Strafrecht overig

Verdachte wordt verdacht van een zedendelict gepleegd ten aanzien van zijn schoonzus. De rechtbank acht de…

Rechtbank Gelderland, 4 april 2014

Zaakgegevens

Op 4 april 2014 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Zittingsplaats
Zutphen
Datum uitspraak
4 april 2014
Datum publicatie
4 april 2014
Zaaknummer
05/861192-13
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2014:2297
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verdachte wordt verdacht van een zedendelict gepleegd ten aanzien van zijn schoonzus.

De rechtbank acht de verklaringen die aangeefster heeft afgelegd consistent en betrouwbaar. De verklaringen vinden op specifieke punten steun in ander bewijsmateriaal. De rechtbank acht bewezen dat verdachte aangeefster willens en wetens door geweld en andere feitelijkheden heeft gedwongen tot het ondergaan van ontuchtige handelingen. Dat verdachte met zijn duim in de anus van aangeefster is geweest, acht de rechtbank echter niet bewezen. Verdachte wordt daarom vrijgesproken van het primair ten laste gelegde en ter zake van het subsidiair ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Meervoudige kamer

Parketnummer: 05/861192-13

Uitspraak d.d.: 4 april 2014

Tegenspraak

VONNIS

in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] (Afghanistan) op [geboortedatum 1],

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in [verblijfplaats].

Raadsman: mr. O.O. van der Lee, advocaat te Amsterdam.



Onderzoek van de zaak

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van
16 augustus 2013, 1 november 2013, 15 januari 2014 en 21 maart 2014.



De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 19 april 2013 te Apeldoorn, in ieder geval in Nederland,

door geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of door bedreiging met

geweld en/of één of meer andere feitelijkheden,

[slachtoffer] (geboortedatum [geboortedatum 2])

(meermalen) heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede

bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] te

weten

- het brengen van zijn vinger in haar anus en/of

- het brengen van zijn penis tegen haar vagina en/of

- het betasten van haar borsten en/of

- het kussen van die [slachtoffer],

welk geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of door bedreiging met

geweld en/of één of meer andere feitelijkheden hierin heeft/hebben bestaan dat

verdachte (opzettelijk),

- die [slachtoffer] op een bed heeft geduwd en/of in bedwang heeft gehouden en/of

- die [slachtoffer] bij haar keel heeft gepakt en/of haar keel heeft dichtgeknepen

en/of

- een hand op de mond van die [slachtoffer] heeft gelegd en/of die [slachtoffer] heeft

geboden stil te zijn en/of

- die [slachtoffer] heeft aangegeven dat hij de voordeur op slot had gedaan en/of

dat om hulp schreeuwen geen zin had, en/of

- die [slachtoffer] heeft aangegeven dat hij de gevolgen zou accepteren en dat hij

niet bang was voor de politie of de dood en dat hij al eens in een

gevangenis had gezeten en dat dit als een rusthuis was, en/of

- die [slachtoffer] en/of zichzelf (deels) heeft ontkleed en/of

- voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale tekenen van verzet/onwil

van die [slachtoffer];

art 242 Wetboek van Strafrecht

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 19 april 2013 te Apeldoorn, in ieder geval in Nederland,

door geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of door bedreiging met

geweld en/of één of meer andere feitelijkheden,

[slachtoffer] (geboortedatum [geboortedatum 2])

(meermalen) heeft gedwongen tot het ondergaan van één of meer ontuchtige

handelingen te weten

- het betasten van haar billen en/of

- het brengen van zijn penis tegen haar vagina en/of

- het betasten van haar borsten en/of

- het kussen van die [slachtoffer] en/of

welk geweld en/of één of meer andere feitelijkheden en/of door bedreiging met

geweld en/of één of meer andere feitelijkheden hierin heeft/hebben bestaan dat

verdachte (opzettelijk),

- die [slachtoffer] op een bed heeft geduwd en/of in bedwang heeft gehouden en/of

- die [slachtoffer] bij haar keel heeft gepakt en/of haar keel heeft dichtgeknepen

en/of

- een hand op de mond van die [slachtoffer] heeft gelegd en/of die [slachtoffer] heeft

geboden stil te zijn en/of

- die [slachtoffer] heeft aangegeven dat hij de voordeur op slot had gedaan en/of

dat om hulp schreeuwen geen zin had, en/of

- die [slachtoffer] heeft aangegeven dat hij de gevolgen zou accepteren en dat hij

niet bang was voor de politie of de dood en dat hij al eens in een

gevangenis had gezeten en dat dit als een rusthuis was, en/of

- die [slachtoffer] en/of zichzelf deels heeft ontkleed en/of

- voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale tekenen van verzet/onwil

van die [slachtoffer];

art 246 Wetboek van Strafrecht



Taal- en/of schrijffouten

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of kennelijke omissies voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.



Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Aanleiding van het onderzoek

Op 23 april 2013 heeft De Wilde, huisarts in Apeldoorn, de politie gebeld met de melding dat een patiënt van hem vermoedelijk het slachtoffer was geworden van een zedenmisdrijf. Diezelfde dag heeft [slachtoffer] zich bij de politie gemeld. Op diezelfde datum heeft een informatief gesprek met haar plaatsgevonden. Vervolgens heeft [slachtoffer] (hierna: aangeefster) op 25 april 2014 aangifte gedaan van verkrachting en/of aanranding.

Standpunt van het Openbaar Ministerie

De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde. Hij heeft uitvoerig de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.

Standpunt van de verdachte / de verdediging

De raadsman heeft primair integrale vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit. Hij heeft hiertoe betoogd dat de verklaringen van zijn cliënt en die van aangeefster niet overeenkomen. Volgens de raadsman is onvoldoende duidelijk geworden wat zich precies heeft afgespeeld en is ook niet duidelijk of sprake is van onvrijwilligheid aan de kant van aangeefster. De raadsman heeft verder betoogd dat de verklaring van zijn cliënt niet is verankerd in verklaringen van enige getuige. Dat het verhaal van verdachte ook geen verankering vindt in andere verklaringen, komt omdat de opgeroepen getuigen hebben afgezien van een verhoor bij de rechter-commissaris, deels als gevolg van dreiging uit de omgeving van aangeefster richting de getuigen. Bij de aangifte kunnen volgens de raadsman kanttekeningen worden gemaakt. Zo werd aanvankelijk door de politie zelf getwijfeld aan de betrouwbaarheid van de aangifte en wordt de aangifte niet ondersteund door de verklaring van [betrokkene], terwijl aangeefster heeft verklaard hem een en ander over de gestelde ongewenste handelingen te hebben verteld.

Subsidiair heeft de raadsman vrijspraak van het primair ten laste gelegde bepleit. Hij heeft betoogd dat er onvoldoende bewijs is voor seksueel binnendringen in het lichaam.

