Strafrecht overig

Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 jaren voor de moord op zijn echtgenote. De…

Rechtbank Gelderland, 22 september 2026

Zaakgegevens

Op 22 september 2026 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
22 september 2026
Datum publicatie
5 oktober 2026
Zaaknummer
05.340856.25
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:7686
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 jaren voor de moord op zijn echtgenote. De rechtbank acht voorbedachte raad bewezen. Geen persoonlijkheidsonderzoek uitgevoerd naar aanleiding van trajectconsult. Vorderingen benadeelde partijen t.a.v. kosten van lijkbezorging en affectieschade toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05.340856.25

Datum uitspraak : 22 september 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1972 in [geboorteplaats] ,

ingeschreven aan [adres] in [plaats 1] ,

op dit moment aldaar gedetineerd in de P.I. [verblijfplaats] .

Raadsvrouw: mr. C.A.C. Kooijmans, advocaat in Nijmegen.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op openbare terechtzittingen.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 14 december 2025 te [plaats 2] , gemeente Beuningen, zijn partner [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd,
- door de keel en/of de hals van die [slachtoffer] dicht te knijpen en/of dicht te drukken en/of dichtgeknepen en/of dichtgedrukt te houden, en/of
- door de mond van die [slachtoffer] dicht te knijpen en/of dicht te drukken en/of dichtgeknepen en/of dichtgedrukt te houden en/of die [slachtoffer] te smoren, althans door op enigerlei wijze de zuurstoftoevoer voor die [slachtoffer] gedurende enige tijd te beletten en/of te belemmeren.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

De feiten

Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.

Op 14 december 2025 om 02:50 uur belde verdachte het alarmnummer 112 en meldde dat hij ongeveer een half uur eerder zijn echtgenote [slachtoffer] had vermoord in de woning aan [adres] in [plaats 2] . De politie kwam direct ter plaatse en trof [slachtoffer] levenloos aan op de grond in de woonkamer. Er zaten blauwe plekken op haar armen, benen en hals en er kwam bloed uit haar mond. In de woning werd op verschillende plaatsen bloed aangetroffen. De hulpdiensten zijn direct gestart met reanimeren, maar [slachtoffer] bleek al overleden.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte de tenlastegelegde handelingen met voorbedachten rade heeft begaan, waarmee hij zich schuldig heeft gemaakt aan moord.

Het standpunt van de verdediging

Verdachte heeft ter terechtzitting en bij de politie bekend dat hij [slachtoffer] van het leven heeft beroofd. De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de bewezenverklaring en de kwalificatie gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling door de rechtbank

Vast staat dat verdachte en [slachtoffer] sinds de zomer van 2025 in scheiding lagen. Zowel [slachtoffer] als verdachte wilde in het huis aan [adres] in [plaats 2] blijven wonen en beiden hadden een advocaat ingeschakeld. Omdat de scheiding nog niet rond was woonden zij nog wel samen in het huis, maar de communicatie tussen hen was sterk verslechterd. [slachtoffer] sliep beneden in de woonkamer. [slachtoffer] en verdachte hadden twee honden, die zij in verband met de scheiding al onderling verdeeld hadden. Hond [naam] zou bij verdachte blijven en hond [naam] bij [slachtoffer] .

De verklaringen van verdachte

Verdachte heeft bij de politie en ter terechtzitting diverse verklaringen afgelegd. Daaruit volgt dat [slachtoffer] in de week voorafgaand aan het tenlastegelegde tegen verdachte had verteld dat hond [naam] meerdere epileptische aanvallen had gehad en dat zij hem wilde laten inslapen. Verdachte was het daar niet mee eens. Op zaterdagochtend 13 december 2025 ontstond er een discussie tussen [slachtoffer] en verdachte, omdat zij voor de maandag erna een afspraak had gemaakt bij de dierenarts om [naam] te laten inslapen. Verdachte zei daarbij tegen [slachtoffer] dat hij haar af zou maken. Na de discussie is [slachtoffer] naar een vriendin gegaan en daarna is ze gaan werken. In de middag heeft verdachte geprobeerd om de dierenarts te bereiken. Ook heeft hij verschillende activiteiten op de computer verricht, waarbij hij meermaals de medicijnen heeft opgezocht die door [slachtoffer] werden gebruikt. Hij is rond 22:30 uur naar bed gegaan en hoorde [slachtoffer] ’s avonds thuiskomen. Verdachte was de gehele tijd aan het draaien en nadenken in bed. Hij heeft zoekslagen verricht op zijn telefoon. Daarna heeft hij zich aangekleed en is naar de woonkamer gegaan, waar [slachtoffer] op haar stretcher lag. Hij heeft de deken van haar afgetrokken, is op haar borst gaan zitten en heeft haar keel met kracht dichtgeknepen. [slachtoffer] verzette zich en begon te gillen. Er ontstond een worsteling die een tijdje duurde, waardoor [slachtoffer] aan de andere kant van de woonkamer op de grond terechtkwam. Uiteindelijk heeft verdachte [slachtoffer] met zijn beide handen gewurgd. Ongeveer een half uur nadat hij [slachtoffer] had gewurgd, heeft verdachte een appje naar zijn moeder gestuurd en de politie (112) gebeld.

