Strafrecht overig

Vrijspraak voor 6 WVW, nu rijgedrag niet aanmerkelijk onvoorzichtig was. Wel veroordeling voor 5WVW (geen…

Rechtbank Gelderland, 25 maart 2026

Zaakgegevens

Op 25 maart 2026 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
25 maart 2026
Datum publicatie
25 maart 2026
Zaaknummer
05/274631-25
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:2370
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vrijspraak voor 6 WVW, nu rijgedrag niet aanmerkelijk onvoorzichtig was. Wel veroordeling voor 5WVW (geen voorrang verlenen). Geldboete € 1.500,-

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/274631-25

Datum uitspraak : 25 maart 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1947 in [geboorteplaats] ,

wonende aan [adres] .

Raadsvrouw: mr. S.J. Mol, advocaat in Nijmegen

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 30 april 2025 te Valburg in de gemeente Overbetuwe, als
verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig
(personenauto/bedrijfsauto), komende uit de richting van Valburg, gaande in de
richting van Elst, daarmee rijdende over de Tielsestraat (N836),
zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft
gereden, hierin bestaande dat verdachte,
terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en/of
terwijl zijn zicht ter plaatse niet belemmerd, beperkt of gehinderd werd en/of
terwijl zich op de Tielsestraat zowel links als rechts een vrijliggend verplicht
fiets/bromfietspad ten behoeve van (brom)fietsers lag dat werd gescheiden van de
hoofdrijbaan door middel van grasbermen en/of
terwijl hij rechtsaf sloeg om de zijweg van de Tielsestraat in te rijden en/of
niet of in onvoldoende mate naar het verkeer op die kruisende weg(en heeft
gekeken en/of is blijven kijken en/of zich niet of in onvoldoende mate heeft
overtuigd of over die kruisende weg(en) verkeer naderde,
-in strijd met het gestelde in artikel 18 lid 1 van het Reglement verkeersregels en
verkeerstekens 1990 naar rechts is afgeslagen, teneinde de zijweg van de Tielsestraat
in/op te rijden, waarbij hij, verdachte, een hem op dezelfde weg (de Tielsestraat)
zich voortbewegende verkeersdeelneemster (bestuurster bromfiets), die zich rechts
naast, dan wel dicht rechts achter hem, verdachte bevond, niet voor heeft laten
gaan en/of
- in strijd met artikel 19 van voornoemd regelement zijn snelheid niet zodanig heeft
geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de
afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of,
is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met die bromfiets en/of de
bestuurster van die bromfiets, ten gevolge waarvan die bestuurster van die
bromfiets en haar passagier ten val zijn gekomen,
en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten
verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor aan (een) ander(en) (genaamd [slachtoffer 1]
[slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd
toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de
normale bezigheden is ontstaan;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou
kunnen leiden:

hij op of omstreeks 30 april 2025 te Valburg in de gemeente Overbetuwe, als
verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig
(personenauto/bedrijfsauto), komende uit de richting van Valburg, gaande in de
richting van Elst, daarmee rijdende over de Tielsestraat (N835),
terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en/of
terwijl zijn zicht ter plaatse niet belemmerd, beperkt of gehinderd werd en/of
terwijl zich op de Tielsestraat zowel links als rechts een vrijliggend verplicht
fiets/bromfietspad ten behoeve van (brom)fietsers lag dat werd gescheiden van de
hoofdrijbaan door middel van grasbermen en/of
terwijl hij rechtsaf sloeg om de zijweg van de Tielsestraat in te rijden en/of
niet of in onvoldoende mate naar het verkeer op die kruisende weg(en heeft
gekeken en/of is blijven kijken en/of zich niet of in onvoldoende mate heeft
overtuigd of over die kruisende weg(en) verkeer naderde,
-in strijd met het gestelde in artikel 18 lid 1 van het Reglement verkeersregels en
verkeerstekens 1990 naar rechts is afgeslagen, teneinde de zijweg van de Tielsestraat
in/op te rijden, waarbij hij, verdachte, een hem op dezelfde weg (de Tielsestraat)
zich voortbewegende verkeersdeelneemster (bestuurster bromfiets), die zich rechts
naast, dan wel dicht rechts achter hem, verdachte bevond, niet voor heeft laten
gaan en/of
- in strijd met artikel 19 van voornoemd regelement zijn snelheid niet zodanig heeft
geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de
afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of,
is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met die bromfiets en/of de
bestuurster van die bromfiets, ten gevolge waarvan die bestuurster van die
bromfiets en haar passagier ten val zijn gekomen,
en door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,
althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,
althans kon worden gehinderd;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of
zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 30 april 2025 te Valburg, gemeente Overbetuwe als bestuurder
van een personenauto/bedrijfsauto op de voor het openbaar verkeer openstaande
weg, Tielsestraat, bij het naar rechts afslaan, teneinde de zijwg van de Tielsestraat in
te rijden, een bestuurder van een voertuig (bromfiets), die op dezelfde weg zich
naast, althans zich rechts dicht achter hem bevond, niet heeft laten voorgaan,
waarbij letsel aan personen is ontstaan of schade aan goederen is toegebracht

