Strafrecht overig
De man werd ervan verdacht ontucht te hebben gepleegd met een destijds 15-jarig meisje. De man ging langs bij…
Rechtbank Gelderland, 7 maart 2024
ECLI:NL:RBGEL:2024:1626 · Rechtbank Gelderland · 7 maart 2024
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbgel-2024-1626
Zaakgegevens
Op 7 maart 2024 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Zutphen
- Datum uitspraak
- 7 maart 2024
- Datum publicatie
- 22 maart 2024
- Zaaknummer
- 081692
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2024:1626
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De man werd ervan verdacht ontucht te hebben gepleegd met een destijds 15-jarig meisje. De man ging langs bij een vriend van hem, de partner van het meisje. Tijdens het spelen van het spel Doen, durf of de waarheid zou de vriend zijn weggevallen en zou – zo zegt het meisje – de man haar hebben betast. De man ontkent.
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05.081692.23
Datum uitspraak : 7 maart 2024
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2000 in [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] in [woonplaats] .
Raadsman: mr. R.A. Schenk, advocaat in Harderwijk.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting.
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 7 juni 2022 te [woonplaats] , althans in Nederland, met [slachtoffer] , geboren op 3 november 2006 die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten
- het maken van heen en weergaande bewegingen en/of het droogneuken en/of het rijden tegen de (met kleding bedekte) vagina en/of schaamstreek, althans tegen het lichaam van die [slachtoffer] en/of
- het (met zijn, verdachtes, vinger(s)/hand) betasten van de schaamstreek van die [slachtoffer] en/of
- het brengen van één of meer van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [slachtoffer] ;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 7 juni 2022 te [woonplaats] , althans in Nederland, met [slachtoffer] , geboren op 3 november 2006 die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten
- het maken van heen en weergaande bewegingen en/of het droogneuken en/of het rijden tegen de (met kleding bedekte) vagina en/of schaamstreek, althans tegen het lichaam van die [slachtoffer] en/of
- het (met zijn, verdachtes, vinger(s)/hand) betasten van de schaamstreek van die [slachtoffer] .
2 De standpunten
De officier van justitie en de verdediging hebben zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde.
3 Overwegingen ten aanzien van het bewijs
De rechtbank kan op basis van het dossier de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangeefster, getuige Vosselman en verdachte niet beoordelen, omdat het politieonderzoek onvolledig is geweest. Daarom kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte bij aangeefster ontuchtige handelingen heeft gepleegd. De rechtbank spreekt verdachte dan ook integraal vrij van het ten laste gelegde.
4 De beoordeling van de civiele vordering
De benadeelde partij [slachtoffer] heeft in verband met het feit een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 5.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Overweging van de rechtbank
Nu de rechtbank niet tot een bewezenverklaring komt, zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.
5 De beslissing
De rechtbank:
? spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde;
? verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. T.C. Henniphof (voorzitter), mr. Y.M.J.I. Baauw en mr. T.M.A. Arts, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.J. Schoen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 maart 2024. |
||