Het forensisch onderzoek

De politie heeft forensisch onderzoek gedaan naar de oorzaak van het overlijden van [slachtoffer] . Uit dit onderzoek volgt dat [slachtoffer] is overleden door samendrukkend geweld op de hals (verwurging) en samendrukkend geweld op de mond/kin/wang (smoren), wat heeft geleid tot verstikking. Er is geen andere oorzaak van of bijdrage aan het overlijden gebleken. Bij sectie werden letsels aan de borst, schouders, ledematen en het hoofd vastgesteld die bij leven waren opgeleverd door herhaaldelijke inwerking van uitwendig mechanisch stomp botsend (mogelijk deels comprimerend) geweld zoals door slaan, stompen en/of drukken, vallen, knijpen, stevig vastpakken. Het stomp botsend geweld op het hoofd kan aanleiding hebben gegeven tot bewustzijnsstoornissen, waardoor eventuele afweerreacties kunnen zijn afgenomen/uitgebleven.

Tussenconclusie

Op basis van het voorgaande constateert de rechtbank dat verdachte zijn echtgenote [slachtoffer] opzettelijk om het leven heeft gebracht door haar met zijn handen te wurgen en te smoren. Verdachte heeft hierover een bekennende verklaring afgelegd die overeenkomt met de resultaten van het forensisch onderzoek naar de doodsoorzaak van [slachtoffer] .

De vraag die de rechtbank vervolgens moet beantwoorden, is de vraag of verdachte al dan niet met voorbedachte raad heeft gehandeld.

Volgens verdachte heeft hij [slachtoffer] in een waas gedood. Hij was naar eigen zeggen al sinds juli 2025 in paniek en was bang om alles kwijt te raken. Hij handelde op de automatische piloot en had geen vooropgezet plan om haar te vermoorden.

Hij kan zich herinneren dat hij tijdens de worsteling met [slachtoffer] een paar keer bijkwam uit de waas en dat het hem opviel dat [slachtoffer] bloedde, maar hij zakte steeds weer weg.

Voorbedachte raad

Voor een bewezenverklaring van het bestanddeel 'voorbedachte raad' moet komen vast te staan dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of het genomen besluit en dat hij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat hij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven.

Bij de beantwoording van de vraag of verdachte al dan niet met voorbedachte raad heeft gehandeld, betrekt de rechtbank de volgende bewijsmiddelen.

De politie heeft de laptop van verdachte onderzocht. Uit de internetgeschiedenis komt het volgende naar voren:

  • vanaf 27 augustus 2025 werden op de laptop bijna dagelijks webpagina's van Funda en andere websites waarop woningen worden aangeboden bezocht;

  • op 30 augustus 2025 werd om 08.01 uur gezocht op ‘hoeveel krijg je voor moord’ en werd de webpagina ‘https://webwoordenboek.nl/kenniscentrum/wat-voor-straf-krijg-je-als-je-iemand-vermoord#:~:text=Voor moord kun je een’ bezocht;

  • vanaf september 2025 werd regelmatig juridische informatie opgezocht over scheidingen en de vraag wie in de (huur)woning mag blijven wonen bij een scheiding;

  • op 4 september 2025 werden omstreeks 16.35 uur eerst webpagina’s over uit elkaar gaan en over het nodig hebben van een advocaat bezocht. Omstreeks 16.48 uur werden diverse webpagina’s bezocht over het gevangenisleven en over hoe om te gaan met het in de gevangenis zitten. Direct hierna werd een webpagina bezocht van het juridisch loket en direct daarna werd (achtereenvolgens) gezocht op de vraag hoe duur het leven is in Thailand, op vliegtickets naar Thailand en op informatie over het vechten voor Oekraïne.

[persoon 1] , een collega van verdachte, heeft verklaard dat zij op het werk weleens een praatje maakte met verdachte. Hij sprak dan over de honden en zijn relatieproblemen en zei dat hij graag in het huis wilde blijven wonen. Op 11 december 2025 vertelde verdachte tegen [persoon 1] dat [slachtoffer] de hond wilde laten inslapen. Verdachte was daar boos en geïrriteerd over. Tegen andere collega’s zou verdachte hebben gezegd dat hij haar zou vermoorden als hij de hond niet kreeg. Volgens [persoon 1] lijkt verdachte steeds bozer te zijn geworden.

[persoon 2] , een collega van verdachte, heeft als volgt verklaard. Hij kende verdachte van het wandelen met de hond in de buurt en later kwam hij verdachte ook op het werk tegen. Zij spraken soms kort met elkaar en verdachte sprak dan over zijn relatieproblemen en de honden. Op 11 december 2025 vertelde verdachte dat zijn partner de honden wilde laten inslapen in verband met epilepsie. Een dag later, op vrijdagmiddag 12 december 2025 rond 14:30 uur, vroeg [persoon 2] aan verdachte hoe het ging, waarop verdachte zei dat hij dacht dat hij zijn vrouw maar ging vermoorden. [persoon 2] viel uit tegen verdachte en zei dat hij normaal moest doen. Vervolgens is hij bij verdachte weggelopen, zonder hem serieus te nemen. De maandag daarna hoorde [persoon 2] op het werk dat een collega zijn vrouw had vermoord en toen begreep hij dat verdachte het echt had gedaan.

