Strafrecht overig
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het verspreiden, vervaardigen, verwerven, in bezit hebben en zich…
Rechtbank Gelderland, 7 juli 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:5393 · Rechtbank Gelderland · 7 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbgel-2026-5393
Zaakgegevens
Op 7 juli 2026 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 7 juli 2026
- Datum publicatie
- 8 juli 2026
- Zaaknummer
- 05.340567.25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2026:5393
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het verspreiden, vervaardigen, verwerven, in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen van kinderporno. Verdachte (een man van 29 jaar oud) heeft een 12-jarig meisje op Snapchat benaderd en haar - terwijl hij wist dat ze minderjarig was - overgehaald om naaktfoto’s en -filmpjes van zichzelf te maken en naar hem toe te sturen. Verdachte maakte screenshots van de foto’s en sloeg de foto’s en filmpjes op. Toen het meisje geen naaktfoto’s meer wilde sturen, dwong verdachte haar om door te gaan, door (te dreigen met) het doorsturen van eerder gemaakte naaktfoto’s naar haar klasgenoten. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en bijzondere voorwaarden. Vordering benadeelde partij toegewezen op basis van de Rotterdamse schaal.
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05.340567.25
Datum uitspraak : 7 juli 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1994 in [geboorteplaats] ,
wonende aan [adres] in [woonplaats] .
Raadsvrouw: mr. J.E. Kremer, advocaat in Nijmegen.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
1.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2023 tot en met 21 april 2024 te [woonplaats] en/of Doetinchem, althans in Nederland, een aantal afbeeldingen en/of een aantal gegevensdragers, bevattende afbeeldingen, te weten een aantal foto’s en/of filmpjes, van seksuele gedragingen, waarbij [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2011, althans iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of verworven en/of in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit:
het met een of meer vingers vaginaal penetreren van het eigen lichaam door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of
het met een of meer vingers betasten en/of aanraken van het eigen geslachtsdeel en/of de eigen borsten door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of
het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's/film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van deze persoon in beeld gebracht worden,
(waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling;
2.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2023 tot en met 21 april 2024 te [woonplaats] en/of Doetinchem, althans in Nederland, een persoon, te weten [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2011, van wie hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, met ontuchtig oogmerk ertoe heeft bewogen om getuige te zijn van seksuele handelingen door die [minderjarige] één of meer foto’s en/of filmpjes te sturen waarop zijn, verdachtes, geslachtsdeel te zien was en/of waarop te zien was dat hij, verdachte, zichzelf aan het bevredigen/aftrekken was;
3.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 maart 2024 tot en met 15 april 2024 te [woonplaats] en/of Doetinchem, althans in Nederland, van een persoon, te weten [minderjarige] , een afbeelding van seksuele aard, te weten één of meer foto’s en/of filmpjes, waarop
die [minderjarige] naakt (poserend) te zien is, openbaar heeft gemaakt, terwijl hij, verdachte, wist dat die openbaarmaking voor die persoon nadelig kon zijn.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle ten laste gelegde feiten.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte partieel dient te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde onder feit 1, omdat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte een aantal afbeeldingen van seksuele gedragingen heeft verspreid, aangeboden, openlijk heeft tentoongesteld of heeft vervaardigd. Verdachte heeft deze ten laste gelegde handelingen ontkend. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte het in de tenlastelegging genoemde beeldmateriaal op vrij te raadplegen internet c.q. social media aan derden heeft verstuurd en dat dit beeldmateriaal door een ieder kon worden ingezien. Ook is het niet ondenkbaar, althans niet uit te sluiten, dat schoolgenootjes dan wel derden de getoonde foto van [minderjarige] hebben vervaardigd en verspreid dan wel openbaar hebben gemaakt met het kennelijke doel om [minderjarige] daarmee te schaden.
Ook kan niet worden bewezen dat verdachte zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, omdat [minderjarige] in beginsel heeft ingestemd met het contact met verdachte en dit contact op vrijwillige basis heeft onderhouden.
Ten aanzien van de in de tenlastelegging onder feit 1 beschreven seksuele gedragingen heeft de raadsvrouw bepleit dat enkel het onderdeel “geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren waarbij deze persoon gekleed is, en waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar kleding ontdoet” wettig en overtuigend kan worden bewezen. Voor de overige beschreven gedragingen wordt op basis van het dossier niet voldaan aan het bewijsminimum, zodat verdachte ook daarvan dient te worden vrijgesproken.
