Strafrecht overig

Verdachte veroordeelt voor bezit, verspreiden en verwerven van kinderporno. De rechtbank legt een…

Rechtbank Gelderland, 20 juli 2026

Zaakgegevens

Op 20 juli 2026 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
20 juli 2026
Datum publicatie
20 juli 2026
Zaaknummer
05/040171-26
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:5895
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verdachte veroordeelt voor bezit, verspreiden en verwerven van kinderporno. De rechtbank legt een gevangenisstraf op voor de duur van 8 maanden, waarvan 7 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en een taakstraf voor de duur van 240 uur.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/040171-26

Datum uitspraak : 20 juli 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1974 in [geboorteplaats] ,

wonende aan [adres] in [woonplaats] ,

raadsvrouw: mr. C.H.J. van Dooijeweert, advocaat in Barneveld.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 13 november 2023 tot en met 24 september 2024 te [woonplaats] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal,

(in de periode van 13 november 2023 tot en met 30 juni 2024) een of meer afbeeldingen en/of – gegevensdragers, bevattende afbeeldingen – van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft

en/of

(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 24 september 2024) een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft te weten een of meerdere tablet(s) (merk Samsung), waarop te zien is dat:

die persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of voorwerp

en/of

het eigen lichaam vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een vinger, hand en/of voorwerp, door die persoon

(afbeeldingsnummers 1 en 2 in toonmap)

en/of

het geslachtsdeel van die persoon met een mond en/of tong wordt/worden aangeraakt

en/of

het geslachtsdeel van een ander kind/persoon met een vinger en/of hand wordt/worden aangeraakt door die persoon

en/of

die persoon het eigen geslachtsdeel, de eigen billen en/of de eigen borsten met een vinger, hand en/of voorwerp aanraakt

(afbeeldingsnummer 3 in toonmap)

en/of

die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij

- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of opgemaakt is en/of in een omgeving en/of met een of meerdere voorwerpen en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn/haar leeftijd past

en/of

- die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet

en/of

- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto’s/films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of billen van die persoon in beeld worden gebracht

(afbeeldingsnummers 4 tot en met 9 in toonmap)

en/of

dat bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon wordt gemasturbeerd

en/of

bij/naast het gezicht en/of het lichaam van die persoon een (stijve) penis wordt gehouden

(afbeeldingsnummer 10 in toonmap)

terwijl van het begaan van dit feit een beroep of gewoonte werd gemaakt.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde feit, meer specifiek het een gewoonte maken van het verwerven, in bezit hebben en verspreiden van kinderpornografische afbeeldingen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft geen bewijsverweer gevoerd.

Beoordeling door de rechtbank

Er is – met uitzondering van het bestanddeel ‘een gewoonte maken’ – sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal beschrijving kinderpornografisch materiaal, inclusief bijlagen, p. 26 t/m 42;

- het proces-verbaal van bevindingen, nummer ONRBD24021-43, van 12 maart 2026, inclusief bijlage, p. 1-6 (apart proces-verbaal);

- de verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 6 juli 2026.

Een gewoonte maken

Over het ten laste gelegde ‘een gewoonte maken’ overweegt de rechtbank als volgt.

Uit het dossier blijkt dat bij verdachte op twee gegevensdragers in totaal ten minste 12.824 foto’s en vier video’s zijn gevonden die als kinderpornografisch materiaal kunnen worden gekwalificeerd. Bovendien heeft verdachte bekend gedurende de gehele tenlastegelegde periode deze afbeeldingen te hebben gedownload of geopend en vervolgens te hebben bekeken. Op piekmomenten betrof dit zelfs meerdere malen per week. Tot slot heeft verdachte ter terechtzitting verklaard – hoewel dit niet ten laste is gelegd – dat hij zich in totaal al tien jaar bezighield met het bekijken van kinderporno.

