Strafrecht overig
Veroordeling voor artikel 243 (oud) Sr. De rechtbank legt op een gevangenisstraf van 24 maanden.
Rechtbank Gelderland, 16 juli 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:6152 · Rechtbank Gelderland · 16 juli 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbgel-2026-6152
Zaakgegevens
Op 16 juli 2026 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Zutphen
- Datum uitspraak
- 16 juli 2026
- Datum publicatie
- 30 juli 2026
- Zaaknummer
- 05.155262.25
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2026:6152
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Veroordeling voor artikel 243 (oud) Sr. De rechtbank legt op een gevangenisstraf van 24 maanden.
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05.155262.25
Datum uitspraak : 16 juli 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedag] 1997 in [geboorteplaats] (Nigeria),
wonende aan [adres] [woonplaats] .
Raadsvrouw: mr. J.E.W. Jansen, advocaat in Zutphen.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 13 november 2025 en 2 juli 2026.
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 8 oktober 2023 te Apeldoorn, met [aangever] , van wie hij, verdachte, wist dat deze in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht
verkeerde, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het
seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangever] , te weten
- het brengen en/of bewegen van zijn, verdachtes, penis en/of een of meer vingers in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [aangever] en/of
- het betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van die [aangever] ;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 8 oktober 2023 te Apeldoorn, met [aangever] , van wie hij, verdachte, wist dat deze in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht
verkeerde, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten
- het betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van die [aangever] .
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde, met uitzondering van het deel van de tenlastelegging dat ziet op de penis.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft primair vrijspraak bepleit vanwege het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs, gezien de ongeloofwaardige, onbetrouwbare en mogelijk op elkaar afgestemde verklaringen van aangeefster [aangever] en getuige [getuige] . Subsidiair dient verdachte vrijgesproken te worden, omdat niet is voldaan aan het bewijsminimum ex artikel 342 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering. Meer subsidiair is er in ieder geval geen wettig en overtuigend bewijs aanwezig voor het binnendringen met de vingers/penis of het aanraken van de vagina.
Verdachte heeft verklaard dat hij vrijwillige seks heeft gehad met [getuige] , terwijl [aangever] naast hen in bed lag en op haar telefoon keek. Op enig moment heeft hij [aangever] over haar rug gestreeld om te kijken of zij ook geïnteresseerd was. Hij heeft haar verder niet aangeraakt.
Beoordeling door de rechtbank
Betrouwbaarheid verklaringen [aangever] en [getuige]
De rechtbank stelt vast dat de verklaringen die [aangever] en [getuige] bij de politie en de rechter-commissaris hebben afgelegd over wat er die bewuste avond is gebeurd op enkele onderdelen niet met elkaar overeenkomen maar dat dit vooral gaat over niet van belang zijnde details over het verloop van de avond. Voor zover het gaat over wat er in het bed van [aangever] is gebeurd, zijn deze verklaringen gedetailleerd en consistent. Zo verklaren zij beiden dat zij in het bed sliepen, dat [getuige] naar het bed kijkend links lag, dat [aangever] rechts naast haar lag en dat toen zij wakker werden verdachte achter [aangever] lag, dat [aangever] wakker heeft gemaakt met een klap in haar gezicht toen zij iets in haar vagina voelde en dat [getuige] vervolgens verdachte een klap in zijn gezicht gaf. Er is geen aanleiding om aan te nemen dat [aangever] en [getuige] hun verklaringen op elkaar hebben afgestemd, zoals door de verdediging bepleit. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de verklaringen betrouwbaar zijn en voor het bewijs kunnen worden gebruikt.