Ten aanzien van feit 2 is geen verweer gevoerd.
Ten aanzien van feit 3 heeft de raadsvrouw bepleit dat verdachte geheel dient te worden vrijgesproken wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs. Ook voor dit feit geldt dat uit het dossier niet blijkt dat verdachte het in de tenlastelegging genoemde beeldmateriaal van [minderjarige] op vrij te raadplegen internet c.q. social media aan derden heeft verstuurd en dat dit beeldmateriaal door een ieder kon worden ingezien.
De verdediging voert verder aan dat de verklaringen van [minderjarige] en getuige [getuige 1] niet gebruikt kunnen worden voor het bewijs in deze zaak, omdat zij hun verklaringen hebben afgelegd nadat zij met een medewerkster van [organisatie] hadden gesproken en daardoor kunnen zijn beïnvloed. Uit de verklaring van [getuige 1] volgt namelijk dat bij dit gesprek door [organisatie] werd verteld over de situatie van [minderjarige] en dat er uitleg werd gegeven over wat wel en niet strafbaar is.
Beoordeling door de rechtbank
[aangever] heeft op 25 april 2024 namens haar dochter [minderjarige] aangifte gedaan van chantage met seksueel getint materiaal. Zij heeft als volgt verklaard. [minderjarige] is 12 jaar en gaat naar de middelbare school. Een aantal weken eerder merkte aangeefster dat [minderjarige] ontwijkend gedrag naar school vertoonde. Op maandag 15 april 2024 ontving aangeefster van de vader van [minderjarige] een printscreen van een appgesprek dat hij met [minderjarige] had gevoerd. Daarin zei [minderjarige] het volgende:
“Ik moet ook nog wat anders zeggen. Heel lang geleden voegde iemand mij op snapchat en vroeg naakt enzo en ik deed het. Ja ik weet het dom, maar daar zat ik dus nog mee en dat is waarschijnlijk doorgestuurd naar mijn hele klas ofzo (huilende smiley erbij )”. Op 16 april 2024 berichtte [minderjarige] haar vader dat de hele klas haar foto heeft. Aangeefster heeft van [minderjarige] begrepen dat het om een naaktfoto gaat die ze had verstuurd naar iemand op Snapchat die zich ‘ [account-naam] ’ noemde. ‘ [account-naam] ’ had [minderjarige] via Snapchat meerdere keren gevraagd om nieuwe foto's.
[minderjarige] is op 25 april 2024 door de politie als getuige gehoord. Zij verklaarde dat zij in september 2023 op Snapchat een vriendschapsverzoek kreeg van iemand die zich ' [account-naam] ' noemde. Nadat zij het verzoek had geaccepteerd begon ‘ [account-naam] ’ een chat, waarbij hij [minderjarige] veel vragen stelde. In het begin vroeg hij waar ze woonde en wat ze voor sport deed, maar na ongeveer vier weken merkte [minderjarige] dat de vragen anders werden. Hij stelde vragen als: "Wat heb je aan?" en “Kan je daar een foto of filmpje van maken?". [minderjarige] heeft toen een foto van zichzelf gemaakt met haar gezicht en lichaam erop. Vervolgens vroeg ' [account-naam] ’ of ze foto's of filmpjes wilde sturen waarop ze naakt was. [minderjarige] heeft daarop meerdere foto's en filmpjes naar ' [account-naam] ’ gestuurd waarop zij geen kleding aanhad. De ene keer stond alleen haar lichaam op de foto, de andere keer was ook haar gezicht te zien. Ook vroeg ' [account-naam] ' haar of ze zichzelf wilde uitkleden terwijl ze zichzelf filmde. [minderjarige] heeft vervolgens een filmpje gemaakt waarop te zien is dat ze zichzelf uitkleedde. Ook stuurde ze filmpjes waarop ze zichzelf (naakt) aan het bevredigen was of over haar borsten streelde. Ze denkt dat ze in de periode van oktober 2023 tot en met 25 april 2024 via Snapchat ongeveer 20 tot 30 foto's en filmpjes heeft gestuurd naar ' [account-naam] '. Deze foto's en filmpjes werden niet opgeslagen op haar telefoon en op Snapchat werd alles na 24 uur verwijderd. Vaak kreeg [minderjarige] na het versturen van de foto's en filmpjes een melding dat ' [account-naam] ' een schermafbeelding had gemaakt.
In dezelfde periode kreeg [minderjarige] ook foto's en filmpjes van ' [account-naam] ' waarop zijn geslachtsdeel zichtbaar was of waarop te zien was dat hij zichzelf aan het bevredigen was.
Sinds een maand krijgt [minderjarige] in het weekend berichtjes van ' [account-naam] ’ waarin hij zegt dat ze die dag een naaktfoto van zichzelf moet sturen. Als ze dat niet doet, dan zet hij de eerdere naaktfoto’s en filmpjes online en stuurt hij deze door naar haar klasgenoten. Iedere keer dat ' [account-naam] ' haar heeft gevraagd om een naaktfoto of een filmpje te sturen, heeft [minderjarige] dat gedaan. De laatste keer was vier dagen geleden, op zondag 21 april 2024. [minderjarige] heeft een foto gemaakt van het gesprek op Snapchat. Hierin is te lezen dat ' [account-naam] ' zegt: “Je reageert niet meer, dan doen we het mooi zo, je word exposed dan [minderjarige] , negeer je lekker, fuck you dan, ik ga het doen".
[minderjarige] is bang dat als ze geen naaktfoto of filmpje naar ' [account-naam] ' stuurt, dat hij haar naaktfoto's of filmpjes online verstuurt. Ze weet dat hij al een foto of een filmpje van haar heeft doorgestuurd naar anderen. Haar klasgenoten [getuige 2] , [getuige 3] en [getuige 1] hebben in een gesprek met de mentor verteld dat ze een foto of filmpje hebben gezien waar [minderjarige] naakt op te zien was. De klasgenoten beschreven ook de juiste achtergrond van de foto of het filmpje. Ze zeiden dat de foto of het filmpje in de badkamer was gemaakt, en dat klopte. [minderjarige] heeft geen idee wie er achter het account ' [account-naam] ’ zit. Wel weet ze dat twee andere klasgenootjes, [naam 1] en [naam 2] , ' [account-naam] ' ook op Snapchat hebben gehad.
[minderjarige] heeft diverse screenshots gemaakt van berichten van ‘ [account-naam] ’ waarin hij dreigt met het doorsturen van de foto’s. Zo schrijft hij in de berichten: “Lol. Dan niet. Dus doorsturen dan maar?” en “Blijf me maar negeren [minderjarige] . Als je dat nog langer vol houd dan moet ik het maar gewoon doen. [naam 3] wilt heel graag. [getuige 3] ook.”
De politie heeft [getuige 1] , een klasgenoot van [minderjarige] , als getuige gehoord. [getuige 1] heeft verklaard dat zij in het voorjaar van 2024 een foto heeft gezien waarop het naakte lichaam en het gezicht van [minderjarige] te zien waren. Deze foto was via Snapchat verstuurd naar [getuige 3] , een vriendin van [getuige 1] . Naast [getuige 1] en [getuige 3] hebben nog twee anderen de foto gezien. Op de foto zat [minderjarige] op de grond, met haar hand op haar buik en één knie iets opgetrokken. [minderjarige] had deze foto gestuurd naar een gast op Snapchat die zich iets als ‘ [account-naam] ’ noemde. [getuige 1] weet de naam van het account nog, omdat deze persoon haar ook had toegevoegd op Snapchat in dezelfde periode als de naaktfoto. Toen hij haar vroeg om naaktfoto’s en zelf ook foto’s stuurde, heeft ze hem geblokkeerd.
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij achter het account ‘ [account-naam] ’ zit. In de ten laste gelegde periode heeft hij [minderjarige] overgehaald om naaktfoto’s van zichzelf naar hem te sturen. Ze heeft hem naaktfoto’s gestuurd en een filmpje waarop ze zichzelf uitkleedde. Verdachte heeft de foto’s en het filmpje vervolgens opgeslagen. Hij maakte een screenshot van de naaktfoto’s. Ook heeft hij [minderjarige] berichten gestuurd waarin hij dreigde om de foto’s en het filmpje van [minderjarige] naar haar klasgenoten of kennissen door te sturen als zij geen nieuwe naaktfoto’s meer zou sturen. Verdachte wist dat [minderjarige] minderjarig was. Volgens verdachte waren de dreigende berichten enkel bedoeld om [minderjarige] bang te maken en heeft hij de foto’s en het filmpje nooit doorgestuurd. Wel heeft hij naaktfoto’s en filmpjes van zichzelf verstuurd naar [minderjarige] , waarop te zien was dat hij zichzelf bevredigde.
