Strafrecht overig

De militaire kamer veroordeelt verdachte wegens het telen van hennep en diefstal van stroom tot een taakstraf…

Rechtbank Gelderland, 6 december 2021

Zaakgegevens

Op 6 december 2021 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
6 december 2021
Datum publicatie
22 juli 2026
Zaaknummer
05/064062-21 vonnis
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2021:8257
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De militaire kamer veroordeelt verdachte wegens het telen van hennep en diefstal van stroom tot een taakstraf van 140 uur met aftrek van voorarrest en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van 2 jaar.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/064062-21

Datum uitspraak : 6 december 2021

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige militaire kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1984 te [geboorteplaats] ,

wonende aan [adres] te [woonplaats] .

Raadsvrouw: mr. W. Koopmans, advocaat te Groningen.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 22 november 2021.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1
hij op of omstreeks 11 juni 2020 te [woonplaats] , gemeente Westerkwartier, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand gelegen aan [adres] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 200 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 12 september 2019 tot en met 11 juni 2020 te [woonplaats] , gemeente Westerkwartier, (een) hoeveelhe(i)d(en) elektriciteit, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan ENEXIS netbeheer, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen elektriciteit onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feiten 1 en 2.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft integrale vrijspraak bepleit, omdat er op 10 juni 2020 een machtiging tot binnentreden in de woning van verdachte is afgegeven, terwijl er op dat moment nog geen sprake was van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit.

Subsidiair heeft de raadsvrouw zich ten aanzien van de bewezenverklaring van feit 1 gerefereerd aan het oordeel van de militaire kamer. Ten aanzien van feit 2 heeft zij zich op het standpunt gesteld dat dit feit wettig en overtuigend kan worden bewezen, maar heeft zij betoogd dat het begin van de tenlastegelegde periode moet worden beperkt tot maart 2020.

Beoordeling door de militaire kamer

De machtiging tot binnentreden

Op 10 juni 2020 heeft de hulpofficier van justitie een machtiging afgegeven om zonder toestemming van de bewoner binnen te treden in de woning aan [adres] , [woonplaats] voor de inbeslagneming van hennepplanten, onder andere op grond van artikel 9, eerste lid onder b van de Opiumwet.

De politie heeft geverbaliseerd dat zij op 15 april 2020 een brief ontvingen van Enexis Netbeheer. Hierin liet Enexis Netbeheer weten dat er een afwijkend patroon in het stroomverbruik is gedetecteerd in het netstation aan de [adres] , [woonplaats] , bestaande uit een toename van het stroomverbruik tussen 00:30 en 12:30 uur. Dit patroon duidt op de mogelijke aanwezigheid van een hennepkwekerij. Tijdens de meting waren de adressen [adres] , [woonplaats] aangesloten op de betreffende kabel. Na berekeningen van Enexis Netbeheer is gebleken dat de [nummers] de meest waarschijnlijke locaties waren waar zich een hennepkwekerij zou kunnen bevinden.

Naar het oordeel van de militaire kamer bevat de brief van Enexis Netbeheer objectieve aanwijzingen voor het bestaan van een hennepkwekerij, te weten een afwijkend patroon in de vorm van een toename van het stroomverbruik op gezette tijden, door de verbalisanten aangeduid als een ‘12-uurspatroon’. Toen de machtiging werd afgegeven, was er op grond hiervan een voldoende redelijk vermoeden dat zich op het adres van verdachte, dan wel het adres van zijn buren een hennepkwekerij bevond. Dat deze metingen niet zijn toegevoegd aan het procesdossier doet daar niet aan af. De militaire kamer zal het verweer van de raadsvrouw dan ook verwerpen. De informatie die als gevolg van het binnentreden is verkregen, kan als bewijs worden gebruikt.

Feit 1

Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal ‘Aantreffen hennepkwekerij’, p. 8 en 11;

- de verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 22 november 2021.

Feit 2

1. Diefstal elektriciteit

Een medewerker van Enexis Netbeheer B.V. heeft verklaard dat uit onderzoek bleek dat er in de hoofdaansluitkast een illegale aansluiting na de hoofdbeveiliging was gemaakt. Er was een illegale elektriciteitskabel aangelegd die buiten de elektriciteitsmeter om liep naar de elektrische installatie in het pand en de aangesloten installatie van elektriciteit voorzag. Om deze aftakking te kunnen realiseren, moet de verzegelde deksel van de hoofdaansluitkast gedemonteerd zijn (geweest).

Verdachte heeft verklaard dat hij woont op [adres] te [woonplaats] . Hij heeft de aansluiting van de elektriciteit omgelegd, de zegel verbroken en een illegale aansluiting op de meterkast gemaakt. Op de illegale aansluiting had hij de kabel van de schuur aangesloten waar de hennepplantage zich bevond.

Op basis van voornoemde bewijsmiddelen acht de militaire kamer wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in zijn woning te [woonplaats] elektriciteit heeft gestolen van Enexis Netbeheer en die elektriciteit onder zijn bereik heeft gebracht door het verbreken van de zegel van de hoofdaansluiting.

2. De tenlastegelegde periode

De Dali-box van Enexis Netbeheer is op 12 september 2019 geplaatst. De meting liep van 12 september 2019 tot het moment van de instap. De instap vond plaats op 11 juni 2020. Gedurende deze gehele periode is een afwijkend patroon geconstateerd.

Verdachte heeft als verklaring voor dit afwijkende patroon aangegeven dat hij rond oktober 2019 elektrisch is gaan koken, dat hij in december 2019 of januari 2020 een hybride auto heeft aangeschaft en dat hij sinds juni 2019 een sauna heeft die twee tot drie keer per week wordt gebruikt.

