Strafrecht overig

Jeugdstrafrecht. Een jeugddetentie van 100 dagen waarvan 48 dagen voorwaardelijk voor het voorhanden hebben…

Rechtbank Gelderland, 7 juli 2026

Zaakgegevens

Op 7 juli 2026 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Zittingsplaats
Zutphen
Datum uitspraak
7 juli 2026
Datum publicatie
27 augustus 2026
Zaaknummer
0530793225
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:6707
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Jeugdstrafrecht.

Een jeugddetentie van 100 dagen waarvan 48 dagen voorwaardelijk voor het voorhanden hebben en vervaardigen van professioneel knalvuurwerk (Cobra 500, Cobra 20 en Cobra 8), voor het verrichten van voorbereidingshandeling om professioneel vuurwerk te vervaardigen en voor het voorhanden hebben van een getransformeerd alarmpistool en munitie.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Zutphen

Parketnummer: 05/307932-25

Datum uitspraak : 7 juli 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2007 in [geboorteplaats] (Italië),

wonende aan de [adres], [postcode] in [woonplaats].

Raadsvrouw: mr. B. Willemsen, advocaat in Lent.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een terechtzitting achter gesloten deuren.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.
hij op of omstreeks 14 november 2025 te Berg en Dal, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen, opzettelijk, professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten
- 30 stuks, althans een aantal stuks, knalvuurwerk (Cobra 500),
- 20 stuks, althans een aantal stuks, knalvuurwerk (Cobra 8),
- 30 stuks, althans een aantal stuks, knalvuurwerk (Cobra 20),
heeft opgeslagen en/of heeft vervaardigd en/of voorhanden heeft gehad;

2.
hij op of omstreeks 14 november 2025 te Berg en Dal, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen, opzettelijk, teneinde (een) handeling(en) als bedoeld in artikel 1.2.2 eerste lid van het Vuurwerkbesluit, te weten het vervaardigen van professioneel vuurwerk en/of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik bestemd voor particulier gebruik, voor te bereiden en/of te bevorderen, één of meer voorwerp(en) en/of stof(fen) voorhanden heeft gehad waarvan hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat zij bestemd was/waren voor het verrichten van die handeling(en), te weten
- een of meerder hoeveelheden grondstoffen voor pyrotechnische stoffen en/of mengsels, te weten magnesium(poeder), en/of zwavel(poeder), althans meerdere (grond)stoffen,
- een of meerdere rollen lont,
- een of meerdere lege hulzen en/of kokers, en/of
- een of meerdere stickers en/of stickerrollen en/of etiketten voor Cobra 500 en/of Deamon en/of Cobra 20, althans voor professioneel vuurwerk en/of pyrotechnische artikelen;

3.
hij op of omstreeks 14 november 2025 te Berg en Dal, althans in Nederland, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een getransformeerd alarmpistool van het merk Bruni model New Police, kaliber onbekend, en/of
munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten meerdere knalpatronen kaliber 9mm, en/of meerdere hulzen kaliber .22 long rifle, en/of kaliber 8mm knal en/of kaliber 9mm knal voorhanden heeft gehad.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle ten laste gelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft de ten laste gelegde feiten niet betwist. Zij heeft over het bewijs geen opmerkingen gemaakt.

Beoordeling door de rechtbank

Feit 1

Verdachte heeft dit feit bekend. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).

Bewijsmiddelen

  • het proces-verbaal van bevindingen, p. 34 t/m 37;

  • het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, p. 107 en 108;

  • de verklaring van verdachte afgelegd tijdens de terechtzitting van 23 juni 2026.

Feit 2

Verdachte heeft dit feit bekend. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).

Bewijsmiddelen

  • het proces-verbaal van bevindingen, p. 45 en 46;

  • het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, p. 107 en 108;

  • het proces-verbaal van het forensisch onderzoek plaats delict, p. 236 t/m 238;

  • het proces-verbaal van het forensisch onderzoek woning, p. 247 t/m 252;

  • het aanvullend NFI rapport explosievenonderzoek naar aanleiding van het aantreffen van vermeende explosieve constructies en chemicaliën in Berg en Dal op 14 november 2025;

  • de verklaring van verdachte afgelegd tijdens de terechtzitting van 23 juni 2026.