Betrouwbaarheid verklaringen [minderjarige] en [getuige 1]
Door de verdediging is betoogd dat de verklaringen van [minderjarige] en [getuige 1] als onbetrouwbaar gekwalificeerd dienen te worden vanwege het gesprek met een medewerkster van [organisatie] .
De rechtbank overweegt dat [minderjarige] zelf de bron is van hetgeen door [organisatie] in het gesprek is verteld. Uit al het voorgaande volgt dat [minderjarige] consistent en gedetailleerd heeft verklaard over wat er tussen haar en verdachte is gebeurd en dat haar verklaring steun vindt in de screenshots van de Snapchatgesprekken die zij met verdachte heeft gevoerd. Ook wordt de verklaring voor een groot deel ondersteund door hetgeen verdachte ter terechtzitting heeft verklaard. Hij heeft immers bevestigd dat hij [minderjarige] heeft overgehaald om naaktfoto’s en een filmpje van zichzelf te sturen en dat hij heeft gedreigd om dit beeldmateriaal naar haar klasgenoten te sturen. De rechtbank ziet daarmee geen enkele aanleiding om aan de verklaring van [minderjarige] te twijfelen. De verklaring zal gelet op het voorgaande niet worden uitgesloten van het bewijs.
Ook ten aanzien van [getuige 1] heeft de rechtbank geen enkele concrete aanwijzing om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de afgelegde verklaring. Het enkele feit dat er door [organisatie] met [getuige 1] (en anderen) over de foto gesproken is en er daarbij uitleg is gegeven over strafbare gedragingen, maakt naar het oordeel van de rechtbank niet dat de verklaring van [getuige 1] daarom als onbetrouwbaar dient te worden aangemerkt. [getuige 1] heeft geen belang bij het afleggen van een belastende verklaring jegens verdachte. Zij heeft haar verklaring bovendien afgelegd nadat zij de foto van [minderjarige] had gezien.
Het verweer ten aanzien van de getuigenverklaringen wordt verworpen. De rechtbank zal beide getuigenverklaringen gebruiken voor het bewijs, waarbij de verklaring van [minderjarige] als uitgangspunt wordt genomen.
De rechtbank zal hierna per feit ingaan op de specifieke gedragingen van verdachte en de vraag hoe dit handelen van verdachte juridisch moet worden geduid.
Ten aanzien van feit 1
De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het verspreiden, aanbieden, openlijk tentoonstellen, vervaardigen, verwerven, in bezit hebben van kinderporno en zich door middel van geautomatiseerd werk of gebruikmaking van een communicatiedienst daartoe de toegang heeft verschaft. Zij overweegt hierover als volgt.
Gelet op al het voorgaande stelt de rechtbank vast dat [minderjarige] in de tenlastegelegde periode via Snapchat verschillende foto’s en filmpjes van zichzelf heeft verstuurd naar het account ‘ [account-naam] ’, dat in die periode in gebruik was bij verdachte. Uit de verklaring van [minderjarige] volgt dat verdachte haar vroeg om foto's en filmpjes te sturen waarop ze naakt was en dat zij ook foto’s en filmpjes naar hem heeft gestuurd waarop zij zichzelf (naakt) bevredigde en over haar borsten streelde. Ook vroeg verdachte haar of ze zichzelf wilde uitkleden terwijl ze zichzelf filmde. Verdachte heeft zich middels Snapchat toegang verschaft tot deze afbeeldingen. Ook heeft verdachte volgens zijn eigen verklaring een aantal screenshots van de naaktfoto’s van [minderjarige] opgeslagen.
De rechtbank stelt vast dat de verstuurde foto’s en filmpjes afbeeldingen van seksuele gedragingen betroffen, waarbij de destijds 12-jarige [minderjarige] betrokken was. Op grond van het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte deze kinderpornografische afbeeldingen heeft verworven, in zijn bezit heeft gehad, en zich door middel van geautomatiseerd werk of gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft. Ten aanzien van het vervaardigen van de afbeeldingen overweegt de rechtbank dat verdachte het initiatief heeft genomen tot het maken van de naaktbeelden van [minderjarige] . Hij gaf haar concrete instructies en maakte een screenshot van de beelden die daaruit voortkwamen. Daarmee heeft verdachte zich ook schuldig gemaakt aan het vervaardigen van kinderporno.
