Strafrecht overig

Niet-ontvankelijk verklaring van het Openbaar Ministerie in verband met het overlijden van verdachte na het…

Rechtbank Gelderland, 22 april 2025

Zaakgegevens

Op 22 april 2025 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
22 april 2025
Datum publicatie
16 december 2025
Zaaknummer
303664
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2025:11033
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Niet-ontvankelijk verklaring van het Openbaar Ministerie in verband met het overlijden van verdachte na het onderzoek ter terechtzitting.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer: 05.303664.24

Datum uitspraak : 22 april 2025

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1945 in [geboorteplaats] .

Raadsman: mr. G. Roest, advocaat in Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 23 september 2024 te Arnhem
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
[slachtoffer 1]
opzettelijk en
met voorbedachten rade
van het leven te beroven,
- voornoemde [slachtoffer 1] meerdere malen, althans eenmaal, met een hamer, althans een zwaar voorwerp, op/tegen de slaap en/of het hoofd, althans het (boven)lichaam, heeft geslagen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 23 september 2024 te Arnhem
aan zijn echtgenote, [slachtoffer 1] ,
opzettelijk
zwaar lichamelijk letsel, te weten een of meerdere hoofdwond(en), heeft toegebracht door
- voornoemde [slachtoffer 1] meerdere malen, althans eenmaal, met een hamer, althans een zwaar voorwerp, op/tegen de slaap en/of het hoofd, althans het (boven)lichaam, te slaan;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 23 september 2024 te Arnhem
ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om
aan zijn echtgenote, [slachtoffer 1] ,
opzettelijk
zwaar lichamelijk letsel toe te brengen
- voornoemde [slachtoffer 1] meerdere malen, althans eenmaal, met een hamer, althans een zwaar voorwerp, op/tegen de slaap en/of het hoofd, althans het (boven)lichaam, heeft geslagen,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij in of omstreeks de periode van 22 september 2024 tot en met 23 september 2024 te Arnhem, althans in Nederland,
ter voorbereiding van het misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of meer is gesteld, te weten moord (zoals bedoeld in artikel 289 Wetboek van Strafrecht),
op [slachtoffer 2]
opzettelijk
voorwerpen, stoffen, informatiedragers, ruimten en/of vervoermiddelen, te weten
- een hamer, althans een zwaar voorwerp, bestemd tot het begaan van dat misdrijf, heeft verworven, vervaardigd, ingevoerd, doorgevoerd, uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad;

2 Procesverloop

Op 25 maart 2025 is de zaak inhoudelijk behandeld. Het onderzoek ter terechtzitting is toen gesloten met mededeling dat op 8 april 2025 uitspraak zal worden gedaan. Op 8 april 2025 is het onderzoek ter terechtzitting echter heropend vanwege het ontvangen van het bericht van het overlijden van verdachte. Het onderzoek is vervolgens op 8 april 2025 opnieuw gesloten.

De ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie

Blijkens een uittreksel uit een overlijdensakte is verdachte op 30 maart 2025 overleden.

Ingevolge artikel 69 van het Wetboek van Strafrecht is door het overlijden van verdachte het recht tot strafvordering vervallen, zodat het Openbaar Ministerie niet langer kan worden ontvangen in de vervolging van verdachte.

3 De benadeelde partijen

De benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] hebben in verband met feit 1 beiden een vordering tot schadevergoeding ingediend.

Nu het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vervolging, dienen de benadeelde partijen niet-ontvankelijk te worden verklaard in hun vorderingen.

4 De beslissing

De rechtbank:

? verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de strafvervolging;

? verklaart de benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] niet-ontvankelijk in de vorderingen tot schadevergoeding.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.S.W. Lucassen (voorzitter), mr. E.H.T. Rademaker en

mr. W.H.S. Duinkerke, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.J.A. Dams, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 april 2025.