar Egypte teruggekeerd, behalve een keer omdat zij geweigerd werd bij het vliegtuig omdat zij hoogzwanger was. Dit is niet onaannemelijk, gelet op het paspoort van de zoon van eiseres waaruit zijn geboortedatum volgt en een formulier van verweerder waarin staat dat eiseres toen uitstel van vertrek had op medische grond door het einde van haar zwangerschap. Verweerder heeft zich slechts op het standpunt gesteld dat eiseres niet met stukken heeft onderbouwd dat zij eerder vrijwillig is vertrokken. In de systemen van verweerder blijkt echter niet van een gedwongen vertrek of uitzetting, maar van een zelfstandig vertrek. Verweerder heeft desgevraagd niet kunnen uitleggen wat het verschil is tussen een zelfstandig en vrijwillig vertrek. Nu verweerder geen gebruik heeft gemaakt van de gelegenheid die de rechtbank heeft geboden om door een hoorzitting nader onderzoek te doen naar de omstandigheden van haar vertrek en het door eiseres gestelde vrijwillige karakter van het vertrek niet heeft kunnen weerleggen en door informatie uit verweerders eigen systemen lijkt te worden onderbouwd, zal de rechtbank uitgaan van drie vrijwillige vertrekken.
De rechtbank is ook van oordeel dat verweerder onder voornoemde omstandigheden onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de eerdere verblijven en vrijwillige vertrekken van eiseres de gebrekkige sociale en economische binding niet compenseren. Hierbij is enerzijds van belang dat er weliswaar sprake is van een gebrekkige sociale en economische binding, maar dat het niet helemaal ontbreekt en anderzijds dat de vrijwillige vertrekken hebben plaatsgevonden in een periode dat haar kinderen gelet op hun bijzonder jonge leeftijd een veel grotere mate van afhankelijkheid van haar hadden dan nu het geval is.
7. De rechtbank ziet geen aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen, omdat uit het voorgaande volgt dat de opgeworpen vraag kan worden beantwoord aan de hand van de geldende rechtspraak.
Conclusie en gevolgen
8. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit wordt vernietigd. Verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen op het bezwaar van eiser met inachtneming van deze uitspraak.
9. Omdat het beroep gegrond is, veroordeelt de rechtbank verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 1.868,-.
10. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, moet verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoeden.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.868,-;
- bepaalt dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 194,- moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.I.H. Kerstens-Fockens, rechter, in aanwezigheid van
mr. J.F. Elzenaar, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.