Bewijsmiddelen algemeen
Op 10 oktober 2023 kreeg de politie het verzoek om naar [adres] in Apeldoorn te gaan. Daar zouden twee dames zijn, waarvan er één verkracht zou zijn door een bewoner van het opvangcentrum op dit adres. Ter plaatse spraken zij [getuige] en [aangever] . Zij verklaarden dat zij op 7 oktober 2023 in de stad in Apeldoorn waren geweest met [naam] . [naam] was niet zijn echte naam. De coördinator van het opvangcentrum heeft uitgezocht dat zijn echte naam [verdachte] is. De dames verklaarden dat zij met zijn drieën naar het huis van [aangever] aan [adres] in Apeldoorn gingen. [verdachte] wilde niet terug naar de opvang, dus stemden zij ermee in dat hij op de bank mocht blijven slapen. Rond 08.45 uur werd [aangever] wakker, omdat zij voelde dat zij gepenetreerd werd. Toen ze haar ogen open deed, zag ze het gezicht van [getuige] . Ze zag dat [verdachte] achter haar lag en voelde dat hij met zijn vingers haar lichaam was binnengedrongen.
[aangever] heeft aangifte gedaan. Zij verklaarde dat zij, [getuige] en verdachte op zondagochtend 8 oktober 2023 rond 05.00 uur bij haar thuis kwamen. Zij had barstende hoofdpijn en is gelijk naar bed gegaan. Tegen haar vriendin had ze gezegd dat zij bij haar in bed kon liggen en dat [verdachte] op de bank moest slapen. Ze is daarna gaan slapen. Op een gegeven moment werd aangeefster wakker van [verdachte] , omdat hij met haar bezig was. Ze heeft haar vriendin een klap gegeven en wakker gemaakt. [getuige] lag voor haar. Ze zei tegen [getuige] (de rechtbank begrijpt: [getuige] ): “Hij ligt achter mij in zijn onderbroek.” [getuige] heeft hem toen een klap gegeven. Ze wist toen nog niet wat er aan de hand was. Aangeefster lag op haar rechterzij en [verdachte] lag achter haar, aan de buitenkant van het bed. Aangeefster lag met haar gezicht in de richting van [getuige] . [verdachte] lag in zijn onderbroek. Aangeefster was van onder nat en er was ook bloed. Ze heeft haar onderbroek aan [getuige] laten zien. [getuige] vroeg aan [verdachte] hoe hij aan aangeefster had gezeten. [verdachte] gaf toe dat het met zijn vingers was.
Bij de rechter-commissaris heeft [aangever] haar verklaring over wat er in het bed is gebeurd, herhaald.
Getuige [getuige] heeft verklaard dat ze die nacht rond 04.50 uur bij [aangever] waren. [aangever] kreeg hoofdpijn en is naar bed gegaan. [verdachte] is in de woonkamer op de bank gaan liggen. Hij had alleen een rode boxershort aan. Getuige is naast [aangever] in bed gaan slapen. Als getuige op haar rug zou liggen dan lag [aangever] links van haar. Getuige lag met haar gezicht richting [aangever] . Opeens kreeg zij een pets op haar hoofd van [aangever] . Ze zag dat [verdachte] ineens naast [aangever] lag. [aangever] zei: “Hij zit aan mij.” Getuige gaf hem ook een klap. [aangever] lag op haar rechterzij en keek getuige aan. [verdachte] lag hetzelfde als [aangever] , ook op zijn rechterzij achter haar rug. Bij het geven van de klap, raakte getuige nog bijna [aangever] . [verdachte] stond op en liep naar de woonkamer. Getuige vroeg aan [aangever] wat er gebeurd was. Ze zei: “Hij zit in me.” Getuige is naar de woonkamer gegaan en heeft aan hem gevraagd wat er was gebeurd. Hij zei toen dat hij met zijn vingers in haar is geweest. Getuige zag dat [aangever] verdrietig was, zij zag de tranen over haar wangen. [aangever] ging naar de wc en begon over bloed in haar ondergoed. Dit liet ze getuige ook zien. Nadien heeft getuige [verdachte] nog via Whatsapp benaderd met van ‘wat is dit?’. Van dit gesprek heeft ze een screenshot gemaakt.
Op het screenshot is het volgende te zien:
Verstuurd om 20:58: ‘I really can’t believe what happened yesterday’
Ontvangen om 21:04: ‘Am really sorry about everything that happened... I don’t even know how to explain it’
Verstuurd om 21:06: ‘I expected a lot but never this. I don’t even know what to say.’
