Strafrecht overig
Bewezenverklaring van mishandeling van ambtenaren in functie door achteruit met een camper op het…
Rechtbank Gelderland, 20 juni 2025
ECLI:NL:RBGEL:2025:12052 · Rechtbank Gelderland · 20 juni 2025
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbgel-2025-12052
Zaakgegevens
Op 20 juni 2025 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 20 juni 2025
- Datum publicatie
- 26 juni 2026
- Zaaknummer
- 05/122962-23 en 05/009492-23 (gev. ttz)
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2025:12052
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Bewezenverklaring van mishandeling van ambtenaren in functie door achteruit met een camper op het dienstvoertuig in te rijden. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 150 uren. Toewijzing van de vorderingen BP.
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/122962-23 en 05/009492-23 (gev. ttz)
Datum uitspraak : 20 juni 2025
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1990 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres] in [woonplaats] .
Raadsvrouw: mr. A. van den Berg, advocaat in Arnhem.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is onder parketnummer 05/122962-23, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
1.
hij op of omstreeks 17 januari 2023 te Zevenaar ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [aangever 1] en/of [aangever 2] (beiden werkzaam als politieagent bij politie eenheid Oost-Nederland) opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen :
- meerdere malen, in elk geval eenmaal, met een camper, in elk geval een motorvoertuig, (op hoge snelheid) achteruit heeft ingereden op het dienstvoertuig van die [aangever 1] en/of [aangever 2] , terwijl die [aangever 1] en/of [aangever 2] zich voorin dat dienstvoertuig bevonden en/of
- meerdere malen, in elk geval eenmaal, met een camper, in elk geval een motorvoertuig, (op hoge snelheid) achteruit tegen het dienstvoertuig van die [aangever 1] en/of [aangever 2] aan is gereden, terwijl die [aangever 1] en/of [aangever 2] zich in dat dienstvoertuig bevonden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 17 januari 2023 te Zevenaar, één of meerdere ambtena(a)r(en), [aangever 1] en/of [aangever 2] beiden werkzaam als politieagent bij politie eenheid Oost-Nederland, gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn en/of haar bediening heeft mishandeld door:
- meerdere malen, in elk geval eenmaal, met een camper, in elk geval een motorvoertuig, (op hoge snelheid) achteruit in te rijden op het dienstvoertuig van die [aangever 1] en/of [aangever 2] , terwijl die [aangever 1] en/of [aangever 2] zich voorin dat dienstvoertuig bevonden en/of
- meerdere malen, in elk geval eenmaal, met een camper, in elk geval een motorvoertuig, (op hoge snelheid) achteruit tegen het dienstvoertuig van die [aangever 1] en/of [aangever 2] aan te rijden, terwijl die [aangever 1] en/of [aangever 2] zich in dat dienstvoertuig bevonden;
2.
hij op of omstreeks 17 januari 2023 te Zevenaar, een camper, in elk geval een motorvoertuig, althans een goed heeft verworven, voorhanden heeft gehad, en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij in de periode van 11 januari 2023 tot en met 13 januari 2023 te Apeldoorn, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen een camper (zilvergrijs) voorzien van het originele kenteken [kenteken] , in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan [naam] , in elk geval aan een ander dan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) dat weg te nemen goed (camper) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking, inklimming en/of een valse sleutel.
Aan verdachte is onder parketnummer 05/009492-23 ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 9 januari 2023 te Arnhem, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, vijf, althans meerdere flessen shampoo en/of een zalf (gezamenlijk ter waarde van ongeveer 27 euro), in elk geval enig(e) (winkel)goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan Albert Heijn XL Kronenburg, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
De feiten
Ten aanzien van feit 1 ten laste gelegd onder parketnummer 05/122962-23 wordt op grond van de bewijsmiddelen het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.
