Strafrecht overig
De rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, heeft aan drie mannen werkstraffen opgelegd. Verdachten hebben…
Rechtbank Gelderland, 14 juli 2016
ECLI:NL:RBGEL:2016:3908 · Rechtbank Gelderland · 14 juli 2016
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbgel-2016-3908
Zaakgegevens
Op 14 juli 2016 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 14 juli 2016
- Datum publicatie
- 15 juli 2016
- Zaaknummer
- 05-821338-13
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2016:3908
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, heeft aan drie mannen werkstraffen opgelegd.
Verdachten hebben deelgenomen aan openlijk gepleegd geweld in Apeldoorn in 2013. Het geweld vond plaats in het uitgaansgebied tussen twee groepen personen. Twee van deze verdachten zijn daarnaast ook nog veroordeeld voor een mishandeling van een van de mannen uit de andere groep, die apart op de tenlastelegging stond. In het café van één van de verdachten is een ruzie ontstaan, die uitgemond is in een vechtpartij voor dit café en met een achtervolging is verplaatst naar een ander deel van het centrum. De slachtoffers van de vechtpartij zijn geslagen en geschopt en hebben daar letsel aan over gehouden.
De rechtbank heeft rekening gehouden met het feit dat de zaak uit 2013 komt en dat de slachtoffers ook een aandeel hebben gehad in het geweld.
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer : [parketnummer]
Datum uitspraak : 14 juli 2016
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland
tegen
[voornaam] [verdachte 2]
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , wonende te [adres] .
Raadsvrouw: mr. A.P.M.A. Laeyendecker, advocaat te Oss.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 12 mei 2014 en 01 juli 2016.
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 02 juni 2013 te Apeldoorn met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, Griftstraat en/of Marktplein en/of Marktstraat en/of Deventerstraat, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of [naam 4] en/of [naam 5] en/of [naam 6] en/of [naam 7]
[naam 7] en/of [naam 8] en/of [naam 9] en/of [naam 10] , welk geweld bestond uit het (met kracht) (meermalen) slaan/stompen en/of (met kracht) (meermalen) trappen/schoppen tegen en/of dreigend opdringen in de richting van die [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of [naam 4] en/of [naam 5] en/of [naam 6] en/of [naam 7] en/of [naam 8] en/of [naam 9] en/of [naam 10] .
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Op grond van de bewijsmiddelen worden de volgende feiten en omstandigheden, die verder ook niet ter discussie staan, vastgesteld. Hierbij wordt zoveel mogelijk de chronologische volgorde aangehouden.
Op 1 juni 2013 voor middernacht is door een groep mannen van Poolse afkomst een bezoek gebracht aan café ' [naam 11] ’ te Apeldoorn aan de Marktstraat. Deze groep Poolse mannen bestaat uit de volgende personen: [naam 1] , [naam 2] , [naam 3] , [naam 4] , [naam 5] , [naam 6] , [naam 7] , [naam 12] , [naam 9] en [naam 10] . De eigenaar van het café, [naam 13] , zijn zoon/de DJ [naam 14] en de heer [initiaal 1] [verdachte 2] , zijn dan ook aanwezig.
De groep Poolse mannen gedraagt zich vervelend. Zij gooien bijvoorbeeld flessen op de grond en gebruiken drugs. In het café wordt op een gegeven moment een Pools lied gedraaid, dat aangeeft dat het tijd is het café te verlaten. De groep mannen vertrekt dan.
De groep mannen komt later weer terug als de muziek op zachter volume weer aan is gegaan en zij willen weer naar binnen. De personen die in het café zijn houden de deur dicht terwijl een aantal mannen tot twee keer toe binnen probeert te komen. Er worden over en weer glazen flessen en waxinelichtbolletjes gegooid en er wordt de ruit van de toegangsdeur vernield. Voor het café ontstaat een grote vechtpartij, waarbij een dikke Poolse man met een rood-witgestreept shirt op de grond valt.
De groep Poolse mannen rent even later weg, waarop de mannen in het café, waaronder [naam 13] en [naam 14] , achter de Poolse mannen aan rennen richting het Marktplein.
