Civiel recht overig
Rechtbank Den Haag · Bodemzaak · Civiel recht overig
Rechtbank Den Haag, 10 maart 2021
ECLI:NL:RBDHA:2021:4556 · Rechtbank Den Haag · 10 maart 2021
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/civiel-recht/civiel-recht-overig/bodemzaak/ecli-nl-rbdha-2021-4556
Zaakgegevens
Op 10 maart 2021 heeft de Rechtbank Den Haag in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 10 maart 2021
- Datum publicatie
- 3 mei 2021
- Zaaknummer
- C/09/603511 / HA ZA 20-1150
- Rechtsgebied
- Civiel recht » Civiel recht overig
- Procedure
- BodemzaakBodemzaakDe gewone procedure waarin de rechter definitief over het geschil beslist, in tegenstelling tot een kort geding of voorlopige voorziening.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2021:4556
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Onbetaalde facturen
Uitspraak
[afbeelding niet beschikbaar] [afbeelding niet beschikbaar]vonnis
RECHTBANK DEN HAAG
Team handel
zaaknummer / rolnummer: C/09/603511 / HA ZA 20-1150
Vonnis van 10 maart 2021
in de zaak van
VOLDAAN FACTORING B.V. te Oosterhout (Noord-Brabant),
eiseres,
advocaat mr. D.J. Bergkotte te Den Haag,
tegen
STICHTING ENERGIEACADEMIE te Den Haag,
gedaagde,
advocaat voorheen mr. D.J. Bosboom te Den Haag, thans geen advocaat.
Partijen zullen hierna Voldaan en Stichting Energieacademie genoemd worden.
1 De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit de dagvaarding van 24 november 2020, met producties 1 tot en met 12.
Op de rol van 13 januari 2021 heeft mr. Bosboom zich als advocaat van Stichting Energieacademie onttrokken. Vervolgens is de zaak verwezen naar de rol van 17 januari 2021 voor het stellen van een nieuwe advocaat. Er heeft zich geen andere advocaat voor Stichting Energieacademie gesteld. Hierna is de datum voor het wijzen van vonnis bepaald op heden.
2 De beoordeling
Voldaan vordert dat bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Stichting Energieacademie wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 26.015, te vermeerderen met rente en kosten.
Aan deze vorderingen legt Voldaan het volgende ten grondslag. Op 28 januari 2020 heeft Voldaan met Werk Ontwikkel Academie (hierna: WOA) een (raam)overeenkomst gesloten met betrekking tot de verkoop van vorderingen. Op basis van deze overeenkomst heeft Voldaan twee door WOA aan Stichting Energieacademie toegezonden facturen gekocht die Voldaan vervolgens weer heeft overgedragen aan Voldaan Finance B.V. Van beide cessies heeft WOA op de betreffende facturen mededeling gedaan. Op 9 september 2020 zijn de facturen door Voldaan teruggekocht van Voldaan Finance B.V. Deze retrocessie is op 10 september 2020 aan Stichting Energieacademie medegedeeld. Stichting Energieacademie heeft nagelaten de facturen aan Voldaan te betalen.
Stichting Energieacademie heeft de stellingen van Voldaan, die bevestiging vinden in de overgelegde stukken, niet weersproken. Dit leidt ertoe dat de rechtbank het gevorderde zal toewijzen op de hierna te melden wijze.
Stichting Energieacademie zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Voldaan worden begroot op:
- dagvaarding € 87,99
- griffierecht € 2.042,00
- salaris advocaat € 721,00(1,0 punt × tarief II)
totaal € 2.850,99, te vermeerderen met de wettelijke rente zoals gevorderd.
3 De beslissing
De rechtbank
veroordeelt Stichting Energieacademie om aan Voldaan te betalen een bedrag van € 26.015, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over de afzonderlijke factuurbedragen vanaf de vervaldata van de respectieve facturen tot aan de dag van volledige betaling,
veroordeelt Stichting Energieacademie om aan Voldaan te betalen een bedrag van € 1.035,15 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 24 november 2020 tot aan de dag van volledige betaling,
veroordeelt Stichting Energieacademie in de proceskosten, aan de zijde van Voldaan tot op heden begroot op € 2.850,99, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na betekening van dit vonnis tot aan de dag van volledige betaling,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.L. Harmsen en in het openbaar uitgesproken door mr. D. Nobel, rolrechter, op 10 maart 2021.