Verbalisanten [aangever 2] en [aangever 1] reden op 17 januari 2023 in hun dienstvoertuig in Zevenaar. Ze gaven een stopteken aan een Fiat bus, campermodel, met vals handelaarskenteken [vals kenteken] . De bestuurder van de camper negeerde het stopteken en reed rechtdoor over de rotonde. Op een rechte weg, net na de rotonde, stopte de bestuurder van de camper op ongeveer 10 meter voor hen, de achteruitrijlichten gingen aan, er werd gas gegeven en de camper ramde met de achterkant tegen de voorkant van het dienstvoertuig. Vervolgens reed de camper weer naar voren. De camper was ongeveer 40 meter voor hen toen de bestuurder ervan weer stil ging staan. De achteruitrijlichten van de camper gingen weer aan en deze reed opnieuw achteruit tegen het dienstvoertuig aan. [aangever 1] voelde kort na het incident een bonkend en kloppend gevoel achter op haar hoofd. Een aantal uren later voelde haar lichaam stijf en had ze hoofdpijn. [aangever 2] had na het incident last van zijn nek en vaak hoofdpijn, van de huisarts heeft hij zware pijnstillers gekregen tegen de pijn.
De camper is hierna door de bestuurder geparkeerd, maar vervolgens is niemand in de camper aangetroffen. Verdachte is kort na het incident in de directe omgeving van de geparkeerde camper aangetroffen. In de directe omgeving van de geparkeerde camper zijn geen andere personen aangetroffen.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle ten laste gelegde feiten onder beide parketnummers. Ten aanzien van feit 1 onder parketnummer 05/122962-23 heeft zij aangevoerd dat het feit gekwalificeerd dient te worden als een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel (het primair tenlastegelegde).
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit voor het feit ten laste gelegd onder parketnummer 05/009492-23 nu medeplegen niet kan worden bewezen. Ten aanzien van feit 1 primair en subsidiair en feit 2 ten laste gelegd onder parketnummer 05/122962-23 moet vrijspraak volgen nu niet kan worden bewezen dat verdachte de bestuurder is geweest van de camper. Indien de rechtbank tot het oordeel komt dat verdachte wel de bestuurder van de camper is geweest, stelt de raadsvrouw dat ten aanzien van het primair tenlastegelegde onder feit 1 geen sprake is geweest van opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, ook niet in voorwaardelijke zin. Ten aanzien van feit 1 subsidiair onder dit parketnummer zal de verdediging zich refereren aan het oordeel van de rechtbank voor zover de rechtbank tot de conclusie mocht komen dat verdachte de bestuurder van de camper is geweest.
Beoordeling door de rechtbank
Feit 1 onder parketnummer 05/122962-23
De rechtbank moet allereerst beoordelen of verdachte de bestuurder van de camper was ten tijde van de inrijdingen op de dienstauto.
Op 17 januari 2023 om 18.52 uur kregen verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] een noodoproep, omdat hun collega’s waren geramd door het voertuig dat ze staande wilden houden. De verbalisanten zijn daarop direct ter plaatse gegaan. Omstreeks 19.00 uur zagen zij een man lopen, in de richting van de carwash op het industrieterrein Voltastraat. Ze riepen de man aan, maar de man bleef stoïcijns doorlopen. De verbalisanten hadden het idee dat de man de verdachte was die zij zochten, omdat hij niet reageerde op hun aanroepen, hij bleef doorlopen en omdat hij een onlogische route liep. De man, verdachte, is door de verbalisanten aangehouden.
Bij het dactyloscopisch sporenonderzoek werden aan de binnenzijde, de kleefzijde, van twee stukken duct tape, waarmee het bordje ‘occasion’ aan de achterkant van de camper was vastgeplakt, dactysporen aangetroffen. Uit onderzoek volgt dat het dactyspoor afkomstig is van de linker wijsvinger van verdachte.
Aangever [aangever 2] heeft verklaard dat bij het passeren van de camper de bestuurder van de camper in hun richting keek. Door het licht van de lantaarnpalen kon hij een silhouet van de bestuurder zien. Hij zag dat de bestuurder een man was met zijn haren achterover gekamd. Hij zag niemand op de passagiersstoel zitten.
Verdachte droeg zijn haar achterover gekamd ten tijde van zijn aanhouding.
