Strafrecht overig
vrijspraak wegens verduistering in dienstbetrekking
Rechtbank Gelderland, 17 februari 2023
ECLI:NL:RBGEL:2023:763 · Rechtbank Gelderland · 17 februari 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbgel-2023-763
Zaakgegevens
Op 17 februari 2023 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 17 februari 2023
- Datum publicatie
- 17 februari 2023
- Zaaknummer
- 05.189603.22
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2023:763
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
vrijspraak wegens verduistering in dienstbetrekking
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/189603-22
Datum uitspraak : 17 februari 2023
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1974 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] , [woonplaats] .
Raadsvrouw: mr. C.T.B.J. Besjes, advocaat in Heumen.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting
van 3 februari 2023.
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
zij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 januari 2022 tot en
met 11 april 2022 te Geldermalsen, in de gemeente West Betuwe,
tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,
(telkens) opzettelijk een grote hoeveelheid sigaretten, in elk geval enig goed,
dat geheel of ten dele toebehoorde aan [winkel] B.V., in elk geval aan een ander
of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), en welk goed verdachte
en/of haar mededader(s),
uit hoofde van haar/hun persoonlijke dienstbetrekking, te weten als werknemer
(orderpikker) van [winkel] B.V. in elk geval anders dan door misdrijf, onder zich hadden, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend.
2 De standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden, met dien verstande dat slechts twee momenten in de ten laste gelegde periode bewezen kunnen worden (te weten de nacht van 8-9 april 2022 en 11 april 2022), en heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren, te vervangen door 60 dagen hechtenis, met aftrek van het voorarrest.
De verdediging heeft vrijspraak bepleit.
3 Overwegingen ten aanzien van het bewijs
De rechtbank is van oordeel dat er, zoals ook is bepleit door de officier van justitie en de raadsvrouw, onvoldoende bewijs voorhanden is voor verduistering van sigaretten door verdachte in de periode van 1 januari 2022 tot 8 april 2022.
De officier van justitie heeft gesteld dat daarentegen voldoende bewijs voorhanden is voor verduistering in de nacht van 8 en 9 april 2022 en op 11 april 2022. De rechtbank overweegt hieromtrent als volgt.
De rechtbank overweegt dat zich in het dossier beschrijvingen van camerabeelden bevinden van deze - verdachte - momenten. Beschreven wordt dat er op deze beelden allerhande handelingen te zien zouden zijn, maar niet dat verdachte goederen (sigaretten) meeneemt. Voorts overweegt de rechtbank dat op 11 april 2022 bij verdachte, anders dan bij haar medeverdachten, geen sigaretten zijn aangetroffen. Tot slot heeft verdachte stellig ontkend dat zij sigaretten heeft weggenomen. Gelet op het voorgaande kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde. Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken.
4 De beslissing
De rechtbank spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Breimer (voorzitter), mr. F.J.H. Hovens en mr. J.A.P. Bakker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.L.M. van Schaik, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 februari 2023. |
||