Strafrecht overig
De rechtbank veroordeelt verdachte wegens het witwassen van in totaal ruim 100 fietsen tot een taakstraf van…
Rechtbank Gelderland, 18 mei 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:4941 · Rechtbank Gelderland · 18 mei 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbgel-2026-4941
Zaakgegevens
Op 18 mei 2026 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 18 mei 2026
- Datum publicatie
- 23 juni 2026
- Zaaknummer
- 136025-22
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2026:4941
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
De rechtbank veroordeelt verdachte wegens het witwassen van in totaal ruim 100 fietsen tot een taakstraf van 100 uur waarvan 50 uur voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaar en een geldboete van € 5.000,-.
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05.136025.22
Datum uitspraak : 18 mei 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1984 in [geboorteplaats] (Turkije),
wonende aan de [adres], [postcode] in [woonplaats].
Raadsman: mr. S. Kriekaard, advocaat in Arnhem.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij (op één of meer tijdstippen gelegen) in of omstreeks de periode van 12 oktober 2021 tot en met 13 oktober 2021, te Ter Aar (gemeente Nieuwkoop) en/of Halfweg (gemeente Haarlemmermeer) en/of Oosterhout, althans in Nederland, 67 fietsen (merk Giant),
heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat voornoemde fietsen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;
2.
hij (op één of meer tijdstippen gelegen) in of omstreeks de periode van 27 mei 2021 tot en met 28 mei 2021, te Ter Aar (gemeente Nieuwkoop) en/of Halfweg (gemeente Haarlemmermeer), althans in Nederland, 19 fietsen (merk Trek), heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat voornoemde fietsen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;
3.
hij (op één of meer tijdstippen gelegen) in of omstreeks de periode van 10 januari 2022 tot en met 11 januari 2022, te Ter Aar (gemeente Nieuwkoop) en/of Halfweg (gemeente Haarlemmermeer), althans in Nederland, 24 fietsen (merk Giant), heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat voornoemde fietsen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Feit 1, 2 en 3
De feiten
Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.
Feit 1
Verdachte heeft in de periode van 12 oktober 2021 tot en met 13 oktober 2021 in Ter Aar, Halfweg en Oosterhout, 67 fietsen van het merk Giant verworven, voorhanden gehad en overgedragen terwijl deze fietsen van diefstal afkomstig waren.
Feit 2
Verdachte heeft in de periode van 27 mei 2021 tot en met 28 mei 2021 in Nederland, 19 fietsen van het merk Trek verworven, voorhanden gehad en overgedragen terwijl deze fietsen van diefstal afkomstig waren.
Feit 3
Verdachte heeft in de periode van 10 januari 2022 tot en met 11 januari 2022 in Nederland, 23 fietsen van het merk Giant verworven, voorhanden gehad en overgedragen terwijl deze fietsen van diefstal afkomstig waren.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen zoals ten laste gelegd in feit 1, 2 en 3.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat verdachte integraal wordt vrijgesproken van witwassen, omdat hij niet wist dat de fietsen gestolen waren en dat redelijkerwijs ook niet hoefde te vermoeden.
Beoordeling door de rechtbank
Opzet
De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of verdachte opzet had op het witwassen van de gestolen fietsen.
Op basis van het dossier stelt de rechtbank de volgende omstandigheden vast waaronder het verwerven, voorhanden hebben en overdragen van een of meerdere van de hiervoor genoemde gestolen partijen fietsen heeft plaatsgevonden:
- Het ging om grote partijen nieuwe fietsen die nog in dozen zaten.
- Verdachte heeft de fietsen opgehaald bij een onbekende van verdachte die een drankhandel heeft.
- Bij de aankoop van de fietsen zat geen bon of factuur.
- Verdachte heeft de framenummers van de fietsen niet gecontroleerd.
- Verdachte heeft de fietsen gekocht met hoge kortingen ten opzichte van de adviesprijs (rond 50% en meer).
- De koop van de fietsen moest snel plaatsvinden.
[naam 1] heeft verklaard dat hij een dealer is van het merk Giant en dat hij een dergelijke partij fietsen niet zo kan kopen bij Giant. Hij verklaart dat hij deze fietsen meer dan één jaar van te voren moet aanvragen bij Giant, tegen een marge van ongeveer 30%. Als sprake is van een korting van 50%, dan zou het om overjarige modellen moeten gaan, maar met nieuwe fietsen kan dat niet. Een logistiek manager van Giant Europe bevestigt dat de gemiddelde marge voor een officiële Giant dealer (waar Giant Benelux alleen aan levert) 34% is en dat een marge van 40% hoogst ongebruikelijk is. Verdachte heeft verklaard dat hij niet heeft gecontroleerd of de fietsen overjarig waren. Verder heeft verdachte verklaard dat hij snel geld wilde verdienen.