Beoordeling door de rechtbank

Aangeefster, geboren [geboortedatum 2], heeft verklaard dat verdachte op 19 april 2013 bij haar langs kwam. Hij vertelde dat een oudere dame die bij hem in de buurt woonde wel hulp in de huishouding kon gebruiken en dat hij haar aan die dame wilde voorstellen. Zij is met verdachte mee gegaan naar zijn woning, een flat tegenover het station in Apeldoorn. Hij is even weg geweest om naar die mevrouw te gaan, maar was al snel weer terug. Hij zei dat de mevrouw er niet was en dat ze maar even moesten wachten. Toen ze zei dat ze naar huis wilde, vroeg verdachte of ze zijn huis al had gezien. Hij liet haar vervolgens de woning zien. Toen ze in de slaapkamer stonden duwde verdachte haar ineens op het bed. Hij duwde met zijn handen tegen haar billen. Terwijl ze viel draaide ze zich om naar hem. Ze kwam op haar rug op het bed terecht. Volgens aangeefster werd verdachte ineens heel agressief en was ze bang voor wat hij met haar wilde doen. Verdachte pakte haar met zijn ene hand om de keel. Zijn andere hand hield hij op haar mond zodat ze niets meer kon zeggen. Hij zei tegen haar dat ze niets mocht zeggen en niet mocht schreeuwen. Het volgende moment hield hij haar benen omhoog en probeerde hij haar broek en onderbroek uit te trekken. Ze hield met haar ene hand haar jas aan de bovenkant van haar keel vast en dicht. Met haar andere hand probeerde ze haar broek vast te houden. Ze begon te huilen en smeekte verdachte haar te laten gaan. Verdachte zei dat hij deze beslissing had genomen en de gevolgen zou accepteren. Hij zei dat hij voor niets en niemand bang was, dat hij al in de gevangenis had gezeten en dat dat als een rusthuis was. Hij zei dat hij ook niet bang was voor de politie of de dood. Ze smeekte verdachte op te houden. Hij zei tegen haar dat als zij zou schreeuwen, niemand haar zou helpen. Volgens aangeefster lag ze huilend op het bed met een ontbloot onderlijf. Ze was die dag ongesteld. Verdachte pakte zijn iPhone uit zijn broekzak en hield hem op haar gericht. Hij zei dat hij haar aan het filmen was met twee camera’s en hij begon foto’s van haar te nemen. Zij zag dat verdachte de onderkant van zijn lijf ontblootte. Hij deed zijn broek en onderbroek uit. Hij pakte haar benen en hield die in de lucht. Hij ging met zijn geslachtsdeel achter haar geslachtsdeel staan. Hij kwam met zijn geslachtsdeel tegen haar geslachtsdeel aan. Verdachte filmde hen met zijn iPhone. Hij zei dat hij het zo zou filmen dat het eruit zou zien alsof ze met hem aan het neuken was. Uit angst dat verdachte haar zou verkrachten, heeft ze in bed geplast. Er kwam een lading bloed mee omdat ze ongesteld was. Verdachte schrok en zei dat ze van het bed af moest gaan. Haar broek zou ze pas krijgen als ze het bed had schoongemaakt. Hij gaf haar witte handdoeken, waarmee ze het bed heeft schoongemaakt. Ze heeft alle vieze doekjes bij elkaar in het midden van de badkamer gelegd. Eén vies doekje heeft ze onder een lage kast in de badkamer geschoven. Aangeefster heeft verder verklaard dat verdachte met zijn mond haar borsten heeft gekust. Hij is met zijn duim in haar gat bij haar billen gegaan en heeft haar ook tegen haar mond en op haar wangen gekust. Verdachte heeft haar verteld dat hij alle deuren dicht had gedaan. Hij heeft een paar keer haar keel dicht geknepen toen ze in het begin gilde.

Bij doorzoeking van de woning van verdachte op het adres [adres] te Apeldoorn zijn meerdere sporendragers, gegevensdragers en goederen aangetroffen en in beslag genomen. Zo is onder meer een onder een kast in de badkamer aangetroffen handdoek in beslag genomen. In de handdoek zaten diverse rode vlekken, vermoedelijk bloed. Een rode vlek is bemonsterd met de tetra-base test, waarbij het resultaat positief was en werd vastgesteld dat het een bloedvlek betrof.

Op beelden van een in beslag genomen digitale camera heeft verbalisant de vrouw, de man en de woning herkend als respectievelijk aangeefster, verdachte en de woning van verdachte. Op die beelden zag verbalisant aangeefster met ontbloot onderlijf en met haar jas aan. Ook zag zij dat aangeefster een witte handdoek voor haar kruis hield en dat op de handdoek op bloed gelijkende vlekken zaten. Verder zag zij dat aangeefster met witte handdoeken een bloedvlek aan het deppen was op de bovenste matras en dat de handdoeken in de badkamer werden gelegd. Verbalisant zag ook beelden waarbij aangeefster op het bed van verdachte lag met een hand voor haar gezicht en beelden waarbij zij haar handen omhoog hield alsof ze een klap wilde tegenhouden.

Van een in beslag genomen computer van verdachte zijn door de politie vier filmpjes bekeken, beluisterd en beschreven. Op bestand [bestand 1] is te zien dat aangeefster gedeeltelijk naakt op bed ligt en dat verdachte bij haar benen staat. Een tolk heeft de gesprekken van de opname nagenoeg letterlijk vertaald. De vrouw zegt in het gesprek onder meer: “Ik smeek aan God om mijn eer niet weg te nemen, neem niet eer van mij. Ik heb kinderen, ik heb een man” en “Laat mij gaan. Heb medelijden met mij.” De man zegt onder meer: “bij God dat ik dit ook niet in droom had gezien, dat ik ooit zoiets zou doen. Ik kijk er nog eens naar kijken en dan laat ik je gaan. … Ik doe het niet. Nog een kus.”

