Strafrecht overig

29-jarige man uit Roemenië veroordeeld wegens meerdere diefstallen uit woningen en het pinnen met gestolen…

Rechtbank Gelderland, 5 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 5 augustus 2026 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
5 augustus 2026
Datum publicatie
5 augustus 2026
Zaaknummer
05/093859-26
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:6266
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

29-jarige man uit Roemenië veroordeeld wegens meerdere diefstallen uit woningen en het pinnen met gestolen pinpassen. De man pleegde zulke feiten al eerder, ook in andere landen in Europa. De man krijgt een gevangenisstraf van drie jaar. Verder moet de man een aantal van de slachtoffers schadevergoeding betalen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/093859-26

Datum uitspraak : 5 augustus 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1997 in [geboorteplaats] (Roemenië),

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

op dit moment gedetineerd in de P.I. [verblijfplaats] .

Raadsman: mr. T. Vernooij, advocaat in Weesp.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meerdere tijdstippen in de periode van 24 september 2025 tot en met

11 februari 2026 te Putten, Bemmel, Tiel, Doetinchem, Hoogeveen, Polsbroek,

Oirschot en/of Nijkerk, althans in Nederland meermalen, althans eenmaal, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, terwijl verdachte zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende(n) bevond, een of meer goederen die geheel of ten dele aan een of meer anderen toebehoorden, te weten

- op of omstreeks 29 september 2025 een of meer bankpassen, toebehorend aan [aangever 1]

[adres] Putten (zaak 1) en/of

- op of omstreeks 3 december 2025 een geldbedrag, toebehorend aan [aangever 2]

[adres] Putten (zaak 2) en/of

- op of omstreeks 11 februari 2026 een beautycase met daarin een of meer sieraden

en/of een bankpas van aangeefsters moeder, toebehorend aan [aangever 3]

[adres] Bemmel (zaak 3) en/of

- op of omstreeks 24 september 2025 portemonnee, pinpas, een of meer

cadeaubonnen en/of sieraden, toebehorend aan [aangever 4] [adres] Tiel

(zaak 4) en/of

- in of omstreeks de periode van 8 februari 2026 tot en met 9 februari 2026 een of

meer bankpassen, toebehorend aan [aangever 5] [adres] Doetinchem

(zaak 5) en/of

- op of omstreeks 23 oktober 2025 geld, bankpas, rijbewijs en/of een of meer

sieraden, toebehorend aan [aangever 6] en/of [aangever 7] [adres]

Hoogeveen (zaak 6) en/of

- op of omstreeks 30 november 2025 een portemonnee met daarin een geldbedrag,

rijbewijs, zorgpas en/of een of meer bankpassen, toebehorend aan [aangever 8]

[adres] Polsbroek (zaak 7) en/of

- op of omstreeks 15 januari 2026 een of meer sieraden, toebehorend aan [aangever 9]

[adres] Oirschot (zaak 8) en/of

- op of omstreeks 4 december 2025 een of meer sieraden, toebehorend aan [aangever 10]

[adres] Nijkerk (zaak 9),

in elk geval aan een ander dan aan verdachte toebehoorde(n) heeft weggenomen (telkens) met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

2.

hij op een of meerdere tijdstippen in de periode van 29 september 2025 tot en met

11 februari 2026 te Putten, Bemmel, Doetinchem, Hoogeveen, Polsbroek, Amersfoort, Nijmegen en/of Schoonhoven, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) een of meerdere geldbedragen (totaal ongeveer 492,29 euro), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan

- [aangever 1] (zaak 1),

- [aangever 3] (zaak 3)

- [aangever 5] (zaak 5)

- [aangever 6] en/of [aangever 7] (zaak 6) en/of

- [aangever 8] (zaak 7),

in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen (telkens) met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door met een of meer bankpassen tot het gebruik waartoe hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), niet gerechtigd was/waren, bij een of meer filialen van de Albert Heijn één of meer (contactloze) betalingen te verrichten.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit dat voor wat betreft feit 1, zaak 5, geldt dat niet vastgesteld kan worden wie de pinpassen uit de woning heeft weggenomen. Voor wat betreft feit 1, zaak 9, geldt dat aangeefster verdachte ‘de hele tijd in de gaten’ had en dat verdachte dus niets heeft kunnen wegnemen uit haar woning, en dat ook iemand anders dan verdachte de sieraden had kunnen wegnemen. De zaken 1, 2, 3, 4, 6, 7 en 8 van feit 1 en feit 2 worden door verdachte bekend.