Feit 3

Verdachte heeft dit feit bekend. Daarom zal de rechtbank volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen die de rechtbank heeft gebruikt (artikel 359, derde lid, Wetboek van Strafvordering).

Bewijsmiddelen

  • het proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, p. 107 en 108;

  • het proces-verbaal onderzoek wapen, p. 132 t/m 134;

  • het aanvullend NFI rapport wapenonderzoek naar aanleiding van het aantreffen van wapenonderdelen in Berg en Dal op 14 november 2025;

  • de verklaring van verdachte afgelegd tijdens de terechtzitting van 23 juni 2026.

3 De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.
hij op of omstreeks 14 november 2025 te Berg en Dal, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen, opzettelijk, professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten
- 30 stuks, althans een aantal stuks, knalvuurwerk (Cobra 500),
- 20 stuks, althans een aantal stuks, knalvuurwerk (Cobra 8),
- 30 stuks, althans een aantal stuks, knalvuurwerk (Cobra 20),
heeft opgeslagen en/of heeft vervaardigd en/of voorhanden heeft gehad;

2.
hij op of omstreeks 14 november 2025 te Berg en Dal, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen, opzettelijk, teneinde (een) handeling(en) als bedoeld in artikel 1.2.2 eerste lid van het Vuurwerkbesluit, te weten het vervaardigen van professioneel vuurwerk en/of pyrotechnische artikelen voor theatergebruik bestemd voor particulier gebruik, voor te bereiden en/of te bevorderen, één of meer voorwerp(en) en/of stof(fen) voorhanden heeft gehad waarvan hij wist of ernstige reden had te vermoeden dat zij bestemd was/waren voor het verrichten van die handeling(en), te weten
- een of meerdere hoeveelheden grondstoffen voor pyrotechnische stoffen en/of mengsels, te weten magnesium(poeder), en/of zwavel(poeder), althans meerdere (grond)stoffen,
- een of meerdere rollen lont,
- een of meerdere lege hulzen en/of kokers, en/of
- een of meerdere stickers en/of stickerrollen en/of etiketten voor Cobra 500 en/of Deamon en/of Cobra 20, althans voor professioneel vuurwerk en/of pyrotechnische artikelen;

3.
hij op of omstreeks 14 november 2025 te Berg en Dal, althans in Nederland, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een getransformeerd alarmpistool van het merk Bruni model New Police, kaliber onbekend, en/of
munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten meerdere knalpatronen kaliber 9mm, en/of meerdere hulzen kaliber .22 long rifle, en/of kaliber 8mm knal en/of kaliber 9mm knal voorhanden heeft gehad.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1:

overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan;

feit 2:

overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan;

feit 3:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke jeugddetentie van 51 dagen, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, en een voorwaardelijke taakstraf van 100 uur met een proeftijd van twee jaar met de bijzondere voorwaarden die de Raad voor de Kinderbescherming heeft geadviseerd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat een onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk aan het voorarrest en een voorwaardelijke taakstraf in de vorm van een werkstraf voor verdachte een passende straf is. Zij kan zich vinden in de strafeis van de officier van justitie.

De beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte moet worden opgelegd, betrekt de rechtbank de aard en de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan. Ook houdt de rechtbank rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte en met de inhoud van de volgende stukken:

  • het uittreksel justitiële documentatie van 26 mei 2026 (het strafblad),

  • het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming van 16 juni 2026;

  • het PJ-rapport door drs. T. Smits, GZ-psycholoog/psychotherapeut, van 9 februari 2026.

In het bijzonder neemt de rechtbank het volgende in aanmerking.

Strafblad

Verdachte is eerder veroordeeld, ook voor vuurwapenbezit (gaspistool).

De ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het vervaardigen, opslaan en voorhanden hebben van een grote hoeveelheid professioneel vuurwerk. In de auto van een medeverdachte zijn 30 Cobra’s 500 aangetroffen. Verdachte had dit vuurwerk gemaakt en verkocht aan twee medeverdachten. Tijdens een doorzoeking in de woning van verdachte zijn nog meer zelfgemaakte Cobra’s (Cobra 20 en Cobra 8) aangetroffen. In en rondom het huis van verdachte waren ook voorwerpen en chemische stoffen aanwezig, waarmee hij nog meer (professioneel) vuurwerk had kunnen maken.