Op bestand [bestand 2]) staat aangeefster met haar onderlichaam naakt bij het bed en maakt met handdoeken het bed schoon waar een rode substantie op zit.

Op bestand [bestand 3], volgens de lijst van in beslag genomen goederen een computer) is het gesprek tussen een man en een vrouw te horen. De vrouw lacht. Bij 37 minuten draait het beeld van de camera en is een deel van een bed te zien. Bij 46 minuten horen verbalisanten een vrouw gillen en smekend in een andere taal praten. Ze horen de vrouw drie keer hard gillen. In het gegil en de smekende toon herkennen verbalisanten de stem van aangeefster. Bij 1 uur en 17 minuten horen verbalisanten een vrouw smeken en licht hijgen. Een tolk heeft de bij de opname gesproken tekst vertaald. Bij 00:33:35 – 00:36:00 laat de man de kamer en de kast zien. Hij geeft aan “je hoeft niet bang te zijn”. Bij 00:46:00 – 1:46:54 is geschreeuw van een vrouw te horen. De vrouw smeekt “laat me met rust. Laat me los. Laat me voor God met rust. Wat is mijn schuld? … Ik heb het niet gedaan…Ik wil niet dat je me meer dan dat lastig valt.”

Op bestand [bestand 4] is een gesprek over huishoudelijk werk te horen. Het gaat onder meer over de hoogte van het bedrag dat voor het werk kan worden gevraagd.

De man: “Het huis is in ieder geval hier in de buurt”. …

De vrouw : “Voor de ouderen hier is (onverstaanbaar) belangrijk”.

De man: “De ruimte is niet zo groot”.
De vrouw: “ja dat weet ik allemaal wel je moet veel poetsen”.

De man: “De huizen zijn allemaal standaard. Vraag maar gewoon 35 euro. Ongeacht hoelang je bezig bent. Vaak zijn ze wel thuis. Ze vinden het belangrijk dat er iemand die met ze praat. Het maakt niet uit of die persoon een man of een vrouw betreft. Het is ook niet belangrijk of die persoon de taal goed beheerst, als het maar een goede persoon is”.

De vrouw: “Ja, voor deze mensen is het erg belangrijk dat ze met een betrouwbaar persoon te maken krijgen.”

Verdachte heeft ter terechtzitting van 21 maart 2014 verklaard dat aangeefster op 19 april 2013 bij hem in zijn woning is geweest.

Toetsingskader zedendelicten

De rechtbank overweegt dat veel van de zedenzaken zich doorgaans kenmerken door het feit dat er slechts twee personen aanwezig waren bij de (beweerdelijke) seksuele handelingen: het vermeende slachtoffer en de vermeende dader. Dat maakt dat extra zorgvuldig naar de waardering van afgelegde verklaringen moet worden gekeken, zeker als het een ontkennende verdachte betreft.

Volgens het tweede lid van artikel 342 van het Wetboek van Strafvordering en de op die bepaling betrekking hebben jurisprudentie van de Hoge Raad kan het bewijs dat de verdachte een ten laste gelegd feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij eraan in de weg staat dat de rechter tot een bewezenverklaring komt ingeval de door één getuige gereleveerde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander bewijsmateriaal.

Uit deze jurisprudentie volgt dat niet is vereist dat het springende punt (het door verdachte betwiste onderdeel van de betreffende verklaring) steun vindt in een ander bewijsmiddel. Voldoende is dat de gebezigde verklaring op specifieke punten steun vindt in ander bewijsmateriaal, zodat de verklaring niet op zichzelf staat, maar is ingebed in een concrete context die bevestiging vindt in een andere bron.

Betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster

Aan verdachte is primair ten laste gelegd dat hij door (dreiging met) geweld en/of een andere feitelijkheid c.q. andere feitelijkheden aangeefster heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam. Subsidiair is verdachte ten laste gelegd dat hij door (dreiging met) geweld en/of een andere feitelijkheid c.q. andere feitelijkheden aangeefster heeft gedwongen tot het ondergaan van ontuchtige handelingen. Uit artikel 342 van het Wetboek van Strafvordering en de op die bepaling betrekking hebbende jurisprudentie volgt, zoals eerder overwogen, dat de aangifte van aangeefster voldoende steun moet vinden in een ander (wettig) bewijsmiddel.