Beoordeling door de rechtbank

Feit 1

Bekennende verdachte

Verdachte heeft ter terechtzitting bekend dat hij de onder feit 1 tenlastegelegde diefstallen uit woningen heeft gepleegd als het gaat om de zaken 1, 2, 3, 4, 6, 7 en 8. Er is voor wat betreft die zeven zaken sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Zaak 1: gepleegd op 29 september 2025 op [adres] te Putten, slachtoffer [aangever 1]

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte d.d. 22 oktober 2025, p. 98-99;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 juli 2026.

Zaak 2: gepleegd op 3 december 2025 op [adres] Putten, slachtoffer [aangever 2]

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte van [naam] namens [aangever 2] d.d. 11 december 2025, p. 174-176;

- het proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever d.d. 18 december 2025, p. 178;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 juli 2026.

Zaak 3: gepleegd op 11 februari 2026 op [adres] Bemmel, slachtoffer [aangever 3]

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte d.d. 11 februari 2026, p. 218-219;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 juli 2026.

Zaak 4: gepleegd op 24 september 2025 op [adres] Tiel, slachtoffer [aangever 4]

- het proces-verbaal van aangifte d.d. 8 oktober 2025, p. 256-257;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 juli 2026.

Zaak 6: gepleegd op 23 oktober 2025 op [adres] Hoogeveen, slachtoffers [aangever 6] / [aangever 7]

- het proces-verbaal van aangifte d.d. 23 oktober 2025, p. 358-359;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 juli 2026.

Zaak 7: gepleegd op 30 november 2025 op [adres] Polsbroek, slachtoffer [aangever 8]

- het proces-verbaal van aangifte d.d. 30 november 2025, p. 393;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 juli 2026.

Zaak 8: gepleegd op 15 januari 2026 op [adres] Oirschot, slachtoffer [aangever 9]

- het proces-verbaal van aangifte d.d. 15 januari 2026, p. 425-426;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 juli 2026.

Verklaring verdachte

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij de diefstallen uit woningen in alle bovenstaande zaken steeds op dezelfde manier pleegde. Verdachte liep door een woonwijk, ging bij verschillende huizen naar binnen en nam spullen mee uit die woning; vaak bankpassen, portemonnees, contant geld en sieraden. Als hij een pinpas had gestolen, dan belde hij de vrouw waarmee hij veelvuldig op camerabeelden in het dossier gezien is. Zij gingen dan samen naar een supermarkt om daar eten en cadeaukaarten te kopen met de gestolen pinpas. De vrouw met wie hij was hielp hem daarbij, omdat hij niet wist hoe hij betalingen moest doen en cadeaukaarten moest kopen bij de zelfscankassa’s. De gestolen sieraden verkocht hij aan de vrouw.

Zaak 5: 9 februari 2026 op [adres] Doetinchem, slachtoffer [aangever 5]

Aangeefster [aangever 5] heeft aangifte gedaan van de diefstal van twee bankpassen uit haar woning. Zij heeft verklaard dat zij zeker wist dat zij op 8 februari 2026 rond 17:00 uur haar bankpassen nog in haar woning had. Op 11 februari 2026 rond 18:00 uur kwam zij erachter dat er van haar bankrekening afschrijvingen waren gedaan bij de Albert Heijn en heeft zij gelijk de bankpassen geblokkeerd. Op 9 februari 2026 is om 17:55 uur een bedrag van
€ 45,08 en om 17:56 uur een bedrag van € 43,88 afgeschreven bij AH Doetinchem.

Van de transacties zijn camerabeelden door de politie ontvangen en beschreven in het dossier. Verdachte heeft verklaard dat hij de persoon op deze beelden is en dat hij samen is met de vrouw waar hij altijd mee was. Zij kochten (onder andere) cadeaukaarten. Hij kan zich niet herinneren dat hij de bankpassen heeft weggenomen uit de woning.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat, hoewel vast te stellen is dat verdachte aanwezig was bij het gebruik van de gestolen pinpas van aangeefster in de Albert Heijn in Doetinchem, niet vast te stellen is dat verdachte die pinpas uit haar woning heeft gestolen.

