Strafrecht overig

Een man van 31 wordt door de rechtbank vrijgesproken van betrokkenheid bij een brand in Winterswijk. Het…

Rechtbank Gelderland, 8 mei 2017

Zaakgegevens

Op 8 mei 2017 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Zittingsplaats
Zutphen
Datum uitspraak
8 mei 2017
Datum publicatie
8 mei 2017
Zaaknummer
05/740034-17
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2017:2521
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Een man van 31 wordt door de rechtbank vrijgesproken van betrokkenheid bij een brand in Winterswijk. Het verwijt was dat hij deze brand zou hebben gesticht op 17 januari 2016, maar daarvoor is naar het oordeel van de rechtbank geen bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer : 05/740034-17

Datum uitspraak : 8 mei 2017

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1985 te [geboorteplaats] .

Raadsman: mr. M.M. Dezfouli, advocaat te 's-Gravenhage.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 24 april 2017.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging ter zitting, ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 17 januari 2016 te Winterswijk, althans in Nederland, opzettelijk brand heeft gesticht in een kamer/woning aan de [adres] , immers heeft verdachte toen aldaar opzettelijk met een aansteker kleding, gehangen aan het bedframe of een deur, aangestoken, ten gevolge waarvan die kamer/woning geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die kamer/woning en/of naastgelegen kamer(s)/woning(en) en/of nabijgelegen kamer(s)/woning(en), in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor (een) (andere) bewoner(s) van voornoemde kamer(s)woning(en) aan de [adres] , in elk geval levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was.

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Aanleiding onderzoek

Op 17 januari 2017 heeft een brand gewoed in een pand van het [naam] (hierna: [naam] ) aan de [adres] in Winterswijk. Verdachte wordt ervan verdacht die brand te hebben gesticht.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit. Zij heeft een gevangenisstraf voor de duur van drie jaar, waarvan één jaar voorwaardelijk, geëist.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd dat er bij verdachte geen sprake is geweest van voorwaardelijk opzet. Hij heeft het risico op gevaar niet geaccepteerd. De psychiater is ook van mening dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is. Verdachte moet dan ook niet strafbaar worden geacht. De raadsman heeft verder gewezen op de gevolgen van een veroordeling voor de verblijfsvergunning van verdachte.

Beoordeling door de rechtbank

De rechtbank overweegt dat in de tenlastelegging als pleegdatum is vermeld ’17 januari 2016’. Uit het dossier zou wellicht kunnen volgen dat een brand heeft plaatsgevonden op 17 januari 2017. Naar het oordeel van de rechtbank voert het veel te ver om te oordelen dat een incident dat een jaar later dan de in de tenlastelegging vermelde datum zou hebben plaatsgevonden, nog valt onder ‘omstreeks’. De rechtbank vindt de pleegdatum dusdanig cruciaal dat zij ook geen aanleiding ziet de in de tenlastelegging opgenomen datum aan te merken als een kennelijke stelfout die door de rechtbank kan worden verbeterd.

Gelet op het bovenstaande wordt verdachte vrijgesproken.

3 Vordering van de benadeelde partij

Het [naam] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en een bedrag van

€ 28.780,70 gevorderd.

De rechtbank overweegt dat het [naam] vanwege de vrijspraak van verdachte niet-ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering.

4 De beslissing

De rechtbank:

? spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde feit;

? verklaart de benadeelde partij [naam] niet-ontvankelijk in de vordering.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.C. Henniphof (voorzitter), mr. C. Kleinrensink en

mr. R.M.A.G. van Valderen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C. Korevaar, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 mei 2017.

mr. Kleinrensink en mr. Van Valderen zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.