[persoon 3] , een vriendin van [slachtoffer] , heeft als volgt verklaard. [slachtoffer] en verdachte hadden al langere tijd geen goede relatie meer en lagen in scheiding. Hij had gedreigd om haar kapot te maken dan wel alles af te pakken. Hij zou een enorme rechtszaak aan haar broek hangen, waardoor zij alles zou verliezen. Volgens [persoon 3] is [slachtoffer] altijd bang geweest dat verdachte haar wat aan zou doen, omdat hij onberekenbaar was. In de ochtend van 13 december 2025 is [slachtoffer] nog bij [persoon 3] op bezoek geweest. [slachtoffer] vertelde toen dat verdachte die ochtend had gedreigd om haar af te maken, tijdens een discussie over het inslapen van hond [naam] . Ook zei [slachtoffer] : "Als ik beneden op de bank slaap hoor ik hem in ieder geval de trap af komen en kan hij mij niet onverwachts overvallen".

Op 13 december 2025 om 08.35 uur stuurde [slachtoffer] het volgende bericht aan haar jongste zoon: “Goedemorgen schat. We stellen het nog even uit met [naam] . Dus als je lekker je eigen gangetje wil gaan vandaag is dat helemaal prima ..Fijn weekend”.

[persoon 4] , ook een vriendin van [slachtoffer] , verklaarde dat verdachte het er niet mee eens was dat [slachtoffer] hond [naam] wilde laten inslapen vanwege zijn epileptische aanvallen. Dit terwijl verdachte en [slachtoffer] na de scheiding de honden zouden verdelen, waarbij hond [naam] bij verdachte zou blijven en hond [naam] bij [slachtoffer] . Op 13 december 2025 om 10:24 uur appte [slachtoffer] naar [persoon 4] : "Hoi hoi. We stellen het nog even uit met [naam] ”. [persoon 4] reageerde met: "We", waarop [slachtoffer] schreef: "Ja als ik het deed maakte hij me af”.

[persoon 5] , een andere vriendin van [slachtoffer] , heeft verklaard dat verdachte macht over [slachtoffer] wilde hebben. Ze mocht haar kinderen niet meer thuis zien en kennissen en vrienden mochten niet meer bij haar komen. Ook wilde hij macht over de honden. Op 13 december 2025 om 7:39 uur kreeg [persoon 5] een appje van [slachtoffer] , waarin zij schreef dat verdachte haar af zou maken als ze hond [naam] die maandag zou laten inslapen. Verdachte had tegen [slachtoffer] gezegd dat ze een rechtszaak aan haar kont zou krijgen die ze ging verliezen. Ook schreef [slachtoffer] dat verdachte zo kwaad was. [persoon 5] heeft [slachtoffer] die avond ook aan de telefoon gehad, rond de klok van 21:30/ 22:00 uur. [slachtoffer] zei toen tegen [persoon 5] dat ze bang was.

Mevrouw [persoon 6] verklaarde dat zij met verdachte in contact was gekomen op een moment dat zij met haar kinderen buiten was en hij met zijn honden aan het wandelen was. Verdachte had tegen haar gezegd dat hij [slachtoffer] wel eens wat zou kunnen aandoen, dat zij hem thuis kleineerde en beslissingen nam over de honden waar hij het niet mee eens was.

Op 13 december 2025 om 07:09:49 uur stuurde verdachte een Whatsappbericht aan zijn moeder met de inhoud: “Ze heeft as maandag een afspraak staan om [naam] te laten inslapen...dat kutwijf”.

Op 13 december 2025 omstreeks 8:42 uur werd op de laptop van verdachte een webpagina van Dierenarts Tweestromenland bezocht. Ook werd er die ochtend gezocht op diverse medicijnen. In de avond zijn met de laptop diverse webpagina’s van Funda en werkzoeken.nl bezocht. Rond 18.00 uur zijn opnieuw diverse webpagina's bezocht over verschillende medicijnen. Om 19.37 uur wordt met de laptop gezocht op “echtscheiding en bedreigen”, waarna is doorgeklikt naar de website ‘https://www.advocaatzoeken.org/faq/is-dreigend-gedrag-normaal-tijdens-een-scheiding-wat-te-doen/’.

Uit onderzoek aan de telefoon van [slachtoffer] blijkt dat deze zich op 13 december 2025 vanaf 13.56 uur in de omgeving van haar werk bevond. Omstreeks 23.39 uur kwam deze weer thuis op [adres] in [plaats 2] .

In de nacht van 13 op 14 december 2025 stond het scherm van de telefoon van verdachte op meerdere momenten aan. Op 14 december 2025 tussen 00:10:16 uur en 02:02:06 uur werd er op verschillende tijdstippen gezocht op termen die gerelateerd zijn aan rechtszaak, gevangenis en moord. In totaal zijn er 14 afzonderlijke zoekopdrachten gedaan, waaronder ‘hoeveel celstraf voor moord’, ‘moet je aanwezig zijn bij een rechtszaak bij moord’ en ‘gevangenisleven in Nederland’. Op 14 december 2025 tussen 02:05:27 uur en 02:38:59 uur stond het scherm van de telefoon uit.

[persoon 7] en [persoon 8] wonen direct naast de woning aan [adres] waar verdachte en [slachtoffer] woonden en waar het tenlastegelegde zich heeft afgespeeld. Buurvrouw [persoon 7] heeft verklaard dat haar man en zij op 13 december 2025 omstreeks 02:12 uur vanuit hun slaapkamer een vrouw hoorden schreeuwen. Even later hoorde ze ook een geluid alsof er deuren hard dicht werden gedaan. Het geluid bleef komen en gaan. Al met al duurde het ongeveer tussen 10 en 15 minuten. Daarna hoorden ze niets meer. Buurman [persoon 8] verklaarde dat het geluid klonk alsof twee mensen aan het vechten waren, waaronder een vrouw. De slaapkamer grenst aan de woning aan [adres] .

Om 2:41:38 uur ontving verdachte een bericht met een beveiligingscode van Etsy. Om 02:50:05 stuurde verdachte een Whatsappbericht naar zijn moeder met de volgende inhoud: “Spijt me heel erg mam... ze is er niet meer..."

Verdachte heeft verklaard dat hij sinds juli 2025 in een staat van paniek verkeerde, omdat hij bang was om alles kwijt te raken. Op basis van al het voorgaande constateert de rechtbank dat verdachte in de daaropvolgende periode meerdere malen heeft nagedacht over de mogelijke oplossingen voor zijn problemen, waarbij de oplossing van het om het leven brengen van [slachtoffer] meerdere keren door zijn hoofd is gegaan.

Uit de zoekgeschiedenis op de laptop van verdachte blijkt immers dat verdachte al op 30 augustus 2025, in het begin van het scheidingsproces met [slachtoffer] , heeft gezocht op ‘hoeveel krijg je voor moord’. Op 4 september 2025 bezocht verdachte eerst webpagina’s over uit elkaar gaan en over het nodig hebben van een advocaat, waarna hij diverse webpagina’s bezocht over het gevangenisleven. Vervolgens werd er informatie opgezocht over vliegtickets naar en de kosten van het leven in Thailand en het vechten voor Oekraïne.

Uit de verschillende getuigenverklaringen volgt dat verdachte zich in deze periode ook veelvuldig tegenover anderen heeft uitgelaten over de situatie rond de scheiding en zijn problemen met huisvesting en werk. In de periode (direct) voorafgaand aan het doden van [slachtoffer] heeft hij meermalen gesuggereerd dat hij [slachtoffer] iets aan zou (kunnen) doen. Getuige [persoon 1] heeft verklaard dat verdachte op het werk tegen collega’s heeft gezegd dat hij [slachtoffer] zou vermoorden als hij de hond niet kreeg. Getuige [persoon 2] heeft verklaard dat verdachte op 12 december 2025, twee dagen voor het doden van [slachtoffer] , op het werk tegen hem heeft gezegd dat hij dacht dat hij [slachtoffer] ging vermoorden. Drie vriendinnen van [slachtoffer] hebben verklaard dat verdachte in de ochtend van 13 december 2025 heeft gedreigd om [slachtoffer] af te maken. Ook getuige [persoon 6] , die verdachte enkel op straat tegenkwam, heeft verklaard dat verdachte tegen haar zei dat hij [slachtoffer] weleens wat zou kunnen aandoen.

Op 13 december 2025, de dag voordat [slachtoffer] werd gedood, vond tussen [slachtoffer] en verdachte een discussie plaats over het inslapen van hond [naam] . Gedurende de dag en avond heeft verdachte op zijn laptop gezocht naar werk, woningen, informatie over bedreiging bij een echtscheiding en informatie over medicijnen die door [slachtoffer] werden gebruikt. Rond 22:30 uur is hij naar bed gegaan, waar hij [slachtoffer] thuis hoorde komen en naar eigen zeggen de gehele tijd lag te draaien en na te denken. Tussen 00:10 uur en 02:02 uur (op 14 december 2025), zijn op de telefoon van verdachte 14 afzonderlijke zoekslagen gedaan naar termen gerelateerd aan moord, een rechtszaak en het gevangenisleven, waarbij er onder meer werd gezocht op ‘hoeveel celstraf voor moord’.

De buren hebben om 2:12 uur een vrouw horen schreeuwen. Dit geluid hield ongeveer 10 tot 15 minuten aan. Dit komt overeen met de verklaring van verdachte dat [slachtoffer] gilde tijdens de wurgpoging en dat er daarna een worsteling ontstond die een tijdje geduurd heeft. Om 2:50 uur heeft verdachte de politie gebeld met de melding dat hij ongeveer een half uur daarvoor zijn echtgenote heeft vermoord. Uit deze feiten en omstandigheden leidt de rechtbank af dat [slachtoffer] op 14 december 2025 tussen 2:05 uur en 2:30 uur door verdachte om het leven moet zijn gebracht. Daarmee komt de rechtbank tot de conclusie dat verdachte de voornoemde zoekslagen heeft gepleegd in de uren vóórdat [slachtoffer] werd gedood, hetgeen ook door verdachte ter terechtzitting is bevestigd.

