Strafrecht overig
Verdachte wordt wegens een poging tot zware mishandeling van zijn partner – onder andere door haar hals dicht…
Rechtbank Gelderland, 28 september 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:7402 · Rechtbank Gelderland · 28 september 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbgel-2026-7402
Zaakgegevens
Op 28 september 2026 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Zutphen
- Datum uitspraak
- 28 september 2026
- Datum publicatie
- 28 september 2026
- Zaaknummer
- 05/090210-26
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2026:7402
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Verdachte wordt wegens een poging tot zware mishandeling van zijn partner – onder andere door haar hals dicht te knijpen – veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. Verdachte wordt vrijgesproken van de primair ten laste gelegde poging tot doodslag, omdat onvoldoende duidelijkheid bestaat over de exacte duur van de door verdachte aangelegde verwurging en deze verwurging door verdachte meerdere keren werd onderbroken.
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Zutphen
Parketnummer: 05/090210-26
Datum uitspraak : 28 september 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 1982 in Curaçao,
wonende aan de [adres] ([postcode]) in [woonplaats].
Raadsvrouw: mr. J.H. Rump, advocaat in Zwolle.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.
1 De inhoud van de tenlastelegging
Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 24 maart 2026 te [plaats], gemeente Epe, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk een ander, te weten [slachtoffer], van het leven te beroven,
- die [slachtoffer] vast heeft gepakt en/of naar de grond heeft getrokken/geduwd,
- op die [slachtoffer] heeft gezeten en/of zijn knie in de buik van die [slachtoffer] heeft gedrukt,
- ( daarbij) een of meerdere malen die [slachtoffer] bij de keel en/of hals heeft vastgepakt,
- een of meerdere malen de keel en/of hals van die [slachtoffer] (met kracht) heeft dichtgedrukt en/of dichtgeknepen en/of dichtgedrukt en/of dichtgeknepen heeft gehouden, en/of
- ( daarbij) een of meerdere malen op/tegen het oor en/of het lichaam van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of gestompt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 24 maart 2026 te [plaats], gemeente Epe, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te weten [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,
- die [slachtoffer] vast heeft gepakt en/of naar de grond heeft getrokken/geduwd,
- op die [slachtoffer] heeft gezeten en/of zijn knie in de buik van die [slachtoffer] heeft gedrukt,
- ( daarbij) een of meerdere malen die [slachtoffer] bij de keel en/of hals heeft vastgepakt,
- een of meerdere malen de keel en/of hals van die [slachtoffer] (met kracht) heeft dichtgedrukt en/of dichtgeknepen en/of dichtgedrukt en/of dichtgeknepen heeft gehouden, en/of
- ( daarbij) een of meerdere malen op/tegen het oor en/of het lichaam van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of gestompt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 24 maart 2026 te [plaats], gemeente Epe, althans in Nederland, [slachtoffer], heeft mishandeld, door
- die [slachtoffer] vast te pakken en/of naar de grond te trekken/duwen,
- op die [slachtoffer] te zitten, en/of zijn knie in de buik van die [slachtoffer] te drukken,
- ( daarbij) een of meerdere malen die [slachtoffer] bij de keel en/of hals vast te pakken,
- een of meerdere malen de keel en/of hals van die [slachtoffer] (met kracht) dicht te drukken en/of dicht te knijpen en/of dichtgedrukt en/of dichtgeknepen te houden, en/of
- ( daarbij) op/tegen het oor en/of het lichaam van die [slachtoffer] te slaan en/of stompen, terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn levensgezel;
2
hij op of omstreeks 24 maart 2026 te [plaats], gemeente Epe, althans in Nederland, [slachtoffer] heeft mishandeld, door
- die [slachtoffer] vast te pakken en/of naar de grond te trekken/duwen,
- op die [slachtoffer] te zitten, en/of zijn knie in de buik van die [slachtoffer] te drukken, en/of
- ( daarbij) een of meerdere malen op/tegen het oor en/of het lichaam van die [slachtoffer] te slaan en/of te stompen, terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn levensgezel.