Verdachte heeft verklaard dat hij de fietsen heeft gekocht van “[naam 2]” , die bij hem was geïntroduceerd door [naam 1]. Deze [naam 2] ([naam 2]) heeft een drankenhandel in [plaats]. Hij vertrouwde deze [naam 2] omdat hij een vriend was van [naam 1].
De rechtbank weegt ook mee, zoals ook ter terechtzitting is besproken, dat verdachte deze grote partijen fietsen heeft gekocht ten tijde van de coronapandemie, een periode waarin het moeilijk was om aan nieuwe fietsen te komen in verband met een grote vraag daarnaar en de geringe aanvoer van nieuwe fietsen uit China vanwege transportproblemen.
De rechtbank stelt vast dat verdachte grote partijen nieuwe fietsen heeft gekocht van een verkoper die geen fietsenhandel had, maar een drankenhandel. Voorts dat de fietsen geen overjarige modellen waren, en de forse kortingen die verdachte kreeg aldus niet gebruikelijk waren. Voorts dat er in de markt voor nieuwe fietsen een groot tekort bestond. Al met al waren de omstandigheden waaronder verdachte deze vele fietsen heeft gekochte en verkocht zodanig bijzonder, zeker voor een professionele fietsen handelaar als verdachte, dat het voor hem duidelijk moet zijn geweest “dat er iets mis was”. Door desondanks deze fietsen te kopen en verkopen is de rechtbank van oordeel dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij van misdrijf afkomstige fietsen heeft verworven, voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen en dus opzet heeft gehad op het witwassen van de fietsen. Daarmee heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan witwassen zoals ten laste is gelegd in feit 1, 2 en 3.
3 De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij (op één of meer tijdstippen gelegen) in of omstreeks de periode van 12 oktober 2021 tot en met 13 oktober 2021, te Ter Aar (gemeente Nieuwkoop) en/of Halfweg (gemeente Haarlemmermeer) en/of Oosterhout, althans in Nederland, 67 fietsen (merk Giant),
heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat voornoemde fietsen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;
2.
hij (op één of meer tijdstippen gelegen) in of omstreeks de periode van 27 mei 2021 tot en met 28 mei 2021, te Ter Aar (gemeente Nieuwkoop) en/of Halfweg (gemeente Haarlemmermeer), althans in Nederland, 19 fietsen (merk Trek), heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat voornoemde fietsen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;
3.
hij (op één of meer tijdstippen gelegen) in of omstreeks de periode van 10 januari 2022 tot en met 11 januari 2022, te Ter Aar (gemeente Nieuwkoop) en/of Halfweg (gemeente Haarlemmermeer), althans in Nederland, 23 fietsen (merk Giant), heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden dat voornoemde fietsen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1, 2 en 3, telkens:
witwassen.
5 De strafbaarheid van de feiten
De feiten zijn strafbaar.
6 De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 100 uur waarvan 50 uur voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en een geldboete van
€ 5.000,-.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat aan verdachte een straf lager dan de eis van de officier wordt opgelegd. Verder moet in de hoogte van de straf rekening worden gehouden met de lagere strafbeschikkingen die aan de medeverdachten zijn opgelegd en een forse overschrijding van de redelijke termijn.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het witwassen van in totaal ruim honderd nieuwe (deels elektrische) fietsen. Dit zijn vooral door de omvang ernstige feiten. Doorgaans wordt voor dergelijke feiten met deze omvang een gevangenisstraf van enkele maanden opgelegd. De rechtbank stelt echter vast dat de redelijke termijn fors is overschreden, te weten met ruim twee jaar, waarvan één jaar niet voor rekening van de verdachte komt. In dat licht vindt de rechtbank de eis van de officier van justitie passend.
Alles afwegende, acht de rechtbank een taakstraf van 100 uur waarvan 50 uur voorwaardelijk met een proeftijd én een geldboete van € 5.000,- passend en geboden. Dit is dan ook de straf die de rechtbank aan verdachte zal opleggen.
8 De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 23, 24c, 57 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht.
9 De beslissing
De rechtbank:
? verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
? verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
? verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
? verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
? legt op een taakstraf van 100 (honderd) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 50 (vijftig) dagen;
? bepaalt dat een gedeelte van deze taakstraf, te weten 50 (vijftig) uren, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 25 (vijventwintig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten in het geval verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;
? beveelt dat voor de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de taakstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht;
? legt op een geldboete van € 5.000,- (vijfduizend euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 50 dagen hechtenis.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.J.M. Doon (voorzitter), mr. J.S.W. Lucassen en mr. T. Kok, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.L. Goedheer, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 mei 2026. |
||