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde feit. De officier van justitie gaat daarbij uit van de laagste schuldgradatie, te weten aanmerkelijke onoplettendheid. Het letsel van de slachtoffers is volgens de officier van justitie aan te merken als zwaar lichamelijk letsel.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft voor het primair tenlastegelegde feit vrijspraak bepleit, nu het enkel maken van een voorrangsfout als gevolg van het niet waarnemen van een andere verkeersdeelnemer de ondergrens van schuld in de zin van artikel 6 WVW niet haalt. Ook blijkt uit het dossier niet het soort gevaarzettend gedrag als bedoeld in artikel 5 WVW, zodat ook voor het subsidiair tenlastegelegde feit vrijspraak moet volgen.

Beoordeling door de rechtbank

Op 30 april 2025 heeft in Valburg (gemeente Overbetuwe) een verkeersongeval plaatsgevonden. Verdachte reed in zijn personenauto komende uit de richting van Valburg in de richting van Elst. Bij het afslaan naar rechts op de Tielsestraat (N835) heeft verdachte nagelaten de bromfietser, die in dezelfde richting op het naastgelegen fiets/bromfietspad reed, voorrang te verlenen. Het zicht van verdachte werd ter plaatse niet belemmerd. Ook was verdachte bekend met de verkeerssituatie.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij zijn snelheid had verminderd, zijn spiegels en de omgeving had bekeken en zijn richtingaanwijzer had gebruikt voordat hij afsloeg, maar dat hij de bromfietser desondanks niet had gezien.

Schuld (artikel 6 WVW)

Van schuld in de zin van artikel 6 WVW is sprake in het geval van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid. Daarbij geldt dat in zijn algemeenheid niet valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor bewezenverklaring van schuld in vorenbedoelde zin. Bij de beoordeling komt het aan op het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Daarbij geldt dat niet reeds uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in vorenbedoelde zin.

De rechtbank stelt vast dat verdachte bij het afslaan de bromfietser over het hoofd heeft gezien en heeft verzuimd deze voorrang te verlenen, waarna een verkeersongeval is ontstaan.

Verdachte heeft voorafgaand aan het afslaan zijn snelheid verminderd, zijn spiegels en de omgeving gecontroleerd en zijn richtingaanwijzer gebruikt. Niet is gebleken dat verdachte te hard reed, afgeleid was of anderszins onvoorzichtig handelde. Op basis van het dossier kan de rechtbank geen voor de beoordeling van de tenlastelegging relevante vaststellingen doen over de vraag of verdachte eerder, voorafgaand aan het afslaan, beter had moeten kijken en de bromfiets toen al had kunnen en moeten waarnemen. Het gaat aldus om een kort moment van onoplettendheid. Dat is onvoldoende voor de vereiste mate van aanmerkelijke schuld in de zin van artikel 6 WVW.

De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het primair ten laste gelegde.

Artikel 5 WVW

Wel staat vast dat verdachte bij het afslaan onvoldoende aandacht heeft gehad voor het achteropkomende verkeer en daardoor een bromfietser geen voorrang heeft verleend. Door dit handelen heeft verdachte gevaar op de weg veroorzaakt, dat zich heeft verwezenlijkt in het verkeersongeval.

De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van artikel 5 WVW.

