Strafrecht overig

Jeugdstrafrecht. Veroordeling voor zes winkeldiefstallen, het meerdere malen overtreden van…

Rechtbank Den Haag, 17 september 2026

Zaakgegevens

Op 17 september 2026 heeft de Rechtbank Den Haag in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Den Haag
Zittingsplaats
Den Haag
Datum uitspraak
17 september 2026
Datum publicatie
17 september 2026
Zaaknummer
09-016363-26
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBDHA:2026:27124
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Jeugdstrafrecht. Veroordeling voor zes winkeldiefstallen, het meerdere malen overtreden van winkel(centrum)verboden, het voorhanden hebben van een vuurwapen en het bezit van hasjiesj.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Meervoudige kamer jeugdstrafzaken

Parketnummers: 09-016363-26, 09-019401-26, 09-047893-26, 09-053284-26 en

09-224670-26 (ttz. gev.)

Datum uitspraak: 17 september 2026

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Den Haag in de zaken tegen de verdachte:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2009 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),

zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland,

nu gedetineerd in [instelling] in [plaats] .

1 Het onderzoek ter terechtzitting


De strafzaak tegen de verdachte is behandeld op de besloten terechtzitting van 3 september 2026.

De officier van justitie in deze zaak is mr. D. Kortekaas en de raadsman van de verdachte is mr. H.W. van Eeuwijk te ‘s-Gravenhage. De verdachte is op de terechtzitting verschenen.

2 De tenlastelegging

De verdenkingen komen er, kort gezegd, op neer dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan:

Dagvaarding 1 - 09-016363-26

Diefstal van een of meerdere jassen bij de Bijenkorf in Den Haag op 17 januari 2026.

Dagvaarding 2 - 09-019401-26

  1. Lokaalvredebreuk op 19 januari 2026, bij winkelcentrum Westfield Mall of the Netherlands (en/of de in dat winkelcentrum gelegen Douglas en/of Peek & Cloppenburg) te Leidschendam (overtreding van een winkelverbod);

  2. Diefstal van parfum bij Douglas op 19 januari 2026 te Leidschendam;

  3. Diefstal van een pantalon en/of sweater bij Peek & Cloppenburg op 19 januari 2026 te Leidschendam.

Dagvaarding 3 - 09-047893-26

1. Het in vereniging plegen van een diefstal van twee stuks parfum bij Douglas op 15 februari 2026 te ’s-Gravenhage.

Dagvaarding 4 - 09-053284-26

  1. Diefstal van parfums bij Douglas en kleding van Peek & Cloppenburg op 19 februari 2026 te Leidschendam;

  2. Lokaalvredebreuk op 19 februari 2026 bij winkelcentrum Westfield Mall of the Netherlands te Leidschendam (overtreding van een winkelverbod).

Dagvaarding 5 - 09-224670-26

  1. Het op 5 augustus 2026 te ’s-Gravenhage voorhanden hebben van een pistool (een wapen van categorie III);

  2. Lokaalvredebreuk op 5 augustus 2026 bij de Bijenkorf in Den Haag (overtreding van een winkelverbod);

  3. Het op 5 augustus 2026 te ’s-Gravenhage opzettelijk aanwezig hebben van 36,7 gram hasjiesj.

De volledige tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3 De bewijsbeslissing

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle bij dagvaarding 1 tot en met dagvaarding 5 ten laste gelegde feiten. Bij dagvaarding 4 feit 2 is er in de tenlastelegging een verkeerde ingangsdatum van de winkelcentrumontzegging opgenomen, te weten 19 januari 2025 in plaats van 5 december 2025. De officier van justitie heeft aangegeven dat dit om een kennelijke verschrijving gaat.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft namens de verdachte vrijspraak bepleit van het bij dagvaarding 4 onder 2 ten laste gelegde. Ten aanzien van de overige feiten heeft de raadsman zich namens de verdachte gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3.3

Gebruikte bewijsmiddelen

De rechtbank zal voor alle feiten met een opgave van bewijsmiddelen, als genoemd in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering volstaan. De verdachte heeft deze bewezen verklaarde feiten namelijk bekend en daarna niet anders verklaard. Daarnaast heeft de raadsman geen (volledige) vrijspraak bepleit.

Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en).

Dagvaarding 1 - 09-016363-26

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2026018695, van de politie eenheid Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 58).

1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 3 september 2026;

2. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] , namens Bijenkorf Den Haag, opgemaakt op 17 januari 2026 (p. 6-7).

Dagvaarding 2 - 09-019401-26 – feiten 1, 2 en 3

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2026020719, van de politie eenheid Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 65).

1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 3 september 2026;

2. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] , opgemaakt op 19 januari 2026 (p. 20-21);

3. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 3] , namens Douglas Nederland, opgemaakt op 19 januari 2026 (p. 25-30);

4. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 19 januari 2026 (p. 39-40);

5. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 4] , namens Peek & Cloppenburg, opgemaakt op 19 januari 2026 (p. 22- 24).

Dagvaarding 3 - 09-047893-26

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2026053017, van de politie eenheid Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 59).

1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 3 september 2026;

2. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 5] , namens Douglas, opgemaakt op 15 februari 2026 (p. 6-8);

3. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 16 februari 2026 (p. 15-17).

Dagvaarding 4 - 09-053284-26 - feiten 1 en 2

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2026058178, van de politie eenheid Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 52).

1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 3 september 2026;

2. Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, opgemaakt op 20 februari 2026 (p. 46-51);

3. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 6] , namens Peek & Cloppenburg, opgemaakt op 19 februari 2026 (p. 7-11);

4. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 7] , opgemaakt op 19 februari 2026 (p. 22-24);

5. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 8] , namens Douglas, opgemaakt op 19 februari 2026 (p. 25-30);

Dagvaarding 5 - 09-224670-26 – feiten 1, 2 en 3

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2026284198, van de politie eenheid Den Haag, met bijlagen (doorgenummerd pagina 1 t/m 98).

1. De bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 3 september 2026;

2. Het proces-verbaal van aangifte van [aangever 9] , namens de Bijenkorf, opgemaakt op 5 augustus 2026 (p. 11-13);

3. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 5 augustus 2026, p. (42-44);

4. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 5 augustus 2026 (p. 59-60);

5. Het proces-verbaal van Politie Den Haag, Dienst Regionale recherche, Afdeling Specialistische Ondersteuning, Team Forensische Opsporing Wapens, Munitie en Explosieven, opgemaakt op 5 augustus 2026 (p. 95-98).

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:

Dagvaarding 1 - 09-016363-26

hij op 17 januari 2026 te ’s-Gravenhage meerdere jassen die aan Bijenkorf Den Haag, toebehoorden, heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Dagvaarding 2 - 09-019401-26

1

hij op 19 januari 2026 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg, in het besloten lokaal, het winkelcentrum Westfield Mall of the Netherlands (en de in dat winkelcentrum gelegen Douglas en Peek & Cloppenburg) wederrechtelijk is binnengedrongen, immers was hem, verdachte, met ingang van 5 december 2025 schriftelijk de toegang tot het gehele winkelcentrum van the Mall of the Netherlands ontzegd voor de duur van 12 maanden;

2

hij op 19 januari 2026 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg, een parfum (Black Opium) dat aan de Douglas toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

3

hij op 19 januari 2026 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg, een pantalon en een sweater van het merk Lacoste, die aan de Peek & Cloppenburg toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Dagvaarding 3 - 09-047893-26

hij op 15 februari 2026 te ’s-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander twee stuks parfum die aan de Douglas toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen.

Dagvaarding 4 - 09-053284-26

1

hij op 19 februari 2026 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg

- parfums die aan Douglas (locatie Mall of the Netherlands) toebehoorden en

- kleding die aan Peek & Cloppenburg (locatie Mall of the Netherlands) toebehoorden heeft weggenomen met het oogmerk om deze zich wederrechtelijk toe te eigenen;

2

hij op 19 februari 2026 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg

in het besloten lokaal winkelcentrum Westfield Mall of the Netherlands wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 5 december 2025 schriftelijk de toegang tot dit winkelcentrum ontzegd voor de duur van 12 maanden.