Het gaat om zwaar en illegaal vuurwerk dat extreem veel gevaar oplevert. Wanneer één Cobra ontploft, is er kans op zeer ernstig lichamelijk of zelfs dodelijk letsel. In deze zaak gaat het ook nog eens om zelfgemaakt vuurwerk, wat de risico’s verder vergroot. Daar komt nog bij dat het vuurwerk massa-explosief kan reageren. Dit betekent dat als één stuk in een partij tot ontbranding komt en explodeert, de kans bestaat dat de hele partij mee-explodeert. In dat geval waren de gevolgen niet te overzien geweest. In een straal van ongeveer 50 m rondom de auto zou de explosie tot potentieel dodelijk letsel kunnen leiden. Als het vuurwerk in de kelder was ontploft, had dit tot instortingsgevaar van het huis kunnen leiden.

Dit gevaar is ook de reden geweest dat na ontdekking van het vuurwerk en de overige spullen de hulpdiensten direct groot zijn opgetuigd om verdere gevaarzetting te voorkomen.

Het is niet voor niets dat voor de opslag en het afsteken van professioneel vuurwerk strenge regels gelden en gespecialiseerde kennis vereist is.

Verdachte heeft al deze risico’s voor lief genomen en daarmee niet alleen zichzelf maar ook anderen in groot gevaar gebracht. Het voorval heeft ook voor veel tumult in de omgeving gezorgd. Het dossier biedt aanknopingspunten om te stellen dat verdachte vaker vuurwerk voor anderen maakte en op die manier een bijdrage leverde aan de illegale handel in vuurwerk, met alle gevaren van dien. Hoewel dit niet aan verdachte is tenlastegelegd, laat het zien dat geen sprake was een incident of éénmalig experimenteren en dat het handelen van verdachte over langere tijd sterk gevaarzettend is gewest.

Naast het verboden vuurwerk was verdachte ook in het bezit van een wapen en bijbehorende munitie. Uit onderzoek blijkt dat verdachte heeft geprobeerd om het wapen ‘scherpschietend’ te krijgen, maar dat dit niet is gelukt.

De rechtbank vindt het zorgelijk dat verdachte zo ver is gegaan in zijn fascinatie voor vuurwerk en wapens en niet heeft nagedacht over de mogelijke consequenties van zijn handelen.

De rapportages

Het PJ-rapport

Verdachte is door een psycholoog onderzocht. Deze deskundige heeft - zakelijk weergegeven - het volgende gerapporteerd. Bij verdachte is sprake van een autismespectrumstoornis (hierna: ASS). Deze stoornis is van invloed geweest op het handelen van verdachte ten tijde van het tenlastegelegde. Het advies is om het tenlastegelegde in enigszins verminderde mate aan verdachte toe te rekenen. Verdachte kon moeilijk afstand nemen van zijn interesse in vuurwerk en vuurwapens en de gevolgen van zijn handelen onvoldoende overzien. Ten tijde van het tenlastegelegde had verdachte geen dagbesteding en was er weinig toezicht op hem, terwijl de innerlijke rem van verdachte onvoldoende ontwikkeld is. Het recidiverisico wordt op korte termijn ingeschat als laag en op lange termijn als matig. Zonder adequate structuur, begeleiding en toezicht bestaat het risico dat verdachte opnieuw risicovol gedrag vertoont binnen zijn interessegebieden. Een gepaste woonvorm en een gestructureerde dagbesteding verminderen het recidivegevaar. Eventueel kan een coach of begeleider met kennis van ASS worden ingezet.

Het advies van de Raad voor de Kinderbescherming

De Raad heeft het volgende over verdachte gerapporteerd. De Raad schat het recidiverisico in als gemiddeld. De huidige woonplek ([woonplek]) is voor verdachte minder geschikt. Verdachte heeft meer behoefte aan rust en structuur in zijn leven. Er moet voor verdachte een woonplek worden gevonden die beter bij hem past. Er zal ook een passende dagbesteding moeten worden gevonden. Omdat verdachte niet open staat voor hulpverlening (behalve praktische hulp) is een gedwongen kader noodzakelijk om verdachte langdurig te kunnen begeleiden en duidelijke kaders te kunnen stellen. De Raad adviseert een jeugddetentie gelijk aan de duur van het voorarrest en een voorwaardelijke werkstraf met de volgende bijzondere voorwaarden:

  • verblijven in een instelling voor begeleid wonen;

  • meewerken aan dagbesteding;

  • meewerken aan behandeling;

  • meewerken aan ambulante begeleiding/coaching.

