Strafrecht overig
Vervaardigen en bezit van kinderporno, terwijl hiervan een gewoonte is gemaakt. Heimelijk filmen van zijn…
Rechtbank Den Haag, 23 juli 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:20533 · Rechtbank Den Haag · 23 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-den-haag/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbdha-2026-20533
Zaakgegevens
Op 23 juli 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank Den HaagRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Den Haag
- Datum uitspraak
- 23 juli 2026
- Datum publicatie
- 23 juli 2026
- Zaaknummer
- 09/036315-26
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBDHA:2026:20533
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vervaardigen en bezit van kinderporno, terwijl hiervan een gewoonte is gemaakt. Heimelijk filmen van zijn (gedeeltelijk) naakte minderjarige stiefdochters in woning, meermaals gepleegd. Heimelijk vervaardigen van seksueel beeldmateriaal, meermaals gepleegd. Vrijspraak voor aanranding minderjarige stiefdochter. De rechtbank legt aan de verdachte een taakstraf voor de duur van 400 uur op en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden, onder bijzondere voorwaarden.
Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Strafrecht
Meervoudige kamer
Parketnummer: 09/036315-26
Datum uitspraak: 23 juli 2026
Tegenspraak
De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1969 te [geboorteplaats] ,
BRP-adres: [adres] te [woonplaats] .
1 Het onderzoek ter terechtzitting
Het onderzoek is gehouden op de terechtzitting van 9 juli 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. A.J. Algera en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsman G.J. van Oosten naar voren is gebracht.
2 De tenlastelegging
De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. Kort en zakelijk weergegeven is aan de verdachte ten laste gelegd:
1. het over een periode van 25 december 2021 tot en met 17 januari 2026 te [plaats] meermalen vervaardigen, dan wel bezitten van kinderpornografische afbeeldingen van twee minderjarigen, concreet het vervaardigen, dan wel het bezit van videobestanden waarop [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te zien zijn, terwijl zij geheel of gedeeltelijk naakt zijn dan wel zichzelf aan- en of gaan uitkleden,
-
waarbij het onder de oude wettekst van artikel 240b Wetboek van Strafrecht tot en met de datum van 30 juni 2024 gaat om het vervaardigen dan wel bezitten van afbeeldingen van een seksuele gedraging waarbij een minderjarige was betrokken en
-
waarbij het onder de nieuwe wettekst van artikel 254 Wetboek van Strafrecht vanaf 1 juli 2024 gaat om het bezit dan wel het vervaardigen van afbeeldingen van seksuele aard waarbij een minderjarige was betrokken
en dat de verdachte daarvan een gewoonte heeft gemaakt;
2) het over de periode van 25 december 2021 tot en met 17 januari 2026
heimelijk filmen van de onder feit 1 genoemde twee minderjaren in een woning;
3) het heimelijk vervaardigen van seksueel beeldmateriaal van die onder feit 1 genoemde minderjarigen over de periode vanaf de ingangsdatum van artikel 254a Wetboek van Strafrecht, te weten van 1 juli 2024 tot en met 17 januari 2026;
4) de aanranding van aan zijn zorg toevertrouwde en tot zijn gezin behorende minderjarige [slachtoffer 1] in de periode van 1 juni 2025 tot en met 1 oktober 2025, terwijl zij op dat moment tussen de 16 en 18 jaar oud was. Deze aanranding zou hebben bestaan uit het betasten van de blote bil van dit minderjarige meisje,
waarbij voor alle feiten dezelfde pleegplaats geldt, namelijk [plaats] .
3 De bewijsbeslissing
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft namens de verdachte vrijspraak bepleit van het onder 4 ten laste gelegde feit en heeft zich met betrekking tot het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
Vrijspraak van feit 4 – aanranding
De rechtbank is met betrekking tot het onder 4 ten laste gelegde feit van oordeel dat dit feit niet wettig en overtuigend is bewezen. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.
De raadsman heeft bepleit dat de verdachte per ongeluk de bil van de aangeefster heeft aangeraakt en daarbij geen enkele seksuele intentie heeft gehad.