Dagvaarding 5 - 09-224670-26

1

hij op 5 augustus 2026 te ’s-Gravenhage een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een semiautomatisch pistool, van het merk Unique van Manufacture d'Armes des Pyrénées Françaises, type Model 10, kaliber 6.35 mm

zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool voorhanden heeft gehad;

2

hij op 5 augustus 2026 te ’s-Gravenhage in het besloten lokaal De Bijenkorf in Den Haag, wederrechtelijk is binnengedrongen immers was hem, verdachte, met ingang van 17 januari 2026 schriftelijk de toegang tot alle Bijenkorf filialen ontzegd voor de duur van 12 maanden;

3

hij op 5 augustus 2026 te ’s-Gravenhage opzettelijk aanwezig heeft gehad

36,7 gram hasjiesj, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of typefouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd en gecursiveerd weergegeven, zonder dat de verdachte daardoor in de verdediging is geschaad.

De onder dagvaarding 4 bij feit 2 opgenomen ingangsdatum van de winkelontzegging van 19 januari 2025 heeft de rechtbank verbeterd in 5 december 2025. De rechtbank beschouwt de datum van 19 januari 2025 als een kennelijke verschrijving. Het dossier bevat een kopie van de winkelcentrumontzegging, en daaruit volgt dat deze op 5 december 2025 aan de verdachte is uitgereikt en door de verdachte is ondertekend. Tijdens de behandeling ter terechtzitting is niet gebleken dat het voor de verdachte onduidelijk was welk feit hem terzake werd verweten, zodat de verdachte ook door deze verbetering niet in zijn verdediging is geschaad.

4 De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De op te leggen straf

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van vijf maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. De officier van justitie heeft gevorderd daarvan een gedeelte van drie maanden voorwaardelijk op te leggen met een proeftijd van twee jaren en als bijzondere voorwaarde begeleiding van de jeugdreclassering.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich gerefereerd ten aanzien van de eis.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank houdt bij de strafoplegging rekening met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan uit het rapport en tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.

Ernst van de feiten

De verdachte heeft zich in een periode van ruim een maand schuldig gemaakt aan zes winkeldiefstallen. Winkeldiefstallen leveren veel schade en overlast op voor winkeliers en daarmee voor de maatschappij. Ook heeft de verdachte zich meerdere malen schuldig gemaakt aan het overtreden van – vanwege de vele winkeldiefstallen opgelegde – winkel(centrum)verboden. Dat is overlastgevend en het is bovendien bijzonder kwalijk dat het niet alleen bij het overtreden van die verboden is gebleven, maar dat de verdachte vervolgens opnieuw winkeldiefstallen pleegde.

De verdachte heeft ook een vuurwapen voorhanden gehad in een openbare ruimte. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens leidt tot gevoelens van angst en onveiligheid in de maatschappij. Het onbevoegd voorhanden hebben en dragen van een vuurwapen maakt een ernstige inbreuk op de rechtsorde en brengt een onaanvaardbaar risico met zich mee voor de samenleving.

Verder heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het bezit van hasjiesj, en wel een hoeveelheid die niet bestemd lijkt te zijn voor (louter) eigen gebruik.

Strafblad

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 20 augustus 2026, waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten. Dit heeft verder geen invloed op de strafoplegging, omdat een blanco strafblad het uitgangspunt is.

Persoon van de verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 1 september 2026 en de mondelinge toelichting die daarop door de deskundige ter zitting is gegeven. Daaruit volgt – kort samengevat – dat er zeer beperkte informatie bekend is over de verdachte. Sinds oktober 2025 verblijft de verdachte als alleenstaande minderjarige vreemdeling in Nederland. Hij lijkt er al langere periode alleen voor te staan zonder toezicht en ondersteuning van een volwassene.

