Strafrecht overig

Rechtbank Gelderland · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht overig

Rechtbank Gelderland, 7 juli 2026

Zaakgegevens

Op 7 juli 2026 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Zittingsplaats
Zutphen
Datum uitspraak
7 juli 2026
Datum publicatie
25 augustus 2026
Zaaknummer
0530793025
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:6679
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vrijspraak.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer: 05/307930-25

Datum uitspraak : 7 juli 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1968 in [geboorteplaats] (Italië),

wonende aan de [adres], [postcode] in [woonplaats].

Raadsvrouw: mr. A. Winters, advocaat in Nijmegen.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.
hij op of omstreeks 14 november 2025 te Berg en Dal, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen, opzettelijk, professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten
- 30 stuks, althans een aantal stuks, knalvuurwerk (Cobra 500),
- 20 stuks, althans een aantal stuks, knalvuurwerk (Cobra 8),
- 30 stuks, althans een aantal stuks, knalvuurwerk (Cobra 20),
- 26 stuks, althans een aantal stuks, knalvuurwerk (3 inch Shell), en/of
- 159 stuks, althans een aantal stuks, knalvuurwerk (RAMBO),
binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht en/of heeft opgeslagen en/of heeft vervaardigd en/of voorhanden heeft gehad en/of aan een ander ter beschikking heeft gesteld;


2.
hij op of omstreeks 14 november 2025 te Berg en Dal, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen, opzettelijk, teneinde (een) handeling(en) als bedoeld in artikel 1.2.2 eerste lid van het Vuurwerkbesluit, te weten het vervaardigen van professioneel vuurwerk en/of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik bestemd voor particulier gebruik, voor te bereiden en/of te bevorderen, één of meer voorwerp(en) en/of stof(fen) voorhanden heeft gehad waarvan hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat zij bestemd was/waren voor het verrichten van die handeling(en), te weten
- een of meerdere hoeveelheden explosieve stof, te weten zwavel, kaliumnitraat, flitspoeder en/of aluminiumpoeder, althans (explosieve) stoffen,
- een of meerdere rollen lont,
- een of meerdere (lege) hulzen en/of kokers, en/of
- een of meerdere stickers en/of stickerrollen en/of etiketten voor Cobra 500 en/of Deamon en/of Cobra 20, althans voor professioneel vuurwerk en/of pyrotechnische artikelen.

2 De standpunten

De officier van justitie en de verdediging hebben zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde.

3 Overwegingen ten aanzien van het bewijs

De rechtbank is van oordeel dat verdachte moet worden vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.

4 De beslissing

De rechtbank spreekt verdachte vrij van het tenlastegelegde.

Dit vonnis is gewezen door M.G.J. Post (voorzitter), mr. A.M.F. Geerling en mr. M.W. Stoet, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J. Damen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 juli 2026.