De rechtbank leidt uit voorgaande bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd, af dat verdachte de bestuurder van de camper is geweest ten tijde van de inrijding op het politievoertuig. Verdachte kan via de vingerafdruk op de duct tape direct worden gelinkt aan de camper nu de sporen aan de plakkant van de tape zitten en hij daarom die tape op de camper moet hebben geplakt. Hij is korte tijd, enkele minuten, na het incident in de buurt van de parkeerplaats van de camper aangehouden terwijl in de directe omgeving van de geparkeerde camper geen andere personen zijn aangetroffen. Voorafgaand aan zijn aanhouding negeerde hij duidelijke aanroepen van de politie. Bovendien past het uiterlijk van verdachte bij aanhouding in het signalement dat door aangever [aangever 2] is gegeven. De rechtbank stelt ten slotte vast dat verdachte geen enkele verklaring heeft gegeven over waarom hij zich die avond op het industrieterrein bevond in een plaats waar hij niet woont, terwijl dat onder omstandigheden als deze zonder meer voor de hand zou liggen.
Vervolgens dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of het handelen van verdachte gekwalificeerd kan worden als een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel (primair) of als een mishandeling (subsidiair).
Op basis van het dossier kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden vastgesteld dat verdachte vol opzet had om aan [aangever 2] en [aangever 1] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen nu verdachte steeds heeft gezwegen. De rechtbank dient daarom de vraag te beantwoorden of sprake is van voorwaardelijk opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg is aanwezig indien verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat dat gevolg zal intreden. De beantwoording van de vraag of een gedraging de aanmerkelijke kans op een bepaald gevolg in het leven roept, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Daarbij komt betekenis toe aan de aard van de gedraging en de omstandigheden waaronder deze is verricht. Het zal in alle gevallen moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten.
De rechtbank stelt op grond van de bewijsmiddelen vast dat verdachte achteruitrijdend met een camper meerdere malen met de achterkant op de voorkant van het dienstvoertuig van [aangever 2] en [aangever 1] is ingereden. De rechtbank is van oordeel dat op grond van het strafdossier niet kan worden vastgesteld dat in dit geval zonder meer sprake is geweest van een aanmerkelijke kans op het veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel bij de verbalisanten. Weliswaar is verdachte met de camper tegen de politieauto aangereden, maar de rechtbank kan uit het dossier niet afleiden dat dit met een zodanige snelheid is gegaan dat [aangever 2] en [aangever 1] hierdoor zwaar lichamelijk letsel zouden kunnen oplopen. Hierover is te weinig bekend geworden uit het onderzoek. Uit het dossier blijkt bijvoorbeeld niet of de airbags van de politieauto zijn geactiveerd of hoe de kreukelzone had gewerkt. Uit de foto’s van de politieauto na de aanrijding in het dossier is door de rechtbank niet evident af te leiden hoe groot de impact is geweest van het inrijden.
De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het primair tenlastegelegde.
Wel vindt de rechtbank op grond van de bewijsmiddelen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan mishandeling van [aangever 2] en [aangever 1] , door met de camper twee keer op het dienstvoertuig, terwijl [aangever 2] en [aangever 1] zich voorin dat voertuig bevonden, in te rijden. De verbalisanten hebben blijkens hun aangifte door het incident pijn en letsel opgelopen.
De rechtbank acht het subsidiair tenlastegelegde onder feit 1 dan ook wettig en overtuigend bewezen.
Feit 2 onder parketnummer 05/122962-23 (heling / diefstal camper)
In het dossier bevindt zich een aangifte van [naam] waaruit blijkt dat de camper, met het originele kenteken [kenteken] , tussen 11 en 13 januari 2023 is weggenomen. Naar het oordeel van de rechtbank is het weliswaar vreemd dat verdachte enkele dagen na de diefstal de camper, met daarop een valse handelaarskentekenplaat, voorhanden heeft gehad. Echter bevindt zich in het dossier geen informatie waaruit blijkt hoe verdachte aan de camper is gekomen en of hij de wetenschap had of had moeten hebben dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is dat verdachte betrokkenheid heeft gehad bij de heling dan wel de diefstal van de camper. Om die reden zal verdachte van feit 2 worden vrijgesproken.
Het feit onder parketnummer 05/009492-23
Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij zich op 9 januari 2023 in Arnhem schuldig heeft gemaakt aan een winkeldiefstal in vereniging. De medeverdachte heeft verklaard dat zij de goederen heeft weggenomen en dat verdachte hier niets vanaf wist. In een proces-verbaal van bevindingen is een uitwerking van de camerabeelden opgenomen. Op grond van deze uitwerking kan de rechtbank niet vaststellen op welk moment de goederen zijn weggenomen en welke rol verdachte op dat moment had. Het proces-verbaal gaat uit van de aanname dat overleg tussen beiden heeft plaatsgehad, maar hiervoor ontbreekt het bewijs. De rechtbank kan niet vaststellen dat tussen verdachte en de medeverdachte sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking bij de winkeldiefstal.