Volgens verdachte heeft hij [slachtoffer] in een waas gedood en handelde hij vanuit een (voortdurende) staat van paniek. Op basis van al het voorgaande constateert de rechtbank echter dat verdachte meerdere malen heeft laten zien dat hij over zijn handelen heeft nagedacht en bewuste keuzes heeft gemaakt. Daarbij neemt de rechtbank niet alleen de zoekopdrachten gerelateerd aan moord in aanmerking – die plaatsvonden in de maanden voorafgaand en binnen een tijdsbestek van twee uur voorafgaand aan de verwurging – maar ook het feit dat verdachte zich eerst heeft aangekleed voordat hij naar de woonkamer ging. Vervolgens heeft hij [slachtoffer] in haar slaap overvallen en gedurende ongeveer 15 minuten met kracht gewurgd, totdat zij uiteindelijk overleed. Gedurende de worsteling is verdachte naar eigen zeggen een paar keer ‘bijgekomen’ uit de waas, waarbij het hem opviel dat [slachtoffer] bloedde, maar ook op die momenten is hij, in dat bewustzijn, doorgegaan met zijn dodend handelen. Van enige ogenblikkelijke gemoedsopwelling waarin verdachte zou hebben gehandeld, is daarmee niet gebleken.

Gelet op het voorgaande heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank voldoende tijd gehad om na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daar daadwerkelijk rekenschap van kunnen geven. Deze tijd heeft hij echter niet gebruikt voor herbezinning, maar enkel om na te denken over de consequenties voor zijn eigen leven.

Uitgaande van de feitelijke toedracht zoals reeds vastgesteld, is naar het oordeel van de rechtbank niet gebleken van contra-indicaties voor het aannemen van voorbedachte raad. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat verdachte opzettelijk en met voorbedachte raad heeft gehandeld, waarmee hij zich schuldig heeft gemaakt aan moord.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd.

3 De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op of omstreeks 14 december 2025 te [plaats 2] , gemeente Beuningen , zijn partner [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd,
- door de keel en/of de hals van die [slachtoffer] dicht te knijpen en/of dicht te drukken en/of dichtgeknepen en/of dichtgedrukt te houden, en/of
- door de mond van die [slachtoffer] dicht te knijpen en/of dicht te drukken en/of dichtgeknepen en/of dichtgedrukt te houden en/of die [slachtoffer] te smoren, althans door op enigerlei wijze de zuurstoftoevoer voor die [slachtoffer] gedurende enige tijd te beletten en/of te belemmeren.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

moord

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 20 jaar.

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit dat bij het bepalen van de strafmaat rekening wordt gehouden met de coöperatieve houding van verdachte en het feit dat hij zijn verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen. Ook dient hij te worden aangemerkt als first offender.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

De ernst van het feit

Verdachte heeft zijn echtgenote [slachtoffer] op afschuwelijke wijze van het leven beroofd. Midden in de nacht heeft hij haar in haar eigen huis in haar slaap overvallen door boven op haar te gaan zitten en met beide handen haar keel dicht te knijpen. Er volgde een lange worsteling waarbij [slachtoffer] heeft gevochten voor haar leven, maar verdachte bleef doorgaan tot zij niet meer ademde.

Het doden van [slachtoffer] volgde op een periode waarin verdachte op een steeds dwingendere manier controle probeerde te krijgen op het leven van [slachtoffer] en hij zich daarin erg bepalend opstelde. Zo mocht [slachtoffer] bepaalde mensen waaronder haar eigen zoon al enige tijd niet meer in hun gezamenlijke woning ontvangen, om redenen die voor verdachte logisch waren maar voor anderen getuigen van weinig zicht voor (de belangen van) de ander. Gedurende het echtscheidingsproces sliep verdachte in het tweepersoonsbed in de voormalige gezamenlijke slaapkamer en [slachtoffer] op een stretcher in de woonkamer. Verdachte bepaalde dat [slachtoffer] niet mocht slapen in één van de bij hem in gebruik zijnde andere slaapkamers van de woning. Een woning die oorspronkelijk overigens alleen door [slachtoffer] werd gehuurd en waar hij enkele jaren geleden is ingetrokken.

Nadat verdachte [slachtoffer] om het leven had gebracht is hij achter de laptop gaan zitten, waar hij zijn webwinkel heeft afgesloten en geld naar zichzelf heeft overgemaakt vanaf de gezamenlijke rekening, terwijl zijn echtgenote levenloos naast hem lag.

De rechtbank heeft een kille en gevoelloze verdachte gezien, die enkel bezig is geweest met zijn eigen belangen en de gevolgen voor zijn eigen leven. Hij heeft zijn angst voor het verlies van zijn werk, woning en honden boven haar leven gesteld. Op geen enkel moment heeft hij enig respect getoond voor [slachtoffer] en het leven dat hij haar heeft afgenomen. Er was enkel ruimte voor zijn eigen angst, woede en minachting.

Zijn houding, ook nog tijdens de berechting, en zijn manier van handelen getuigen van een volledig gebrek aan empathie voor [slachtoffer] en voor haar naasten, die verder moeten leven zonder hun moeder, zus en vriendin.