De rechtbank overweegt allereerst dat zij de aangifte en overige door aangeefster afgelegde verklaringen consistent en betrouwbaar acht. De aangifte wordt op meerdere punten ondersteund door ander (bewijs)materiaal. Zo heeft aangeefster verklaard dat verdachte haar op 19 april 2013 heeft meegenomen naar zijn woning om haar voor te stellen aan een oudere dame bij hem in de buurt waar zij eventueel huishoudelijk werk zou kunnen doen. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat aangeefster op 19 april 2013 in zijn woning is geweest. Verder is op opnames die in de woning van verdachte zijn gemaakt een gesprek tussen verdachte en aangeefster te horen over huishoudelijk werk, wat aangeefster daarvoor zou kunnen vragen, dat het een huis in de buurt betreft en dat het voor ouderen is. Ook aangeefsters verklaring dat zij een rondleiding kreeg door het huis wordt door de opnames ondersteund. Uit de opnames blijkt dat verdachte de kamer en de kast liet zien en aangaf dat aangeefster niet bang hoefde te zijn. Aangeefsters verklaringen dat zij in de slaapkamer met haar onderlichaam bloot op bed lag, dat er bloedvlekken in het bed waren, dat zij deze met witte handdoeken heeft gedept en een handdoek onder een kast op de badkamer heeft verstopt worden ondersteund door beelden die op de opnames zijn te zien, door de bij de doorzoeking aangetroffen handdoek onder de kast en het feit dat uit onderzoek is gebleken dat in de handdoek bloedvlekken zaten. De rechtbank acht de verklaringen van aangeefster dan ook bruikbaar voor het bewijs.

De rechtbank dient vervolgens te beoordelen of de verklaringen van aangeefster - gelet op hetgeen verdachte is ten laste gelegd - voldoende steun vinden in (een) ander(e) bewijsmiddel(en). Op de geluidsopnames is te horen dat een vrouw die door verbalisanten is herkend als aangeefster een aantal keren gilt en smekend praat. De vrouw vraagt meerdere keren haar los te laten, haar met rust te laten en haar eer niet weg te nemen. Daarnaast blijkt uit de hierboven weergegeven omschrijvingen van de beelden dat onder meer te zien is dat aangeefster gedeeltelijk naakt op het bed van verdachte lag, dat zij een hand voor haar gezicht hield en dat zij haar handen omhoog hield alsof ze een klap wilde tegenhouden.

De verklaringen van aangeefster vinden naar het oordeel van de rechtbank derhalve op specifieke punten steun in ander bewijsmateriaal. De verklaringen van aangeefster staan derhalve niet op zichzelf, maar zijn ingebed in een concrete context die bevestiging vindt in een andere bron. Gezien het bovenstaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte haar willens en wetens door geweld en andere feitelijkheden heeft gedwongen tot het ondergaan van ontuchtige handelingen.

De rechtbank acht evenwel niet boven redelijke twijfel verheven dat verdachte tijdens de door hem verrichte ontuchtelijke handelingen ook met de duim in de anus van aangeefster is binnengedrongen, aangezien aangeefster daar bij de politie niet spontaan en uit zichzelf over heeft verklaard, dat zij daarentegen pas aan het einde van het opnemen van haar aangifte op specifiek op dat punt toegesneden vragen van verbalisanten heeft beantwoord terwijl concreet op dit specifieke punt toegesneden steunbewijs ontbreekt. Nu niet onomstotelijk vaststaat dat ook sprake is geweest van binnendringen, zal verdachte hiervan worden vrijgesproken.

Verweren

Verdachte heeft - kort samengevat - ter zitting verklaard dat het een vooropgezet plan van aangeefster was. Hij had al langere tijd een - ook seksuele - relatie met haar. Zij wilde in een rollenspel doen voorkomen alsof ze werd verkracht zodat zij van echt kon scheiden. Ze heeft hem, verdachte, gevraagd daaraan mee te werken, waarbij hij de rol van verkrachter kreeg. Volgens verdachte wilde hij niet en heeft hij herhaaldelijk geweigerd maar dreigde zij anders zelfmoord te plegen. Er zijn volgens verdachte beeldopnames in vier delen gemaakt. De politie beschikt echter niet over alle delen, aldus verdachte. Hij heeft verder verklaard dat aangeefster op 19 april 2013 bij hem in zijn woning is geweest en dat ze over familieproblemen hebben gepraat. Daarna zijn ze naar de slaapkamer gegaan. Daar hebben ze ook nog gepraat. Zij trok vervolgens zelf haar kleren uit. Hij begon haar te zoenen op haar bovenlijf. Zij moest zich verzetten en gillen om het echt te doen lijken. In het derde deel van de opnames, de beelden die de politie wel heeft ontvangen, zou verdachte de broek van haar omlaag trekken. Zij moest zich daarbij zogenaamd verzetten. Aangeefster en verdachte hebben van te voren afgesproken dat verdachte bepaalde handelingen bij [slachtoffer] zou verrichten. De verklaringen van verdachte komen er op neer dat aangeefster vervolgens een dubbelspel heeft gespeeld: volgens verdachte was alles een plan van de familie van aangeefster zodat verdachte opgepakt kon worden.

De rechtbank is van oordeel dat het door verdachte geschetste alternatieve scenario dat sprake was van een rollenspel op initiatief van aangeefster en dat zij later de beelden tegen hem is gaan gebruiken, niet aannemelijk is geworden. De rechtbank overweegt daartoe dat niets of niemand het scenario van verdachte bevestigt en hij bovendien aanvankelijk tijdens de politieverhoren heeft gezwegen of wisselende verklaringen heeft afgelegd en/of meermalen heeft aangegeven zich dingen niet te kunnen herinneren. De rechtbank overweegt voorts dat niet valt in te zien wat verdachtes belang was bij het filmen van zo’n rollenspel en waarom hij aan een dergelijk plan zou willen meewerken, te minder nu de verstandhouding met zijn schoonvader al slecht was. Ter terechtzitting van 21 maart 2014 heeft verdachte op vragen hierover geen duidelijk antwoord kunnen geven. Dat aangeefster zelfmoord zou plegen als verdachte zijn medewerking zou weigeren is evenmin aannemelijk geworden. Het relaas van verdachte valt evenmin te rijmen met de op de opnames te beluisteren angst bij aangeefster, welke angst er bovendien toe heeft geleid dat aangeefster de controle over haar blaas verloor. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank dan ook geen aanleiding verdachte te volgen in het door hem weergegeven scenario van het gebeurde.

Dat er volgens de verdediging getuigen zouden geweest zijn die de langer durende relatie tussen aangeefster en verdachte hadden kunnen bevestigen, doet aan al het bovenstaande niet af, te minder omdat de verdediging zelf afstand heeft gedaan van de getuigen. De rechtbank acht niet aannemelijk geworden dat deze getuigen zouden zijn bedreigd of onder druk gezet om geen verklaring af te leggen. Verder, het in dit kader verrichte buurtonderzoek heeft geen concrete aanknopingspunten ter bevestiging van een langer durende relatie opgeleverd.

Onder verwijzing naar de bewijsmiddelen alsmede de overweging betreffende de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster wordt het verweer van de raadsman verworpen. Voor zover de raadsman heeft aangevoerd dat niet duidelijk is of sprake is geweest van onvrijwilligheid van de kant van aangeefster, wijst de rechtbank op de beeld- en geluidsopnamen zoals opgenomen bij de bewijsmiddelen. De rechtbank leidt uit deze beeld- en geluidsopnames af dat aangeefster, zoals zij heeft verklaard, de handelingen niet vrijwillig heeft ondergaan.

Conclusie

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van het primair ten laste gelegde. Het subsidiair ten laste gelegde acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen.



Bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op 19 april 2013 te Apeldoorn, door geweld en/of één of meer andere feitelijkheden,

[slachtoffer] (geboortedatum [geboortedatum 2]) heeft gedwongen tot het ondergaan van één of meer ontuchtige handelingen te weten

- het betasten van haar billen en

- het brengen van zijn penis tegen haar vagina en

- het betasten van haar borsten en

- het kussen van die [slachtoffer] en

welk geweld en/of één of meer andere feitelijkheden hierin heeft/hebben bestaan dat verdachte (opzettelijk),

- die [slachtoffer] op een bed heeft geduwd en in bedwang heeft gehouden en

- die [slachtoffer] bij haar keel heeft gepakt en haar keel heeft dichtgeknepen en