De rechtbank overweegt als volgt. In deze zaak heeft verdachte verklaard zich niet te kunnen herinneren dat hij in de woning van deze aangeefster is geweest.
Uit de hiervoor beschreven bewijsmiddelen is gebleken dat verdachte de bij aangeefster uit de woning weggenomen bankpassen heeft gebruikt, samen met de vrouw waarmee hij vaker op camerabeelden te zien is. Op die andere camerabeelden, in de andere zaken, is te zien dat hij samen met haar bij Albert Heijn gebruik maakt van een gestolen pinpas bij de zelfscankassa. Verdachte heeft over alle andere hiervoor besproken zaken verklaard dat de reguliere gang van zaken was dat hij de woningen langsliep, naar binnen ging, onder meer bankpassen meenam, de vrouw belde en vervolgens met haar naar een supermarkt in de buurt ging om de gestolen pinpas te gebruiken. Ook verklaarde hij in de andere zaken vaak cadeaukaarten te kopen met de gestolen pinpassen. De vrouw met wie hij was hielp hem daarbij, omdat hij niet wist hoe dat moest.

De feiten in deze specifieke zaak passen in de gebruikelijke gang van zaken zoals in de andere zaken is vastgesteld op basis van zowel de verklaring van verdachte als de overige bewijsmiddelen. Niet alleen heeft verdachte samen met de vrouw, die ook in de andere zaken te zien is op de beelden, cadeaukaarten gekocht met de gestolen pinpassen, ook zijn de pinbetalingen gepleegd binnen het tijdvak zoals vermeld in de aangifte (namelijk op 9 februari jl.) en bevindt de Albert Heijn waar de pinbetalingen zijn verricht zich in dezelfde plaats als waar aangeefster woont en waar de passen zijn weggenomen. Verdachte heeft geen verklaring gegeven hoe hij aan de pinpassen van aangeefster is gekomen. Gelet hierop acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de pinpassen van aangeefster uit haar woning heeft weggenomen.

Zaak 9: 4 december 2025 op de [adres] Nijkerk, slachtoffer [aangever 10]

Aangeefster [aangever 10] heeft verklaard dat een man op 4 december 2025 rond 16:00 uur in de achtertuin aan de deur kwam. De man kwam binnen en vroeg om een glas water en toen hij deze op had vroeg hij om nog een glas water. Vervolgens vroeg hij of hij naar het toilet mocht. Aangeefster vond dat hij erg lang op het toilet zat. Vervolgens ging de man weg. Nog geen tien minuten later trof aangeefster hem weer aan in haar keuken. De man zei dat hij zijn telefoon op het toilet was vergeten, ging deze halen en verliet vervolgens weer de woning. Toen aangeefster na een half uur naar haar (andere) toilet naast haar slaapkamer ging, zag zij dat het doosje waarin zij een ketting had opgeborgen, openstond en dat de ketting – die zij daar eerder die week weer in had gelegd – er niet meer in lag. Uit de bijlage van haar aangifte blijkt dat zij naast deze goudkleurige ketting, nóg een goudkleurige ketting en een goudkleurige armband miste.

In het dossier bevinden zich camerabeelden die door een verbalisant – samengevat – als volgt zijn beschreven. Verdachte komt op 4 december 2025 om 16:08:44 uur aan bij de woning van aangeefster en loopt kort daarna uit beeld in de richting van de achterdeur. Om 16:13:53 uur is verdachte onderin beeld te zien, net als de bovenkant van een witte deur. De deur wordt gesloten en verdachte loopt weg. Verdachte heeft een koek in zijn hand en loopt weg in de richting waar hij voor het eerst in beeld kwam. Om 16:40:53 uur gaat onderin beeld de witte deur open. Verdachte komt vervolgens in beeld met een mobiele telefoon in zijn hand. Hij loopt weg via dezelfde route als eerder.

Verdachte heeft verklaard dat hij zichzelf op de camerabeelden herkent.

De rechtbank overweegt als volgt. Aangeefster heeft verklaard dat verdachte twee keer in haar woning is geweest. De camerabeelden ondersteunen haar verklaring. De verbalisant heeft immers beschreven dat verdachte van 16:08:44 uur tot 16:40:53 uur bij de woning van aangeefster is geweest, dat hij tussendoor een keer is weggegaan en weer is teruggekomen. De achterdeur van aangeefster is in die periode ook open geweest, zonder dat verdachte op dat beeld te zien was. De verklaring van verdachte, dat hij bij de woning van aangeefster was en twee glazen water en een koek kreeg, maar daar niet binnen geweest, acht de rechtbank gelet op het vorenstaande niet aannemelijk. Verder past de gang van zaken zoals beschreven door aangeefster, bij de werkwijze van verdachte in alle andere hiervoor besproken zaken.

Dat de zoon van aangeefster later heeft verklaard dat aangeefster verdachte ‘de hele tijd’ in de gaten hield, kan naar het oordeel van de rechtbank niet leiden tot de conclusie dat verdachte niets uit de woning kan hebben weggenomen. Aangeefster verklaart immers ook dat verdachte twee keer op het toilet is geweest en bovendien dat zij de tweede keer in de keuken was en verdachte zelf naar de wc liet lopen.

De rechtbank acht daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de woning van aangeefster is geweest en daar sieraden heeft weggenomen.

Conclusie

De rechtbank acht op grond van het vorenstaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 ten laste gelegde feit.

Feit 2

Bekennende verdachte

Verdachte heeft hetgeen hem onder feit 2 ten laste is gelegd, bekend. Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Zaak 1: gepleegd op 29 september 2025 op [adres] te Putten, slachtoffer [aangever 1]

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte d.d. 22 oktober 2025, p. 98-99;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 juli 2026.

Zaak 3: gepleegd op 11 februari 2026 op [adres] Bemmel, slachtoffer [aangever 3]

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte d.d. 11 februari 2026, p. 218-219;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 juli 2026.

Zaak 5: gepleegd op 9 februari 2026 op [adres] Doetinchem, slachtoffer [aangever 5]

Bewijsmiddelen:

- het proces-verbaal van aangifte d.d. 16 februari 2026, p. 296-297;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 juli 2026.

Zaak 6: gepleegd op 23 oktober 2025 op [adres] Hoogeveen, slachtoffers [aangever 6] / [aangever 7]

- het proces-verbaal van aangifte d.d. 23 oktober 2025, p. 358-359;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 juli 2026.

Zaak 7: gepleegd op 30 november 2025 op [adres] Polsbroek, slachtoffer [aangever 8]

- het proces-verbaal van aangifte d.d. 30 november 2025, p. 393;

- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 juli 2026.

Medeplegen

Verdachte heeft verklaard dat hij in alle zaken onder dit feit samen met steeds dezelfde vrouw de gestolen pinpassen heeft gebruikt om spullen af te rekenen. Op de camerabeelden is verdachte steeds met deze vrouw bij de kassa te zien. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat steeds als hij een pinpas had gestolen, hij dan de vrouw belde. Zij gingen dan samen naar een supermarkt. Zij hielp hem dan bij het kopen van cadeaukaarten bij de zelfscankassa omdat hij niet wist hoe dat moest. Zij kreeg daar ook een deel van. En ook de gestolen sieraden verkocht hij aan de vrouw. De rechtbank is gelet hierop van oordeel dat verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met deze vrouw en dat dus sprake is van medeplegen.

3 De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op een of meerdere tijdstippen in de periode van 24 september 2025 tot en met

11 februari 2026 te Putten, Bemmel, Tiel, Doetinchem, Hoogeveen, Polsbroek,

Oirschot en/of Nijkerk, althans in Nederland meermalen, althans eenmaal, in een woning en/of op een besloten erf waarop een woning stond, terwijl verdachte zich aldaar buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende(n) bevond, een of meer goederen die geheel of ten dele aan een of meer anderen toebehoorden, te weten

- op of omstreeks 29 september 2025 een of meer bankpassen, toebehorend aan [aangever 1]

( [adres] Putten (zaak 1)) en/of

- op of omstreeks 3 december 2025 een geldbedrag, toebehorend aan [aangever 2]