Op de zitting hebben de zus en de jongste zoon van [slachtoffer] op indringende wijze tot uitdrukking gebracht hoe oneindig en peilloos het verdriet is dat zij sinds die dag met zich mee moeten dragen. [slachtoffer] was sterk en dapper, een harde werker, liefdevol en zorgzaam. Het verlies, de wanhoop en het onbegrip zijn intens groot.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij naar eigen zeggen al enkele maanden in een staat van paniek verkeerde, maar al die tijd heeft verzuimd om daarover bij wie dan ook aan de bel te trekken. Hoewel hij zelf de politie heeft gebeld en nadien uitvoerige bekennende verklaringen heeft afgelegd, heeft hij nooit volledige openheid gegeven/kunnen geven over de reden waarom hij [slachtoffer] heeft gedood. Dit maakt het onbegrip over de moord en daarmee het verdriet voor de nabestaanden des te groter.

Een moord is bovendien schokkend voor de samenleving als geheel. Moord behoort dan ook tot de zwaarste delicten die het Wetboek van Strafrecht kent. Het opzettelijk en met voorbedachte raad benemen van iemands leven is immers de meest ernstige en onomkeerbare aantasting van het hoogste rechtsgoed, te weten het recht op leven.

De persoon van de verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van het trajectconsult van het NIFP van 13 januari 2026, waaruit volgt dat er bij verdachte geen signalen zijn voor een psychiatrisch toestandsbeeld dat op de voorgrond staat, noch voor psychopathologie van zodanige ernst dat deze aannemelijk van invloed is geweest op het delictgedrag. Hoewel niet kan worden uitgesloten dat er sprake is van subklinische of persoonlijkheidsgebonden problematiek, mogelijk gelegen in de richting van autismespectrumgerelateerde kenmerken, lijken deze van beperkte omvang en onvoldoende dragend om strafrechtelijk relevante consequenties te hebben. De beschikbare informatie wijst erop dat het ten laste gelegde handelen in overwegende mate is te begrijpen vanuit situationele en contextuele omstandigheden, eerder dan vanuit een onderliggende stoornis.

De rechtbank heeft verder acht geslagen op het rapport van de reclassering, opgemaakt op 27 augustus 2026. Uit dit rapport volgt dat de (ex-)partnerrelatie en het psychosociaal functioneren door de reclassering als delictgerelateerde criminogene factoren worden beschouwd. Er zijn aanwijzingen voor beperkte copingvaardigheden. Op het moment dat spanning en stress te hoog oplopen lijkt verdachte niet in staat om tot een maatschappelijk geaccepteerde oplossing te komen, zich uitend in een problematische emotie- en agressieregulatie. Het is zorgelijk dat het zowel voor het NIFP en de reclassering als de DJI zichtbaar is dat betrokkene tot op zekere hoogte een afstandelijke houding lijkt aan te nemen ten aanzien van de gepleegde feiten, wat gepaard lijkt te gaan met een minimaal inlevingsvermogen. In de ogen van de reclassering is het daarom noodzakelijk dat er in een latere fase – in het kader van re-integratie – diagnostisch onderzoek wordt uitgevoerd. Op deze manier kan worden onderzocht of er sprake is van psychopathologie en of een behandeling noodzakelijk wordt geacht ter reductie van het recidiverisico. Zonder deze stappen te ondernemen kan niet worden uitgesloten dat een dergelijke geweldsuitbarsting zich in de toekomst nogmaals zal voordoen. De reclassering schat het risico op recidive en het risico op letsel in als gemiddeld-hoog.

De op te leggen straf

De rechtbank constateert dat door de rapporteurs niet vastgesteld kon worden dat sprake is van een stoornis die het gedrag van verdachte ten tijde van het tenlastegelegde beïnvloedde. Evenals de officier van justitie gaat de rechtbank uit van volledige toerekeningsvatbaarheid van verdachte ten aanzien van alle bewezenverklaarde feiten.

Gelet op wat hiervoor is overwogen ten aanzien van de ernst van het feit en de houding van verdachte, zal de rechtbank aan verdachte - conform de eis van de officier van justitie - een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opleggen voor de duur van 20 (twintig) jaren. Daarop wordt de tijd die verdachte al in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht in mindering gebracht.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

8 De beoordeling van de civiele vorderingen

De volgende benadeelde partijen hebben zich in het strafproces gevoegd en een vordering tot schadevergoeding ingediend:

1. [benadeelde 1] vordert:

- € 8.874,97 aan materiële schade, bestaande uit kosten van lijkbezorging, medische kosten (shockschade) en reis- en parkeerkosten (shockschade);

- € 20.000,00 aan immateriële schade (shockschade);

- € 17.500,00 aan affectieschade;

2. [benadeelde 2] vordert:

- € 1.257,51 aan materiële schade, bestaande uit kosten van lijkbezorging, medische kosten (shockschade) en reis- en parkeerkosten (shockschade);

- € 20.000,00 aan immateriële schade (shockschade);

- € 17.500,00 aan affectieschade;

3. [benadeelde 3] vordert:

- € 1.797,46 aan materiële schade, bestaande uit kosten van lijkbezorging, medische kosten (shockschade) en reis- en parkeerkosten (shockschade);

- € 20.000,00 aan immateriële schade (shockschade);

4. [benadeelde 4] vordert een bedrag van € 400,00 aan materiële schade, bestaande uit kosten van lijkbezorging;

5. [benadeelde 5] vordert een bedrag van € 240,00 aan materiële schade, bestaande uit kosten van lijkbezorging;

telkens vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle vorderingen integraal kunnen worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.