De groep Poolse mannen enerzijds en onder andere [naam 13] en [naam 14] anderzijds komen op elkaar af en er ontstaat wederom een gevecht.
Op 2 juni 2013 te 02:59 uur ontvangt de politie een melding, waarop zij kort daarna bij het café arriveert. De verbalisanten treffen daar vernielde ramen in de deuren aan de voorzijde van het café, kapot glas afkomstig van flessen, glazen en windlichten en sporen van bloed aan. Op de kruising bij de Deventerstraat en de Griftstraat treffen verbalisanten twee groepen personen aan. Mannen in de Poolse groep houden houten latten met daarin spijkers en schroeven in hun handen. In beide groepen zijn mensen gewond. Er is sprake van uitgeslagen tanden, snij- en schaafverwondingen en kneuzingen. Eén van de Poolse mannen is het ernstigst gewond. Verbalisanten treffen hem apart van de groep aan. Hij heeft (steek)wonden in zijn achterhoofd, in de nek, buik en rug en in het been.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde openlijke geweldpleging.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat door verdachte weliswaar een vorm van geweld is gebruikt door te slaan, maar dat daarmee geen sprake is van deelname aan openlijk gepleegd geweld. Van een nauwe en bewuste samenwerking of een getalsmatige versterking kan namelijk niet worden gesproken. Zodra de mogelijkheid bestond heeft verdachte zich gedistantieerd. Tevens kan niet worden vastgesteld dat verdachte de 'grijze man' betreft waarover in het dossier wordt gesproken. Verdachte dient dan ook van het ten laste gelegde feit te worden vrijgesproken.
Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank ziet zich in de eerste plaats voor de vraag gesteld of sprake is geweest van openlijke geweldpleging tegen personen.
Geweld is openlijk als het waarneembaar is voor publiek. Het wordt in vereniging gepleegd als de dader nauw en bewust samenwerkt met één of meer anderen en daarbij zelf een ‘significante of wezenlijke bijdrage’ aan de geweldpleging levert. Hij kan dit doen door zelf één of meer gewelddadige handelingen te verrichten, maar ook door het leveren van een vocale, intellectuele of andere bijdrage aan het (groeps)verband dat het geweld pleegt. Dit kan hij bijvoorbeeld doen door de andere daders aan te moedigen, door mee te doen aan de organisatie van de geweldpleging, door hulpmiddelen aan te reiken of door de daders af te schermen.
Met inachtneming hiervan overweegt de rechtbank als volgt. Op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden stelt de rechtbank vast dat op 2 juni 2013 op de openbare weg de Griftstraat, het Marktplein, de Marktstraat en de Deventerstraat te Apeldoorn geweld heeft plaatsgevonden, dat kan worden gekwalificeerd als openlijke geweldpleging. Het geweld en dreigend opdringen was gericht tegen de in de tenlastelegging genoemde personen.
Vervolgens dient de rechtbank de vraag te beantwoorden wat de rol van verdachte is geweest tijdens de openlijke geweldpleging.
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij naar buiten is gegaan omdat de Poolse jongens lastig waren. Hij heeft met zijn vuist geslagen op de plekken die voor hem te raken waren. Hij weet niet hoeveel klappen dit precies zijn geweest.
Medeverdachte [naam 3] heeft bij de politie verklaard dat hij zag dat de eigenaar de glazen deur opende en dat de DJ van het café bij hem was. De DJ kwam als eerst naar buiten, gevolgd door de eigenaar van de bar en daarna een grijsharige oude man. [naam 15] zag dat de DJ [naam 16] een klap gaf. [naam 15] hoorde later dat de DJ de zoon van de eigenaar was. [naam 16] werd met een vuist in zijn gezicht geslagen en viel door de klap op de grond. [naam 15] zag dat [naam 16] werd geslagen en geschopt door de DJ, de eigenaar van de bar en de grijsharige man.
De rechtbank leest dat met de grijsharige man verdachte wordt bedoeld. Dit leidt de rechtbank mede af van de omstandigheid dat verdachte heeft verklaard dat hij op dat moment ook buiten het café was.
