Strafrecht overig
De rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, heeft een 43-jarige man vrijgesproken van het medeplegen van…
Rechtbank Gelderland, 17 januari 2017
ECLI:NL:RBGEL:2017:300 · Rechtbank Gelderland · 17 januari 2017
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbgel-2017-300
Zaakgegevens
Op 17 januari 2017 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Zutphen
- Datum uitspraak
- 17 januari 2017
- Datum publicatie
- 18 januari 2017
- Zaaknummer
- 05/862682-13
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2017:300
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, heeft een 43-jarige man vrijgesproken van het medeplegen van uitkeringsfraude en van heling.
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer : 05/862682-13
Datum uitspraak : 17 januari 2017
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland
tegen
[verdachte]
geboren op [geboortedag] te [geboorteplaats] , wonende te [adres 1] ,
raadsman: mr. J. Michels, advocaat te Amersfoort.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen
van 18 juli 2016, 20 december 2016 en 10 januari 2017.
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1. hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 3 november 2014 in de gemeente Apeldoorn, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten de inlichtingenverplichting op grond van artikel 17 van de Wet werk en bijstand, opzettelijk heeft nagelaten tijdig de
benodigde gegevens te verstrekken, zulks terwijl dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl verdachte en/of zijn mededader wist/wisten, althans redelijkerwijze moest/moesten vermoeden dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming, te weten het recht van [naam] op een uitkering krachtens de Wet werk en bijstand, dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming, immers heeft hij verdachte en/of zijn mededader (telkens) aan de gemeente Apeldoorn niet opgegeven/gemeld: - alle inkomsten en/of vermogen (geld en/of auto's) en/of - bankrekeningen met nummers ING [bankrekeningnummer 1] (tnv [naam] ) en/of ING [bankrekeningnummer 2] (tnv [naam] en [verdachte] ) en/of - dat genoemde [naam] pasgemachtigde is van bankrekeningnummer ING [bankrekeningnummer 2] en/of - vakanties (Oostenrijk en/of Dominicaanse Republiek) - de samenwoning met genoemde [naam] en/of de feitelijke woonsituatie
althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:
subsidiair
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 3 november 2014, in de gemeente Apeldoorn, in elk geval in Nederland (telkens) opzettelijk gebruik heeft gemaakt van de woning [adres 2] , althans een woning en/of van de in die woning aanwezige voorzieningen, zoals gas en/of water en/of elektriciteit en/of eet- en/of drinkwaren heeft genuttigd, wetende dat die voorzieningen en/of die eet- en/of drinkwaren geheel of gedeeltelijk werd(en) betaald van een uitkering krachtens de Wet werk en bijstand, welke door [naam] - met wie verdachte op bovengenoemd adres samenwoonde - door valsheid in geschrifte of door oplichting of door verduistering, in elk geval door enig misdrijf was verkregen, hebbende verdachte aldus (telkens) opzettelijk uit de opbrengst van
enig door misdrijf verkregen goed voordeel getrokken;
2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het subsidiair ten laste gelegde. Daarbij heeft de officier van justitie opgemerkt dat verdachte een gezamenlijke huishouding voerde met zijn medeverdachte [naam] . Gelet op de financiële verstrengeling tussen hen, moet verdachte hebben geweten dat [naam] ten onrechte een (volledige) bijstandsuitkering had en had hij opzet op het voordeel trekken van uit misdrijf verkregen opbrengsten.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft voor algehele vrijspraak gepleit.
Beoordeling door de rechtbank
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet bewezen kan worden dat verdachte tezamen en in vereniging met medeverdachte [naam] heeft gehandeld in strijd met de op haar rustende inlichtingenverplichting.
Met de betrekking tot het subsidiair ten laste gelegde overweegt de rechtbank als volgt. In de strafzaak van medeverdachte [naam] heeft de rechtbank geoordeeld dat verdachte en [naam] in de ten laste gelegde periode een gezamenlijke huishouding hebben gevoerd. Daarmee kan er vanuit worden gegaan dat verdachte heeft genoten van in de woning van [naam] aanwezige voorzieningen.
Uit de bewijsmiddelen in het dossier kan echter niet volgen dat verdachte zonder meer wist dat [naam] handelde in strijd met de op haar rustende inlichtingen verplichting en daarmee ten onrechte een (volledige) bijstandsuitkering ontving.
Derhalve zal de rechtbank verdachte vrijspreken van het hem ten laste gelegde.
3 De beslissing
De rechtbank spreekt van verdachte vrij van het hem tenlastegelegde.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.B.J. Driessen (voorzitter), mr. D.S.M. Bak en mr. C.J.M. van Apeldoorn, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C. Aalders, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 januari 2017.