De rechtbank zal verdachte daarom van dit feit vrijspreken.
3 De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 subsidiair tenlastegelegde onder parketnummer 05/122962-23 heeft begaan, te weten dat:
05/122962-23
1. subsidiair
hij op of omstreeks 17 januari 2023 te Zevenaar, één of meerdere ambtena(a)r(en), [aangever 1] en/of [aangever 2] beiden werkzaam als politieagent bij politie eenheid Oost-Nederland, gedurende en/of terzake van de rechtmatige uitoefening van zijn en/of haar bediening heeft mishandeld door:
- meerdere malen, in elk geval eenmaal, met een camper, in elk geval een motorvoertuig, (op hoge snelheid) achteruit in te rijden op het dienstvoertuig van die [aangever 1] en/of [aangever 2] , terwijl die [aangever 1] en/of [aangever 2] zich voorin dat dienstvoertuig bevonden en/of
- meerdere malen, in elk geval eenmaal, met een camper, in elk geval een motorvoertuig, (op hoge snelheid) achteruit tegen het dienstvoertuig van die [aangever 1] en/of [aangever 2] aan te rijden, terwijl die [aangever 1] en/of [aangever 2] zich in dat dienstvoertuig bevonden.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
05/122962-23
feit 1 subsidiair:
mishandeling, terwijl het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd
5 De strafbaarheid van het feit
Het feit is strafbaar.
6 De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 63 dagen, waarvan 60 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht en met een proeftijd van 2 jaar. Daarnaast heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte een taakstraf van 180 uur, te vervangen door 90 dagen hechtenis en een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden, met een proeftijd van 2 jaar, opgelegd krijgt.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft gepleit voor enkel een taakstraf. De raadsvrouw heeft verder gevraagd om rekening te houden met het feit dat verdachte, vanwege de bestuursrechtelijke procedure, al tweeënhalf jaar geen beschikking heeft over zijn rijbewijs. Zij heeft daarom gevraagd om aan verdachte geen ontzegging van de rijbevoegdheid op te leggen.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling van twee politieambtenaren in functie door twee keer met een camper achteruit in te rijden op het dienstvoertuig waarin zij zich bevonden. Verdachte heeft de camper tegen de agenten, die hun werk uitvoerden, gebruikt als een wapen. Dit neemt de rechtbank hem kwalijk. Uit het dossier is gebleken dat de agenten tijdens het incident doodsangsten hebben uitgestaan. Het slachtoffer [aangever 2] heeft ter terechtzitting een schriftelijke slachtofferverklaring laten voorlezen waaruit blijkt dat hij twee jaar na het incident nog steeds last heeft van zijn nek, nauwelijks slaapt en vaak naar de fysiotherapeut moet.
Nu de rechtbank tot een andere bewezenverklaring komt dan de officier van justitie zal zij niet overgaan tot het opleggen van een gevangenisstraf. De rechtbank acht een taakstraf van 150 uren passend. Indien deze taakstraf niet of niet naar behoren wordt uitgevoerd wordt deze vervangen door een hechtenis voor de duur van 75 dagen. De tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht zal in mindering worden gebracht op de opgelegde straf.
De officier van justitie heeft daarnaast gevraagd om aan verdachte een ontzegging van de rijbevoegdheid op te leggen. In artikel 179a van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) zijn de misdrijven in het Wetboek van Strafrecht (Sr) benoemd waarbij het bij een veroordeling van één van die misdrijven mogelijk is om aan de veroordeelde een ontzegging van de rijbevoegdheid op te leggen. Nu de rechtbank enkel de mishandeling van de politieambtenaren in de zin van artikel 304 van het Wetboek van Strafrecht bewezen heeft verklaard, is het niet mogelijk om aan verdachte een ontzegging van de rijbevoegdheid op te leggen aangezien dit misdrijf niet in artikel 179a WVW 1994 is opgenomen. Dat neemt niet weg dat het bij een feit als dit een passende straf zou zijn geweest.
