Strafrecht overig

De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met twee jaar.

Rechtbank Gelderland, 28 juli 2025

Zaakgegevens

Op 28 juli 2025 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Zittingsplaats
Zutphen
Datum uitspraak
28 juli 2025
Datum publicatie
30 juni 2026
Zaaknummer
05/800024-15
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2025:12054
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met twee jaar.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer: 05/800024-15

Datum uitspraak: 28 juli 2025

Beslissing van de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[betrokkene] (hierna: betrokkene),

geboren op [geboortedag] 1980 te [geboorteplaats] ,

thans verblijvende in FPC [instelling] , [adres] in [verblijfplaats] .

Raadsvrouw: mr. W.C. Alberts, advocaat te ‘s-Gravenhage.

Procedure

Betrokkene is op 22 februari 2017 bij arrest van het Gerechtshof Arnhem veroordeeld tot (onder meer) een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden en terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging met voorwaarden. Deze maatregel is ingegaan op 22 februari 2017 en het laatst verlengd bij beslissing van de rechtbank van 23 september 2022.

Bij arrest van het gerechtshof Arnhem van 7 november 2019 is de terbeschikkingstelling

met voorwaarden omgezet in een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege.

Thans wordt betrokkene van overheidswege verpleegd.

Bij vordering van 17 februari 2025, ingekomen op diezelfde datum, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd voor de duur van twee jaren.

De rechtbank heeft verder kennis genomen van de volgende processtukken:

  • het adviesrapport van de kliniek van 23 januari 2025, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen met twee jaren;

  • een afschrift van de wettelijke aantekeningen/de voortgangsverslagen;

  • het advies van psychiater I. Maksimovic, van 5 juni 2025, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen met één jaar;

  • het advies van psycholoog P.E. Geurkink, van 3 juli 2025, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen met één jaar.

Ter zitting van 14 juli 2025 zijn gehoord:

  • betrokkene;

  • zijn raadsvrouw mr. W.C. Alberts;

  • de deskundige B. Wemekamp, GZ-psycholoog en regiebehandelaar;

  • de officier van justitie, mr. T. de Munnik.

De standpunten

De officier van justitie heeft ter zitting de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar gehandhaafd, nu aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan. Hij heeft aangevoerd dat bij verlenging van de tbs-maatregel met één jaar over een half jaar een nieuwe vordering moet worden ingediend. De officier van justitie acht het niet opportuun en realistisch om de maatregel nu met één jaar te verlengen, omdat betrokkene dan onvoldoende de kans krijgt om te laten zien welke stappen hij heeft gezet.

De raadsvrouw van betrokkene heeft aangevoerd dat het van belang is om betrokkene te laten voelen dat hij gezien wordt en heeft gepleit voor een beperking van de verlenging tot één jaar.

De beoordeling

Indexdelict

De terbeschikkingstelling is opgelegd vanwege poging tot zware mishandeling, de voortgezette handeling van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, mishandeling – begaan tegen zijn vriendin – meermalen gepleegd en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd.

Dat betekent dat de maatregel is opgelegd in verband met een misdrijf dat gericht was tegen of gevaar veroorzaakte voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

De maatregel is dus niet gemaximeerd.

Stoornis

Uit de rapporten van de deskundigen blijkt dat betrokkene lijdt aan een antisociale en narcistische persoonlijkheidsstoornis en psychopathie. Daarnaast is sprake van stoornissen in het gebruik van alcohol (ernstig) en cocaïne (matig), beiden in remissie in een gereguleerde omgeving.

Hieruit blijkt dat de stoornissen nog altijd aanwezig zijn.

Verloop van de maatregel

Betrokkene verblijft sinds 18 september 2023 in de huidige kliniek in het kader van een tweede behandelpoging. Hij heeft van 3 tot 8 november 2023 in afzondering verbleven naar aanleiding van dreigende uitspraken en houding. In herstelgesprekken erkende betrokkene dat hij grof is in zijn taalgebruik, maar dat hij dit niet zo heeft bedoeld. Hij toonde zich redelijk in de samenwerking, hield zich aan afspraken en zijn urinecontroles waren negatief. Op momenten liet betrokkene een meer kwetsbare kant zien en toonde hij zich gemotiveerd voor de samenwerking.

Op 11 januari 2024 werd betrokkene overgeplaatst naar de doorstroomafdeling [afdeling 1] . Ook hier werd zijn stemmingsbeeld als wisselend ervaren en deed hij regelmatig felle en grove uitspraken en dreigementen. Betrokkene werd teruggeplaatst naar de [afdeling 2] en werd van 12 tot 16 februari 2024 in afzondering verpleegd, met als doel om uit te zoeken waarom het traject meerdere malen is vastgelopen, van welke interventies hij zou kunnen profiteren en om toe te werken naar gedrag dat passend is bij een doorstroomafdeling. Hier werd een verharde kant gezien, waarbij hij dreigende uitspraken doet, en een meer gezonde kant die op momenten in samenwerking is. De communicatie verliep niet altijd goed, hetgeen zorgde voor onduidelijkheid, uitstellen en onvrede bij betrokkene. In februari 2024 werd betrokkene op eigen verzoek ingesteld op olanzapine en sinds april 2024 op clozapine. Sinds de medicamenteuze instelling is (verbale) impulsieve agressie verminderd en is betrokkene milder in zijn uitspraken. Frustraties rondom zijn behandeling blijven aanwezig. Vanuit de sociotheraple wordt gezien dat betrokkene autonomie, vertrouwen en erkenning nodig heeft om verder te komen in de behandeling. Er is gestart met schematherapie, beeldende therapie en een incidentenanalyse.