De Straf

Gelet op ernst van de feiten en de daaruit volgende gevaarzetting is een forse straf voor verdachte op zijn plaats. De rechtbank neemt hierbij het advies van de psycholoog over en zal bij de strafoplegging rekening houden met de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte. De rechtbank vindt het – gelet op de persoonlijke belangen van de verdachte - niet passend om verdachte terug te sturen naar de jeugdgevangenis en zal een onvoorwaardelijke jeugddetentie gelijk aan de duur van het voorarrest opleggen. Om de ernst van de feiten te benadrukken is wel een aanvullende straf nodig. Verdachte heeft in zijn fascinatie voor vuurwerk grote risico’s genomen en is daarbij voorbij gegaan aan de enorme gevaarzetting die dit heeft opgeleverd voor niet alleen hemzelf maar zeker ook voor anderen in zijn directe (leef)omgeving. Een voorwaardelijke werkstraf, zoals geadviseerd door de Raad en geëist door de officier van justitie, doet naar het oordeel van de rechtbank dan ook onvoldoende recht aan de ernst van de feiten. De rechtbank zal naast de onvoorwaardelijke jeugddetentie geen voorwaardelijke werkstraf, maar een voorwaardelijke jeugddetentie opleggen. Hiermee hoopt de rechtbank een duidelijk signaal aan de verdachte af te geven dat nieuwe strafbare feiten grote gevolgen voor hem zullen hebben. Aan deze voorwaardelijke jeugddetentie zal de rechtbank de voorwaarden koppelen die de Raad heeft geadviseerd omdat zij deze voorwaarden in het belang van de ontwikkeling van de verdachte acht.

Alles afwegende legt de rechtbank aan verdachte op een jeugddetentie van 100 dagen waarvan 48 dagen voorwaardelijk.

8 De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:

- 77 a, 77g, 77i, 77x, 77y, 77z en 77aa van het Wetboek van Strafrecht;

- 1 a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten;

- 9.2.2.1. van de Wet milieubeheer;

- 1.2.2. van het Vuurwerkbesluit;

- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

9 De beslissing

De rechtbank:

? verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

? verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

? verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

? verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

? veroordeelt verdachte tot een jeugddetentie voor de duur van 100 dagen;

  • bepaalt dat een gedeelte van deze jeugddetentie, te weten 48 dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van twee jaren niet heeft gehouden aan de hierna te melden voorwaarden:

  • stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

  • stelt als bijzondere voorwaarden dat:

  • verdachte verblijft in een instelling voor begeleid wonen op een voor hem passende woonplek te bepalen door de jeugdreclassering en ter overbrugging meewerkt aan een verblijf bij [woonplek];

  • verdachte meewerkt aan dagbesteding, die door de jeugdreclassering geschikt wordt bevonden;

  • verdachte meewerkt aan behandeling gericht op psycho-educatie, indien en voor zolang de jeugdreclassering dit noodzakelijk vindt;

  • verdachte meewerkt aan coaching, bij voorkeur verzorgd door een coach met kennis van ASS-problematiek, of ambulante begeleiding, indien en voor zolang de jeugdreclassering dit nodig vindt;

? stelt als overige voorwaarden dat:

  • verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit afnemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

  • verdachte zijn medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 77aa, eerste tot en met vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht. De medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclasseringsinstelling zo vaak en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht zijn daaronder begrepen;

? geeft opdracht aan Jeugdbescherming Gelderland, afdeling Jeugdreclassering, locatie Nijmegen, tot het houden van toezicht op de naleving van deze bijzondere voorwaarden en tot begeleiding van verdachte ten behoeve daarvan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.G.J. Post (voorzitter en kinderrechter), mr. A.M.F. Geerling en mr M.W. Stoet, kinderrechters, in tegenwoordigheid van mr. H.J. Damen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 juli 2026.

Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, onderzoek ZEEWINDE/ON5R025078, gesloten op 13 april 2026 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.