8 De beoordeling van de civiele vorderingen
Benadeelde partij Politie Eenheid Oost-Nederland
De benadeelde partij Politie Eenheid Oost-Nederland heeft in verband met feit 1 onder parketnummer 05/122962-23 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 3.560,88 aan materiële schade (vanwege de reparatie van het dienstvoertuig), vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij moet worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat (in geval van een veroordeling) de vordering kan worden toegewezen, maar zonder de BTW, omdat deze aftrekbaar is.
Overweging van de rechtbank
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden.
De rechtbank overweegt dat de schadepost niet inhoudelijk is betwist.
De schadepost is (verder) voldoende onderbouwd en komt redelijk voor.
Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.
Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering tot een hoogte van € 3.560,88 kan worden toegewezen. Voor de gestelde verrekening van de BTW ziet de rechtbank geen grond.
Verdachte is vanaf 17 januari 2023 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.
Benadeelde partij [naam]
De benadeelde partij Politie Eenheid Oost-Nederland heeft in verband met de feiten onder parketnummer 05/122962-23 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert een totaal bedrag van € 5.365,87 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard omdat de behandeling van de vordering een onevenredige belasting voor het strafproces is.
De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Subsidiair heeft zij zich op het standpunt gesteld dat enkel het eigen risico van € 125,- kan worden toegewezen.
Overweging van de rechtbank
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden.
De rechtbank overweegt dat de schadepost eigen risico van € 125,- niet inhoudelijk is betwist.
De schadepost is (verder) voldoende onderbouwd en komt redelijk voor.
Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.
Verder heeft de benadeelde partij het verschil tussen de dagwaarde van de camper op 10 oktober 2022 en de prijs waarvoor de camper uiteindelijk is ingeruild op 5 april 2023, gevorderd. Dit gaat om een bedrag van € 5.000,-. De rechtbank vindt dit deel van de vordering onvoldoende onderbouwd en zal dit deel daarom niet-ontvankelijk verklaren.
De overige schadeposten hebben naar het oordeel van de rechtbank geen rechtstreeks verband met het bewezen verklaarde feit (mishandeling). Ook deze schadeposten worden daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering tot een hoogte van € 125,- kan worden toegewezen.
Verdachte is vanaf 17 januari 2023 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.
9 De beoordeling van het beslag
De Nokia telefoon en de kleding van verdachte zijn in beslag genomen. De officier van justitie heeft ter terechtzitting aangegeven dat het Openbaar Ministerie de goederen terug wilde geven aan verdachte, maar dat hij deze niet wilde hebben. Dit is door de raadsvrouw van verdachte bevestigd. De rechtbank begrijpt hieruit dat verdachte afstand heeft gedaan van de goederen. De rechtbank zal daarom geen beslissing nemen op het beslag.
10 De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 9, 22c, 22d, 36f, 57, 300, 304 van het Wetboek van Strafrecht.
11 De beslissing
De rechtbank:
? spreekt verdachte vrij van het onder feit 1 primair ten laste gelegde en van feit 2 onder parketnummer 05/122962-23 en het feit ten laste gelegd onder parketnummer 05/009492-23;
? verklaart bewezen dat verdachte het overige ten laste gelegde feit, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
? verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
? verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
? verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
? legt op een taakstraf van 150 uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 75 dagen;
? beveelt dat voor de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;
Beslissingen op de vorderingen van de benadeelde partijen
-
veroordeelt verdachte in verband met feit 1 subsidiair onder parketnummer 05/122962-23 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij Politie Eenheid Oost-Nederland van € 3.560,88 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 januari 2023 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
-
veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
-
legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij politie, een bedrag te betalen van € 3.560,88 aan materiële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 januari 2023 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 45 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
-
bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
-
veroordeelt verdachte in verband met feit 1 subsidiair onder parketnummer 05/122962-23 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [naam] van € 125,- aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 januari 2023 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
-
veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
? verklaart de benadeelde partij [naam] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade;
-
legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [naam] , een bedrag te betalen van € 125,- aan materiële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 januari 2023 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald.) Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 2 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
-
bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. A. van Veldhuizen (voorzitter), mr. M.E. Snijders en mr. J.M. Breimer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J. Hut, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 juni 2025. |
||
|
De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. |
||