2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 1 primair ten laste gelegde poging tot doodslag en de onder feit 2 ten laste gelegde mishandeling van zijn levenspartner. Zij heeft ten aanzien van het onder feit 1 primair ten laste gelegde gesteld dat het langdurig dichtknijpen van de keel, zoals in deze zaak, de aanmerkelijke kans in het leven brengt dat het slachtoffer komt te overlijden. Zij heeft gesteld dat het verwurgen naar de uiterlijke verschijningsvorm
zozeer gericht was op het intreden van de dood, dat hieruit volgt dat verdachte die
aanmerkelijke kans ook heeft aanvaard.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte geen vol opzet had op het intreden van de dood en dat het zonder kracht en kort vastpakken van de keel geen aanmerkelijke kans op de dood oplevert. Zij heeft gesteld dat deze geweldshandeling – wanneer wel bewezen wordt dat de keel met kracht is dichtgeknepen – gelet op de geringe intensiteit en onduidelijkheid omtrent de duur van het knijpen geen poging tot doodslag oplevert. Om die redenen moet verdachte worden vrijgesproken van de poging tot doodslag. Ook ten aanzien van de onder feit 1 subsidiair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling geldt dat geen sprake is van (voorwaardelijk) opzet. De raadsvrouw heeft gesteld dat ook hier geldt dat er onvoldoende bewijs is dat sprake is geweest van een handeling met zoveel kracht, duur en intensiteit dat van een poging zware mishandeling gesproken kan worden.
Beoordeling door de rechtbank
Feit 1
De bewijsmiddelen
Aangeefster [slachtoffer] heeft verklaard dat zij op 24 maart 2026 samen met verdachte, haar partner, in haar woning in [plaats] (gemeente Epe) was. Ze zaten tegenover elkaar op de bank toen er een woordenwisseling ontstond. Zij heeft verklaard dat zij wegliep, haar rug richting verdachte keerde en ineens voelde dat ze werd vastgepakt. Ze kwam daarna met haar rug op de grond terecht. Verdachte kwam boven op haar zitten en drukte daarbij zijn knie in haar buik.
In een aanvullende verklaring heeft aangeefster verklaard dat verdachte haar (vervolgens) bij haar keel vastpakte, haar keel dichtkneep en vervolgens losliet. Kort daarna kneep hij haar keel weer dicht. Aangeefster heeft verklaard dat zij daarna een klap tegen haar linkeroor voelde, dat dit pijn veroorzaakte en dat verdachte haar vervolgens losliet. Aangeefster heeft verklaard dat verdachte haar beide keren met één hand bij haar keel pakte en vijf tot tien seconden haar keel dichtkneep.
Op die 24 maart 2026 kregen verbalisanten de melding dat aangeefster door verdachte was mishandeld. Ter plaatse zagen verbalisanten onder meer dat de linkeroorlel van aangeefster rood was. Haar rechteroor had niet dezelfde kleur.
Bij onderzoek door een forensisch arts op 25 maart 2026 werd onder meer het volgende letsel bij aangeefster waargenomen:
-
op de hals werden meerdere bloeduitstortingen gezien. Op de rechterzijde van de hals, verspreid over een gebied van circa 5x3.5 centimeter, bevonden zich meerdere onscherp begrensde ronde tot ovale rozerode huidverkleuringen. Centraal op de voorzijde van de hals bevond zich een drietal, horizontaal naast elkaar, puntvormige rode huidverkleuringen van circa 0.1 centimeter doorsnede. Circa 2.5 centimeter linksboven de puntvormige rode huidverkleuringen bevond zich een puntvormige rode huidverkleuring van circa 0.1 centimeter doorsnede;
-
beperkte zwelling van de onderhuidse weke delen aan de linkerzijde van de onderkaak.
In de letselinterpretatie is beschreven dat het letsel in de hals van aangeefster goed kan worden verklaard door een samendrukkende krachtsinwerking. Het letsel ter hoogte van de linkerzijde van de onderkaak kan eveneens verklaard worden door een samendrukkende krachtinwerking maar ook goed door een stomp botsende krachtinwerking zoals slaan, vallen of stoten. Uit de letselinterpretatie volgt dat voor het ontstaan van een bloeduitstorting door samendrukkende kracht op de hals een forse kracht nodig is.
Verdachte heeft verklaard dat hij aangeefster bij de keel vastpakte, naar de grond duwde en bovenop haar ging zitten. Hij pakte vervolgens haar keel vast.
Uitgangspunt aanvullende verklaring aangeefster
In de aangifte heeft aangeefster verklaard dat verdachte haar keel de eerste keer twintig tot vijfentwintig seconden dichtkneep en de tweede keer ongeveer vijftien seconden. Zij heeft in haar aanvullende verklaring aangegeven dat zij bij het opnemen van de aangifte, op de vraag hoe lang verdachte haar keel dichtkneep, antwoordde “vijf seconden, twintig seconden, ik weet het niet." In de hierboven aangehaalde aanvullende verklaring heeft zij verder verklaard dat zij bij het opnemen van de aangifte vanuit emotie verklaarde, dat zij nog meerdere keren ‘de film’ van die avond had afgespeeld en met behulp van een wekker is nagegaan hoe lang haar keel dicht werd geknepen. Daardoor kwam zij onder meer tot de conclusie dat verdachte haar keel veel korter moet hebben dichtgeknepen, eerder vijf tot tien seconden dan de twintig seconden die zij eerder noemde. Zij verklaarde nog wel dat zij niet kon praten en dat hij haar één keer sloeg. De rechtbank gaat wat betreft het vastpakken en het dichtknijpen van de hals uit van de aanvullende verklaring van aangeefster, nu deze verklaring authentiek overkomt en aangeefster gemotiveerd terugkomt op haar eerdere verklaring hieromtrent.
Tenlastegelegde geweldshandelingen
De verklaring van aangeefster met betrekking tot de tenlastegelegde geweldshandelingen, meer specifiek het naar de grond duwen, op haar zitten met de knie en het dichtknijpen van de keel, vinden steun in de letselrapportage en de verklaring van verdachte. De verklaring van verdachte dat hij weinig kracht zette op de hals past hier niet bij, omdat voor het aangetroffen letsel blijkens de letselinterpretatie een forse krachtsinwerking op de hals moet hebben plaatsgevonden. De verklaring van aangeefster dat verdachte haar sloeg vindt verder steun in de bevindingen van de politieagenten, die ter plaatse roodheid bij het linkeroor van aangeefster hebben waargenomen. De rechtbank stelt op basis van bovenvermelde bewijsmiddelen vast dat verdachte deze geweldshandelingen heeft verricht.
Vrijspraak poging tot doodslag
De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of bewezen kan worden dat verdachte aangeefster heeft geprobeerd te doden. De rechtbank ziet, net als de officier van justitie en de verdediging, geen aanknopingspunten in het procesdossier om te kunnen vaststellen dat verdachte vol opzet heeft gehad om aangeefster te doden. De vervolgvraag is of er sprake was van voorwaardelijk opzet. Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg – zoals de dood of zwaar lichamelijk letsel – is aanwezig wanneer de verdachte welbewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat dat gevolg zal intreden. Of dit zo is, is naar vaste jurisprudentie afhankelijk van de omstandigheden van het geval, waarbij betekenis toekomt aan de aard van de gedragingen en de omstandigheden waaronder deze zijn verricht.
Uit de letselinterpretatie volgt dat de hals en de daarin aanwezige luchtweg en slagaders een kwetsbaar onderdeel van het lichaam zijn, dat mensen door verwurging buiten bewustzijn kunnen raken en dat een langdurig zuurstoftekort – door bijvoorbeeld een gebrek aan ademhaling ten gevolge van een verwurging – tot hersenschade en uiteindelijk de dood kan leiden. Het met kracht dichtknijpen van de hals kan dan ook dodelijk letsel opleveren. Of in een concreet geval een aanmerkelijke kans bestaat op het ontstaan van dergelijk letsel, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval. Daarbij komt betekenis toe aan de kracht/intensiteit van het knijpen en de duur van het knijpen.
De rechtbank gaat, zoals reeds overwogen, uit van de verklaring van aangeefster dat verdachte haar hals met één hand dichtkneep, vervolgens de verwurging onderbrak en daarna nogmaals de hals dicht kneep, waarna hij haar losliet. De rechtbank is van oordeel dat in deze omstandigheden onvoldoende duidelijkheid bestaat over de exacte duur van de door verdachte aangelegde verwurging. Blijkens de letselrapportage zijn bijvoorbeeld geen (relevante) afwijkingen van de netvliezen in de ogen en in de neuskeelholte vastgesteld, die zouden kunnen passen bij een samendrukkende krachtsinwerking waarbij beide halsaders enige tijd werden dichtgedrukt. Ook is niet gebleken dat aangeefster (enige tijd) het bewustzijn is verloren. De verklaring van aangeefster zelf biedt op dit punt onvoldoende duidelijkheid. Daarnaast werd het dichtdrukken blijkens haar verklaring meerdere keren onderbroken. Bij deze stand van zaken kan niet worden vastgesteld dat bij deze verwurging een aanmerkelijke kans op het toebrengen van dodelijk letsel aanwezig was en dat verdachte die kans bewust heeft aanvaard. De onder 1 primair ten laste gelegde poging tot doodslag kan daarom niet worden bewezen. De rechtbank zal verdachte daarvan vrijspreken.
Zware mishandeling
De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of sprake is van een poging tot zware mishandeling. Voor bewezenverklaring van een poging tot zware mishandeling is vereist dat verdachte het (voorwaardelijk) opzet had om aangeefster zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.
De rechtbank acht het een feit van algemene bekendheid dat zich in de hals kwetsbare en vitale organen bevinden zoals de luchtpijp, het strottenhoofd, de hals(slag)aders, de nekwervels en de zenuwen in het ruggenmerg. Uit de letselinterpretatie volgt dat voor het ontstaan van een bloeduitstorting door samendrukkende kracht op de hals een forse kracht nodig is, terwijl bij aangeefster meerdere bloeduitstortingen in de hals zijn waargenomen. Daarnaast heeft aangeefster verklaard dat zij niet meer kon praten, doordat verdachte haar bij de hals vastpakte. Uit het vorenstaande leidt de rechtbank af dat verdachte meerdere malen met forse kracht de hals, met daarin kwetsbare en vitale organen, van aangeefster heeft dichtgeknepen. Uit de letselinterpretatie volgt dat dergelijke samendrukkende kracht kan leiden tot letsel van de vaatwand van de halsvaten, zoals een scheur in de binnenwand van het bloedvat of een scheur van het gehele bloedvat. Bij zeer forse krachtsinwerking kan ook een breuk optreden van het strottenhoofd, het tongbeen of van de nekwervel(s). Gelet op de kwetsbaarheid van genoemde lichaamsdelen is de kans op zwaar lichamelijk letsel bij een forse krachtsinwerking aanmerkelijk te noemen. Naar de uiterlijke verschijningsvorm kan het handelen van verdachte niet anders worden uitgelegd dan dat verdachte hiermee de aanmerkelijke kans, dat aangeefster zwaar lichamelijk letsel zou oplopen, bewust heeft aanvaard. De rechtbank acht dan ook de subsidiair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling wettig en overtuigend bewezen.
Feit 2
De rechtbank heeft hierboven reeds vastgesteld dat verdachte aangeefster – zijn partner – naar de grond duwde, op haar ging zitten, zijn knie in de buik drukte en haar eenmaal tegen het oor sloeg. Aangeefster heeft daar pijn en letsel aan het hoofd en de hals aan overgehouden.
Aangeefster heeft verklaard dat ze al sinds 2013 een relatie heeft met verdachte en dat ze hem dagelijks ziet, alleen niet als ze met haar kinderen is. Gelet op de duur van de relatie en aangezien verdachte en aangeefster elkaar bijna dagelijks zien, is de rechtbank van oordeel dat sprake is van levensgezel zoals ten laste is gelegd.
De rechtbank acht de onder 2 tenlastegelegde mishandeling gelet op het voorgaande bewezen.
3 De bewezenverklaring
Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 subsidiair en onder feit 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
hij op of omstreeks 24 maart 2026 te [plaats], gemeente Epe, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een ander, te weten [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,
- die [slachtoffer] vast heeft gepakt en/of naar de grond heeft getrokken/geduwd,
- op die [slachtoffer] heeft gezeten en/of zijn knie in de buik van die [slachtoffer] heeft gedrukt,
- (daarbij) een of meerdere malen die [slachtoffer] bij de keel en/of hals heeft vastgepakt,
- een of meerdere malen de keel en/of hals van die [slachtoffer] (met kracht) heeft dichtgedrukt en/of dichtgeknepen en/of dichtgedrukt en/of dichtgeknepen heeft gehouden, en/of
- (daarbij) eenmaal of meerdere malen op/tegen het oor en/of het lichaam van die [slachtoffer] heeft geslagen en/of gestompt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
2
hij op of omstreeks 24 maart 2026 te [plaats], gemeente Epe, althans in Nederland, [slachtoffer] heeft mishandeld, door
- die [slachtoffer] vast te pakken en/of naar de grond te trekken/duwen,
- op die [slachtoffer] te zitten, en/of zijn knie in de buik van die [slachtoffer] te drukken, en/of
- (daarbij) eenmaal of meerdere malen op/tegen het oor en/of het lichaam van die [slachtoffer] te slaan en/of te stompen, terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen zijn levensgezel.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde levert op:
de eendaadse samenloop van
feit 1:
poging tot zware mishandeling
en
feit 2:
mishandeling, begaan tegen zijn levensgezel.
5 De strafbaarheid van de feiten
De feiten zijn strafbaar.
6 De strafbaarheid van de verdachte
Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.
7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van dertig maanden, waarvan tien maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, en met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Aan het voorwaardelijk deel dienen de bijzondere voorwaarden te worden verbonden zoals door de reclassering geadviseerd. De officier van justitie heeft verder gevorderd dat de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar worden verklaard.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft bepleit dat aan verdachte een gevangenisstraf dient te worden opgelegd die wat betreft de duur gelijk is aan de tijd die hij in voorarrest heeft doorgebracht. Als er nog een onvoorwaardelijk strafdeel wordt opgelegd, dient volgens de raadsvrouw gekeken te worden naar alternatieven voor een gevangenisstraf.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling van zijn partner, door haar hals meerdere keren met forse kracht dicht te knijpen. Daarnaast heeft hij haar mishandeld door haar onder meer tegen het oor te slaan. Hiermee heeft verdachte op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Dit ernstige geweld vond plaats in de woning van het slachtoffer, bij uitstek de plek waar zij zich veilig had moeten kunnen voelen. Deze situatie moet voor het slachtoffer uiterst beangstigend zijn geweest, hetgeen ook blijkt uit de door haar voorgedragen slachtofferverklaring.
Uit het strafblad van verdachte blijkt dat hij in het verleden meerdere keren is veroordeeld wegens geweldsdelicten. In 2017 is hij blijkens zijn strafblad en het reclasseringsadvies veroordeeld voor mishandeling, begaan tegen hetzelfde slachtoffer van de feiten in deze zaak. Tegelijkertijd volgt uit het rapport van de reclassering dat verdachte en het slachtoffer nog altijd samen zijn en dat er aanwijzingen zijn dat de relatie zich sinds het voorarrest positiever ontwikkelt.