De rechtbank is van oordeel dat gelet op de verschillende verklaringen van de aangeefster [slachtoffer 1] (verder: de aangeefster) en de verdachte over de toedracht van de gebeurtenis waarbij de verdachte de blote bil van de aangeefster heeft aangeraakt de ten laste gelegde gedragingen niet wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard. Vaststaat weliswaar dát de verdachte haar bil heeft aangeraakt in de ten laste gelegde periode, alsook dat hij de onder 1 tot en met 3 ten laste gelegde feiten heeft bekend (waarover hierna meer), maar dat is niet voldoende voor een bewezenverklaring van de ten laste gelegde aanranding.
De verdachte zal daarom worden vrijgesproken van dit feit.
Gebruikte bewijsmiddelen voor de feiten 1, 2 en 3
De rechtbank zal voor de ten laste gelegde feiten volstaan met een opgave van bewijsmiddelen, als genoemd in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering.
De verdachte heeft de bewezenverklaarde feiten namelijk bekend en daarna niet anders verklaard. Daarnaast heeft de raadsman geen vrijspraak bepleit.
De officier van justitie heeft eveneens gerekwireerd tot bewezenverklaring.
Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het PL1500-2026022107, van de politie Eenheid Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1-192).
De rechtbank gebruikt de volgende bewijsmiddelen:
1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 9 juli 2026;
2. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , opgemaakt op 21 januari 2026, voor zover inhoudende (p. 97-105);
3. Het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming [adres] [plaats] , opgemaakt op 3 februari 2026 (p. 20-21)
4. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 3 februari 2026 (p. 115-117);
5. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 17 april 2026 (p. 154, 157);
6. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 4 juni 2026 (p. 183-191);
De bewezenverklaring
De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:
1
hij in de periode van 25 december 2021 tot en met 17 januari 2026 te [plaats] , meermalen,
in de periode van 25 december 2021 tot en met 30 juni 2024,
videobestanden en/of telefoons en een andere gegevensdrager bevattende videobestanden van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken,
heeft vervaardigd en in bezit heeft gehad,
van welk misdrijf hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt
en
in de periode van 1 juli 2024 tot en met 17 januari 2026,
visuele weergaven en/of gegevensdragers bevattende visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, was betrokken,
heeft vervaardigd en in bezit heeft gehad,
te weten meerdere videobestanden, en gegevensdragers, te weten mobiele telefoons en een SD-kaart bevattende videobestanden,
waarop te zien is dat:
- meerdere personen die de leeftijd van 18 jaar nog niet hadden bereikt, te weten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , zich uitkleden en aankleden en (gedeeltelijk) naakt zijn en
- een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 1] , de eigen (ontblote) borst aanraakt en
- een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 1] , op en neer gaande bewegingen maakt terwijl zij met ontbloot bovenlichaam en gedeeltelijk naakt op de grond zit,
welke beelden heimelijk zijn gefilmd in de badkamer en/of slaapkamer van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ) waarbij door het camerastandpunt (nadrukkelijk) de (ontblote) borsten en billen en het geslachtsdeel/de vagina, althans het lichaam, van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in beeld worden gebracht,
van welk misdrijf hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;
2
hij in de periode van 25 december 2021 tot en met 17 januari 2026 te [plaats] , meermalen,
gebruik makende van technische hulpmiddelen waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ,
aanwezig in een woning of op een andere niet voor het publiek toegankelijke plaats, te weten in de slaapkamer van [slachtoffer 1] aan de [adres] en in de badkamer van de woning aan de [adres] ,
afbeeldingen en/of videobestanden heeft vervaardigd;
3
hij in de periode van 1 juli 2024 tot en met 17 januari 2026 te [plaats] , meermalen, opzettelijk en wederrechtelijk van meer personen, te weten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ,
visuele weergaven van seksuele aard, te weten meerdere video’s, waarop te zien was dat:
- [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , zich uitkleden en aankleden en (gedeeltelijk) naakt zijn en
- [slachtoffer 1] de eigen (ontblote) borst aanraakt en
- [slachtoffer 1] op en neer gaande bewegingen maakt terwijl zij met ontbloot bovenlichaam en gedeeltelijk naakt op de grond zit,
waarbij door het camerastandpunt (nadrukkelijk) de (ontblote) borsten en billen en het geslachtsdeel/de vagina, van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in beeld worden gebracht,
heimelijk heeft vervaardigd;
Voor zover in de tenlastelegging type- en taalfouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.