Op 7 oktober 2024 is betrokkene overgeplaatst naar de [afdeling 3] , een afdeling gericht op persoonlijkheidsproblematiek. Hier verblijft hij tot op heden. Het toestandsbeeld van betrokkene is gestabiliseerd. Een dreigende of imponerende houding met felle uitspraken is niet meer aan de orde. Hij volgt zijn dagprogramma naar behoren, werkt bij de metaalafdeling en houdt zich aan afspraken en regels. Hij motiveert medepatiënten door zelf het goede voorbeeld te geven met betrekking tot corveetaken en sporten en hij is vrijwel altijd vrolijk en opgewekt aanwezig. In november 2024 is betrokkene samen met zijn vriendin gestart met systeemtherapie. Hij ontvangt inmiddels zijn vriendin op zijn kamer, zonder begeleiding of toezicht.

Door zowel de psycholoog als psychiater wordt geadviseerd om de maatregel met een jaar te verlengen. Het ligt niet in de verwachting dat betrokkene over een jaar toe zal zijn aan een voorwaardelijke beëindiging van het bevel tot verpleging, maar beide deskundigen opteren voor een vinger aan de pols om te kijken hoe betrokkene omgaat met meer vrijheden – mede gelet op het moeizame verloop van de maatregel tot nu toe.

Door de deskundige is tijdens de zitting toegelicht dat inmiddels begeleid verlof is aangevraagd. Elke verlofstap duurt gemiddeld een jaar, met een evaluatie na 9 maanden. De kliniek ziet een positieve lijn en betrokkene zet zich in. Er wordt voortvarend gehandeld als het gaat om verlofaanvragen. Voor duurzame gedragsverandering is het bieden van perspectief belangrijk, maar het is ook van belang om te kijken naar de onderliggende problematiek. Het is belangrijk om te weten waar de onzekerheid en kwetsing vandaan komt waardoor betrokkene zo opvlamt. Deze dynamiek verdient nog behandeling. Daaraan kan niet voorbij gegaan worden om te komen tot een duurzame gedragsverandering.

Recidivegevaar

Indien de maatregel op dit moment (voorwaardelijk) wordt beëindigd, wordt het risico als hoog ingeschat. Betrokkene heeft nog onvoldoende zicht en grip op oplopende spanningen en hij reageert bij een tegenslag of krenking met dreiging of agressie. Hij is sterk gericht op zijn eigen behoeftes. Doordat hij nog onvoldoende is toegerust met probleeminzicht en copingvaardigheden, is het de verwachting dat hij zijn toevlucht zoekt in middelen en in een intieme relatie vervalt in agressieve acting-out, omdat zijn frustratie tolerantie nog ontoereikend is.

Hieruit blijkt dat de kans op herhaling bij onmiddellijke beëindiging van de terbeschikkingstelling onverminderd groot is.

Conclusie

Uit de deskundigenadviezen volgt dat de stoornissen van betrokkene nog altijd aanwezig zijn en dat het recidiverisico bij beëindiging van de tbs-maatregel wordt ingeschat als hoog. De rechtbank is van oordeel dat de veiligheid van anderen, de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel eist.

De rechtbank ziet dat betrokkene in de afgelopen twee jaar goede stappen vooruit heeft gezet, dat hij zich binnen de behandeling aan het ontwikkelen is en dat hij zelf om medicatie heeft gevraagd, hetgeen lijkt te helpen. Dat zijn allemaal positieve ontwikkelingen. Een verlenging van de tbs-maatregel met een jaar betekent in de praktijk dat over een half jaar al een nieuwe rapportage opgemaakt zal worden over de vraag of de tbs moet worden verlengd. De aanvraag voor begeleid verlof is pas net gedaan. Het is dan ook niet de verwachting dat als de tbs-maatregel met een jaar wordt verlengd, er tijdens een volgende verlengingszitting al zicht is op een voorwaardelijke beëindiging van de tbs-maatregel. De rechtbank vindt dat betrokkene de gelegenheid en tijd moet krijgen om te laten zien welke ontwikkelingen hij de komende tijd gaat doormaken voordat er opnieuw een advies wordt uitgebracht over de vraag of de tbs moet worden verlengd. Daarnaast ziet de rechtbank weliswaar dat het tbs-traject tot nu toe soms moeizaam is verlopen en dat dat niet altijd te maken had met het gedrag van betrokkene. Echter twijfelt de rechtbank er niet aan dat de huidige kliniek voortvarend volgende verlofstappen zal aanvragen indien dat passend wordt geacht. De rechtbank ziet daarom op dit moment geen reden om een vinger aan de pols te houden. De rechtbank zal de terbeschikkingstelling daarom, overeenkomstig de vordering en het advies van de kliniek, met twee jaren verlengen.

De beslissing

De rechtbank:

- verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [betrokkene] met twee jaren.

Deze beslissing is gegeven door mr. A.T.G. van Wandelen, als voorzitter, mr. Y.M.J.I. Baauw en mr. J.M.J.M. Doon, als rechters in tegenwoordigheid van mr. J. Hut, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 juli 2025.