Strafrecht overig

beslissing inzake Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)

Rechtbank Gelderland, 18 maart 2022

Zaakgegevens

Op 18 maart 2022 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
18 maart 2022
Datum publicatie
6 mei 2022
Zaaknummer
8839305 \ BR VERZ 20-1175 \ 894-ER
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2022:2305
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

beslissing inzake Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaakgegevens 8839305 \ BR VERZ 20-1175 \ 894-ER

cjib-nr / registratienr 232388035 / QE6146

zitting van 18 maart 2022

beslissing inzake Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)

in de zaak van

[betrokkene]

wonende te [adres]

betrokkene

gemachtigde [gemachtigde]

tegen

de officier van justitie

Gronden voor de beslissing:

De inhoud van de tussenbeslissing van 14 september 2021 wordt hier overgenomen.

De officier van justitie heeft geen aanvullend proces-verbaal van de verbalisant overgelegd.

Aan betrokkene is bij inleidende beschikking een sanctie opgelegd vanwege overschrijding van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom, met 12 km/h.

De kantonrechter overweegt als volgt.

Door hetgeen betrokkene gedurende de procedure consistent naar voren heeft gebracht is bij de kantonrechter gerede twijfel ontstaan omtrent de vaststelling van de gedraging. Nu de officier van justitie geen aanvullend proces-verbaal heeft overgelegd en de verbalisant dus geen verdere details heeft gegeven over diens waarneming, zijn die twijfels bij de kantonrechter niet weggenomen. Naar de overtuiging van de kantonrechter is derhalve niet komen vast te staan dat de gedraging is verricht. Het beroep is gegrond en de bestreden beslissing komt voor vernietiging in aanmerking.

Naar oordeel van de kantonrechter is sprake van kosten van een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Voor de administratieve beroepsfase neemt de kantonrechter daarbij met toepassing van de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht de volgende proceshandeling in aanmerking: Beroepschrift 1 punt, wegingsfactor 0,5. De waarde per punt bedraagt € 541,-

De kantonrechter ziet geen aanleiding om voor de proceshandeling “verschijnen zitting” een vergoeding toe te kennen. Daarbij neemt de kantonrechter in aanmerking dat de officier van justitie onweersproken heeft gesteld dat de gemachtigde niet slechts voor deze zaak heeft ingebeld om te worden gehoord, maar voor in totaal 15 zaken. Uit het verslag van de hoorzitting blijkt dat de gemachtigde heeft volstaan met een verwijzing naar de gronden in het beroepschrift. Gelet daarop acht de kantonrechter geen termen aanwezig om voor de hoorzitting een vergoeding toe te kennen.

Voor de kosten, gemaakt voor het beroep bij de kantonrechter neemt deze de voldoende proceshandelingen in aanmerking: beroepschrift 1 punt, verschijnen zitting 1 punt, wegingsfactor licht, waarde per punt € 759.

De kosten worden aldus begroot op 0,5 x € 541 x 2 x € 759 x 0,5 = € 1029,50.

Er zal daarom als volgt worden beslist.

Beslissing

De kantonrechter:

-verklaart het beroep gegrond;

-vernietigt de bestreden beslissing en de inleidende beschikking;

-bepaalt dat de gestelde zekerheid van € 249 wordt terugbetaald.

-veroordeelt de officier van justitie in de proceskosten van betrokkene, begroot op € 1029,50.

-wijst het verzoek om vergoeding van proceskosten voor het overige af.

Deze beslissing is gegeven door mr. G.W.B. Heijmans, kantonrechter en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2022.

De griffier, De kantonrechter,

Rechtsmiddel:

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzending van een afschrift hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, doch alleen indien:

a. de bij deze beslissing opgelegde sanctie meer dan € 70,00 bedraagt, of

b. het beroepschrift niet-ontvankelijk is verklaard omdat de zekerheid niet (tijdig) is gesteld.

Het beroepschrift dient schriftelijk te worden ingediend bij de rechtbank Gelderland, Team strafrecht, Mulderzaken, kamer H.1.100, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem en dient door degene die beroep heeft ingesteld, of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend. Beroepschriften die per e-mail worden ingediend, kunnen gezien de wettelijke regeling niet in behandeling worden genomen.

De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting wordt gevraagd waarbij u uw standpunt mondeling wilt toelichten.

Een afschrift van deze uitspraak is aan betrokkene en de officier van justitie verzonden op: