Strafrecht overig

Jeugdstrafrecht, toepassing artikel 77c Sr. Veroordeling tot 4 dagen jeugddetentie met aftrek van het…

Rechtbank Gelderland, 8 september 2026

Zaakgegevens

Op 8 september 2026 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
8 september 2026
Datum publicatie
23 september 2026
Zaaknummer
05.287582.25
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:7254
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Jeugdstrafrecht, toepassing artikel 77c Sr. Veroordeling tot 4 dagen jeugddetentie met aftrek van het voorarrest en een werkstraf van 120 uur, waarvan 60 uur voorwaardelijk wegens een straatroof.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/287582-25

Datum uitspraak : 8 september 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 2007 in [geboorteplaats] ,

wonend aan [adres] in [woonplaats] ,

raadsman: mr. M.P. Smit, advocaat in Almelo.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte (hierna ook: [verdachte] ) is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 10 oktober 2025 te Winterswijk

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld

[aangever 1] en/of [aangever 2] heeft gedwongen tot de afgifte van schoenen, JBL oordopjes, sleutels, een horloge (merk Regal), een armband, Apple Airpods Pro 2, een Iphone 14, een ID-kaart, en/of een fietssleutel, in elk geval enig goed, dat/die geheel of

ten dele aan die [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of een derde toebehoorde(n), door

  • die [aangever 2] bij zijn arm, althans zijn lichaam vast te pakken en/of vast te houden, en/of te roepen dat hij mee moest lopen en/of door moest lopen,

  • die [aangever 1] bij zijn keel en/of jas, althans zijn lichaam te grijpen en/of mee te trekken,

  • een of meerdere malen tegen die [aangever 2] en/of [aangever 1] te schreeuwen “Meelopen! Meelopen! We moeten praten!”, althans woorden van gelijke aard of strekking,

  • die [aangever 2] een of meerdere malen in zijn gezicht, althans tegen zijn lichaam te slaan,

  • die [aangever 1] een of meerdere malen in zijn gezicht, althans tegen zijn lichaam te slaan, en/of tegen zijn benen, althans zijn lichaam te trappen en/of te schoppen;

  • die [aangever 2] en/of [aangever 1] richting en/of in een steegje te bewegen,

  • tegen die [aangever 2] en/of [aangever 1] te zeggen “Trek je patta’s uit, alles uit jullie zakken”, althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of (daarbij) een gebalde vuist te maken en/of een gebalde vuist rond zijn middel te houden,

  • tegen die [aangever 2] en/of [aangever 1] te zeggen “Jullie gaan je nu uitkleden” en/of te schreeuwen “Doe je sieraden af!”, althans woorden van gelijke aard of strekking,

  • tegen die [aangever 1] te zeggen: "Geef mij je telefooncode en de code voor de internetbankieren-app”, althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of

  • tegen die [aangever 1] en/of [aangever 2] te zeggen: "Jullie blijven hier! Wij gaan, maar komen zo terug".

2 De bewezenverklaring

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat [verdachte] het ten laste gelegde feit heeft gepleegd. Bewezen kan worden dat:

hij op of omstreeks 10 oktober 2025 te Winterswijk

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk om zich en/of een anderen wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld

[aangever 1] en/of [aangever 2] heeft gedwongen tot de afgifte van schoenen, JBL oordopjes, sleutels, een horloge (merk Regal), een armband, Apple Airpods Pro 2, een Iphone 14, een ID-kaart, en/of een fietssleutel, in elk geval enig goed, dat/die geheel of

ten dele aan die [aangever 1] en/of [aangever 2] en/of een derde toebehoorde(n), door

  • die [aangever 2] bij zijn arm, althans zijn lichaam vast te pakken en/of vast te houden, en/of te roepen dat hij mee moest lopen en/of door moest lopen,

  • die [aangever 1] bij zijn keel en/of jas, althans zijn lichaam te grijpen en/of mee te trekken,

  • een of meerdere malen tegen die [aangever 2] en/of [aangever 1] te schreeuwen “Meelopen! Meelopen! We moeten praten!”, althans woorden van gelijke aard of strekking,

  • die [aangever 2] een of meerdere malen in zijn gezicht, althans tegen zijn lichaam te slaan,

  • die [aangever 1] een of meerdere malen in zijn gezicht, althans tegen zijn lichaam te slaan, en/of tegen zijn benen, althans zijn lichaam te trappen en/of te schoppen;