- een hand op de mond van die [slachtoffer] heeft gelegd en die [slachtoffer] heeft geboden stil te zijn
en

- die [slachtoffer] heeft aangegeven dat hij de voordeur op slot had gedaan en dat om hulp
schreeuwen geen zin had, en

- die [slachtoffer] heeft aangegeven dat hij de gevolgen zou accepteren en dat hij niet bang was voor
de politie of de dood en dat hij al eens in een gevangenis had gezeten en dat dit als een
rusthuis was, en

- die [slachtoffer] en zichzelf deels heeft ontkleed en

- voorbij is gegaan aan de verbale en non-verbale tekenen van verzet/onwil van die [slachtoffer].



Vrijspraak van het meer of anders ten laste gelegde

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. De verdachte behoort daarvan te worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf: feitelijke aanranding van de eerbaarheid.



Strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.



Oplegging van straf en/of maatregel

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaar met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht.

De raadsman heeft betoogd dat de eis van de officier van justitie te fors is in relatie tot soortgelijke uitspraken. De raadsman heeft verzocht de duur van een op te leggen gevangenisstraf te matigen gelet op de persoonlijke omstandigheden van zijn cliënt. Hij heeft hierbij in het bijzonder gewezen op het feit dat zijn cliënt niet alleen zijn woning maar ook zijn leven kwijt is.

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan feitelijke aanranding van de eerbaarheid. Hij heeft ontuchtige handelingen gepleegd bij zijn (ex)schoonzus, waarbij hij onder meer gebruik heeft gemaakt van geweld. Door te handelen zoals is bewezen verklaard heeft verdachte de lichamelijke integriteit en het vertrouwen van zijn schoonzus, ernstig geschonden en haar een traumatische ervaring bezorgd. Dat het gebeurde veel impact heeft gehad op het slachtoffer blijkt uit de schriftelijke slachtofferverklaring. Daaruit komt onder meer naar voren dat het slachtoffer erg onrustig slaapt en last heeft van nachtmerries, niet naar buiten durft en zich schaamt voor hetgeen is gebeurd. Ze is door haar huisarts doorverwezen voor psychische hulp en krijgt EMDR-behandelingen.

De rechtbank heeft verder in aanmerking genomen het rapport van 13 augustus 2013, opgemaakt door drs. [psychiater], forensisch psychiater. Uit het rapport komt naar voren dat er geen aanwijzingen zijn gevonden voor het bestaan van een persoonlijkheidsstoornis. Wel kan gesproken worden van een ziekelijke stoornis in de zin van een chronische posttraumatische stress-stoornis. De deskundige geeft aan geen uitspraak te kunnen doen over een mogelijke relatie tussen deze stoornis en het ten laste gelegde. Om die reden heeft hij zich onthouden van een risicoprognose, een uitspraak over de zorgprognose en beïnvloedingsmogelijkheden en een uitspraak over eventuele interventieadviezen en -condities.

Ook uit het rapport van de reclassering van 26 juli 2013 komt naar voren dat het gelet op de ontkennende houding van verdachte, moeilijk is om te komen tot een inschatting van het recidiverisico. De reclassering heeft zich onthouden van een strafadvies. Wel is opgemerkt dat toezicht op bijzondere voorwaarden en interventies/behandelingen niet zijn geïndiceerd.

Uit de justitiële documentatie van verdachte komt naar voren dat verdachte in 2004 is veroordeeld ter zake van huiselijk geweld begaan tegen zijn (ex) echtgenote en kind.

Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van 30 maanden gerechtvaardigd en passend is. De hoogte van de straf wijkt af van de door de officier van justitie gevorderde straf nu de rechtbank tot een andere bewezenverklaring is gekomen dan de officier van justitie. Voor oplegging van een voorwaardelijk deel acht de rechtbank geen gronden aanwezig mede gelet op de proceshouding van verdachte.

In beslag genomen voorwerpen

De na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, met behulp waarvan het bewezen verklaarde is begaan, dienen te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang.

Vordering tot schadevergoeding

De benadeelde partij [slachtoffer] (gemachtigde mr. D.W. Jansen) heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 3.645,32, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 april 2013 gevoegd in het strafproces ten aanzien van het ten laste gelegde. Van dit bedrag ziet € 3.000,- op een voorschot op immateriële schadevergoeding en € 645,32 op vergoeding van materiële schade (kleding, reiskosten, kosten therapie en extra telefoon- en portokosten).

