Strafrecht overig

De rechtbank spreekt een 69-jarige man uit Utrecht vrij voor openlijk geweld.

Rechtbank Gelderland, 11 januari 2024

Zaakgegevens

Op 11 januari 2024 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
11 januari 2024
Datum publicatie
16 januari 2024
Zaaknummer
05-720000-21
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2024:183
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De rechtbank spreekt een 69-jarige man uit Utrecht vrij voor openlijk geweld.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer: 05/720000-21

Datum uitspraak : 11 januari 2024

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1954 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] in ( [postcode] ) [woonplaats] ,

Raadsman: mr. E.J.M.J. Damen, advocaat in Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 9 december 2019 te Apeldoorn, openlijk, te weten op of aan de Sikkel, in elk geval op of aan de openbare weg en/of op een voor het publiek toegankelijke plaats, in vereniging (te weten met [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] ) geweld heeft gepleegd tegen een of meerdere personen, te weten [slachtoffer 1]

en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , door

- die [slachtoffer 2] te duwen en/of - pepperspray, althans een met pepperspray vergelijkbare stof, in de ogen, althans het gezicht, van die [slachtoffer 2] te spuiten en/of

- een of meerdere keren een pistool/revolver, althans een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 2] te richten en/of

- met een pistool/revolver/afgezaagd jachtgeweer, althans een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, achter die [slachtoffer 2] aan te rennen en/of

- achter die [slachtoffer 1] aan te rennen en/of die [slachtoffer 1] naar/op de grond te duwen/trekken en/of

- met een bezemsteel/stok, althans een hard en/of zwaar voorwerp, achter die [slachtoffer 1] aan te rennen en/of

- een afgezaagd jachtgeweer, althans een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op/tegen de buik en/of heup, althans het lichaam van die [slachtoffer 3] te zetten/drukken en/of

- zich niet te onttrekken aan de situatie en/of (daardoor) bij te dragen aan een gewelddadige en/of dreigende sfeer.

2 De standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden en heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 60 uur met aftrek van het voorarrest.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit.

3 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Uit het dossier blijkt dat op 9 december 2019 op De Sikkel in Apeldoorn openlijk geweld heeft plaatsgevonden, waarbij onder andere een vuurwapen op [slachtoffer 2] is gericht, een vuurwapen tegen het lichaam van [slachtoffer 3] is gedrukt en [slachtoffer 1] achterna is gerend door iemand met een stok in zijn handen.

De rechtbank overweegt dat het dossier onvoldoende bewijs bevat dat verdachte een wezenlijke of significante bijdrage heeft geleverd aan dit openlijk geweld. Voor zover al bewezen kan worden dat verdachte op dat moment op De Sikkel aanwezig was, is dat onvoldoende om te kunnen komen tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde nu de enkele omstandigheid dat verdachte de groep mogelijk getalsmatig versterkte niet zonder meer geldt als een voldoende significante of wezenlijk bijdrage. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het tenlastegelegde feit.

4 De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 1.014,99 aan materiële schade en € 10.000,- aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Overweging van de rechtbank

Nu de rechtbank niet tot een bewezenverklaring komt, zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk worden verklaard in de vordering.

5 De beslissing

De rechtbank:

? spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde;

? verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk in de vordering;

? compenseert de kosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.C. Henniphof (voorzitter), mr. I. Linssen en mr. A.M.P.T. Blokhuis, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.L. Tuitert, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 11 januari 2024.

Mr. Linssen is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.