4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
5 De strafbaarheid van de verdachte
De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.
6 De strafoplegging
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan acht maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering, met uitzondering van het locatieverbod.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht om een onvoorwaardelijke straf op te leggen gelijk aan de duur van het voorarrest en te volstaan met het opleggen van een voorwaardelijke gevangenisstraf en/of taakstraf.
Het oordeel van de rechtbank
Na te melden straffen zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
Ernst van de feiten
De verdachte heeft zich ruim vier jaar schuldig gemaakt aan het heimelijk filmen van zijn minderjarige stiefdochter [slachtoffer 1] . Het merendeel van het beeldmateriaal dat is aangetroffen op de telefoons, de camera en de computer van de verdachte bestond uit video’s van [slachtoffer 1] , waarop te zien is dat zij in de badkamer of in haar slaapkamer naakt is of zich aan- of uitkleedt. Zij was vijftien jaar oud toen het filmen voor het eerst plaatsvond. Daarnaast is er beeldmateriaal aangetroffen van het zusje van de aangeefster, [slachtoffer 2] . Ook zij, destijds 14 jaar oud, was naakt toen zij gefilmd werd in de badkamer.
Zelfs nadat de aangeefster de verdachte had geconfronteerd met de camera die zij had aangetroffen in de kledingkast in haar slaapkamer, is de verdachte doorgegaan met het heimelijk filmen van de aangeefster. Pas nadat de aangeefster de beelden op de SD-kaart had bekeken en naar de politie was gegaan, stopte het filmen. Het filmen van zijn naakte minderjarige stiefdochters betekent dat de verdachte zich ook schuldig heeft gemaakt aan het vervaardigen en bezit van kinderpornografisch materiaal. De op de zitting voorgedragen slachtofferverklaring maakt duidelijk hoeveel impact het filmen van verdachte heeft gehad op het leven van de stiefdochters. Hun woning, de plek waar zij zich veilig waanden, werd een plek vol zorgen, wantrouwen en onveiligheid. Ook is het een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers nog lange tijd de psychische gevolgen hiervan ondervinden. Gezien de context van het gezin waarvan de aangeefster en de verdachte deel uitmaakten, acht de rechtbank het moedig dat de aangeefster de noodzakelijke stap tot het doen van een aangifte heeft gezet. De rechtbank heeft ter terechtzitting ook gezien hoe emotioneel ingrijpend de daden van de verdachte voor de ouders van de minderjarige meisjes zijn en hoezeer zij de aangeefster, en naar de rechtbank aanneemt haar niet op de zitting aanwezige zusje, steunen, terwijl zij zich tegelijkertijd respectvol naar de verdachte tonen.
De verdachte heeft door zijn handelen op een indringende wijze inbreuk gemaakt op de privacy en persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers. Hij heeft zich niet bekommerd om de schadelijke gevolgen van zijn handelen voor de minderjarige meisjes en zich laten leiden door zijn eigen seksuele verlangens. De vertrouwensband die er tussen hem en de meisjes bestond, heeft hij ernstig aangetast en misbruik gemaakt van de positie die hij als gezinslid, partner van de moeder van de meisjes had.
De rechtbank kent aan de ernst van de feiten zwaarwegende betekenis toe bij haar strafoplegging.
Strafblad
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 18 juni 2026. Hieruit blijkt dat de verdachte niet eerder voor een strafbaar feit is veroordeeld.