Uit het rapport van de psycholoog blijkt dat er geen aanleiding is om een ernstige (psychiatrische) stoornis te vermoeden bij verdachte. Als gevolg van onder meer het diagnostische beeld kan de psycholoog geen onderbouwd advies geven ten aanzien van de mate van toerekenen. De psycholoog heeft gelet op het ten laste gelegde, maar ook gelet op de geobserveerde coping stijl van verdachte, beschreven dat verdachte baat zou kunnen hebben bij het opnieuw volgen van een training op het gebied van huiselijk/relationeel geweld, gericht op het omgaan met stressvolle omstandigheden en conflicten en op het verbeteren van de coping strategieën. Ook de reclassering ziet aanleiding voor interventies gericht op het verminderen van mogelijk aanwezige risicofactoren. De reclassering schat het risico op herhaling in als matig-hoog, mede gelet op de risicoverhogende factoren van de eerdere veroordelingen voor geweldsdelicten, de aanwijzingen voor beperkingen in uitdrukkingsvaardigheden en verminderde intelligentie. Zij adviseren gelet op het vorenstaande een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, deelname aan een gedragsinterventie en dat verdachte zich laat behandelen. Onder meer gelet op het recidiverisico adviseert de reclassering de bijzondere voorwaarden en het toezicht dadelijk uitvoerbaar te verklaren.
De rechtbank ziet gelet op de aard en ernst van de feiten geen aanleiding om een andere straf op te leggen dan een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Om recidive te voorkomen is het echter belangrijk dat verdachte wordt behandeld en dat deze behandeling snel op gang komt. Wanneer verdachte nu terug moet naar de gevangenis, zal dit de benodigde behandeling doorkruizen en bestaat het risico dat beschermende factoren – zoals een woning – wegvallen. Dat zal niet bijdragen aan beperking van de kans op herhaling. Alles afwegende, zal de rechtbank een gevangenisstraf opleggen waarvan het onvoorwaardelijke strafdeel gelijk is aan de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Zij zal aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van zeven maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk, opleggen. Aan deze straf zullen de door de reclassering geadviseerde voorwaarden worden verbonden. Wanneer verdachte zich niet aan deze voorwaarden houdt, of hij binnen de proeftijd van drie jaar weer de fout in gaat, hangt hem nog een gevangenisstraf van vier maanden boven het hoofd.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een misdrijf dat is gericht tegen en gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. De rechtbank is van oordeel dat er, zonder de benodigde behandeling, ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte weer een dergelijk misdrijf zal begaan. Verdachte is namelijk eerder veroordeeld voor een geweldsdelict dat gericht was tegen het slachtoffer in de onderhavige zaak. Daarom zal zij bevelen dat de te stellen voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn.
8 De toegepaste wettelijke bepalingen
De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 45, 55, 300, 302 en 304 van het Wetboek van Strafrecht.
9 De beslissing
De rechtbank:
spreekt verdachte vrij van het onder feit 1 primair ten laste gelegde feit;
verklaart bewezen dat verdachte de onder 1 subsidiair en onder 2 ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 (zeven) maanden;
-
bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 4 (vier) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden:
-
stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
stelt als bijzondere voorwaarden dat:
-
verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn;
-
verdachte binnen de proeftijd deelneemt aan de gedragsinterventie BORG van de reclassering of aan een andere gedragstraining die gericht is op cognitieve vaardigheden, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de training nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de afspraken en aanwijzingen van de trainer;
-
verdachte zich – aansluitend aan de gedragsinterventie – gedurende de proeftijd laat behandelen door Trajectum of Humanitas DMH Homerun of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De behandeling en/of begeleiding start aansluitend aan de gedragstraining. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling en/of begeleiding. De behandeling en/of begeleiding is gericht op relationele problematiek, agressiebeheersing, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden en/of andere problematiek;
geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de bovenvermelde voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
Hierbij gelden als voorwaarden dat verdachte:
-
meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;
-
meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
beveelt dat de gestelde voorwaarden en het uit te oefenen toezicht dadelijk uitvoerbaar zijn;
beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.
|
Dit vonnis is gewezen door mr. Y. Rikken (voorzitter), mr. L.C.P. Goossens en mr. A.T.G. van Wandelen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Hessel, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 september 2026. |
||