Gelet op de verklaring van verdachte in samenhang met de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden en de verklaring van [naam 15] , is de rechtbank van oordeel dat verdachte een significante bijdrage heeft gehad in de ten laste gelegde openlijk geweldpleging. Verdachte is naar buiten gegaan en heeft een aantal keren geslagen. Aldus heeft verdachte in aanmerkelijke mate bijgedragen aan de sfeer van geweld en intimidatie jegens de Poolse mannen. Door deze bijdrage kunnen de vele andere deelnemers aan het openlijk geweld zich ook gesterkt hebben gevoeld in hun eigen aandeel. Daarnaast heeft verdachte de gewelddadige groep getalsmatig versterkt en heeft hij zich op geen enkel moment van het door de anderen uitgeoefende geweld gedistantieerd. De rechtbank acht dan ook overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde openlijke geweldpleging, op de wijze zoals hierna is vermeld.
3 Bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op of omstreeks 02 juni 2013 te Apeldoorn met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, Griftstraat en/of Marktplein en/of Marktstraat en/of Deventerstraat, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of [naam 5] en/of [naam 6] en/of [naam 7] en/of [naam 8]
[naam 8] en/of [naam 9] en/of [naam 10] , welk geweld bestond uit (met kracht) (meermalen) slaan/stompen en/of (met kracht) (meermalen) trappen/schoppen tegen en/of dreigend opdringen in de richting van die [naam 1] en/of [naam 2] en/of [naam 3] en/of [naam 5] en/of [naam 6] en/of [naam 7] en/of [naam 8] en/of [naam 9] en/of [naam 10] .
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.
4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
Ten aanzien van feit 1:
Het openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen
5 De strafbaarheid van het feit
Het feit is strafbaar.
6 De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7 Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot het verrichten van een werkstraf van 80 uren subsidiair 40 dagen hechtenis.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht om bij de strafmaat rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 18 mei 2016 en een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 28 april 2014.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van geweld in een groep in het uitgaansgebied van Apeldoorn. Bij een café is ruzie ontstaan die is uitgemond in een vechtpartij voor het café die zich uiteindelijk heeft verplaatst naar het Marktplein en de Deventerstraat. De slachtoffers van deze vechtpartij zijn geslagen en geschopt en hebben hier lichamelijk letsel aan overgehouden. Hiermee is een inbreuk gemaakt op hun lichamelijke integriteit. Op maatschappelijk niveau zorgt dergelijk uitgaansgeweld voor gevoelens van onrust en onveiligheid.
In het algemeen geldt als uitgangspunt dat openlijke geweldpleging wordt bestraft met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank neemt echter in positieve zin mee dat verdachte een relatief beperkte rol heeft gespeeld in het geheel van gedragingen. Verdachte heeft namelijk alleen een aandeel gehad in de openlijke geweldpleging die voor het café heeft plaatsgevonden. Ook hebben de slachtoffers zelf een behoorlijke rol gespeeld in het geheel van het geweld.
Daarnaast neemt de rechtbank mee dat uit het uittreksel uit het algemeen documentatieregister volgt dat verdachte niet recentelijk in aanraking met politie en justitie is gekomen. Ten slotte heeft de rechtbank, meer dan de officier van justitie, rekening gehouden met de omstandigheid dat de bewezenverklaarde openlijke geweldpleging ongeveer drie jaar geleden heeft plaatsgevonden.
De rechtbank acht gelet op het vorenstaande een lagere werkstraf dan door de officier van justitie is geëist, passend en geboden.
8 De toegepaste wettelijke bepalingen
De beslissing is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 27 en 141 van het Wetboek van Strafrecht.
9 De beslissing
De rechtbank:
? verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;
? verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
? verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;
? verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
? veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een werkstraf gedurende 30 (dertig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 15 (vijftien) dagen;
? beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de werkstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. [voorzitter] (voorzitter), mr. [rechter 1] en mr. [rechter 2] , rechters, in tegenwoordigheid van mr. [griffier 1] en mr. [griffier 2] , griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 14 juli 2016. |
||