Toen [minderjarige] geen naaktfoto’s of filmpjes van zichzelf meer wilde sturen, heeft verdachte haar onder druk gezet om dat wel te blijven doen. Daarbij heeft hij meermaals gedreigd om de eerder verstuurde – en door verdachte opgeslagen – naaktfoto’s van [minderjarige] te verspreiden onder haar klasgenoten. Hij schreef onder meer: “je word exposed dan [minderjarige] , negeer je lekker, fuck you dan, ik ga het doen”. Uit de in het dossier gevoegde screenshots van snapchatberichten volgt dat verdachte bij deze dreigementen deze klasgenoten van [minderjarige] bij naam noemde, waarbij ook de naam van klasgenoot [getuige 3] werd genoemd. Uit de verklaringen van [minderjarige] en [getuige 1] leidt de rechtbank af dat er in diezelfde periode via Snapchat daadwerkelijk een naaktfoto van [minderjarige] naar klasgenoot [getuige 3] is verstuurd, welke foto vervolgens door verschillende klasgenoten is gezien. Volgens de verklaring van [minderjarige] ging het daarbij – gelet op de door haar klasgenoten omschreven pose en achtergrond van de foto – om een foto die zij eerder via Snapchat naar verdachte had verstuurd.
Op basis van al het voorgaande constateert de rechtbank dat verdachte zijn dreigementen heeft waargemaakt en de naaktfoto van [minderjarige] naar haar klasgenoot heeft verzonden. Naar het oordeel van de rechtbank kan wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het verspreiden van kinderporno. Voor het door de verdediging opgeworpen scenario dat de klasgenoten van [minderjarige] , dan wel een derde, deze foto zouden hebben verspreid en/of zelf met AI zouden hebben vervaardigd en vervolgens verzonden, ziet de rechtbank geen aanknopingspunten.
De rechtbank overweegt dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat verdachte de kinderpornografische afbeeldingen heeft aangeboden of openbaar heeft tentoongesteld. Voorts overweegt de rechtbank dat, hoewel wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de in de tenlastelegging genoemde foto’s en filmpjes van [minderjarige] afbeeldingen van seksuele gedragingen betreffen, voor een aantal beschreven seksuele gedragingen in de tenlastelegging geldt dat deze niet volgen uit de verklaring van [minderjarige] , noch uit een ander bewijsmiddel in het dossier. Het gaat daarbij specifiek om penetratie van het eigen lichaam. Verdachte zal van deze onderdelen van de tenlastelegging worden vrijgesproken.
Ten aanzien van feit 2
Verdachte wordt onder feit 2 verweten dat hij [minderjarige] ertoe heeft bewogen om getuige te zijn van seksuele handelingen door haar foto’s en filmpjes te sturen waarop zijn geslachtsdeel te zien was en waarop te zien was dat verdachte zichzelf aan het bevredigen was. Verdachte heeft deze handelingen ter terechtzitting bekend.
De rechtbank overweegt dat de tenlastelegging is gebaseerd op artikel 248d (oud) van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). In dit artikel is het seksueel corrumperen van een minderjarige onder de 16 jaar strafbaar gesteld. Uit de wetsgeschiedenis en vaste jurisprudentie volgt dat artikel 248d (oud) Sr bedoeld is voor situaties waarin de minderjarige ertoe wordt bewogen om daadwerkelijk (live) getuige te zijn van reële seksuele handelingen van de volwassene, op het moment dat deze plaatsvinden. Het tonen van afbeeldingen of filmpjes van eerder opgenomen seksuele handelingen valt daarmee buiten de reikwijdte van 248d (oud) Sr. Dit betekent dat het handelen van verdachte geen strafbare gedraging oplevert als bedoeld in artikel 248d (oud) Sr.
Het tonen van dergelijk beeldmateriaal aan een persoon beneden de leeftijd van 16 jaar kan onder omstandigheden wel een strafbare gedraging opleveren op basis van artikel 240a (oud) Sr. Dit artikel is echter niet ten laste gelegd.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank verdachte, hoewel hij erkent naaktfoto’s en filmpjes van zichzelf te hebben gestuurd, vrijspreken van het onder feit 2 tenlastegelegde.