De officier van justitie heeft betoogd dat de vordering volledig toewijsbaar is.

De raadsman heeft verzocht de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering. Volgens de raadsman is het moeilijk om rekening te houden met schaamte die in dit geval onderdeel uitmaakt van de cultuur van de benadeelde partij. Niet duidelijk is of haar psychische problematiek het gevolg is van het ten laste gelegde feit dan wel dat deze is ontstaan door druk vanuit de familie.

Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden.

De rechtbank acht een bedrag van € 2.500,- te vermeerderen met de wettelijke rente voor immateriële schade redelijk en billijk. Daarnaast zal zij een bedrag van € 635,32 te vermeerderen met de wettelijke rente toewijzen voor de gevorderde materiële schade. Verdachte is hiervoor naar burgerlijk recht aansprakelijk.

De door de benadeelde partij gevraagde vergoeding voor de pyjamabroek (€ 10,-) wordt afgewezen nu uit de aangifte naar voren komt dat dit een broek van verdachte betrof.

Wat betreft het meer of anders gevorderde zal de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.

Schadevergoedingsmaatregel

Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van een som geld ten behoeve van genoemde benadeelde partij.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

Deze strafoplegging/beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 36b, 36c, 36f en 246 van het Wetboek van Strafrecht. Beslissing

De rechtbank:

? verklaart niet bewezen, dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij;

? verklaart bewezen dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde heeft begaan;

? verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

? verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als:


feitelijke aanranding van de eerbaarheid;

? verklaart verdachte strafbaar;

? veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 (dertig) maanden;

  • beveelt, dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • beveelt de onttrekking aan het verkeer van de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
    - een digitale camera (SVO nummer A.13.31.01);
    - een computer (SVO nummer A.1.4.11);
    - een computer (SVO nummer A.1.4.13);
    - een iPod touch 4 (SVO nummer A.1.4.21);
    - een USB-stick (SVO nummer C.1.0.01);
    - een SD-kaart (SVO nummer C.1.0.02);

  • veroordeelt verdachte ten aanzien van feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer], van een bedrag van € 2.500,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 april 2013 en van een bedrag van € 635,32 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 maart 2014, met veroordeling van verdachte in de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

? legt aan veroordeelde de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer], een bedrag te betalen van € 2.500,- vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 april 2013 en van een bedrag van € 635,32 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 maart 2014, met bevel dat bij gebreke van betaling en verhaal 41 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

  • wijst af de vordering van de benadeelde partij voor zover dit betreft de pyjama;

? verklaart de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk in haar vordering.

Aldus gewezen door mrs. M. van der Mei, voorzitter, P.J.C. Cremers en O.E. de Jong, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.C.M. Althoff, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 4 april 2014.

Mr. De Jong is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Wanneer hierna verwezen wordt naar dossierpagina’s, betreft dit delen van in de wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij (stam)proces-verbaal, nummer PL0620 / 2013052629, Politie Oost-Nederland, district Noord Oost-Gelderland, gesloten en ondertekend op 25 juni 2013. Relaas proces-verbaal, p.6 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer], p.15 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer], p.16 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer], p.17 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer], p.18 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer], p.19 Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer], p.22 Proces-verbaal van verhoor van aangeefster [slachtoffer], p.31 Proces-verbaal van doorzoeking op het adres [adres] te Apeldoorn, p.58-59 Proces-verbaal sporenonderzoek, p.128-129 Proces-verbaal van bevindingen, p.103 Proces-verbaal van bevindingen, p.107 Proces-verbaal van bevindingen, p.108-109 Aanvullend proces-verbaal van 30 oktober 2013 Proces-verbaal van bevindingen, p.109 Bijlage bij het proces-verbaal van doorzoeking op het adres [adres] te Apeldoorn, p.61 Proces-verbaal van bevindingen, p.111-112 Proces-verbaal van bevindingen, p.113 Proces-verbaal van bevindingen, p.115-116 O.a. HR 30 juni 2009, NJ 2009, 495 en laatstelijk ook nog HR 6 maart 2012, in een drietal arresten