( [adres] Putten (zaak 2)) en/of

- op of omstreeks 11 februari 2026 een beautycase met daarin een of meer sieraden

en/of een bankpas van aangeefsters moeder, toebehorend aan [aangever 3]

( [adres] Bemmel (zaak 3)) en/of

- op of omstreeks 24 september 2025 portemonnee, pinpas, een of meerdere

cadeaubonnen en/of sieraden, toebehorend aan [aangever 4] ( [adres] Tiel

(zaak 4)) en/of

- in of omstreeks de periode van 8 februari 2026 tot en met 9 februari 2026 een of

meer bankpassen, toebehorend aan [aangever 5] ( [adres] Doetinchem

(zaak 5)) en/of

- op of omstreeks 23 oktober 2025 geld, bankpas, rijbewijs en/of een of meer

sieraden, toebehorend aan [aangever 6] en/of [aangever 7] ( [adres]

Hoogeveen (zaak 6)) en/of

- op of omstreeks 30 november 2025 een portemonnee met daarin een geldbedrag,

rijbewijs, zorgpas en/of een of meer bankpassen, toebehorend aan [aangever 8]

( [adres] Polsbroek (zaak 7)) en/of

- op of omstreeks 15 januari 2026 een of meer sieraden, toebehorend aan [aangever 9]

( [adres] Oirschot (zaak 8)) en/of

- op of omstreeks 4 december 2025 een of meer sieraden, toebehorend aan [aangever 10]

( [adres] Nijkerk (zaak 9)),

in elk geval aan een ander dan aan verdachte toebehoorde(n) heeft weggenomen (telkens) met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;

2.

hij op een of meerdere tijdstippen in de periode van 29 september 2025 tot en met

11 februari 2026 te Putten, Bemmel, Doetinchem, Hoogeveen, Polsbroek, Amersfoort, Nijmegen en/of Schoonhoven, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) een of meerdere geldbedragen (totaal ongeveer 492,29 euro), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan

- [aangever 1] (zaak 1),

- [aangever 3] (zaak 3)

- [aangever 5] (zaak 5)

- [aangever 6] en/of [aangever 7] (zaak 6) en/of

- [aangever 8] (zaak 7),

in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen (telkens) met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat weg te nemen geld onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, door met een of meer bankpassen tot het gebruik waartoe hij, verdachte, en/of zijn mededader(s), niet gerechtigd was/waren, bij een of meerdere filialen van de Albert Heijn één of meer (contactloze) betalingen te verrichten.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

diefstal, in een woning, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen de wil van

de rechthebbende bevindt, meermaals gepleegd

feit 2:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels, meermaals gepleegd

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 De overwegingen ten aanzien van de straf

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaren.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft gevraagd de levensloop van verdachte in strafmatigende zin mee te wegen. Verdachte heeft een moeilijk leven gehad, waarbij hij in veel landen op straat heeft geleefd en moest bedelen en stelen om in zijn levensbehoeften te voorzien. De raadsman heeft primair verzocht geen langere onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen dan voor de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft gezeten, met een eventueel overig deel voorwaardelijk. Subsidiair is verzocht een straf op te leggen voor de duur van acht maanden. In dat geval kan verdachte namelijk aanspraak maken op de regeling omtrent strafonderbreking vreemdelingen ingevolge de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting. Meer subsidiair is verzocht in ieder geval geen hogere straf op te leggen dan voor de duur van drie jaren, gelet op diezelfde Regeling.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan negen diefstallen uit woningen. Hij is willekeurige woningen binnengegaan en heeft daar portemonnees, contant geld, pinpassen en sieraden meegenomen. Bij vijf van die diefstallen waar hij een pinpas heeft weggenomen, heeft hij samen met een onbekend gebleven vrouw bij de Albert Heijn eten en cadeaukaarten gekocht. Dit zijn nare feiten die de maatschappij en in het bijzonder de betreffende slachtoffers veel overlast en schade opleveren. Ook veroorzaken deze feiten bij de slachtoffers en de samenleving als geheel gevoelens van angst en onveiligheid. Door zijn handelen heeft verdachte geen enkel respect getoond voor de eigendommen van anderen. Verdachte heeft alleen zijn eigen gewin voor ogen gehad en kennelijk geen rekening gehouden met de gevolgen van zijn daden voor de slachtoffers. Het valt daarbij op dat nagenoeg alle aangevers kwetsbare ouderen waren. Het moet voor hen zeer ingrijpend zijn geweest om plotseling met een vreemdeling in hun woning te worden geconfronteerd, of er nadien achter te komen dat iemand in hun woning is geweest. Daarnaast blijkt uit de aangiftes dat zij niet alleen waardevolle spullen missen, maar ook sieraden die hen dierbaar waren en veel voor hen betekenden.

Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij al jaren en ook in veel andere landen (Roemenië, Spanje, Frankrijk en Italië) veel soortgelijke feiten heeft gepleegd. De rechtbank weegt dit in strafverzwarende zin mee. De rechtbank heeft in de bepaling van de hoogte van de straf ook gekeken naar de straffen in andere, soortgelijke, strafzaken en ziet mede daarin aanleiding om een lagere straf op te leggen dan geëist door de officier van justitie.

Gelet op de hoeveelheid en de ernst van de feiten, het strafblad van verdachte en het feit dat verdachte geen enkele binding met Nederland lijkt te hebben, is naar het oordeel van de rechtbank enkel een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats. Alles overwegende, acht de rechtbank een gevangenisstraf van drie jaren passend en geboden.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

8 De beoordeling van de civiele vorderingen

Meerdere benadeelde partijen hebben in verband met de bewezenverklaarde feiten een vordering tot schadevergoeding ingediend.

[aangever 5] (zaak 5) vordert € 92,36 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. De vordering bestaat uit de pintransacties van € 45,08 en € 43,88 en daarnaast een nieuwe betaalpas van € 3,40. Naast genoemde vordering heeft de benadeelde partij medegedeeld dat zij na de aangifte merkte dat er sieraden ter waarde van € 5.000,00 verdwenen waren.

[aangever 8] (zaak 7) vordert € 326,33 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. De vordering bestaat uit de pintransacties van € 42,64, € 40,00 en € 40,69, een rijbewijs van € 53,00 en een portemonnee met contant geld à € 150,00.

[aangever 10] (zaak 9) vordert € 7.250,00 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente. De vordering bestaat uit een schadevergoeding voor weggenomen sieraden, te weten:

- collier choker € 4.500,00;
- collier valkenoog schakel € 1.800,00;
- en bijbehorende armband € 950,00.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van € 5.000,00 van [aangever 5] (zaak 5) wegens onvoldoende onderbouwing niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. De rest van haar vordering, en de vorderingen van de andere twee benadeelde partijen, kunnen worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente. De officier van justitie vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft zich op de volgende standpunten gesteld.

[aangever 5] (zaak 5)

De benadeelde partij dient niet-ontvankelijk te worden verklaard in de vordering van € 5.000,00 nu iedere onderbouwing daarvan ontbreekt. Op het overige deel van de vordering is geen verweer gevoerd.

[aangever 8] (zaak 7)

De verdediging heeft bepleit dat de schadepost die ziet op het contante geldbedrag dient te worden gematigd tot € 120,00, omdat aangeefster € 150,00 vordert, maar in de (aanvullende) verklaring bij de politie heeft verklaard dat het gaat om een bedrag van € 120,00. Op het overige deel van de vordering is geen verweer gevoerd.

[aangever 10] (zaak 9)

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard. Aanvankelijk heeft zij verzocht om vergoeding van € 4.750,00 voor een weggenomen ketting en armband, terwijl dit later is aangepast naar een bedrag van € 7.250,00, waarbij het zou gaan om twee kettingen en een bijbehorende armband. In de aangifte is alleen gesproken over een weggenomen ketting. Een tweede ketting en/of armband is onbenoemd gebleven bij de politie. Hoewel aangenomen kan worden dat er één ketting is weggenomen, blijkt uit de verstrekte taxatie niet welke bedragen, € 4.500,00 of € 1.800,00 bij die ketting hoort. Nader onderzoek doen in deze procedure naar het schadebedrag is geen optie, omdat dit een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren.

