Strafrecht overig
Rechtbank Gelderland · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht overig
Rechtbank Gelderland, 10 februari 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:1558 · Rechtbank Gelderland · 10 februari 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbgel-2026-1558
Zaakgegevens
Op 10 februari 2026 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Zutphen
- Datum uitspraak
- 10 februari 2026
- Datum publicatie
- 2 maart 2026
- Zaaknummers
- 05/045540-25, 05/047424-20 (tul)
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2026:1558
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Dagvaarding nietig
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05.045540.25; 05.047424-20 (tul)
Datum uitspraak : 10 februari 2026
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1997 in [geboorteplaats] , zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats.
raadsman: mr. R.M. Noorlander, advocaat in Zutphen.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.
1 De geldigheid van de dagvaarding
Uit de overgelegde akte van uitreiking blijkt dat de dagvaarding niet op de bij de wet voorgeschreven wijze is uitgereikt. Er is wel een zogenaamde OM-betekening, maar daaruit volgt dat geen afschrift is gestuurd naar het laatst opgegeven adres van verdachte.
De rechtbank zal daarom de dagvaarding nietig verklaren.
2 De beslissing
De rechtbank verklaart de dagvaarding nietig.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.L.A. van der Veeken (voorzitter), mr. J.S.W. Lucassen en mr. W.H.S. Duinkerke, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.I. Tuk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 februari 2026.