De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van de vordering van [benadeelde 1] op het standpunt gesteld dat de schadepost ‘kosten van lijkbezorging’ op basis van artikel 6:100 van het Burgerlijk Wetboek dient te worden verrekend met de kosten ad € 462,90 die verdachte heeft gemaakt voor het afwikkelen van de huurovereenkomst en het leegruimen van de gezamenlijke huurwoning. Ook heeft de raadsvrouw de rechtbank verzocht om rekening te houden met de staat waarin de familie van verdachte de huurwoning en spullen van verdachte aantrof nadat de nabestaanden van mevrouw [slachtoffer] de spullen eruit hadden gehaald die toekwamen aan mevrouw [slachtoffer] .

Ten aanzien van de vorderingen van [benadeelde 1] , [benadeelde 2] en [benadeelde 3] heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat deze dienen te worden afgewezen voor zover deze zien op gevorderde materiële schade voor medische kosten en reis- en parkeerkosten (shockschade) en de gevorderde immateriële schade. Uit de vorderingen blijkt dat het geestelijk letsel en daarmee de bijkomende kosten niet kunnen worden onderbouwd.

Voor het overige heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Overwegingen van de rechtbank

Materiële schade – kosten voor lijkbezorging

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partijen als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade hebben geleden. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.

De raadsvrouw heeft betoogd dat de kosten voor lijkbezorging zoals gevorderd door [benadeelde 1] dienen te worden verrekend met kosten die verdachte heeft gemaakt met betrekking tot de huurwoning. De rechtbank ziet daar echter geen aanleiding voor. De kosten voor de afwikkeling van de huurovereenkomst en het leegruimen van de woning zijn ontstaan als gevolg van het bewezenverklaarde handelen van verdachte en betreffen daarmee schade die door verdachte zelf is veroorzaakt, een en ander zoals bedoeld in artikel 6:135 onder b BW. Dit maakt dat verdachte zich niet kan beroepen op verrekening van deze kosten. Een dergelijk beroep zou in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid ook onaanvaardbaar zijn.

Bij de beoordeling van deze schadepost zal de rechtbank ook geen rekening houden met de staat waarin de familie van verdachte de huurwoning heeft aangetroffen, zoals door de raadsvrouw is verzocht, nu er geen enkel verband bestaat met de gevorderde kosten voor de lijkbezorging.

De rechtbank overweegt dat de schadeposten van de kosten voor lijkbezorging niet inhoudelijk zijn betwist. Deze schadeposten zijn bovendien voldoende onderbouwd en komen de rechtbank redelijk voor. De rechtbank is daarmee van oordeel dat de vorderingen voor wat betreft de gevorderde kosten voor de lijkbezorging kunnen worden toegewezen.

Verdachte is over de toegewezen bedragen wettelijke rente verschuldigd vanaf de (laatste) dag dat de betreffende kosten door de benadeelde partijen zijn gemaakt.

Dit betekent dat de volgende bedragen zullen worden toegekend:

Benadeelde partij Materiële schade Wettelijke rente vanaf

[benadeelde 1] € 7.724,97 25 februari 2026

[benadeelde 2] € 107,51 23 december 2025

[benadeelde 3] € 647,46 23 december 2025

[benadeelde 4] € 400,00 20 december 2025

[benadeelde 5] € 240,00 20 december 2025

Overige materiële schade en immateriële schade

De benadeelde partijen [benadeelde 1] , [benadeelde 2] en [benadeelde 3] hebben kosten gevorderd die gerelateerd zijn aan shockschade. Het betreft de materiële schadeposten medische kosten (shockschade) en reis- en parkeerkosten (shockschade) en de schadepost immateriële schade. Deze schadeposten zijn niet onderbouwd. In de vorderingen en ter terechtzitting is toegelicht dat deze kostenposten zijn opgenomen om aanspraak op eventueel in de toekomst opkomende en/of verder oplopende schadeposten veilig te stellen. In dat kader heeft de raadsman van de benadeelde partijen ter terechtzitting verzocht om de benadeelde partijen op deze posten niet-ontvankelijk te verklaren in de vordering.

Gelet op deze toelichting ziet de rechtbank geen reden om de vorderingen op dit punt af te wijzen, zoals betoogd door de raadsvrouw. De rechtbank zal de benadeelde partijen daarom niet-ontvankelijk verklaren in de vordering voor zover deze ziet op shockschade. Zij kunnen de vorderingen, indien alsnog schade wordt geleden met betrekking tot deze post, aan de burgerlijke rechter dan wel in hoger beroep voorleggen.

Affectieschade

De benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] hebben ieder € 17.500,00 aan smartengeld in de zin van affectieschade gevorderd.