Gelet op de duur van de tenlastegelegde periode, de frequentie waarmee verdachte het materiaal downloadde en bekeek en de grote hoeveelheid strafbaar materiaal die is aangetroffen, is de rechtbank van oordeel dat het bestanddeel ‘een gewoonte maken’ wettig en overtuigend kan worden bewezen.

3 De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat:

hij in of omstreeks de periode van 13 november 2023 tot en met 24 september 2024 te [woonplaats] , althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (in de periode van 13 november 2023 tot en met 30 juni 2024, (artikel 240b Wetboek van Strafrecht) een of meer afbeeldingen en/of gegevensdragers, bevattende afbeeldingen van een seksuele gedraging waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt was betrokken en/of schijnbaar was betrokken, heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft

en/of

(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 24 september 2024, (artikel 252 Wetboek van Strafrecht) een of meer visuele weergaven van seksuele aard en/of met onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken heeft verspreid en/of aangeboden en/of openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe de toegang heeft verschaft, te weten een of meerdere tablet(s) (merk Samsung), waarop te zien is dat:

die persoon oraal, vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een penis en/of een voorwerp

en/of

het eigen lichaam vaginaal en/of anaal wordt gepenetreerd met een vinger, een hand en/of een voorwerp, door die persoon

(afbeeldingsnummers 1 en 2 in toonmap)

en/of

het geslachtsdeel van die persoon met een mond en/of tong wordt/worden aangeraakt

en/of

het geslachtsdeel van een ander kind/persoon met een vinger en/of een hand wordt/worden aangeraakt door die persoon

en/of

die persoon het eigen geslachtsdeel, de eigen billen en/of de eigen borsten met een vinger, een hand en/of een voorwerp aanraakt

(afbeeldingsnummer 3 in toonmap)

en/of

die persoon poserend of in een pose is afgebeeld, waarbij

- die persoon geheel of gedeeltelijk naakt is en/of gekleed is en/of opgemaakt is en/of in een omgeving en/of met één of meerdere voorwerpen en/of in een (erotisch getinte) houding op een wijze die niet bij zijn of haar leeftijd past

en/of

- die persoon zich in opeenvolgende afbeeldingen of filmfragmenten van zijn of haar kleding ontdoet

en/of

- door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de foto’s of films nadrukkelijk het geslachtsdeel, de borsten en/of de billen van die persoon in beeld worden gebracht

(afbeeldingsnummers 4 tot en met 9 in toonmap)

en/of

dat bij/op het gezicht en/of het lichaam van die persoon wordt gemasturbeerd

en/of

bij/naast het gezicht en/of het lichaam van die persoon een (stijve) penis wordt gehouden

(afbeeldingsnummer 10 in toonmap)

terwijl van het begaan van dit feit een beroep of gewoonte werd gemaakt.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

(in de periode van 13 november 2023 tot en met 30 juni 2024)

een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden, verwerven, in bezit hebben en zich door middel van een geautomatiseerd werk of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe verschaffen, meermalen gepleegd, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt

(in de periode van 1 juli 2024 tot en met 24 september 2024)

een visuele weergave van seksuele aard of met een onmiskenbaar seksuele strekking, waarbij een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden, verwerven, in bezit hebben en zich de toegang daartoe verschaffen, meermalen gepleegd, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 De overwegingen ten aanzien van straf

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 12 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft verzocht om geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Daartoe wordt aangevoerd dat verdachte een blanco strafblad heeft, hij vanaf het eerste moment heeft meegewerkt met het politieonderzoek en inmiddels beseft hoe ernstig zijn gedrag is geweest. Hij heeft een vrijwillige behandeling bij [instelling] positief afgerond en is nu nog steeds vrijwillig onder behandeling bij een psycholoog om in bredere zin om te leren gaan met stress. Het recidiverisico is dan ook al aanzienlijk verminderd. Een gevangenisstraf zal problemen opleveren voor het werk en de financiën van verdachte, maar vooral een flinke impact hebben op zijn vrouw en kinderen. Een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf in combinatie met een taakstraf doet voldoende recht aan alle strafdoelen en brengt de resocialisatie van verdachte niet in gevaar, aldus de raadsvrouw.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft gedurende een periode van ruim tien maanden (en naar eigen zeggen nog veel langer) een gewoonte gemaakt van het in bezit hebben van kinderpornografische afbeeldingen. Het ging om in totaal bijna 13.000 afbeeldingen van (jonge) kinderen, sommigen slechts 10 jaar oud, die op verschillende manieren seksueel worden misbruikt. De enorme hoeveelheid afbeeldingen, maar ook het feit dat verdachte meermaals afbeeldingen met anderen heeft gedeeld of uitgewisseld, weegt ernstig in het nadeel van verdachte. Daarnaast is verdachte niet uit zichzelf gestopt, maar kwam er pas een einde aan zijn gedrag toen de politie bij hem thuiskwam en hem hiermee confronteerde.

Het is een feit van algemene bekendheid dat kinderen bij de vervaardiging van kinderpornografische afbeeldingen veelvuldig seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. Kinderen die seksuele handelingen moeten verrichten of moeten ondergaan ten behoeve van de kinderporno-industrie kunnen aanzienlijke psychische schade oplopen die ook vele jaren later nog diepe sporen nalaat. Door de verspreiding van het beeldmateriaal wordt de schade voor de afgebeelde jeugdigen nog vergroot. Beelden zijn niet eenvoudig te verwijderen van het internet en blijven daar vaak nog jarenlang circuleren, waardoor de slachtoffers ook jaren nadat het misbruik heeft plaatsgevonden, daarmee kunnen worden geconfronteerd. Voor een effectieve bestrijding van kinderporno is het noodzakelijk om niet alleen de personen aan te pakken die kinderporno vervaardigen, maar ook degenen die de afbeeldingen downloaden. De vraag naar en het bezit van kinderpornografie dragen immers bij aan de productie ervan en daarmee dus ook aan het misbruik van kinderen. Verdachte moet dan ook medeverantwoordelijk worden gehouden voor genoemd seksueel misbruik van kinderen, omdat hij door kinderporno te downloaden en delen heeft bijgedragen aan de instandhouding van de vraag ernaar.

De rechtbank rekent het verdachte zeer aan dat hij kinderporno bekeek in zijn eigen huis, op dezelfde verdieping als de slaapkamers van zijn kinderen, in een kamer die niet op slot zat. Zijn kinderen, die destijds dezelfde leeftijd hadden als de kinderen op de afbeeldingen die verdachte bekeek, konden op ieder moment binnenlopen en geconfronteerd worden met een vader die toekeek hoe leeftijdsgenoten seksueel werden misbruikt. Daarnaast vindt de rechtbank het onbegrijpelijk dat verdachte een tablet die hij voorheen gebruikte voor het bekijken van kinderporno aan zijn minderjarige zoon heeft gegeven. Hoewel verdachte in de veronderstelling was dat hij al het kinderpornografische materiaal had verwijderd, is uit onderzoek gebleken dat er zich nog meerdere afbeeldingen met kinderporno op bevonden. Verdachte heeft een groot risico genomen dat zijn zoon hiermee zou worden geconfronteerd.

Uit het uittreksel van het strafblad van verdachte van 5 juni 2026 blijkt dat hij niet eerder voor enig strafbaar feit is veroordeeld. Ook na zijn aanhouding voor dit feit is verdachte niet opnieuw met politie en justitie in aanraking gekomen.

De rechtbank houdt er in het voordeel van verdachte rekening mee dat hij vanaf het moment dat de politie bij hem aan de deur stond zijn medewerking heeft verleend aan het politieonderzoek en het feit grotendeels heeft bekend. Bovendien heeft hij de dag na de inval contact opgenomen met ‘Stop It Now’ en is hij vrijwillig in behandeling gegaan bij [instelling] .

De rechtbank heeft ook kennisgenomen van het reclasseringsrapport van 15 juni 2026.