Persoon van de verdachte
De rechtbank betrekt in haar oordeel de reclasseringsadviezen die zijn opgesteld over de verdachte op 17 februari 2026 en 30 juni 2026. Hieruit volgt dat de reclassering zorgen heeft op het gebied van copingvaardigheden, emotieregulatie en seksualiteitsbeleving. De verdachte lijkt spanning en stress deels te reguleren via seksueel gedrag. Daarnaast zijn er aanwijzingen voor voyeuristische neigingen. De verdachte toont evenwel zich schuldbewust en heeft een gemotiveerde en meewerkende houding. Ook lijkt de verdenking een afschrikwekkende werking op de verdachte te hebben gehad. Het risico op recidive wordt ingeschat op laag. De reclassering adviseert om de verdachte bij veroordeling een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden (1) een meldplicht, (2) de verplichting om zich ambulant te laten behandelen bij De Waag of een soortgelijke instelling, (3) een contactverbod met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en (4) een locatieverbod (zonder elektronisch toezicht).
Straf
De rechtbank heeft bij de bepaling van de strafmodaliteit en strafmaat aansluiting gezocht bij de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting. Daarin is als uitgangspunt vermeld voor het vervaardigen en bezitten van kinderpornografisch materiaal en daarvan een gewoonte makend, een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
De eis van de officier van justitie sluit hierop aan. De oplegging van de geëiste deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou op zichzelf gelet op de ernst van de gepleegde feiten, mede gezien de pleegperiode en de gewoonte die de verdachte van zijn gedragingen heeft gemaakt, uit oogpunt van vergelding, normbevestiging en generale preventie gerechtvaardigd kunnen zijn.
Tegelijk neemt de rechtbank de proceshouding van de verdachte in aanmerking, waarbij hij van meet af aan de gedragingen waarvan hij werd verdacht heeft bekend en behandeling heeft gezocht voor de persoonlijke problemen waarmee hij kampt. De rechtbank heeft ter terechtzitting een man gezien die vanuit zijn perspectief spijt betuigt voor wat hij heeft gedaan en tegelijkertijd (nog) niet lijkt te beschikken over het inzicht om zich de ernst van zijn daden en het effect daarvan op de meisjes te realiseren. Zij heeft de indruk gekregen van een geestelijk gemankeerde man die, gezien de delicten die hij heeft begaan en het reclasseringsadvies, vermoedelijk/mogelijk langdurig behandeling nodig heeft om de manier waarop hij is omgegaan met innerlijke problematiek te hanteren en mogelijk te veranderen. De inzet die de verdachte hierbij bereid lijkt te geven, weegt de rechtbank mee bij haar strafbepaling. In het verlengde hiervan acht de rechtbank bij haar strafbepaling ook van belang dat door de benadeelde partijen eerder in het proces ingediende vordering tot schadevergoeding voorafgaand aan de terechtzitting is geregeld en direct voldaan. De verdachte laat binnen zijn mogelijkheden zien op alle fronten schoon schip te willen maken. Daarnaast neemt de rechtbank het door de reclassering geschetste geringe herhalingsgevaar in aanmerking.
Dit alles leidt de rechtbank tot de conclusie dat vanuit het oogpunt van speciale preventie in dit geval een voortzetting van de ingezette behandeling in combinatie met een strafmodaliteit en strafduur waarbij de ernst van het feit met het oog op vergelding/normbevestiging/algemene preventie voldoende tot uitdrukking komt, prevaleert boven een langdurige gevangenisstraf.
Gelet op wat hiervoor is overwogen, acht de rechtbank een forse onvoorwaardelijke taakstraf in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden. Nu het om meerdere strafbare feiten gaat, legt de rechtbank een hogere taakstraf op dan de maximale duur van 240 uur voor één feit. De rechtbank legt een onvoorwaardelijke taakstraf op van 400 uur. Als de verdachte die taakstraf niet naar behoren verricht, zal vervangende hechtenis worden toegepast van 200 dagen.
Daarnaast legt de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden op om de verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw aan strafbare feiten schuldig te maken en te bewerkstelligen dat een oplossing wordt gevonden voor de problematiek van de verdachte en zo de kans op recidive terug te dringen. Hieraan zal de rechtbank een meldplicht, een ambulante behandeling en een contactverbod met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] als bijzondere voorwaarden verbinden, zoals door de reclassering geadviseerd. Met de officier van justitie acht de rechtbank een locatieverbod niet geïndiceerd. De rechtbank zal deze voorwaarden dadelijk uitvoerbaar verklaren gelet op de ernst van de feiten en er, ondanks het lage herhalingsgevaar, ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.