Overweging van de rechtbank

[aangever 5] (zaak 5)

Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van de hiervoor bewezen verklaarde feiten rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank acht de posten van de vordering voldoende onderbouwd en zal de gevorderde materiële schade van € 92,36 toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 9 februari 2026.

De rechtbank merkt op dat de benadeelde partij naast genoemde vordering heeft opgeschreven dat zij na de aangifte merkte dat er sieraden ter waarde van € 5.000,00 verdwenen waren. Voor zover zij met die opmerking heeft bedoeld dat zij voor die schade als benadeelde partij een vordering in dit geding wil indienen, overweegt de rechtbank dat de vordering geenszins onderbouwd is en dat zij daarom niet-ontvankelijk in dat deel van de vordering zal worden verklaard.

[aangever 8] (zaak 7)

Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van de hiervoor bewezen verklaarde feiten rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank stelt vast dat de benadeelde partij na haar aangifte tegen de politie heeft gezegd dat het ging om ongeveer € 120,00 contant geld en in haar vordering niet heeft toegelicht waarom een bedrag van € 150,00 wordt gevorderd. De rechtbank zal daarom wat betreft die post een bedrag van € 120,00 toewijzen en het meerdere afwijzen. De rechtbank acht de posten (verder) voldoende onderbouwd en zal de overig gevorderde materiële schade dus toewijzen. Het gaat dan om een bedrag van totaal € 296,33, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 30 november 2025.

[aangever 10] (zaak 9)

Vaststaat dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezen verklaarde feit 1 rechtstreeks schade heeft geleden. De rechtbank stelt vast dat in de ‘bijlage goederen’ van de aangifte van de benadeelde partij wordt genoemd dat zij twee goudkleurige kettingen en een goudkleurige armband miste. De benadeelde partij heeft een taxatie bijgevoegd van een juwelier die de sieraden in onderhoud en ter reparatie heeft gehad. Omdat in de (bijlage van de) aangifte al is opgenomen dat het ging om drie sieraden en daarnaast ook de hoogte van de schade voldoende is onderbouwd door de taxatie, zal de rechtbank de gevorderde materiële schade van € 7.250,00 toewijzen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 4 december 2025.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht de aan de benadeelde partijen toegewezen bedragen aan de Staat te betalen.

9 De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 36f, 47, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.

10 De beslissing

De rechtbank:

? verklaart bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

? verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

? verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

? verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

? veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren;

? beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

benadeelde partijen

[aangever 5] (zaak 5)

? veroordeelt verdachte in verband met feit 1 (zaak 5) tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 5] van € 92,36 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 februari 2026 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;

? verklaart de benadeelde partij [aangever 5] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade;

? veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;

  • legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever 5] , een bedrag te betalen van € 92,36 aan materiële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 februari 2026 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kan 1 (één) dag gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;

[aangever 8] (zaak 7)

? veroordeelt verdachte in verband met feit 1 (zaak 7) tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 8] van € 296,33 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 november 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;

? wijst het overige deel van de vordering af;

? veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;

  • legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever 8] , een bedrag te betalen van € 296,33 aan materiële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 30 november 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 3 (drie) dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;

[aangever 10] (zaak 9)

? veroordeelt verdachte in verband met feit 1 (zaak 9) tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever 10] van € 7.250,00 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 december 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;

? veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;

  • legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever 10] , een bedrag te betalen van € 7.250,00 aan materiële schade. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 december 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 61 (eenenzestig) dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

  • bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.M.A. Arts (voorzitter), mr. L.M. Vogel en mr. M. Hoedeman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Benbouazza, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 5 augustus 2026.

mr. Arts is buiten staat dit

vonnis te ondertekenen

Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Eenheid Oost-Nederland, District Noord- en Oost Gelderland, Recherche team Veluwe-West, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025565246, onderzoek ANURA, gesloten op 28 april 2026 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 22 juli 2026. Proces-verbaal van aangifte d.d. 16 februari 2026, p. 296-297, met bankafschriften in de bijlagen. Proces-verbaal multimedia d.d. 26 februari 2026, p. 320-322. De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 22 juli 2026. Proces-verbaal van aangifte d.d. 10 december 2025, p. 447-448, met bijlage goederen. Proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 april 2026, p. 456-457. De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 22 juli 2026.