Strafrecht overig

Militair vrijgesproken van het bezit van harddrugs

Rechtbank Gelderland, 4 juli 2022

Zaakgegevens

Op 4 juli 2022 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
4 juli 2022
Datum publicatie
15 juli 2022
Zaaknummer
05-161874-20
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2022:3600
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Militair vrijgesproken van het bezit van harddrugs

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/161874-20

Datum uitspraak : 4 juli 2022

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige militaire kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1990 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] .

Raadsvrouw: mr. F.F. Aarts, advocaat in Amsterdam.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 30 mei 2022 en 20 juni 2022.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 12 juli 2019 tot en met 14 oktober 2019 te Groningen en/of Leeuwarden en/of Darp, in elk geval in Nederland (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een of meerdere hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2 De standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte op 12 juli 2019 cocaïne aanwezig heeft gehad en heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete ter hoogte van 250 euro te vervangen door 5 dagen hechtenis. De officier van justitie heeft gesteld dat het versturen van een envelopje via Whatsapp door verdachte in combinatie met de verklaring van medeverdachte [medeverdachte] en het ‘Tikkie’ van 50 euro, voldoende is om te bewijzen dat verdachte op 12 juli 2019 cocaïne aanwezig heeft gehad.

De verdediging heeft voor vrijspraak gepleit.

3 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het onderzoek naar het handelen van verdachte maakt deel uit van een groter onderzoek naar drugsgebruik en het afleveren van drugs door tien militaire verdachten. Verdachte heeft stellig ontkend hier enige betrokkenheid bij te hebben gehad. De militaire kamer concludeert dat het dossier een Whatsappgesprek bevat tussen [medeverdachte] en verdachte, waarin verdachte een afbeelding van een envelop stuurt en [medeverdachte] vervolgens een Tikkie van 50 euro stuurt met als titel ‘Jw’. Ondanks dat [medeverdachte] verklaard heeft dat hij op dat moment cocaïne geregeld zou hebben voor verdachte, acht de militaire kamer dit onvoldoende om te kunnen stellen dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte deze drugs ook daadwerkelijk in zijn bezit heeft gehad. Anders dan bij de medeverdachten, bevat dit dossier geen overige bewijsmiddelen zoals getuigenverklaringen waarin het drugsgebruik of -bezit van verdachte naar voren komt. Gelet hierop zal de militaire kamer verdachte vrijspreken van het tenlastegelegde feit.

4 De beslissing

De militaire kamer spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde.

Dit vonnis is gewezen door mr. Y.H.M. Marijs (voorzitter) en mr. Y. van Wezel, rechters en Kolonel mr. C.E.W. van de Sande, militair lid, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Taekema, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 juli 2022.