De reclassering merkt op dat er bij verdachte – hoewel hij first offender is – sprake is van een gedragspatroon, gelet op de langdurige delictperiode. De reclassering ziet risico’s op het gebied van ontoereikende probleemoplossingsvaardigheden, seksuele deviatie en seks als coping. Het delictgedrag lijkt voort te komen uit stress in verdachtes huwelijk met zijn ex-partner (de moeder van zijn kinderen) en in zijn werk. Er is geen sprake van een pro-criminele houding.

Uit de brief van [instelling] van 22 april 2025 volgt dat verdachte inzicht heeft gekregen in het patroon dat tot zijn delictgedrag heeft geleid en dat hij bezig is om hetgeen hij in zijn behandeling heeft geleerd in het dagelijks leven toe te passen. Volgens [instelling] is het recidiverisico als gevolg van de behandeling verminderd. Daarnaast is verdachte nog steeds vrijwillig onder begeleiding van een psycholoog, omdat hij de wens heeft om in bredere zin beter te leren omgaan met stress. De psycholoog heeft ook een signaalfunctie ten aanzien van zijn delictgedrag en kan hem bij signalen van terugval doorverwijzen naar [instelling] . Verdachte is over zijn delictgedrag open geweest naar zijn huidige partner, die hem steunt om meer over zijn gevoelens te praten én hem op kritische wijze kan confronteren met gedragspatronen, en naar zijn ex-partner, die er inmiddels weer mee akkoord is dat verdachte zonder aanwezigheid van anderen contact heeft met zijn kinderen. Verdachte heeft een (koop)huis, een stabiel inkomen uit werk en krijgt ondersteuning van een werkcoach om ook op zijn werk stressfactoren op een gezondere manier aan te pakken. Verdachte lijkt, kort gezegd, op (vrijwel) alle leefgebieden zijn leven (weer) op orde te hebben.

De rechtbank is van oordeel, met inachtneming van hetgeen hiervoor is opgemerkt, dat niet anders kan worden gereageerd dan met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van enige duur. Een straf zoals door de raadsvrouw bepleit doet onvoldoende recht aan de ernst van het feit. Bovendien is het taakstrafverbod uit artikel 22b van het Wetboek van Strafrecht van toepassing. Anders dan de officier van justitie ziet de rechtbank echter, mede gelet op de ingezette hulpverlening, geen reden om verdachte voor een lange periode een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, met name vanwege de gevolgen voor zijn werk, inkomen en zijn gezin. De rechtbank zal het grootste gedeelte van de gevangenisstraf dan ook voorwaardelijk opleggen als stok achter de deur om recidive te voorkomen, temeer nu het delictgedrag bij verdachte gepaard lijkt te gaan met stress. Daarnaast legt de rechtbank aan verdachte de maximale taakstraf op, mede vanwege de beperkte duur van de onvoorwaardelijke gevangenisstraf, zodat hij op meerdere manieren de schade die hij de maatschappij heeft toegebracht dient te herstellen.

Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden, waarvan 7 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren passend en geboden. Daarnaast legt de rechtbank aan verdachte een taakstraf op voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 240b (oud), 252 en 254 van het Wetboek van Strafrecht.

9 De beslissing

De rechtbank:

? verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

? verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

? verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

? verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

? veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 (acht) maanden;

? bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 7 (zeven) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren schuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;

? legt op een taakstraf voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren, met bevel dat indien deze taakstraf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. Y. van Wezel (voorzitter), mr. M.G.J. Post en mr. R.M.H. Pennings, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.F. Brouwer en mr. T.F.R. Litan, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 juli 2026.

Mr. Van Wezel, mr. Pennings en mr. Litan zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Eenheid Oost-Nederland, Team Bestrijding Kinderporno en Kindersekstoerisme (TBKK), opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer ONRBD24021 (onderzoek Essid), gesloten op 20 januari 2026, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.