De militaire kamer overweegt het volgende. De toename van het stroomverbruik ziet op de uren tussen 00:30 en 12:30, dus gedurende de nacht en de ochtend. De militaire kamer acht niet aannemelijk geworden dat de door verdachte genoemde apparaten zorgen voor het afwijkend patroon in het stroomverbruik, met name omdat dit niet verklaart waarom hierdoor juist ’s nachts en ’s ochtends meer stroom zou worden verbruikt.

De militaire kamer is gelet op het voorgaande van oordeel dat het afwijkende patroon in het stroomverbruik werd veroorzaakt door de illegale stroomaansluiting van de hennepkwekerij, welk patroon, gelet op de meting met de Dali-box, van 12 september 2019 tot en met 11 juni 2020 is gemeten.

De militaire kamer komt daarmee tot een bewezenverklaring van de gehele ten laste gelegde periode.

Conclusie

De militaire kamer acht beide feiten wettig en overtuigend bewezen.

3 De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de militaire kamer is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1
hij op of omstreeks 11 juni 2020 te [woonplaats] , gemeente Westerkwartier, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand gelegen aan [adres] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 200 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

2
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 12 september 2019 tot en met 11 juni 2020 te [woonplaats] , gemeente Westerkwartier, (een) hoeveelhe(i)d(en) elektriciteit, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan ENEXIS netbeheer, in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of dat/die weg te nemen elektriciteit onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod

feit 2:

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van verbreking

5. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 140 uur, subsidiair 70 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van twee jaar.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht om, indien de militaire kamer tot een veroordeling komt, een voorwaardelijke gevangenisstraf achterwege te laten en verdachte te veroordelen tot een taakstraf en eventueel een gevangenisstraf gelijk aan zijn voorarrest.

De beoordeling door de militaire kamer

De militaire kamer heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De militaire kamer heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

De ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het telen van hennep en diefstal van stroom met braak ten behoeve van deze kwekerij. Dit zijn ernstige strafbare feiten. Het is algemeen bekend dat verdovende middelen grote gezondheidsrisico’s met zich brengen en een ernstige bedreiging vormen voor de volksgezondheid. Bovendien gaat de productie van verdovende middelen vaak gepaard met ernstige nevencriminaliteit. Diefstal van elektriciteit leidt tot schade en overlast voor de netbeheerder. Elektriciteit wordt vaak, ook in dit geval, gestolen middels een illegale aansluiting die gevaar oplevert voor mensen en goederen.

Verdachte was ten tijde van onderhavige feiten werkzaam als algemeen militair verpleegkundige bij de Landmacht. Ondanks het salaris dat verdachte hiermee verdiende, aangevuld met zijn inkomsten als zzp’er, heeft verdachte besloten om een hennepkwekerij te starten om zo nóg meer inkomsten te genereren. Het wordt verdachte aangerekend dat hij geen acht heeft geslagen op de voorbeeldfunctie die hij als militair had, maar enkel oog had voor zijn eigen financiële gewin.

Uit het strafblad van verdachte van 27 oktober 2021 blijkt dat hij de afgelopen 5 jaar niet is veroordeeld wegens strafbare feiten. De militaire kamer houdt bij de strafoplegging rekening met het feit dat verdachte inmiddels is ontslagen bij Defensie en dat hij ook nog een aanzienlijk bedrag aan wederrechtelijk verkregen voordeel terug zal moeten betalen.

Conclusie

Gelet op de ernst van de feiten en de LOVS-oriëntatiepunten is de militaire kamer van oordeel dat een forse taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats zijn.

Verdachte had een vaste baan met een vast inkomen en verdiende daarnaast aanzienlijk bij met nevenactiviteiten, maar is desondanks overgegaan tot het opbouwen van een hennepkwekerij. De militaire kamer acht daarom, ondanks het verzoek van de raadsvrouw om hiervan af te zien, een voorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats, voor het geval verdachte in de toekomst opnieuw in korte tijd veel geld wil verdienen of nodig heeft.

Alles afwegend zal de militaire kamer aan verdachte een taakstraf van 140 uur, subsidiair 70 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van een maand met een proeftijd van twee jaren opleggen.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straffen is gegrond op de artikelen:

- 14 a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht;

- 3 en 11 van de Opiumwet.

9 De beslissing

De militaire kamer:

? verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

? verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

? verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

? verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

? veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een taakstraf van 140 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 70 dagen;

? beveelt dat voor de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;

? veroordeelt verdachte daarnaast tot een gevangenisstraf voor de duur van één maand;

? bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren schuldig heeft maakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door mr. Y. van Wezel (voorzitter), mr. Y.H.M. Marijs, rechter, en Kolonel mr. M. Hoedeman, militair lid, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Aalbers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 december 2021.

Mr. Van Wezel is buiten in staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de Koninklijke Marechaussee, brigade Drenthe IJsselstreek, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL27ND/20-003374, gesloten op 10 februari 2021 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Een schriftelijk stuk, te weten de aangifte door Enexis Netbeheer, p. 341 van het ontnemingsdossier. Verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 22 november 2021. Proces-verbaal van verhoor, p. 59. Proces-verbaal van bevindingen, p. 337 van het ontnemingsdossier. Proces-verbaal ‘binnentreden in woning’, p. 32. Proces-verbaal van bevindingen, p. 69 van het ontnemingsdossier.