Strafrecht overig
Verzoekschrift schadevergoeding ex art. 591a Wetboek van Strafvordering. Onder “de zaak” moet worden…
Rechtbank Gelderland, 13 juni 2018
ECLI:NL:RBGEL:2018:2663 · Rechtbank Gelderland · 13 juni 2018
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbgel-2018-2663
Zaakgegevens
Op 13 juni 2018 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 13 juni 2018
- Datum publicatie
- 18 juni 2018
- Zaaknummer
- 05/004851-17 en 05/171718-17
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2018:2663
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verzoekschrift schadevergoeding ex art. 591a Wetboek van Strafvordering. Onder “de zaak” moet worden verstaan: al datgene waarop het rechtsgeding betrekking had. In deze zaak was verzoeker veroordeeld wegens een gevoegde zaak, zodat hij niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot schadevergoeding wordt verklaard.
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummers: 05/004851-17 en 05/171718-17
Rechtbanknummer : 18/2371
Beschikking van de meervoudige militaire raadkamer naar aanleiding van het op 19 maart 2018 ter griffie van deze rechtbank ingekomen verzoekschrift ex 591a van het Wetboek van Strafvordering, van:
naam: [verzoeker] , hierna: verzoeker,
geboren op : [geboortedatum]
adres : [adres]
,
woonplaats kiezende te Assen aan de Stationsstraat 29a, ten kantore van zijn advocaat mr. R.P. Eefting.
De behandeling in raadkamer
Het verzoekschrift is op 6 juni 2018 in openbare raadkamer behandeld.
Aldaar zijn gehoord de advocaat van verzoeker voornoemd en de officier van justitie mr. M. Haan.
Verzoeker is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
De standpunten
Het verzoekschrift strekt tot vergoeding van de kosten wegens rechtsbijstand ad € 2.976,27, alsmede de forfaitaire kosten voor het indienen en behandelen van het onderhavige verzoekschrift.
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van verzoeker nu de (gevoegde) strafzaak tegen verzoeker niet is geëindigd zonder oplegging van straf- en/of maatregel.
De advocaat heeft ter zitting, in reactie op het standpunt van de officier van justitie, het volgende aangevoerd.
De rechtbank Leeuwarden heeft op 2 oktober 2017 wel een vergoeding toegewezen wegens kosten rechtsbijstand in een gevoegde strafzaak die om die reden vergelijkbaar is met de onderhavige zaak. Gelet op deze omstandigheden persisteert de advocaat namens verzoeker bij het verzoek.
De ontvankelijkheid
Indien een zaak eindigt zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht, kan aan verzoeker een vergoeding worden toegekend voor schade bestaande in de kosten rechtsbijstand van een advocaat.
Onder “de zaak” moet volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad sedert in elk geval 1989 worden verstaan: al datgene waarop het rechtsgeding betrekking had.
De term “zaak” heeft, nu er sprake was van een onderzoek ter terechtzitting, dezelfde betekenis als in artikel 258 lid 1 Wetboek van Strafvordering, met dien verstande dat na de inleidende dagvaarding de grenzen nadien nader kunnen worden bepaald door wijziging en/of voeging onderscheidenlijk splitsing. Indien meer feiten op de dagvaarding staan, dan vormen die feiten “de zaak”, ook al bestaat tussen die feiten onderling geen verband. Wanneer verdachte voor één feit is veroordeeld, is verzoeker niet van de gehele tenlastelegging vrijgesproken en derhalve niet-ontvankelijk.
Uit het stempelvonnis d.d. 25 januari 2018 blijkt dat de feiten vermeld op de dagvaardingen met parketnummers 05/004851-17 en 05/171718-17 ter terechtzitting gevoegd zijn behandeld. De militaire politierechter heeft verzoeker voor het feit vermeld op de dagvaarding met parketnummer 05/171718-17 vrijgesproken, maar heeft verzoeker veroordeeld voor het feit vermeld op de dagvaarding met parketnummer 05/004851-17.
Nu sprake was een gevoegde behandeling ter terechtzitting, is “de zaak” zoals hiervoor overwogen, niet geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.
Dat de rechtbank Leeuwarden in de door de advocaat genoemde zaak kennelijk afwijkend van bestendige rechtspraak heeft beslist, maakt dit niet anders. Immers, de lijn van de Hoge Raad in dezen is duidelijk en bepalend.
De beslissing
De meervoudige militaire raadkamer:
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk.
Aldus gegeven door mr. P.C. Quak, voorzitter, en mr. J.B.J. Driessen, rechters, alsmede kolonel mr. H.C.M. Snellen, militair lid, in tegenwoordigheid van R. van Dijk, griffier,
en uitgesproken in openbare raadkamer van 13 juni 2018.