Ontvangen om 21:12: ‘Am sorry’
[getuige] heeft bij de rechter-commissaris aan haar verklaring nog toegevoegd dat het Whatsapp gesprek op pagina 62 van het dossier gaat over wat er op 8 oktober is gebeurd. Dit is een gesprek dat getuige met verdachte voerde.
Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij zichzelf [verdachte] noemde. Op 8 oktober 2023 heeft hij in de woning van [aangever] geslapen en daar waren ook [aangever] en [getuige] . Hij werd wakker door een klap van [getuige] . Zij beschuldigde hem toen meteen ervan dat hij haar vriendin had verkracht. Hij is de andere persoon in het gesprek waar een screenshot van is gemaakt.
Op grond van de bovengenoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zijn vingers in de vagina van [aangever] heeft gebracht. Uit het dossier blijkt niet dat verdachte met zijn penis in de vagina van aangeefster is geweest. De rechtbank zal verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging dan ook vrijspreken.
Vervolgens dient de rechtbank de vraag te beantwoorden of aangeefster op het moment dat deze seksuele handeling plaatsvond in een staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn dan wel lichamelijke onmacht verkeerde, als bedoeld in artikel 243 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) (oud) en zo ja, of verdachte dit wist.
Uit de wetsgeschiedenis volgt dat van verminderd bewustzijn sprake is als iemand in een staat verkeert tussen waakzaamheid en geheel van de wereld zijn, waarbij van de persoon in redelijkheid niet kan worden verwacht dat hij weerstand biedt aan de seksuele verlangens van een ander. Uit de hiervoor genoemde bewijsmiddelen volgt dat [aangever] sliep ten tijde van de seksuele handelingen en dus in een staat van verminderde bewustzijn verkeerde. Dit was naar het oordeel van de rechtbank ook voor verdachte duidelijk. [aangever] lag in haar bed en is die dag ook eerder dan verdachte en [getuige] naar bed gegaan om te gaan slapen. Daarbij was verdachte aanwezig. De rechtbank acht het primair tenlastegelegde dan ook wettig en overtuigend bewezen.
3. De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op of omstreeks 8 oktober 2023 te Apeldoorn, met [aangever] , van wie hij, verdachte, wist dat deze in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht
verkeerde, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het
seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangever] , te weten
- het brengen en/of bewegen van zijn, verdachtes, penis en/of een of meer vingers in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [aangever] en/of
- het betasten en/of aanraken van het geslachtsdeel van die [aangever] .
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
primair:
met iemand van wie de dader weet dat hij in verminderd bewustzijn verkeert, handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam.
5 De strafbaarheid van het feit
Het feit is strafbaar.
6 De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft geen strafmaatverweer gevoerd.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Na een avond uitgaan mocht verdachte op de bank van het slachtoffer slapen, zodat hij niet naar huis terug hoefde te fietsen. Verdachte heeft op grove wijze misbruik gemaakt van deze gastvrijheid door, terwijl het slachtoffer in haar eigen bed sliep, met zijn vingers bij haar in haar vagina naar binnen te dringen. Verdachte heeft door zijn handelen ernstig inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer en heeft zich laten leiden door zijn eigen lusten zonder zich te bekommeren om de schadelijke gevolgen daarvan. Uit de slachtofferverklaring blijkt dat dat het slachtoffer zich vies voelt in haar lichaam en dat ze het besef dat iemand haar grenzen heeft overschreden terwijl ze weerloos was iedere dag met zich meedraagt. Dat de gevolgen voor haar groot, is goed voorstelbaar.
De ernst van het feit rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank daarom een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden passend en geboden.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
8 De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf is gegrond op artikel 243 (oud) van het Wetboek van Strafrecht.
9 De beslissing
De rechtbank:
? verklaart bewezen dat verdachte het primair tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
? verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
? verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
? verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
? veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van vierentwintig (24) maanden.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Klaasen (voorzitter), mr. S.C.A.M. Janssen en mr. R.M. Schoo, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.L. Tuitert, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 juli 2026. |
||