De voorlopige hechtenis
De rechtbank zal het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.
7 De inbeslaggenomen voorwerpen
Er rust strafvorderlijk beslag op de volgende voorwerpen:
-
1 STK Videocamera (goednummer PL1500-2026022107-G3456554);
-
1 STK Datadrager (goednummer PL1500-2026022107-G3450467);
-
1 STK Telefoontoestel (goednummer PL1500-2026022107-G3456535);
-
1 STK Computer (goednummer PL1500-2026022107-G3456569);
-
1 STK Telefoontoestel (goednummer PL1500-2026022107-G3456480).
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen videocamera, datadrager, computer en telefoons verbeurd te verklaren, omdat de ten laste gelegde feiten met behulp van deze voorwerpen zijn begaan.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen standpunt ingenomen over de inbeslaggenomen voorwerpen.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank zal de videocamera, datadrager, computer en telefoons verbeurdverklaren. Deze voorwerpen zijn voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien deze voorwerpen aan de verdachte toebehoren en met behulp van deze voorwerpen de bewezenverklaarde feiten zijn begaan of voorbereid.
8 De toepasselijke wetsartikelen
De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen:
- 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 57, 139f, 240b (oud), 252, 254, 254ba van het Wetboek van Strafrecht;
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.
9 De beslissing
De rechtbank:
verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 4 ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven onder 3.5 bewezen is verklaard;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:
ten aanzien van feit 1:
een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf gewoonte wordt gemaakt;
en
een visuele weergave van seksuele aard of met een onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt is betrokken, vervaardigen en in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt;
ten aanzien van feit 2:
gebruikmakende van een technisch hulpmiddel waarvan de aanwezigheid niet
op duidelijke wijze kenbaar is gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk van een
persoon, aanwezig in een woning, een afbeelding vervaardigen, meermalen gepleegd;
ten aanzien van feit 3
opzettelijk en wederrechtelijk van een persoon een visuele weergave van seksuele aard vervaardigen, meermalen gepleegd;
verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot:
een taakstraf voor de tijd van 400 (VIERHONDERD) UREN;
beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van 200 (TWEEHONDERD) DAGEN;
beveelt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de taakstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
bepaalt de maatstaf volgens welke de aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht zal geschieden op 2 uren per dag;
veroordeelt de verdachte voorts tot:
een gevangenisstraf voor de duur van 6 (ZES) MAANDEN;
bepaalt dat die straf, groot 6 (ZES) MAANDEN, niet zal worden tenuitvoergelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
en onder de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:
1 Meldplicht bij reclassering
zich meldt op afspraken met de reclassering op het adres Bezuidenhoutseweg 179, 2594 AH te Den Haag, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn;
2 Ambulante behandeling
onder behandeling blijft van de forensische polikliniek de Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op seksueel overschrijdend gedrag. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat de veroordeelde voorgeschreven medicatie zal gebruiken;
3 Contactverbod
zich onthoudt van ieder - direct of indirect - contact met [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedatum 2] 2008, en [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedatum 3] 2011, zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering kan, in afstemming met betrokken hulpverlening en met inachtneming van veiligheidsafspraken, hiervan afwijken indien zij dit verantwoord en noodzakelijk acht;
geeft opdracht aan Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde voorwaarden onder 1 t/m 3 en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht daaronder begrepen;
beveelt dat bovengenoemde bijzondere voorwaarden en het - op grond van artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht - uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn.
voorlopige hechtenis;
heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte;
de inbeslaggenomen goederen;
verklaart verbeurd de op de beslaglijst genoemde voorwerpen:
1. STK Videocamera (goednummer PL1500-2026022107-G3456554);
1. STK Datadrager (goednummer PL1500-2026022107-G3450467);
1. STK Telefoontoestel (goednummer PL1500-2026022107-G3456535);
1. STK Computer (goednummer PL1500-2026022107-G3456569);
1. STK Telefoontoestel (goednummer PL1500-2026022107-G3456480).
Dit vonnis is gewezen door
mr. L. Anemaet, voorzitter,
mr. M.C. Ritsema van Eck-van Drempt, rechter,
mr. I.C. Kranenburg, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. C.B. Pluim, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 23 juli 2026.
