Strafrecht overig

Vrijspraak artikel 5 en 6 WVW en artikel 19 RVV. De rechtbank kan niet vaststellen dat verdachte op de…

Rechtbank Gelderland, 11 augustus 2026

Zaakgegevens

Op 11 augustus 2026 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Zittingsplaats
Zutphen
Datum uitspraak
11 augustus 2026
Datum publicatie
11 augustus 2026
Zaaknummer
05.081389.26
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:6384
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vrijspraak artikel 5 en 6 WVW en artikel 19 RVV. De rechtbank kan niet vaststellen dat verdachte op de fietsstrook heeft gereden en daardoor in aanrijding is gekomen met het slachtoffer.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer: 05.081389.26

Datum uitspraak : 11 augustus 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1973 in [geboorteplaats] ,

wonende aan [adres] [woonplaats] .

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 28 juli 2026.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 28 september 2025 te Andelst, in de gemeente Overbetuwe, in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto),

rijdende over de Wageningsestraat,

zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,

terwijl de door hem bereden weg bestond uit een rijbaan bestemd voor verkeer uit beide richtingen en/of voorzien was van rode (fietssuggestie)stroken en/of

terwijl het uitzicht voor hem, verdachte over die weg geenszins werd beperkt en/of

niet of in onvoldoende mate heeft gelet en/of is blijven letten op het direct voor hem, verdachte, gelegen weggedeelte van die weg (de Wageningsestraat) en/of

zeer dicht langs de rechterkant van die weg heeft gereden, en/of met een (groot) deel/bijna de helft van zijn voertuig over de (fietssuggestie)strook heeft gereden en/of

in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 de snelheid van het door hem bestuurde voertuig niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was het voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of

hij, op de aldaar op het wegdek gesitueerde (fietssuggestie)strook, is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, de, voor hem uit lopende voetganger,

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft

plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 28 september 2025 te Andelst, in de gemeente Overbetuwe, in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto),

rijdende over de Wageningsestraat, terwijl de door hem bereden weg bestond uit een rijbaan bestemd voor verkeer uit beide richtingen en/of voorzien was van rode (fietssuggestie)stroken en/of

terwijl het uitzicht voor hem, verdachte over die weg geenszins werd beperkt en/of

niet of in onvoldoende mate heeft gelet en/of is blijven letten op het direct voor hem, verdachte, gelegen weggedeelte van die weg (de Wageningsestraat) en/of

zeer dicht langs de rechterkant van die weg heeft gereden, en/of

met een (groot) deel/bijna de helft van zijn voertuig over de (fietssuggestie)strook heeft gereden en/of

in strijd met het gestelde in artikel 19 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 de snelheid van het door hem bestuurde voertuig niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was het voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of

hij, op de aldaar op het wegdek gesitueerde (fietssuggestie)strook, is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, de, voor hem uit lopende voetganger,

en door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 28 september 2025 te Andelst, gemeente Overbetuwe als bestuurder van een voertuig (personenauto) rijdende op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, Wageningsestraat, zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, immers is hij, op de aldaar op het wegdek gesitueerde (fietssuggestie)strook, gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met, de, voor hem uit lopende voetganger.

2 De standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden en heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.

De verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat hij op zijn weghelft is blijven rijden. Anders had hij na het ongeval niet naar rechts over de doorgetrokken streep hoeven draaien om zijn auto te parkeren.

3 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Op 28 september 2025 om omstreeks 19.38 uur heeft in Andelst een verkeersongeval plaatsgevonden. Het slachtoffer, [slachtoffer] , liep samen met een vriendin op de Wageningsestraat en is van achteren aangereden door verdachte. Verdachte reed op dat moment in een personenauto. Als gevolg van deze aanrijding heeft het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel opgelopen.

Verdachte wordt – kort samengevat – primair verweten dat het verkeersongeval aan zijn schuld te wijten is, omdat hij op de fietsstrook heeft gereden en daardoor in aanrijding is gekomen met het slachtoffer. Subsidiair wordt hem verweten dat hij door de hierboven genoemde gedraging gevaar heeft veroorzaakt. Meer subsidiair wordt hem verweten dat hij zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig op tijd tot stilstand te brengen, omdat hij op de fietsstrook in aanrijding is gekomen met het slachtoffer.

Op basis van het dossier kan worden vastgesteld dat de Wageningsestraat bestaat uit twee weghelften met daartussen een dubbele doorgetrokken streep. Aan de bermkant van elke weghelft ligt een fietsstrook. Deze is afgescheiden van de weghelft met een dubbele doorgetrokken streep.

Voor een bewezenverklaring dient de rechtbank vast te kunnen stellen dat verdachte ten tijde van het ongeval op de fietsstrook heeft gereden. Uit het dossier blijkt niet dat er forensisch onderzoek heeft plaatsgevonden op de plek van het ongeval en blijkt evenmin dat de auto van verdachte is onderzocht. Het dossier bevat ook geen ander objectief bewijs waaruit de exacte plek van de aanrijding blijkt, zodat kan worden vastgesteld hoe en waar verdachte en het slachtoffer met elkaar in botsing zijn gekomen. Hierbij zij opgemerkt dat ook uit (het proces-verbaal van de beschrijving van) de beelden niet valt op te maken op welk deel van de weg verdachte exact reed. Op basis van het dossier kan de rechtbank dan ook niet vaststellen dat verdachte op de fietsstrook heeft gereden en daardoor in aanrijding is gekomen met het slachtoffer. Nu dit de kern is van hetgeen verdachte wordt verweten onder zowel het primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde, zal de rechtbank hem vrijspreken van alle tenlastegelegde feiten.

De rechtbank is zich ervan bewust dat het ongeval grote impact heeft gehad op het slachtoffer en dat zij nog dagelijks met deze gevolgen moet leven. Dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring komt, maakt niet dat de gevolgen voor het slachtoffer minder ingrijpend zijn.

4. De beslissing

De rechtbank spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.S.W. Lucassen (voorzitter), mr. E.H.T. Rademaker en mr. Y.M.J.I. Baauw, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T.L. Tuitert, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 11 augustus 2026.

mr. Lucassen is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.