Vreemdelingenrecht

Vervolgberoep bewaring artikel 59 eerste lid onder a, geen beroepsgronden, ambtshalve toets, ongegrond

Rechtbank Den Haag, 14 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 14 augustus 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Amsterdam
Datum uitspraak
14 augustus 2026
Datum publicatie
17 augustus 2026
Zaaknummer
NL26.44839
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:23089
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vervolgberoep bewaring artikel 59 eerste lid onder a, geen beroepsgronden, ambtshalve toets, ongegrond

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Amsterdam

Bestuursrecht

Zaaknummer: NL26.44839

V-nummer: [v-nummer]


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], eiser

(gemachtigde: mr. J. van Appia),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

De minister heeft op 13 maart 2026 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel beroep ingesteld. Eiser heeft ook verzocht om schadevergoeding.

De minister heeft een voortgangsrapportage overgelegd. Eiser heeft hier niet op gereageerd.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Overwegingen

1. Eiser stelt van Tunesische nationaliteit te zijn en te zijn geboren op [geboortedag] 1990.

2. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 18 juni 2026 (in de zaak NL26.31458) volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, rechtmatig was. Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode van belang sinds het moment van het sluiten van dat onderzoek.

3. De rechtbank stelt vast dat eiser de rechtmatigheid van de oplegging en voortduring van de vreemdelingenbewaring inhoudelijk niet heeft betwist. Ook staat er voor

14 augustus 2026 een vlucht gepland naar Tunesië (met een overstap in Rome).

4. Verder leidt de ambtshalve toetsing niet tot het oordeel dat de maatregel van bewaring op enig moment onrechtmatig was.

5. Het beroep is ongegrond. Daarom wordt ook het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.B. de Boer, rechter, in aanwezigheid van

M.A. van Garder, griffier.

Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.