Vreemdelingenrecht
Artikel 8:54 Awb. Geen procesbelang, met onbekende bestemming vertrokken (mob), beroep niet-ontvankelijk.
Rechtbank Den Haag, 6 november 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:32752 · Rechtbank Den Haag · 6 november 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/bestuursrecht/vreemdelingenrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbdha-2026-32752
Zaakgegevens
Op 6 november 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Groningen
- Datum uitspraak
- 6 november 2026
- Datum publicatie
- 6 november 2026
- Zaaknummer
- NL26.22901
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Vreemdelingenrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:32752
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Artikel 8:54 Awb. Geen procesbelang, met onbekende bestemming vertrokken (mob), beroep niet-ontvankelijk.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.22901
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , V-nummer: [V-nummer 1] , eiseres,
mede namens haar minderjarige kinderen
[minderjarig kind] , V-nummer [V-nummer 2] ,
[minderjarig kind] , V-nummer [V-nummer 3] , en
[minderjarig kind] , V-nummmer [V-nummer 4]
(gemachtigde: mr. A. Khalaf),
en
de minister van Asiel en Migratie.
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de verlenging van de overdrachtstermijn. De minister heeft met het bestreden besluit van
15 april 2026 de termijn om eiseres over te dragen aan Spanje verlengd tot 18 maanden, omdat eiseres is vertrokken zonder dat bekend is waarheen.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.
Beoordeling door de rechtbank
Heeft eiseres procesbelang?
2. De rechtbank beantwoordt allereerst ambtshalve de vraag of eiseres procesbelang heeft bij het beroep. De minister heeft op 15 april 2026 de overdrachtstermijn verlengd, omdat eiseres volgens meldingen van de vreemdelingenpolitie en het Centraal Orgaan opvang asielzoekers op 15 april 2026 met onbekende bestemming is vertrokken. Op 30 april 2026 heeft de gemachtigde van eiseres de rechtbank bericht dat hij geen contact met eiseres kan krijgen en dat hij probeert met haar in contact te komen. Hij heeft daarbij verzocht om een verlenging van de termijn om de gronden van beroep in te dienen. De rechtbank heeft (binnen de gegeven termijn) geen gronden van beroep ontvangen. De rechtbank heeft eiseres gevraagd naar haar hoger beroep tegen de buiten behandeling stelling van haar asielaanvraag, omdat Spanje verantwoordelijk is voor haar asielaanvraag. Partijen hebben bericht dat de Afdeling dit hoger beroep op 30 juli 2026 ongegrond heeft verklaard. De minister heeft op 19 oktober 2026 verder aangegeven dat niet is gebleken dat eiseres na 15 april 2026 weer is opgenomen in de opvang. De gemachtigde van eiseres heeft op 28 oktober 2026 opnieuw bericht dat hij geen contact met eiseres kan krijgen.
Uit vaste rechtspraak van de Afdeling blijkt het volgende. Wanneer een vreemdeling, die een asielaanvraag heeft ingediend met onbekende bestemming vertrekt zonder aan de minister te laten weten waar hij verblijft, kan er in principe vanuit worden gegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem in eerste instantie gezochte bescherming in Nederland. Dit is alleen anders als een vreemdeling nog contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming.
Gezien de hiervoor genoemde omstandigheden en gezien de informatie van de gemachtigde van eiseres neemt de rechtbank aan dat eiseres met onbekende bestemming is vertrokken en dat zij geen prijs meer stelt op de door haar aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Eiseres heeft daarom geen rechtens te beschermen belang meer bij een beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit.
3. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
Conclusie en gevolgen
4. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Sibma, rechter, in aanwezigheid van mr. M.J.C. ten Hoopen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.