  • die [aangever 2] en/of [aangever 1] richting en/of in een steegje te bewegen,

  • tegen die [aangever 2] en/of [aangever 1] te zeggen “Trek je patta’s uit, alles uit jullie zakken”, althans of woorden van gelijke aard of strekking, en/of (daarbij) een gebalde vuist te maken en/of een gebalde vuist rond zijn middel te houden,

  • tegen die [aangever 2] en/of [aangever 1] te zeggen “Jullie gaan je nu uitkleden” en/of te schreeuwen “Doe je sieraden af!”, althans woorden van gelijke aard of strekking,

  • tegen die [aangever 1] te zeggen: "Geef mij je telefooncode en de code voor de internetbankieren-app”, althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of

  • tegen die [aangever 1] en/of [aangever 2] te zeggen: "Jullie blijven hier! Wij gaan, maar komen zo terug".

De rechtbank heeft taal- of schrijffouten in de tenlastelegging verbeterd. [verdachte] is hierdoor niet in zijn belang geschaad.

De rechtbank zal [verdachte] vrijspreken van die onderdelen van de tenlastelegging die niet zijn bewezen.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen .

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Er is niet gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van [verdachte] geheel uitsluiten. [verdachte] is strafbaar.

7 De motivering van de straf

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft de rechtbank gevraagd om het jeugdstrafrecht toe te passen. Zij heeft geëist dat [verdachte] wordt veroordeeld tot een jeugddetentie van 4 dagen, met aftrek van de tijd die hij in verzekering heeft doorgebracht.

Daarnaast heeft de officier van justitie een werkstraf geëist van 120 uur, waarvan 60 uur voorwaardelijk. De officier van justitie eist daarbij een proeftijd van 2 jaar met de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de rechtbank gevraagd om het jeugdstrafrecht toe te passen. Hij heeft te kennen gegeven dat hij zich kan vinden in de eis van de officier van justitie.

De beoordeling door de rechtbank

Bij de beslissing over de straf die aan [verdachte] moet worden opgelegd, betrekt de rechtbank de aard en de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Ook houdt de rechtbank rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van [verdachte] en met de inhoud van de volgende stukken:

  • het uittreksel justitiële documentatie van 28 juli 2026 (het strafblad),

  • het rapport van Reclassering Nederland van 6 maart 2026;

  • de e-mail van Reclassering Nederland van 4 september 2026.

In het bijzonder neemt de rechtbank het volgende in aanmerking.

Strafblad

De rechtbank stelt vast dat [verdachte] niet eerder door een rechter is veroordeeld voor strafbare feiten.

De ernst van het feit

[verdachte] heeft zich samen met twee anderen schuldig gemaakt aan een straatroof. Terwijl de slachtoffers ( [aangever 2] en [aangever 1] ) dachten dat ze een afspraak hadden met [persoon] , is [verdachte] samen met twee anderen naar de locatie van de afspraak gegaan. Hier heeft hij [aangever 2] bij zijn arm vastgepakt en meegenomen naar een donkere steeg. [aangever 1] werd door een van de medeverdachten bij zijn keel en jas gegrepen en ook meegenomen. Hierbij is geslagen en geschopt. In de steeg moesten [aangever 2] en [aangever 1] spullen die zij bij zich hadden afstaan. Daarna zijn [verdachte] en de medeverdachten vertrokken en hebben zij [aangever 1] en [aangever 2] in de steeg achtergelaten. Een straatroof als deze zorgt voor veel angst en onrust bij de slachtoffers. Bovendien leiden feiten als deze tot onrust en angst in de maatschappij. Dit rekent de rechtbank [verdachte] aan.

De rechtbank overweegt dat [verdachte] al snel na de straatroof contact heeft gehad met [aangever 2] om de huissleutels van [aangever 2] terug te geven en zijn excuses aan te bieden. Ook tijdens de zitting heeft de rechtbank de indruk gekregen dat [verdachte] inziet dat hij niet goed heeft gehandeld. Daar komt bij dat [verdachte] zich goed heeft gehouden aan de afspraken met de reclassering tijdens het schorsingstoezicht en dat hij zich inzet voor de behandeling bij Transfore. De rechtbank weegt dit mee in het voordeel van [verdachte] .

Het advies van de reclassering

De reclassering adviseert de rechtbank om het jeugdstrafrecht toe te passen. De reclassering heeft de indruk dat [verdachte] de gevolgen en risico’s van zijn eigen handelen nog niet goed kan inschatten en dat hij zich laat beïnvloeden door zijn vrienden. De reclassering heeft geen contra-indicaties gesignaleerd voor toepassing van het jeugdstrafrecht.