Ten aanzien van feit 3
Voorts ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het openbaar maken van de foto’s en filmpjes van [minderjarige] , zoals bedoeld in artikel 139h Sr.
De rechtbank overweegt dat met openbaar maken in de zin van dit artikel wordt bedoeld dat de verdachte zich tot het publiek moet hebben gewend om de afbeelding openbaar te maken, bijvoorbeeld door een afbeelding te plaatsen op vrij te raadplegen sociale media. Het doorsturen van een afbeelding naar een specifieke ontvanger is daarvoor niet voldoende. Dat sprake is geweest van openbaar maken op de hierboven beschreven wijze volgt niet uit het dossier. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het onder feit 3 tenlastegelegde.
3 De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
1.
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2023 tot en met 21 april 2024 te [woonplaats] en/of Doetinchem, althans in Nederland, een aantal afbeeldingen en/of een aantal gegevensdragers, bevattende afbeeldingen, te weten een aantal foto’s en/of filmpjes, van seksuele gedragingen, waarbij [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2011, althans iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of verworven en/of in bezit gehad en/of zich daartoe door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang heeft verschaft, welke seksuele gedragingen – zakelijk weergegeven – bestonden uit:
het met een of meer vingers vaginaal penetreren van het eigen lichaam door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of
het met een of meer vingers betasten en/of aanraken van het eigen geslachtsdeel en/of de eigen borsten door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt en/of
het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van/door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet had bereikt, waarbij deze persoon gekleed is en/of opgemaakt is en/of poseert in een omgeving en/of in een erotisch getinte houding (op een wijze) die niet bij haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon en/of de uitsnede van de foto's/film(s) nadrukkelijk het (ontblote) geslachtsdeel, de borsten en/of billen van deze persoon in beeld gebracht worden,
(waarbij) de afbeelding (aldus) (telkens) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1:
een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden, vervaardigen, verwerven, in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, meermalen gepleegd
5 De strafbaarheid van het feit
Het feit is strafbaar.
6 De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar. Aan het voorwaardelijke deel dienen de bijzondere voorwaarden te worden verbonden zoals geadviseerd door de reclassering.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht om bij de strafbepaling rekening te houden met de samenloopregeling en het feit dat verdachte een first offender is. Zij heeft bepleit dat aan verdachte een onvoorwaardelijke (eventueel maximale) taakstraf wordt opgelegd, indien nodig in combinatie met een voorwaardelijke gevangenisstraf, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
De ernst van het feit
Verdachte (een man van 29 jaar oud) heeft de destijds 12-jarige [minderjarige] op Snapchat benaderd en haar - terwijl hij wist dat ze minderjarig was - overgehaald om naaktfoto’s en -filmpjes van zichzelf te maken en naar hem toe te sturen. Verdachte maakte screenshots van de foto’s en sloeg de foto’s en filmpjes op. Toen [minderjarige] geen naaktfoto’s meer wilde sturen, dwong verdachte haar om door te gaan, door te dreigen met het doorsturen van de eerder gemaakte naaktfoto’s naar haar klasgenoten. Dit dreigement heeft hij vervolgens waargemaakt, waardoor verschillende klasgenoten een naaktfoto van [minderjarige] hebben gezien. Daarmee heeft verdachte de jonge [minderjarige] op haar meest kwetsbare punt geraakt.
Uit het dossier en de slachtofferverklaringen die mede namens [minderjarige] door haar ouders zijn afgelegd ter terechtzitting, blijkt welke ingrijpende gevolgen de laffe daden van verdachte hebben gehad voor [minderjarige] en haar familie en hoe zij hier twee jaar later nog altijd mee worden geconfronteerd. Hoewel verdachte ter terechtzitting meerdere malen heeft gezegd spijt te hebben, heeft hij slechts deels openheid van zaken gegeven. Daarmee heeft hij ook slechts deels verantwoordelijkheid genomen voor wat hij heeft gedaan en de gevolgen van zijn daden voor [minderjarige] en haar familie.
