Strafrecht overig

TBS-verlening. De kernproblematiek is ondanks langdurige behandeling onvoldoende beïnvloedbaar gebleken om…

Rechtbank Gelderland, 17 april 2026

Zaakgegevens

Op 17 april 2026 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Zittingsplaats
Zutphen
Datum uitspraak
17 april 2026
Datum publicatie
20 april 2026
Zaaknummer
06/060531-97
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:3065
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

TBS-verlening. De kernproblematiek is ondanks langdurige behandeling onvoldoende beïnvloedbaar gebleken om het recidiverisico te reduceren tot een aanvaardbaar niveau. Er wordt momenteel geen mogelijkheid gezien voor enige vorm van behandeling dan wel uitstroom dat verder zal bijdragen aan het verlagen van de risico's.. De focus voor de komende periode ligt op behoud van stabiliteit en het optimaliseren van kwaliteit van leven binnen een veilig kader.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats: Zutphen

Parketnummer: 06/060531-97

Datum uitspraak: 17 april 2026

Beslissing van de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[betrokkene],

geboren op [geboortedatum] 1960,

thans verblijvende in Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) [kliniek] te [plaats],

(hierna: de kliniek).

Raadsvrouw mr. P. Hoesstee, advocaat te Zutphen.


Procedure

Betrokkene is op 18 november 1997 bij vonnis van de rechtbank Zutphen veroordeeld

vanwege het misdrijf zware mishandeling tot (onder meer) terbeschikkingstelling met bevel

tot verpleging van overheidswege. Deze maatregel is ingegaan op 2 februari 1998 en het

laatst verlengd bij beslissing van de rechtbank van 26 januari 2024.

Bij vordering van 18 december 2025, ingekomen op diezelfde datum, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd voor de duur van twee jaren.

De rechtbank heeft verder kennis genomen van de volgende processtukken:

- het adviesrapport van de kliniek van 30 september 2025, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege/voorwaarden te verlengen met een twee jaren;

- een afschrift van de wettelijke aantekeningen;

- het advies van de Landelijke Adviescommissie Plaatsing Langdurige Forensisch Psychiatrische Zorg, van 12 december 2025, waarin wordt geadviseerd de LFPZ-indicatie voort te zetten.

Ter zitting van 3 april 2026 zijn gehoord:

- betrokkene (via een videoverbinding);

- zijn raadsvrouw mr. P. Hoesstee;

- de deskundige mw. Bokkers, behandelcoördinator, en

- de officier van justitie, mr. M. Hoekstra.

De standpunten

De officier van justitie heeft ter zitting de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar gehandhaafd, nu aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan.

De raadsvrouw van betrokkene heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Betrokkene zelf heeft te kennen gegeven geen bezwaar te hebben tegen verlenging van de

Maatregel.

De beoordeling

Indexdelict

De terbeschikkingstelling is opgelegd vanwege zware mishandeling. Dat betekent dat de

maatregel is opgelegd in verband met een misdrijf dat gericht was tegen of gevaar

veroorzaakte voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

De maatregel is dus niet gemaximeerd.

Stoornis

Uit het rapport van de kliniek blijkt dat betrokkene is gediagnosticeerd met een stoornis in

het autismespectrum en een andere gespecificeerde persoonlijkheidsstoornis met

schizotypische, vermijdende, antisociale, narcistische en obsessief compulsieve trekken.

Sinds november 2014 verblijft betrokkene met een LFPZ-status binnen FPC [kliniek].

De stoornissen zijn dus nog altijd aanwezig.