Toepassing jeugdstrafrecht

Ten tijde van de straatroof was [verdachte] pas net meerderjarig. De rechtbank zal het jeugdstrafrecht toepassen, zoals door de reclassering is geadviseerd. Dit doet de rechtbank omdat uit het advies van de reclassering en ook op zitting de indruk is ontstaan dat [verdachte] impulsief heeft gehandeld, zich heeft laten beïnvloeden door de medeverdachten en dat hij de gevolgen van wat hij deed bij het plegen van het strafbare feit niet goed kon overzien. Ook lijkt beïnvloeding door vrienden een rol te hebben gespeeld. De rechtbank is van oordeel dat een pedagogische en gestructureerde aanpak in het kader van het jeugdstrafrecht het best aansluit bij de ontwikkeling en behoefte van [verdachte] .

Alles afwegende vindt de rechtbank een straf zoals door de officier van justitie is geëist passend voor [verdachte] . Dit komt neer op een jeugddetentie van 4 dagen, met aftrek van de tijd die [verdachte] in verzekering heeft doorgebracht. Dit betekent dat [verdachte] deze dagen al heeft uitgezeten en dus niet meer terug hoeft naar de gevangenis.

Naast de jeugddetentie legt de rechtbank [verdachte] een werkstraf op van 120 uur, waarvan 60 uur voorwaardelijk. Aan het voorwaardelijke deel van de werkstraf verbindt de rechtbank een proeftijd van 2 jaar met de bijzondere voorwaarden die zijn geadviseerd door de reclassering, te weten: een meldplicht bij de reclassering, de gedragsinterventie cognitieve vaardigheden (indien nodig), ambulante behandeling, meewerken aan middelencontrole en een contactverbod met [aangever 2] en [aangever 1] .

De rechtbank zal het inmiddels geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van [verdachte] opheffen, gelet op de duur van de voorlopige hechtenis die hij al heeft ondergaan.

9 De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 77c, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

10 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat [verdachte] het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen wat [verdachte] meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart [verdachte] hiervoor strafbaar;

 veroordeelt [verdachte] wegens het bewezenverklaarde tot:

  1. een jeugddetentie voor de duur van 4 (vier) dagen;

  2. een taakstraf, te weten een werkstraf van 120 (honderdtwintig) uur, met bevel dat als deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 60 (zestig) dagen;

 bepaalt dat van die werkstraf 60 (zestig) uur niet zullen worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten;

 stelt daarbij een proeftijd vast van 2 (twee) jaar onder de algemene voorwaarde dat [verdachte] zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit, en

 stelt als bijzondere voorwaarden dat [verdachte] gedurende de proeftijd:

1. zich meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zo lang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. De reclassering zal contact met [verdachte] opnemen voor de eerste afspraak;

2. deelneemt aan de gedragsinterventie CoVa van de reclassering of aan een andere gedragstraining die gericht is op cognitieve vaardigheden, te bepalen door de reclassering, voor zover en zolang de reclassering de training nodig vindt. [verdachte] houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer. Mocht de gedragsinterventie veel overlap hebben met de ambulante behandeling of de combinatie zorgt voor overvraging, dan zal de gedragsinterventie komen te vervallen;

3. meewerkt aan een behandeling door Transfore of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De behandeling is gericht op het versterken van het zelfbeeld van [verdachte] en het verwerken van zijn pestverleden;

4. meewerkt aan controle op het gebruik van alcohol en drugs om het gebruik te leren beheersen. De controles kunnen bestaan uit urineonderzoek en ademonderzoek (blaastest). De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;

5. zich onthoudt van -direct of indirect- contact met de aangevers: [aangever 1] , geboren op [geboortedag] 2007 en [aangever 2] , geboren op [geboortedag] 2010, zolang het Openbaar Ministerie (OM) dit contactverbod nodig vindt;

 geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden 1 tot en met 4 en [verdachte] ten behoeve daarvan te begeleiden;

 beveelt dat de tijd die [verdachte] in verzekering heeft doorgebracht bij de uitvoering van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht;

 heft het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis op.

Dit vonnis is gewezen door mr. A. Bril (voorzitter), mr. G.M.L. Tomassen en

mr. C.A.H. Pouwels, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.C.G.M. van Lammeren-van Dijck, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 8 september 2026.

mr. Van Lammeren-van Dijck is buiten staat mede te ondertekenen.