Bijlage I
Tekst tenlastelegging
1
hij in of omstreeks de periode van 25 december 2021 tot en met 17 januari 2026 te [plaats] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal,
(in de periode van 25 december 2021 tot en met 30 juni 2024, artikel 240b Wetboek van Strafrecht)
een of meer videobestanden en/of camera's en/of SD-kaarten en/of telefoons en/of (andere)
gegevensdragers bevattende videobestanden van een seksuele gedraging, waarbij iemand die
kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken,
heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of
ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een
communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft en/of
(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 17 januari 2026, artikel 252 Wetboek van Strafrecht)
een of meer visuele weergaven en/of een of meer gegevensdragers bevattende visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken,
heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of
ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft,
te weten een of meerdere videobestanden, en/of een of meerdere gegevensdragers, te weten een of meerdere camera's en/of mobiele telefoons en/of SD-kaarten bevattende videobestanden,
waarop te zien is dat:
- een of meerdere personen die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had(den) bereikt, te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , zich uitkleden en/of aankleden en/of (gedeeltelijk) naakt zijn en/of
- een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 1] , de eigen (ontblote) borst(en) aanraakt en/of
- een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, te weten [slachtoffer 1] , op en neer gaande bewegingen maakt terwijl zij met ontbloot bovenlichaam en/of (gedeeltelijk) naakt op de grond zit,
(welke beelden heimelijk zijn gefilmd in de badkamer en/of slaapkamer van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ) waarbij door het camerastandpunt (nadrukkelijk) de (ontblote) borst(en) en/of bil(len) en/of het geslachtsdeel/de vagina, althans het lichaam, van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] in beeld worden gebracht,
van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;
2
hij in of omstreeks de periode van 25 december 2021 tot en met 17 januari 2026 te [plaats] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal,
gebruik makende van een of meer technisch(e) hulpmiddel(en) waarvan de aanwezigheid niet op duidelijke wijze kenbaar was gemaakt, opzettelijk en wederrechtelijk van [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ,
aanwezig in een woning of op een andere niet voor het publiek toegankelijke plaats, te weten in de slaapkamer van [slachtoffer 1] aan de [adres] en/of in de badkamer van de woning aan de [adres] ,
een of meer afbeeldingen en/of videobestanden heeft vervaardigd;
3
hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2024 tot en met 17 januari 2026 te [plaats] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk en wederrechtelijk van een of meer personen, te weten [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ,
een of meer visuele weergave(n) van seksuele aard, te weten een of meerdere video’s, waarop te zien was dat:
- [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] , zich uitkleden en/of aankleden en/of (gedeeltelijk) naakt zijn en/of
- [slachtoffer 1] de eigen (ontblote) borst(en) aanraakt en/of
- [slachtoffer 1] op en neer gaande bewegingen maakt terwijl zij met ontbloot bovenlichaam en/of (gedeeltelijk) naakt op de grond zit,
waarbij door het camerastandpunt (nadrukkelijk) de (ontblote) borst(en) en/of bil(len) en/of het geslachtsdeel / de vagina, althans het lichaam, van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] in beeld worden gebracht,
(heimelijk) heeft vervaardigd;
4
hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2025 tot en met 1 oktober 2025 te [plaats] , althans in Nederland,
met/bij een kind in de leeftijd van zestien tot achttien jaren, te weten [slachtoffer 1] ,
een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten het betasten van de (deels) blote bil(len) van die [slachtoffer 1] ,
terwijl dit feit werd begaan jegens verdachtes kind, een kind dat werd verzorgd of opgevoed als behorend tot het gezin van verdachte, een kind waarover verdachte het gezag uitoefende en/of een anderszins aan de zorg, waakzaamheid of opleiding van verdachte toevertrouwd kind en/of een aan verdachte ondergeschikt kind.