3 De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde feit heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 30 april 2025 te Valburg in de gemeente Overbetuwe, als
verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een voertuig
(personenauto/bedrijfsauto), komende uit de richting van Valburg, gaande in de
richting van Elst, daarmee rijdende over de Tielsestraat (N835),
terwijl verdachte goed bekend was met de verkeerssituatie en/of
terwijl zijn zicht ter plaatse niet belemmerd, beperkt of gehinderd werd en/of
terwijl zich op de Tielsestraat zowel links als rechts een vrijliggend verplicht
fiets/bromfietspad ten behoeve van (brom)fietsers lag dat werd gescheiden van de
hoofdrijbaan door middel van grasbermen en/of
terwijl hij rechtsaf sloeg om de zijweg van de Tielsestraat in te rijden en/of
niet of in onvoldoende mate naar het verkeer op die kruisende weg(en heeft
gekeken en/of is blijven kijken en/of zich niet of in onvoldoende mate heeft
overtuigd of over die kruisende weg(en) verkeer naderde,
- in strijd met het gestelde in artikel 18 lid 1 van het Reglement verkeersregels en
verkeerstekens 1990 naar rechts is afgeslagen, teneinde de zijweg van de Tielsestraat
in/op te rijden, waarbij hij, verdachte, een hem op dezelfde weg (de Tielsestraat)
zich voortbewegende verkeersdeelneemster (bestuurster bromfiets), die zich rechts
naast, dan wel dicht rechts achter hem, verdachte bevond, niet voor heeft laten
gaan en/of
- in strijd met artikel 19 van voornoemd regelement zijn snelheid niet zodanig heeft
geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de
afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of,
is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met die bromfiets en/of de
bestuurster van die bromfiets, ten gevolge waarvan die bestuurster van die
bromfiets en haar passagier ten val zijn gekomen,
en door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,
althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,
althans kon worden gehinderd.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

subsidiair:

overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 De overwegingen ten aanzien van straf

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het primair tenlastegelegde feit zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 80 uur en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft – in geval van een bewezenverklaring voor het (meer) subsidiair ten laste gelegde – verzocht een geldboete van € 750,00 op te leggen.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 5 WVW door op de Tielsestraat in Valburg rechts af te slaan, terwijl hij de bromfiets aan wie hij voorrang diende te verlenen, niet heeft gezien. Als gevolg hiervan is een aanrijding ontstaan tussen de auto en de bromfietser, waarbij de opzittenden van de bromfiets zwaar lichamelijk letsel (diverse botbreuken) hebben opgelopen.

Uit het strafblad van verdachte van 2 februari 2026 blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld, terwijl hij al 38 jaar over een rijbewijs beschikt. Ook heeft verdachte zich schuldbewust opgesteld ten opzichte van de slachtoffers en heeft hij ter zitting verklaard dat hij na de aanrijding nog bedachtzamer is gaan rijden.

Anderzijds weegt mee dat door het handelen van verdachte meerdere slachtoffers zijn gevallen. Dit betroffen bovendien kwetsbare verkeersdeelnemers, die als gevolg van het incident ernstig letsel hebben opgelopen. Daarom vindt de rechtbank een hogere geldboete dan verzocht door de verdediging passend. Alles overziend zal de rechtbank een geldboete van € 1.500,00 opleggen. Een (voorwaardelijke) ontzegging van de rijbevoegdheid vindt de rechtbank, mede gelet op het feit dat de rechtbank tot een andere bewezenverklaring komt dan de officier van justitie, niet aan de orde.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 23 en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 5 en 177 van de Wegenverkeerswet 1994.

9 De beslissing

De rechtbank:

? spreekt verdachte vrij van het primair tenlastegelegde feit;

? verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

? verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

? verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

? verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

? legt op een geldboete van € 1.500,00, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 dagen hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Rietveld (voorzitter), mr. S. Jansen en mr. P.J. Verbeek, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.H.M. van Keulen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 25 maart 2026.

Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025198974, gesloten op 20 augustus 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Proces-verbaal van aanrijding, p. 8-9; verklaring van verdachte afgelegd ter zitting van 11 maart 2026. Proces-verbaal FO verkeer, p. 48-54. Proces-verbaal verhoor verdachte, p. 185. Verklaring van verdachte afgelegd ter zitting van 11 maart 2026.