De toekomstmogelijkheden van de verdachte in Nederland zijn nihil. Hij heeft inmiddels een terugkeerverzoek ontvangen, omdat zijn asielaanvraag niet-ontvankelijk is verklaard en zijn asielprocedure is beëindigd. De zorgen rondom de verdachte zijn groot en het recidiverisico wordt ingeschat als hoog. Een taakstraf wordt niet passend en haalbaar geacht, aangezien niet duidelijk is of en waar de verdachte in Nederland gaat verblijven, zodat afspraken over een taakstraf niet mogelijk zijn. Daarom wordt geadviseerd een onvoorwaardelijke jeugddetentie op te leggen.

De voogd van Nidos heeft ter zitting naar voren gebracht dat zij een alternatief ziet voor de periode na het uitzitten van een eventuele jeugddetentie. De verdachte kan een nieuwe asielaanvraag indienen en dan hoeft hij waarschijnlijk niet in vreemdelingenbewaring. Indien de verdachte gemotiveerd is, is begeleiding vanuit de jeugdreclassering te overwegen.

Strafmodaliteit en strafmaat
De rechtbank heeft, naast het hiervoor genoemde, ook gekeken naar straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd en de LOVS-oriëntatiepunten voor de straftoemeting voor minderjarigen.

De verdachte is een alleenstaande minderjarige vreemdeling, die vanuit financiële motieven, naar hij zegt ter bekostiging van drugsgebruik, meerdere winkeldiefstallen heeft gepleegd. De andere feiten hangen daar min of meer mee samen. Het wapenbezit is een zeer ernstig feit, en de verklaring van de verdachte, dat hij dacht dat het een speelgoedpistool was, is niet overtuigend. Mede gelet op de aard en de hoeveelheid van de feiten en de status van verdachte, is een taakstraf geen passende sanctie. De rechtbank ziet geen andere mogelijkheid dan het opleggen van jeugddetentie.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank de verdachte een jeugddetentie voor de duur van vijf maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren opleggen. De rechtbank zal aan de proeftijd geen bijzondere voorwaarden verbinden. De rechtbank ziet feitelijk geen mogelijkheden om uitvoering te geven aan het toezicht en de begeleiding van de jeugdreclassering, nu niet zeker is of en waar de verdachte in Nederland zal verblijven, zodat voorzienbaar is dat de uitvoering van de begeleiding zeer moeizaam zal zijn.

7. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 77 a, 77g, 77i, 77gg, 138, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht;

- 3 en 11 van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijst II;

- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

8 De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het bij dagvaarding 1 (09-016363-26) ten laste gelegde feit, de bij dagvaarding 2 (09-019401-26) onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, het bij dagvaarding 3 (09-047893-26) ten laste gelegde feit, de bij dagvaarding 4 (09-053284-26) onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten en de bij dagvaarding 5 (09-224670-26) onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven in paragraaf 3.4 bewezen is verklaard en kwalificeert dit als:

dagvaarding 1 - 09-016363-26

diefstal;

dagvaarding 2 - 09-019401-26

feit 1: in het besloten lokaal bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen;

feit 2: diefstal;

feit 3: diefstal;

dagvaarding 3 - 09-047893-26

diefstal door twee of meer verenigde personen;

dagvaarding 4 - 09-053284-26

feit 1: diefstal, meermalen gepleegd;

feit 2: in het besloten lokaal bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen;

dagvaarding 5 - 09-224670-26

feit 1: handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie III;

feit 2: in het besloten lokaal bij een ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringen;

feit 3: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen wat aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte daarvoor strafbaar;

straf

veroordeelt de verdachte tot:

een jeugddetentie voor de duur van 5 (VIJF) MAANDEN;

beveelt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht (44 dagen), bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van deze jeugddetentie geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot 3 (DRIE) MAANDEN niet ten uitvoer zal worden gelegd onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

het bevel tot voorlopige hechtenis

heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte met ingang van het tijdstip waarop de duur van de voorlopige hechtenis gelijk wordt aan die van het onvoorwaardelijk gedeelte van de opgelegde jeugddetentie.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.M.A. Keulen, kinderrechter, voorzitter,

mr. M.J.L van der Waals, kinderrechter,

en mr. M.J. Bouwman, kinderrechter,

in tegenwoordigheid van mr. L.B.M.A. Roozen, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 17 september 2026.