Strafrecht overig

De rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, heeft een 21-jarige man veroordeeld voor vernieling van een…

Rechtbank Gelderland, 16 oktober 2014

Zaakgegevens

Op 16 oktober 2014 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
16 oktober 2014
Datum publicatie
16 oktober 2014
Zaaknummer
05/840572-14
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2014:6551
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, heeft een 21-jarige man veroordeeld voor vernieling van een tribunestoel in het stadion van NEC tijdens de wedstijd NEC-Sparta van 11 mei 2014.

De rechtbank heeft de man een werkstraf voor de duur van 20 uren opgelegd.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Promis II

Parketnummer : 05/840572-14

Datum zitting : 02 oktober 2014

Datum uitspraak : 16 oktober 2014

TEGENSPRAAK

Vonnis van de meervoudige kamer in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum],

adres :[adres],

plaats : [woonplaats].

raadsman : mr. S.G.M. Goedvriend, advocaat te Nijmegen.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 11 mei 2014 te Nijmegen opzettelijk en wederrechtelijk een (tribune) stoeltje, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de betaald voetbal organisatie NEC, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt.

2 Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 2 oktober 2014 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. S.G.M. Goedvriend, advocaat te Nijmegen.

De officier van justitie, mr. A.C.J. Nettenbreijers, heeft gerekwireerd.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [aangever], namens NEC Nijmegen, p. 23;

- het proces-verbaal van bevindingen, p. 4005;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 oktober 2014.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 11 mei 2014 te Nijmegen opzettelijk en wederrechtelijk een (tribune) stoeltje toebehorende aan de betaald voetbal organisatie NEC, heeft vernield

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel aan een ander toebehoort, vernielen.

Het feit is strafbaar.

5 De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6 De motivering van de sanctie(s)

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 20 uren, te vervangen door 10 dagen hechtenis.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd de eis bovenmatig te vinden. Verzocht is te volstaan met het opleggen van een geldboete of een geheel voorwaardelijke straf. Hiertoe is, kort samengevat, aangevoerd dat verdachte al fors gestraft is door de opgelegde gedragsaanwijzingen en maatregelen vanuit de KNVB en dat voor vernieling doorgaans een geldboete wordt opgelegd.

Beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf heeft de meervoudige kamer rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister betreffende verdachte, gedateerd 5 september 2014.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vernieling van een stoel in het stadion van NEC. Met deze vernieling heeft verdachte bijgedragen aan een zeer rumoerige situatie, welke situatie voor de spelers, de bezoekers en medewerkers van NEC als uitermate bedreigend moet hebben gevoeld. Voorts komen uiteindelijk de kosten die worden gemaakt om bij wedstrijden extra politie eenheden in te zetten voor rekening van de gehele gemeenschap. Het voetbalspel, dat vreugde zou moeten bieden en toegankelijk zou moeten zijn voor iedereen, verliest zijn glans door voetbalvandalisme, zoals waaraan verdachte zich schuldig heeft gemaakt.

Gelet op de ernst van het feit en de bijzondere omstandigheden waaronder dit is begaan, acht de rechtbank de eis van de officier van justitie passend.

7 De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 22c, 22d en 350 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

het verrichten van een werkstraf gedurende 20 (twintig) uren.

Bepaalt dat deze werkstraf binnen 1 (één) jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden voltooid.

De termijn binnen welke de werkstraf moet worden verricht, wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen alsmede met de tijd dat hij ongeoorloofd afwezig is.

Beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast.

Stelt deze vervangende hechtenis vast op 10 (tien) dagen.

Aldus gewezen door:

mr. D.R. Sonneveldt (voorzitter), mr. M.F. Gielissen en mr. S.H. Keijzer, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. C. Aalders, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 oktober 2014.

Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant van de regiopolitie Eenheid Oost-Nederland, districtsrecherche Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal met OPS dossiernummer 2014049371, gesloten op 10 juli 2014 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.