Het bewezen verklaarde feit is gepleegd na 1 januari 2019 en betreft een misdrijf als gevolg waarvan mevrouw [slachtoffer] is overleden. De benadeelde partijen [benadeelde 1] en [benadeelde 2] zijn de meerderjarige niet thuiswonende zoons van het slachtoffer en hebben beiden dan ook recht op het gevorderde forfaitaire bedrag. De rechtbank zal dit bedrag aan beide benadeelde partijen toewijzen.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen voor alle toegewezen bedragen.

9 De beoordeling van het beslag

Ten aanzien van het tenlastegelegde is onder verdachte beslag gelegd op:

  • een computer van het merk Asus (voorwerpnummer 878118);

  • een computer van het merk Asus (voorwerpnummer G3597908);

  • een telefoontoestel van het merk Samsung (voorwerpnummer G3597762).

De officier van justitie en de raadsvrouw hebben zich op het standpunt gesteld dat de inbeslaggenomen goederen dienen te worden teruggegeven aan verdachte.

De rechtbank zal de teruggave van de voornoemde goederen aan verdachte gelasten omdat geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet.

10 De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 36f en 289 van het Wetboek van Strafrecht.

11 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 jaren;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

Beslissing op de vorderingen van de benadeelde partijen

 veroordeelt verdachte in verband met het bewezenverklaarde tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde 1] van:

  • € 7.724,97 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 25 februari 2026 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; en

  • € 17.500,- aan affectieschade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 december 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;

 veroordeelt verdachte in verband met het bewezenverklaarde tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde 2] van:

  • € 107,51 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 december 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald; en

  • € 17.500,- aan affectieschade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 december 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;

 veroordeelt verdachte in verband met het bewezenverklaarde tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde 3] van:

- € 647,46 € 647,46 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 december 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;

 veroordeelt verdachte in verband met het bewezenverklaarde tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde 4] van:

- € 400,00 € 400,00 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 december 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;

 veroordeelt verdachte in verband met het bewezenverklaarde tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [benadeelde 5] van:

- € 240,00 € 240,00 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 december 2025 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;

 veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partijen hebben gemaakt en de kosten die de benadeelde partijen mogelijk nog moeten maken om de genoemde bedragen betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;

 verklaart de benadeelde partijen [benadeelde 1] , [benadeelde 2] en [benadeelde 3] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële en immateriële schade;

 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat ten behoeve van de volgende benadeelde partijen de hierna te noemen bedragen aan materiële schade en/of affectieschade te betalen. Deze worden vermeerderd met de hiervoor omschreven wettelijke rente tot aan de dag dat de hele bedragen zijn betaald. Als de bedragen niet worden betaald, kunnen de hierna te noemen aantal dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

Benadeelde partij Materiële schade Affectieschade Gijzeling

1. [benadeelde 1] € 7.724,97 € 17.500,00 151 dagen

2. [benadeelde 2] € 107,51 € 17.500,00 113 dagen

3. [benadeelde 3] € 647,47 - 6 dagen

4. [benadeelde 4] € 400,00 - 4 dagen

5. [benadeelde 5] € 240,00 - 2 dagen

 bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partijen in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;

Beslissing op het beslag

 gelast de teruggave van de computers van het merk Asus (voorwerpnummers 878118 en G3597908) en de Samsung telefoon (voorwerpnummer G3597762) aan verdachte.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.C.P. Goossens (voorzitter), mr. J.M. Graat en M.C. Gerritsen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.K. Verberkt, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 september 2026.

Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 1] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal met onderzoeksnummer ALANT/ON5R025085 en proces-verbaalnummer 49, gesloten op 10 april 2026 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Het proces-verbaal van bevindingen 112-melding, p. 173. het proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , p. 177 en het proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 4] , p. 190-191. Het proces-verbaal van verhoor getuige [benadeelde 1] , p. 404-406 en het proces-verbaal van verhoor verdachte van 14 december 2025, p. 98 en de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting op 8 september 2026. Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 14 december 2025, p. 98-102, het proces-verbaal van bevindingen [verbalisant 2] en [verbalisant 3] , p. 177 en de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting op 8 september 2026. Het definitief deskundigenrapport forensische pathologie, p. 337-338. Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek laptop ASUS verdachte, p. 533 Het proces-verbaal van verhoor getuige [persoon 1] , p. 470-471. Het proces-verbaal van verhoor getuige [persoon 2] , p. 326 en 329. Het proces-verbaal van verhoor getuige [persoon 3] , p. 286, 288-289. Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek telefoon slachtoffer, p. 494-495. Het proces-verbaal van verhoor getuige [persoon 4] , p. 427. Het proces-verbaal van verhoor getuige [benadeelde 5] , p. 430. Het proces-verbaal van bevindingen contact met [persoon 6] , p. 487. Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek telefoon verdachte, p. 519. Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek laptop verdachte, p. 525-526. Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek telefoon slachtoffer, p. 494-495. Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek telefoon verdachte, p. 515, 519-520. Het proces-verbaal van verhoor getuige [persoon 7] , p. 475-476. Het proces-verbaal van verhoor getuige [persoon 8] , p. 482. Het proces-verbaal van bevindingen onderzoek telefoon verdachte, p. 515, 519-520.