Verloop van de maatregel

In de afgelopen periode is er in de kern geen wezenlijke verandering opgetreden in het dagelijks functioneren van betrokkene. De aanwezige pathologie is duidelijk zichtbaar en vraagt om een zorgvuldig afgestemde, de-escalerende bejegening. Situaties die door betrokkene als onprettig worden ervaren, kunnen direct leiden tot verstoring van het - van zichzelf al kwetsbare - samenwerkingsklimaat. In dergelijke gevallen verbreekt betrokkene het contact abrupt, dreigt hiermee of ontwikkelt negatieve denkbeelden over de betrokken persoon. Hoewel betrokkene zich in het moment moeilijk laat bijsturen, is hij achteraf wél in staat tot reflectie op rationeel niveau. Hij kan dan nadenken over zijn eigen rol in ontstane impasses en daar conclusies uit trekken. De verhoogde spanning in de afgelopen periode uit zich in een verhoogde claim op de aandacht van het personeel. Om hem te ondersteunen, werden wat langdurigere contactmomenten ingepland waarin hij zijn zorgen en gevoelens kan uiten. Dit werkt goed en betrokkene is sindsdien rustiger. Daarnaast vraagt betrokkene steeds vaker zelf contactmomenten aan en durft deze verzoeken te richten aan een iets bredere groep stafleden dan voorheen. Betrokkene heeft recent ingestemd met het aanstellen van een mentor, iets dat eerder onbespreekbaar was. Betrokkene blijft echter gevoelig voor een "nee" en kan zich afgewezen voelen wanneer een contactmoment niet op zijn voorwaarden plaatsvindt. Waar betrokkene zich voorheen grotendeels afzonderde op zijn kamer, is hij de afgelopen periode vaker zichtbaar buiten zijn kamer. Op het gebied van persoonlijke verzorging blijven de zorgen groot. Ter terechtzitting is gebleken dat betrokkene recent wat meer aandacht is gaan besteden aan zijn persoonlijke verzorging. Betrokkene beschikt over een verlofkader voor het onder begeleiding doen van boodschappen, het praktiseren van netwerkverlof of, ter ontspanning, bijvoorbeeld het maken van een wandeling rondom de kliniek. Sinds een netwerkverlof in november 2024 niet goed verliep vanwege spanningen en onenigheid over de te rijden route, heeft betrokkene zijn netwerkverloven enige tijd stilgelegd.

Recent is betrokkene wel weer enkele malen met verlof geweest. De verloven zijn volgens betrokkene positief verlopen.

Betrokkene verblijft op afdeling Bos, dit is een afdeling met in totaal elf bewoners met overwegend een persoonlijkheidsstoornis en/of autistiforme problematiek. Op de afdeling wordt dagelijks waar nodig ondersteuning en structuur geboden aan de betreffende bewoners en wordt autonomie zoveel als mogelijk gewaarborgd. Er wordt geprobeerd de omgeving, zoveel als mogelijk, voorspelbaar te houden. Het betreft een supportief afdelingsklimaat.

De kernproblematiek is ondanks langdurige behandeling onvoldoende beïnvloedbaar gebleken om het recidiverisico te reduceren tot een aanvaardbaar niveau. Er wordt

momenteel geen mogelijkheid gezien voor enige vorm van behandeling dan wel uitstroom dat verder zal bijdragen aan het verlagen van de risico's. Het risicomanagement berust op de geboden omgevingsprothese die nauw aansluit bij zijn individuele beperkingen. De focus voor de komende periode ligt op behoud van stabiliteit en het optimaliseren van kwaliteit van leven binnen een veilig kader.

Recidivegevaar

Hoewel betrokkene accepteert dat hij begeleiding nodig heeft kan hij deze begeleiding praktisch nauwelijks tot niet toelaten daar hij zijn eigen rigide visie heeft en regie wenst te behouden. Hij raakt versneld in conflict en is rigide in contact, hetgeen de samenwerking ernstig bemoeilijkt. Stevige, forensische begeleiding binnen een dwangkader wordt als noodzakelijk gezien om betrokkene de juiste prothese te kunnen bieden om (delict)gedrag te kunnen beperken. In geval van beëindiging van de maatregel wordt het

risico op recidive als hoog ingeschat.

Hieruit blijkt dat de kans op herhaling bij onmiddellijke beëindiging van de terbeschikkingstelling onverminderd groot is.

Conclusie

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen en

de algemene veiligheid van personen de verlenging van de maatregel eist. De rechtbank zal

de terbeschikkingstelling daarom, overeenkomstig de vordering en het advies van de kliniek,

met twee jaren verlengen.

De beslissing

De rechtbank:

verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [betrokkene] met twee jaren.

Deze beslissing is gegeven door mr. A.P. Sno, als voorzitter, mr. H.C. Leemreize en mr. G.L.C. van den Bosch, als rechters in tegenwoordigheid van mr. E. Wisseborn, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 17 april 2026.