De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij zich heeft laten leiden door zijn frustraties over vrouwen en enkel heeft gehandeld vanuit zijn eigen (seksuele) behoeften. Gedurende de maanden dat hij via Snapchat contact heeft gehad met [minderjarige] heeft hij zich op geen enkel moment en op geen enkele wijze om het nog hele jonge en daarom kwetsbare meisje bekommerd. In plaats daarvan zette hij haar verder onder druk op het moment dat zij aangaf geen foto’s meer te willen sturen. Dit rekent de rechtbank hem zwaar aan.
De persoon van de verdachte
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van verdachte. Daaruit volgt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.
Ook heeft de rechtbank acht geslagen op het rapport van de reclassering van 30 maart 2026. Daaruit volgt dat er bij verdachte geen sprake is van een delictpatroon. In de onderhavige zaak lijken de frustraties over het niet hebben van een vriendin of relatie en moeite hebben met afwijzing door vrouwen ten grondslag te hebben gelegen aan het delictgedrag. De reclassering merkt deze factoren aan als risicofactoren. De persoonlijke omstandigheden van verdachte zijn stabiel en hij heeft een steunend familienetwerk dat op de hoogte is van de verdenking. Dit zijn beschermende factoren. De reclassering schat het risico op recidive in als laag-gemiddeld. Het risico op onttrekken aan voorwaarden wordt ingeschat als laag. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met de onderstaande bijzondere voorwaarden:
-
meldplicht bij reclassering;
-
ambulante behandeling;
-
vermijden digitale omgevingen seksueel kindermisbruik.
De reclassering acht het wenselijk dat verdachte onder toezicht van de reclassering een forensische behandeling gaat volgen om delictinzicht te krijgen en grensoverschrijdend seksueel gedrag in de toekomst te voorkomen. Daarnaast acht de reclassering het wenselijk om de voorwaarde ‘vermijden digitale omgeving seksueel kindermisbruik’ op te leggen, omdat het delictgedrag online heeft plaatsgevonden. Verdachte heeft aangegeven zijn medewerking te zullen verlenen aan dit plan van aanpak.
De op te leggen straf
Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank verder gekeken naar de oriëntatiepunten voor de rechtspraak en straffen die in soortgelijke zaken worden opgelegd. Gelet op de ernst van het feit kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden volstaan met een taakstraf of een voorwaardelijke gevangenisstraf, zoals bepleit door de verdediging.
Alles afwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren, passend en geboden. Aan het voorwaardelijk strafdeel zullen de bijzondere voorwaarden worden verbonden zoals geadviseerd door de reclassering in het advies van 30 maart 2026. Deze straf is gelijk aan de eis van de officier van justitie.
8 De beoordeling van de civiele vordering
Namens [minderjarige] is ten aanzien van feiten 1, 2 en 3 een vordering tot schadevergoeding ingediend. Zij vordert in totaal een bedrag van € 3.000,- aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. Verder wordt om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij geheel kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De verdediging heeft de rechtbank verzocht om gebruik te maken van haar schattingsbevoegdheid en het gevorderde bedrag te matigen, omdat er meerdere oorzaken ten grondslag liggen aan het gestelde geestelijk letsel van de benadeelde, waarvan het tenlastegelegde er één is. In het geval dat de rechtbank vindt dat er geen sprake is van geestelijk letsel, wordt verzocht om geen aansluiting te zoeken bij het hoofdstuk “openbaarmaking van seksueel getint beeldmateriaal” van deel C van de Rotterdamse schaal, gelet op de bepleite vrijspraak voor de ten laste gelegde verspreiding en openbaarmaking. Ook in dat geval wordt de rechtbank verzocht om het bedrag te matigen.
Overweging van de rechtbank
Naar het oordeel van de rechtbank is vast komen te staan dat de benadeelde als gevolg van het bewezenverklaarde feit immateriële schade heeft geleden. De rechtbank constateert dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde op andere wijze in de persoon is aangetast. Blijkens de toelichting op de vordering kampt de benadeelde partij door meerdere oorzaken, waaronder het ten laste gelegde, met depressieve klachten, waarvoor zij onder behandeling heeft gestaan van een psycholoog. Ook slaapt zij slecht en heeft zij vaak buikpijn. Naar het oordeel van de rechtbank brengen de aard en ernst van de normschending in dit geval mee dat deze gevolgen zo voor de hand liggen, dat een aantasting in de persoon kan worden aangenomen. Dit is aan verdachte toe te rekenen.
