Strafrecht overig

Verlenging tbs maatregel met twee jaar, die noodzakelijk is wegens de veiligheid van anderen en de algemene…

Rechtbank Gelderland, 30 mei 2025

Zaakgegevens

Op 30 mei 2025 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
30 mei 2025
Datum publicatie
13 januari 2026
Zaaknummer
066256-22
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2025:11629
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verlenging tbs maatregel met twee jaar, die noodzakelijk is wegens de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05-066256-22

Datum uitspraak: 30 mei 2025

Beslissing van de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[betrokkene], (hierna: betrokkene)

geboren op [geboortedatum] 1998 te [geboorteplaats],

verblijvende in het Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) [kliniek] te [plaats].

Raadsman: mr. J.G. Roethof, advocaat te Arnhem.

Procedure

Betrokkene is op 19 april 2023 bij vonnis van de rechtbank Gelderland ontslagen van alle rechtsvervolging. De rechtbank heeft in dat vonnis gelast dat verdachte ter beschikking wordt gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege. Deze maatregel is ingegaan op 4 mei 2023.

Bij vordering van 1 april 2025, ingekomen op diezelfde datum, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd voor de duur van twee jaren.

De rechtbank heeft verder kennis genomen van de volgende processtukken:

  • het adviesrapport van de kliniek van 4 maart 2025, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege met twee jaren te verlengen;

  • een afschrift van de wettelijke aantekeningen;

Ter zitting van 16 mei 2025 zijn gehoord:

  • betrokkene;

  • zijn raadsman mr. J.G. Roethof;

  • de deskundige N.A. van Gerwen, hoofdbehandelaar;

  • de officier van justitie, mr. J. van Onna.

De standpunten

De officier van justitie heeft ter zitting de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar gehandhaafd, nu aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan. Zij heeft aangevoerd dat de behandeling van betrokkene nog niet is gestart en dat hij op het moment nog medicatie gebruikt waarvan de dosering nog niet goed is afgestemd. De huidige diagnoses van betrokkene zijn gebaseerd op weinig gegevens en betreffen slechts werkhypothesen. Betrokkene lijkt niet mee te willen werken aan de behandeling in afwachting van zijn procedure om te repatriëren naar Portugal. Dit is echter nog niet concreet. Het recidiverisico op geweldsfeiten is nog steeds hoog. In de komende twee jaar moeten er stappen richting een behandeling van betrokkene worden gezet.

De raadsman van betrokkene heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De raadsman heeft aangevoerd dat de eerste stap moet zijn dat de medicatie van betrokkene goed wordt ingesteld. Betrokkene geeft zelf aan dat hij behandeling nodig heeft, maar dat dit beter zal gaan in zijn eigen land waar hij de taal en cultuur goed kent.

De beoordeling

Indexdelict

De terbeschikkingstelling is opgelegd vanwege poging tot doodslag.

Dat betekent dat de maatregel is opgelegd in verband met een misdrijf dat gericht was tegen of gevaar veroorzaakte voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De maatregel is dus niet gemaximeerd.

Stoornis

Uit het rapport van de kliniek blijkt dat betrokkene lijdt aan een ongespecificeerde schizofreniespectrumstoornis of een andere psychotische stoornis en een stoornis in cannabisgebruik (ernstig, niet in remissie). Daarnaast zijn een persoonlijkheidsstoornis en/of PTSS ook niet uitgesloten.

De stoornissen zijn nog altijd aanwezig.

Verloop van de maatregel

Betrokkene is op 15 augustus 2024 geplaatst op de klinische behandelafdeling. De eerste drie maanden van de opname stonden in het teken van observatie en kennismaking. Vanaf de start van de opname vertoont betrokkene dagelijks (seksueel) grensoverschrijdend gedrag naar personeel en medepatiënten, waarop hij zich moeilijk laat aanspreken. Op 6 januari 2025 vond vervolgens de eerste behandelbespreking plaats. Betrokkene was hierbij niet aanwezig. Betrokkene werkt niet mee aan zijn behandeling, omdat hij in de veronderstelling verkeert dat het ministerie hem binnen afzienbare tijd repatrieert naar Portugal. Er is verder tot op heden sprake van fors softdrugsgebruik wat, gezien de psychotische kwetsbaarheid van betrokkene, als zeer problematisch wordt gezien.

Na stabilisatie hoopt het behandelteam motiverende gesprekken te kunnen voeren met betrokkene met als doel samenwerking en het starten van de behandeling. Naast het feit dat betrokkene in afwachting is van repatriëring naar een kliniek in Portugal, werkt hij niet mee aan zijn behandeling en is het niet mogelijk een prognose te geven ten aanzien van zijn resocialisatie. Wel is duidelijk dat langdurige (forensische) GGZ-hulpverlening noodzakelijk is.

Recidivegevaar

De huidige positieve symptomatologie in combinatie met zijn overige problematiek brengt mee dat betrokkene structureel wantrouwend is naar zijn omgeving en zich angstig en snel benadeeld voelt. De ingezette farmacotherapie met een antipsychoticum heeft tot op heden onvoldoende resultaat waardoor betrokkenes beangstigende wanen en mogelijk ook hallucinaties niet alleen lijdensdruk veroorzaken maar ook een verhoogd risico geven op geweld. Dit gegeven, naast het dagelijkse softdrugsgebruik wat het klinisch beeld doet verergeren, betekent dat de risico’s op geweld nog steeds aanwezig zijn. Dit alles wordt overdekt met dagelijkse grensoverschrijdende gedragingen naar zowel personeel als medepatiënten toe, waar betrokkene zich niet of nauwelijks op laat aanspreken en zich disrespectvol blijft gedragen. Er is geen sprake van ziektebesef of -inzicht en betrokkene is van mening dat hem niets mankeert.

De risicohanteringsitems die het risico aangeven op recidive bij het wegvallen van het huidige kader, laten een hoog risico zien. Bij directe beëindiging van de maatregel zal betrokkene geen (farmacologische) behandeling ontvangen of organiseren voor zijn psychotische kwetsbaarheid waarmee op korte termijn een zeer risicovolle en gevaarlijke situatie (analoog aan het indexdelict) kan ontstaan.

Hieruit blijkt dat de kans op herhaling bij onmiddellijke beëindiging van de terbeschikkingstelling onverminderd groot is.

Conclusie

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel eist. De rechtbank zal de terbeschikkingstelling daarom, overeenkomstig de vordering en de adviezen, met twee jaren verlengen.

De beslissing

De rechtbank:

- verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [betrokkene] met twee jaren.

Deze beslissing is gegeven door mr. M.E. Snijders, als voorzitter, mr. F.J.H. Hovens en mr. J.F. van Halderen, als rechters in tegenwoordigheid van mr. E.W.A. Nabbe, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 30 mei 2025.

De griffier is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.