Strafrecht overig

Rechtbank Gelderland · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht overig

Rechtbank Gelderland, 13 februari 2019

Zaakgegevens

Op 13 februari 2019 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
13 februari 2019
Datum publicatie
18 februari 2019
Zaaknummer
05/740439-18 hvs
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2019:629
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Herstelvonnis

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer : 05/740439-18

Datum zitting : 30 januari 2019

Datum uitspraak : 13 februari 2019

Datum verbetering : 14 februari 2019

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland

tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1979 te [geboorteplaats] ( [land] ),

wonende te [adres] , [woonplaats]

thans gedetineerd te P.I. Arnhem - HvB Arnhem Zuid te Arnhem

raadsman: mr. A.H. Staring, advocaat te Arnhem.

1. Overwegingen

Op 13 februari 2019 heeft de rechtbank eindvonnis gewezen in de strafzaak tegen verdachte onder het genoemde parketnummer. De rechtbank heeft hierbij abusievelijk bij het dictum opgenomen dat de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis afgetrokken moet worden van de opgelegde werkstraf in plaats van de opgelegde gevangenisstraf. De juiste tekst van dit deel van het dictum dient dan ook als volgt te luiden:

2. De verbeterde beslissing ten aanzien van de aftrek van de inverzekeringstelling en de voorlopige hechtenis

De rechtbank:

? beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.

Dit herstelvonnis laat het oorspronkelijke vonnis, voor zover niet gewijzigd, volledig in stand en vormt een onverbrekelijk geheel met het oorspronkelijke vonnis en doet geen nieuwe termijn voor hoger beroep ingaan. De griffier zal dit herstelvonnis hechten aan het oorspronkelijke vonnis en aan partijen toezenden.

Dit herstelvonnis is gewezen door mr. L.C.P. Goossens (voorzitter), mr. K.A.M. van Hoof en mr. G.J.H. Boerhof, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M.P. van der Meulen, griffier, op
14 februari 2019.

mr. L.C.P. Goossens is buiten staat dit herstelvonnis mede te ondertekenen.