Vreemdelingenrecht

dubbel beroep – niet-ontvankelijk.

Rechtbank Den Haag, 2 april 2026

Zaakgegevens

Op 2 april 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over vreemdelingenrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Middelburg
Datum uitspraak
2 april 2026
Datum publicatie
15 april 2026
Zaaknummer
AWB 25-21301
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:9129
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

dubbel beroep – niet-ontvankelijk.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg

Bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 25/21301

V-nummers: [V-nummer 1] , [V-nummer 2] , [V-nummer 3] , [V-nummer 4] , [V-nummer 5] , [V-nummer 6] en [V-nummer 7]


uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser 1] , eiser 1,

[eiseres] , eiseres,

[eiser 2] , eiser 2,

[eiser 3] , eiser 3,

[eiser 4] , eiser 4,

[eiser 5] , eiser 5,

[eiser 6] , eiser 6,

hierna tezamen: eisers,

(gemachtigde: mr. M. Fouad Fattal)

en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder,

(gemachtigde: mr. K. Manuela).

Procesverloop

Eiser 1 en eiseres hebben op 18 december 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de door eiser 1 ingediende aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis voor eiseres, eiser 2, eiser 3, eiser 4, eiser 5 en eiser 6.

Bij uitspraak van 6 maart 2025, bekendgemaakt op 7 maart 2025, heeft deze rechtbank en zittingsplaats het beroep van eiser 1 en eiseres gegrond verklaard en daarbij verweerder opgedragen om binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit op de aanvraag bekend te maken, maar binnen twintig weken indien binnen die termijn wordt besloten dat nader onderzoek moet plaatsvinden en dat aan eisers schriftelijk is meegedeeld.

Op 4 november 2025 hebben eisers opnieuw beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de hierboven genoemde aanvraag.

De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De rechtbank stelt vast dat eiser 1 reeds op 26 oktober 2025 beroep heeft ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag. Bij uitspraak van 31 maart 2026, bekendgemaakt op 1 april 2026, heeft deze rechtbank en zittingsplaats dat beroep kennelijk gegrond verklaard.

2. Nu eiser twee keer een beroep heeft ingediend tegen het niet tijdig nemen van een besluit en de rechtbank op één van de beroepen reeds uitspraak heeft gedaan, is het onderhavige beroep kennelijk niet-ontvankelijk.

3. Verweerder zal niet opnieuw worden veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan op 2 april 2026 door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr. P. Lukanika, griffier, en openbaar gemaakt door middel van een geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin

u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit

verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet

deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten,

kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. ECLI:NL:RBDHA:2025:3485. Algemene wet bestuursrecht. NL25.52339. ECLI:NL:RBDHA:2025:25506.