Socialezekerheidsrecht
Vovo. Voorzieningenrechter is onbevoegd. Geen besluit maar informatieve mededeling.
Rechtbank Gelderland, 17 september 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:7165 · Rechtbank Gelderland · 17 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/bestuursrecht/socialezekerheidsrecht/eerste-aanleg-enkelvoudig/ecli-nl-rbgel-2026-7165
Zaakgegevens
Op 17 september 2026 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over socialezekerheidsrecht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 17 september 2026
- Datum publicatie
- 17 september 2026
- Zaaknummer
- ARN 26/4693
- Rechtsgebied
- Bestuursrecht » Socialezekerheidsrecht
- Procedure
- Eerste aanleg - enkelvoudigEnkelvoudige kamerDe zaak is behandeld door één rechter.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2026:7165
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vovo. Voorzieningenrechter is onbevoegd. Geen besluit maar informatieve mededeling.
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 26/4693
uitspraak van de voorzieningenrechter van 17 september 2026
in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
en
het college van burgemeester en wethouders van Ermelo.
Inleiding
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker.
Omdat de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is, doet hij uitspraak zonder zitting. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom hij niet bevoegd is om uitspraak te doen op het verzoek om een voorlopige voorziening
Beoordeling door de voorzieningenrechter
2. De voorzieningenrechter is alleen bevoegd om een voorlopige voorziening te treffen als sprake is van een besluit. In artikel 1:3, eerste lid, van de Awb is bepaald dat een besluit een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan is, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.
De voorzieningenrechter heeft geworsteld met de vraag of het verzoek om een voorlopige voorziening zich richt tegen een besluit als hier bedoeld. Verzoeker leidt uit een email van 14 september 2026 van verzoeker af dat hij de e-mail van 9 september 2026 17.31 uur van het bestuurssecretariaat van het college als een besluit ziet, omdat in deze e-mail zijn aanvraag op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) is afgewezen.
Dit standpunt volgt de voorzieningenrechter niet. Hij ziet in de e-mail van 9 september 2026 geen besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb. De e-mail bevat de mededeling dat verzoeker voor zorg en ondersteuning een Wlz-aanvraag kan doen en met wie hij daarover contact kan opnemen. De voorzieningenrechter is, anders dan verzoeker, van mening dat deze e-mail geen afwijzing is. Deze e-mail is een informatief bericht en is niet gericht op enig rechtsgevolg. Dat kan ook niet anders, want het college heeft niet de bevoegdheid om besluiten op grond van de Wlz te nemen.
De voorzieningenrechter is gelet op het voorgaande niet bevoegd om te beslissen op het verzoek om een voorlopige voorziening.
Conclusie en gevolgen
3. De voorzieningenrechter is kennelijk onbevoegd om te beslissen op het verzoek om voorlopige voorziening. Om die reden hoeft verzoeker voor de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening geen griffierecht te betalen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- verklaart zich onbevoegd;
- bepaalt dat de griffier van de rechtbank aan verzoeker het griffierecht terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.P.C.G. Derksen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C. Ebbers, griffier, en wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
|
griffier |
voorzieningenrechter |
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: