Strafrecht overig

Jeugdstrafrecht. Jeugddetentie van 60 dagen waarvan 18 dagen voorwaardelijk en een werkstraf van 60 uur voor…

Rechtbank Gelderland, 17 maart 2026

Zaakgegevens

Op 17 maart 2026 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Zittingsplaats
Zutphen
Datum uitspraak
17 maart 2026
Datum publicatie
17 maart 2026
Zaaknummer
05-228580-25
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:2122
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Jeugdstrafrecht. Jeugddetentie van 60 dagen waarvan 18 dagen voorwaardelijk en een werkstraf van 60 uur voor het medeplegen van diefstal met geweld. Vrijspraak voor winkeldiefstal in vereniging.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummers: 05/228580-25 en 05/029720-26

Datum uitspraak : 17 maart 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 2010 in [geboorteplaats] (Syrië),

wonende aan [adres] .

Raadsman: mr. J.G. Roethof, advocaat in Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een achter gesloten deuren gehouden terechtzitting.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

parketnummer 05/228580-25

hij op of omstreeks 29 mei 2025 te Apeldoorn tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een portemonnee, een fietssleutel, een zonnebril en/of een vape, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangever] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- achter die [aangever] aan te rennen,
- die [aangever] te omsingelen,
- met een mes, althans een voorwerp, in de richting van die [aangever] te wijzen, en/of
- naar en/of in zijn jas en/of broekzak, althans zijn kleding te grijpen;

parketnummer 05/029720-26

hij op of omstreeks 28 januari 2026 te Nijmegen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer winkelgoederen, ter waarde van (in totaal) ongeveer €34,44, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Albert Heijn, in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

2 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

parketnummer 05/228580-25

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van diefstal met geweld.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Er heeft weliswaar een confrontatie op het station plaatsgevonden, maar er is onvoldoende bewijs voor diefstal, laat staan diefstal met geweld. De weggenomen spullen zijn niet aangetroffen. Mocht de rechtbank van oordeel zijn dat de diefstal heeft plaatsgevonden dan zijn er onvoldoende aanknopingspunten voor een nauwe en bewuste samenwerking.

Beoordeling door de rechtbank

Aangever [aangever] heeft in zijn aangifte verklaard dat hij met zijn vrienden in de trein naar Apeldoorn Osseveld zat. Twee jongens ( [verdachte] en [medeverdachte 1]) hebben toen “silence!” naar aangever en zijn vrienden geschreeuwd. Toen aangever en zijn vrienden om 21.53 uur op station Apeldoorn Osseveld uitstapten, stapten de twee jongens ook uit de trein en gingen naast hen lopen. Toen er (nog) twee andere jongens op aangever en zijn vrienden af kwamen lopen vertrouwden aangever en zijn vrienden de situatie niet meer. Zij hebben zich opgesplitst en zijn weggerend. Toen aangever nog alleen over was, zag hij vier jongens zijn kant op rennen. De jongens (uit de trein) renden achter hem en de twee andere jongens renden op hem af. Op een gegeven moment stond aangever met zijn rug tegen de muur en stonden de vier jongens in een halve kring om hem heen. Hij zag dat één van de jongens een mes in zijn hand had, waarmee hij richting aangever wees, voor zijn buik. Vervolgens liepen de vier jongens op aangever af en grepen naar zijn jas en broekzak. Aangever voelde dat er spullen uit zijn broekzak werden gehaald. De vier jongens zijn vervolgens weggerend. Aangever is ook weggerend en heeft meteen 112 gebeld. De portemonnee, fietssleutel en zonnebril van aangever zijn gestolen.

Op 29 mei 2025 om 21:58 uur heeft de politie een melding gekregen van een beroving door vier jongens op het station Apeldoorn Osseveld.

[verdachte] heeft verklaard dat hij met [medeverdachte 1] in de trein zat. Hij heeft aan een groep jongens gevraagd of ze zachter wilden doen. [verdachte] en [medeverdachte 1] hebben [medeverdachte 2] gebeld en gezegd dat ze ruzie hadden met een groep jongens. Bij het uitstappen heeft [verdachte] de jongens uit de trein aangesproken. Eén van de jongens uit de trein is alleen overgebleven. [verdachte] was met [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] op station Osseveld. [verdachte] en zijn vrienden hebben de (overgebleven) jongen achtervolgd en omsingeld. [medeverdachte 1] had een vape bij zich en heeft die als een soort mes vastgehouden. [medeverdachte 3] en [verdachte] hebben de jongen gefouilleerd. Ze hebben in zijn zakken gekeken. Volgens [verdachte] is er niets gestolen.

De verklaring van [verdachte] sluit op essentiële onderdelen aan bij de verklaring van aangever. Beiden hebben verklaard over het incident in de trein en het alleen achterblijven, het achtervolgen, omsingelen en fouilleren van aangever. Verdachte is door aangever herkend en was - ook naar eigen zeggen - bij het incident betrokken.

Diefstal

De rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan de verklaring van aangever dat zijn spullen zijn weggenomen. Dat de spullen in het opsporingsonderzoek niet zijn teruggevonden maakt dat niet anders. Aangever heeft direct na het voorval aangifte gedaan van beroving. Nu de medeverdachten onderling wisselend - én voor zichzelf ontlastend - over ieders aandeel bij het incident op het station verklaren, hecht de rechtbank voor zover er wordt verklaard dat geen spullen zijn afgenomen, aan deze verklaringen op dat onderdeel geen waarde. Verdachte heeft ter terechtzitting zijn eigen aandeel bij het incident afgezwakt, in die zin dat hij niet degene is geweest die aangever heeft gefouilleerd en dat er van omsingelen geen sprake is geweest. Hij wilde aangever alleen aanspreken op zijn gedrag in de trein. Dat het grijpen naar de zakken van aangever slechts als doel had om te kijken of aangever geen mes bij zich droeg, zoals verdachte heeft verklaard, vindt de rechtbank - gelet op de conflictzoekende houding van de verdachten - niet geloofwaardig. Uit de verklaring van aangever volgt niet dat er een vape is gestolen. Ten aanzien van dit punt komt de rechtbank dan ook tot een vrijspraak

(Bedreiging met) geweld

Aangever heeft verklaard dat een van de jongens met een mes op buikhoogte in zijn richting heeft gewezen. [verdachte] heeft verklaard dat van een mes geen sprake is geweest, maar dat zowel aangever als [medeverdachte 1] ‘een vape als een soort mes trokken’.

De rechtbank stelt vast dat in het dossier onvoldoende ondersteunend bewijs voor de aanwezigheid van een mes is te vinden. Het mes is na afloop van het conflict door de politie niet aangetroffen. De mogelijkheid bestaat dat aangever een vape heeft aangezien voor een mes. De rechtbank stelt vast dat met een voorwerp in de richting van aangever is gedreigd (als ware het een mes).

Nu de verdachten naar de jas en de broekzakken van aangever hebben gegrepen en zijn broekzakken hebben leeggehaald is er sprake van fysiek contact tegen de wil van aangever. Daarmee is er sprake van (licht) geweld.

Medeplegen

Toen [verdachte] en [medeverdachte 1] in de trein waren hebben zij [medeverdachte 2] gebeld. [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] zijn direct naar het station gekomen en hebben getalsmatig versterking geboden aan [verdachte] en [medeverdachte 1] . Op het station hebben ze met z’n vieren aangever in het nauw gedreven en beroofd. Daarmee is sprake van een nauwe en bewuste samenwerking. De rol van verdachte bestaat uit het vragen om versterking, het achterna rennen van aangever, hem omsingelen en hem fouilleren. Daarmee heeft hij een wezenlijke en significante bijdrage aan de diefstal met geweld geleverd.

De rechtbank concludeert dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit.

parketnummer 05/029720-26

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan winkeldiefstal in vereniging.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Er is sprake van een vergissing. Verdachte heeft gedacht dat de medeverdachte had afgerekend op het moment dat hij de Red Bull was halen. Het oogmerk om spullen weg te nemen ontbreekt. Er is geen sprake van een nauwe en bewuste samenwerking.

Beoordeling door de rechtbank

Namens Albert Heijn Dukenburg is aangifte gedaan van diefstal door drie verdachten.

Van de (vermeende) diefstal zijn camerabeelden beschikbaar. Op de beelden zijn drie jongens te zien, waaronder verdachte. Persoon 1 komt als eerste aan bij de zelfscankassa en scant een flesje Coolbest. Verdachte en de andere medeverdachte sluiten aan bij dezelfde zelfscankassa en leggen goederen bij die zelfscankassa neer. Verdachte is vervolgens naar de koelkast gelopen en heeft daaruit Red Bull gepakt. In de tussentijd heeft persoon 1 afgerekend. Toen verdachte terug was bij de zelfscankassa heeft hij een medewerker aangesproken en haar de blikjes Red Bull (terug)gegeven. Persoon 1 is naar het uitgangspoortje gelopen en wachtte even met het scannen van zijn kassabon. Verdachte en de andere medeverdachte hebben de achtergebleven spullen bij de zelfscankassa gepakt. Op het moment dat verdachte en de andere medeverdachte aankwamen met producten in hun handen heeft persoon 1 het poortje geopend en zijn zij met z’n drieën door het poortje gegaan. Alleen het flesje Coolbest blijkt te zijn betaald. De spullen die verdachte en de medeverdachte in hun handen hadden, blijken niet te zijn betaald.

Verdachte heeft verklaard dat hij dacht dat persoon 1 of de medeverdachte had afgerekend op het moment dat hij de Red Bull uit de koelkast pakte.

Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat vrijspraak moet volgen voor de ten laste gelegde winkeldiefstal in vereniging. Niet valt uit te sluiten dat verdachte daadwerkelijk in de veronderstelling verkeerde dat de boodschappen waren afgerekend op het moment dat hij terug de winkel was ingelopen om Red Bull te halen. Het oogmerk om spullen te stelen kan niet worden vastgesteld.

3 De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde onder parketnummer 05/228580-25 heeft begaan, te weten dat:

parketnummer 05/228580-25

hij op of omstreeks 29 mei 2025 te Apeldoorn tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een portemonnee, een fietssleutel en een zonnebril en/of een vape, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [aangever] , in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangever] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door
- achter die [aangever] aan te rennen,
- die [aangever] te omsingelen,
- met een mes, althans een voorwerp, in de richting van die [aangever] te wijzen, en/of
- naar en/of in zijn jas en/of broekzak, althans zijn kleding te grijpen.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

parketnummer 05/228580-25

diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en die diefstal gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een jeugddetentie van 60 dagen, waarvan 18 dagen voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Gedurende de proeftijd van twee jaar moet verdachte zich houden aan de bijzondere voorwaarden die door de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad) zijn geadviseerd. Daarnaast moet aan verdachte een werkstraf van 80 uur worden opgelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

De beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, betrekt de rechtbank de aard en de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dat feit is begaan. Ook houdt de rechtbank rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte en met de inhoud van de volgende stukken:

  • het uittreksel Justitiële Documentatie van 29 januari 2026 (het strafblad),

  • het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 23 februari 2026.

In het bijzonder neemt de rechtbank het volgende in aanmerking.

Strafblad

Verdachte is eerder veroordeeld, maar niet voor soortgelijke feiten.

De ernst van het feit

Verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachten schuldig gemaakt aan diefstal met geweld. Verdachte en zijn medeverdachten hebben zich tegenover aangever uitdagend en imponerend gedragen. Zij zijn aangever achterna gerend en hebben hem omsingeld. Vervolgens hebben zij in zijn zakken gevoeld en een portemonnee, een fietssleutel en een zonnebril gestolen. De rechtbank vindt dit een ernstig feit. De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke feiten nog lange tijd last kunnen hebben van wat hen is overkomen. Daarnaast vond de diefstal plaats in de openbare ruimte. Dergelijk handelen veroorzaakt gevoelens van angst, onrust en onveiligheid in de maatschappij.

Rapportages

Uit het rapport van de Raad volgt dat verdachte een alleenstaande minderjarige vluchteling is. Hij is op jonge leeftijd gevlucht uit Syrië. Er is weinig zicht op de achtergrond van verdachte en diagnostisch onderzoek is wenselijk. Verdachte is kwetsbaar en beïnvloedbaar. Het is van belang dat verdachte positieve contacten opdoet. Een jeugddetentie wordt vanuit pedagogisch oogpunt niet passend gevonden. Verdachte woont bij [woonplek] in [plaats]. Hij gaat naar de Internationale Schakelklas en heeft een bijbaantje.

Het risico op herhaling wordt ingeschat op hoog

Het advies is om een deels voorwaardelijke werkstraf op te leggen met de volgende bijzondere voorwaarden:

  • Meewerken aan diagnostiek en de daar eventueel uit voortkomende behandeling als de jeugdreclassering dit nodig vindt.

  • Meewerken aan hulpverlening die de jeugdreclassering nodig vindt.

  • Volgen van onderwijs of het hebben van een passende dagbesteding.

  • Verblijven in een opvang van [woonplek] of een soortgelijke instelling.

De straf

Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) voor jeugdstrafrecht. Gelet op de ernst van het feit, waarbij het georganiseerde karakter van de groep en het gebruik van een (op een) mes (gelijkend voorwerp) als strafverzwarend worden gezien, en gelet op de straffen die in hetzelfde onderzoek aan de medeverdachten zijn opgelegd, is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf in beginsel passend is. Echter, verdachte heeft al ruime tijd in voorarrest doorgebracht en de Raad adviseert om aan verdachte geen jeugddetentie op te leggen, maar een deels voorwaardelijke werkstraf. De rechtbank vindt dat een deels voorwaardelijke werkstraf geen recht doet aan de ernst van het feit en aan het leed dat het slachtoffer is aangedaan. De rechtbank zal aan verdachte daarom een jeugddetentie opleggen voor de duur van 60 dagen, waarvan 18 dagen voorwaardelijk. Verdachte hoeft dan niet terug naar de jeugdgevangenis. Het voorwaardelijke deel van de straf moet verdachte ervan weerhouden om opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank zal de bijzondere voorwaarden opleggen die door de Raad zijn geadviseerd. Dit kader biedt verdachte de kans om met hulp en begeleiding een positieve wending aan zijn leven te geven. De rechtbank zal daarnaast een werkstraf opleggen van 60 uur, zodat hij de consequenties van zijn strafbare gedrag kan ervaren. De hoogte van de werkstraf wijkt af van de door de officier van justitie geëiste straf, omdat de officier van justitie is uitgegaan van een bewezenverklaring voor winkeldiefstal in vereniging onder parketnummer 05/029720-26.

8 De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [aangever] heeft in verband met het tenlastegelegde onder parketnummer 05/228580-25 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert

€ 0,00. De materiële schade ad € 200,00 is reeds door de verzekering vergoed.

De rechtbank vat het schadeverzoek van de benadeelde partij als volgt op. De benadeelde partij heeft kennelijk de moeite willen nemen om de rechtbank te informeren over de geleden schade. Nu de schade reeds is vergoed door de verzekering is de vordering vastgesteld op

€ 0,00 en heeft de benadeelde (per saldo) geen schade geleden.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot schadevergoeding.

9 De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 47, 77a, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

10 De beslissing

De rechtbank:

? verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

? verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

? verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

? verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

? veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 60 dagen;

  • bepaalt dat een gedeelte van deze jeugddetentie, te weten 18 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren niet heeft gehouden aan de hierna te melden voorwaarden:

  • stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  • stelt als bijzondere voorwaarden dat:

  • verdachte meewerkt aan diagnostiek en de daar eventueel uit voortkomende behandeling als de jeugdreclassering dit nodig vindt;

  • verdachte meewerkt aan hulpverlening die de jeugdreclassering nodig vindt;

  • verdachte onderwijs volgt of een passende dagbesteding heeft;

  • verdachte verblijft in een opvang van [woonplek] of een soortgelijke instelling;

? stelt als overige voorwaarden dat:

  • verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit afnemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

  • verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. De medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht zijn daaronder begrepen;

? geeft opdracht aan Leger des Heils tot het houden van toezicht op de naleving van deze bijzondere voorwaarden en tot begeleiding van verdachte ten behoeve daarvan;

? beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering zal worden gebracht;

? veroordeelt verdachte tot een taakstraf, te weten een werkstraf van 60 uren, met bevel dat als deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 30 dagen;

? verklaart de benadeelde partij [aangever] niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade;

? heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. D.S.M. Bak (voorzitter en kinderrechter), mr. G.M.L. Tomassen en mr. M.C. Gerritsen, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J. Damen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 maart 2026.

Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 1] van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025250316, gesloten op 30 september 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Proces-verbaal van het aanvullend verhoor van aangever, p. 34; verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 3 maart 2026. Proces-verbaal van het aanvullend verhoor van aangever, p. 36; verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 3 maart 2026. Proces-verbaal van aangifte, p. 22 t/m 24. Proces-verbaal van bevindingen, p. 45. Proces-verbaal van het verhoor van verdachte [verdachte] , p. 187 t/m 189. Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 2] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2026044277, gesloten op 18 februari 2026 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.