Voor de begroting van de schade heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij het hoofdstuk Openbaarmaking van seksueel getint beeldmateriaal van de Rotterdamse Schaal. De rechtbank overweegt dat het bewezenverklaarde voor wat betreft de hoeveelheid beeldmateriaal en de beperkte groep mensen waarbinnen het beeldmateriaal is verspreid past binnen categorie ‘(b) ernstig’. Voor deze categorie geldt een bandbreedte tot € 2.500,-. Omdat de benadeelde op het beeldmateriaal echter goed herkenbaar is, hetgeen past bij de categorie ‘(a) meest ernstig’, acht de rechtbank een hoger bedrag passend. Rekening houdend met de aard en ernst van het bewezenverklaarde en gelet op de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen, zal de rechtbank de immateriële schadevergoeding dan ook naar billijkheid vaststellen op het gevorderde bedrag van € 3.000,-.
9 De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f en 240b (oud) van het Wetboek van Strafrecht.
10 De beslissing
De rechtbank:
? verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
? verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
? verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
? verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
? veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden;
-
bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 6 maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden:
-
stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
? stelt als bijzondere voorwaarden dat:
- verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal contact met verdachte opnemen voor de eerste afspraak;
- verdachte zich gedurende de proeftijd laat behandelen door Kairos of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op delictpreventie en seksueel grensoverschrijdend gedrag;
- verdachte gedurende de proeftijd:
1. digitale omgevingen vermijdt waarin hij in aanraking kan komen met kinderpornografisch materiaal;
2. digitale omgevingen vermijdt waarin over seksuele handelingen met minderjarigen wordt gecommuniceerd;
3. geen gebruik maakt van virtuele machines, versleutelprogramma’s (zoals Bitlocker, Veracrypt) of applicaties die helpen de identiteit te verbergen (zoals een VPN), tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik (zoals voor werk of voor bankzaken);
4. inzicht geeft in de wijze waarop hij de omgevingen genoemd onder 1. en 2. zal vermijden en bespreekt hoe dit verlopen is voor het verstreken deel van de proeftijd.
Het toezicht op de naleving van de onderdelen 1. tot en met 3. beperkt zich tot geautomatiseerde controles van digitale apparaten (zoals computers, smart devices, USB-sticks, SD-kaarten, externe harde schijven) waarop bestanden kunnen worden opgeslagen en/of waarmee internet kan worden benaderd en die verdachte in gebruik heeft. Verdachte werkt mee aan deze controles tijdens (on)aangekondigde huisbezoeken en verschaft toegang tot alle aanwezige digitale apparaten die verdachte in gebruik heeft. Hieronder wordt begrepen het verstrekken van wachtwoorden, codes of andere wijzen van ontgrendeling of ontsluiting zoals vingerafdrukken, die nodig zijn voor toegang. Op verzoek past verdachte de instellingen zodanig aan dat controle mogelijk is. De wijzigingen mogen niet leiden tot definitieve wijzigingen aan het apparaat en worden aan het einde van de controle weer teruggezet. De controles worden uitgevoerd door de reclassering. Indien en voor zover noodzakelijk mag de
reclassering voor ondersteuning op technisch en digitaal gebied een specialist, niet zijnde een opsporingsambtenaar meenemen. De controles mogen gedurende de proeftijd maximaal (circa) 9 keer worden uitgevoerd, waarbij de persoonlijke levenssfeer van verdachte zoveel mogelijk wordt geëerbiedigd. De controles strekken er in het bijzonder niet toe een min of meer volledig beeld te krijgen van het persoonlijke leven van verdachte;
? stelt als overige voorwaarden dat verdachte:
- zijn medewerking zal verlenen aan het ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit afnemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;
- zijn medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14c van het Wetboek van Strafrecht. De medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht zijn daaronder begrepen;
? geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van deze bijzondere voorwaarden en tot begeleiding van verdachte ten behoeve daarvan;
De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [minderjarige]
-
veroordeelt verdachte in verband met het feit onder nummer 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [minderjarige] van € 3.000,- aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 april 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
-
veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
-
legt aan verdachte ten aanzien van feit 1 de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [minderjarige] een bedrag te betalen van € 3.000,- aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 21 april 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 30 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
-
bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Graat (voorzitter), mr. S.W. van Kasbergen en mr. S.H.W. Martens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.K. Verberkt, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 juli 2026. |
||
|
mr. Van Kasbergen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. |
||