Strafrecht overig
TBS-verlenging. Betrokkene is na 20 maanden als passant in PI te hebben verbleven, nu geplaatst in…
Rechtbank Gelderland, 9 oktober 2026
ECLI:NL:RBGEL:2026:8005 · Rechtbank Gelderland · 9 oktober 2026
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-gelderland/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rbgel-2026-8005
Zaakgegevens
Op 9 oktober 2026 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank GelderlandRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Arnhem
- Datum uitspraak
- 9 oktober 2026
- Datum publicatie
- 14 oktober 2026
- Zaaknummer
- 05/800093-18
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBGEL:2026:8005
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
TBS-verlenging. Betrokkene is na 20 maanden als passant in PI te hebben verbleven, nu geplaatst in Mesdagkliniek. Verlengingsadvies ex art. 6.6.12 Sv is opgemaakt drie weken na opname en bevat daarom weinig ‘eigen’ informatie. Het bevat wel de nodige informatie over het verblijf in de PI en de incidenten aldaar. Advies voldoet aan de wettelijke eisen, cfm eerdere rechtspraak Hof Arnhem. Ontbreken van wettelijke aantekeningen brengt hierin geen verandering, alleen al omdat die doorgaan weinig relevants toevoegen. Verzoek om deze processuele onvolkomenheden te compenseren door het laten opmaken van nieuwe dubbelrapportage afgewezen. Dossier bevat de dubbelrapportage uit de strafzaak van drie jaar geleden die bevat, hoewel een andere insteek dan een verlengingsrapportage, wel voldoende informatie om te kunnen beslissen over de verlenging.
Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummer: 05/800093-18
Datum uitspraak: 9 oktober 2026
Beslissing van de meervoudige kamer als bedoeld in artikel 6:6:10 van het Wetboek van Strafvordering
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[betrokkene] , (hierna: betrokkene)
geboren op [geboortedag] 1987 te [geboorteplaats] ,
verblijvende in het Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) Mesdag,
[adres] te [verblijfplaats] (hierna: de kliniek).
Raadsvrouw: mr. I.A.C. van Mulbregt, advocaat te Den Haag.
1 Procedure
Betrokkene is op 6 november 2023 bij arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee jaar en terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege. Deze maatregel is ingegaan op 26 september 2024.
Bij vordering van 27 juli 2027, ingekomen op diezelfde datum, heeft de officier van justitie gevorderd dat deze maatregel wordt verlengd voor de duur van twee jaren.
De rechtbank heeft verder kennis genomen van de volgende processtukken:
-
het adviesrapport van de kliniek van 13 juli 2026, waarin wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege te verlengen met twee jaren;
-
het Pro Justitia-onderzoek van psychiater dr.T.W.D.P. van Os, van 20 april 2023; en
-
het Pro Justitia-onderzoek van psycholoog drs.P.E. Geurkink, van 25 april 2023.
Ter zitting van 25 september 2026 zijn gehoord:
-
betrokkene;
-
zijn raadsvrouw mr. I.A.C. van Mulbregt;
-
de deskundige I. Buirma, GZ-psycholoog en regiebehandelaar, in de plaats van de
regiebehandelaar van betrokkene (aanwezig via een videoverbinding); en
- de officier van justitie, mr. G. van Roermund.
2 De standpunten
De officier van justitie heeft ter zitting de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar gehandhaafd, nu aan de voorwaarden voor verlenging is voldaan. Betrokkene staat nog aan het begin van zijn behandeling en deze tijd is nodig om het traject verder op te starten.
De raadsvrouw heeft primair verzocht de vordering tot verlenging van de tbs af te wijzen. Door een lange passantenperiode, het ontbreken van wettelijke aantekeningen en de afwezigheid van de eigen regiebehandelaar ontbreekt een actueel beeld, waardoor niet is voldaan aan het vereiste van artikel 6:6:12 lid 1 van het Wetboek van Strafvorering (Sv) inzake inhoudelijke stukken.
Subsidiair heeft zij verzocht de zaak aan te houden voor het laten opmaken van een nieuwe dubbelrapportage, nadere informatie over de plaatsing/behandeling in de huidige kliniek te verkrijgen en het oproepen van de eigen regiebehandelaar. Dit om te onderzoeken of andere behandelvormen aangewezen zijn.
Meer subsidiair verzoekt de raadsvrouw de tbs-verlenging te beperken tot één jaar.
3 Prealabele verweren en verzoeken
De maatregel is ingegaan op 26 september 2024. Desondanks is betrokkene pas op 24 juni 2026 in de Mesdagkliniek geplaatst. Hij heeft dus circa twintig maanden als passant in een penitentiaire inrichting verbleven. Om die reden bevat het op 13 juli 2026 gedateerde advies van de kliniek slechts een aantal eigen observaties van betrokkene’s gedrag gedurende een korte periode. Het advies is hoofdzakelijk een samenvatting van voorgaande rapportages. Dat betekent echter niet dat het advies niet voldoet aan de eisen van artikel 6.6.12 lid 1 Sv. In het advies wordt meer dan gebruikelijk aandacht besteed aan het voorafgaande verblijf van betrokkene in de PI, zijn gedrag aldaar, de incidenten en de daarvoor opgelegde strafmaatregelen. Dat geeft toch een beeld van betrokkene, te meer nu dat aansluit bij hetgeen de kliniek heeft waargenomen tijdens de eerste dagen in de kliniek (zie hierna onder 4.4). Dat de wettelijke aantekeningen ontbreken brengt hierin geen verandering, nu deze doorgaans weinig toevoegen aan het advies.
Er is evenmin reden om de behandeling van de vordering aan te houden voor het doen opmaken van een dubbelrapportage. De laatste rapportage over betrokkene is van april 2023. Deze is weliswaar opgemaakt in het kader van de strafzaak en niet in het kader van de tbs-verlenging, maar de rapportages bevatten, in combinatie met het verlengingsadvies van de kliniek, voldoende informatie voor de rechtbank om te kunnen beslissen op de vordering.
Op al het voorgaande doet niet af dat ter zitting niet de regiebehandelaar van betrokkene aanwezig was, maar een vervanger. Deze heeft verklaard het dossier te hebben gelezen en de casus besproken te hebben met de regiebehandelaar. Dat volstaat in deze omstandigheden, ook mede gezien de korte verblijfperiode.
4 De beoordeling
Indexdelict
De terbeschikkingstelling is opgelegd vanwege de misdrijven mishandeling van zijn levensgezel meermalen gepleegd, bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd, tweemaal poging tot zware mishandeling en poging tot doodslag. Dat betekent dat de maatregel is opgelegd in verband met misdrijven die gericht waren tegen of gevaar veroorzaakten voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer perso(o)n(en). De maatregel is dus niet gemaximeerd.
Stoornis
Uit de Pro Justitia-rapportages van de psychiater en psycholoog (2023) blijkt dat betrokkene lijdt aan een licht verstandelijke ontwikkelingsstoornis en een antisociale-persoonlijkheidsstoornis met narcistische kenmerken. Daarnaast is sprake van een stoornis in het gebruik van cannabis (matig, momenteel in volledige remissie onder gereguleerde omstandigheden) en zeer waarschijnlijk van ADHD. Maatschappelijk functioneert betrokkene marginaal: hij beschikt niet over vast werk of een stabiele woonsituatie, en zijn functioneren binnen relaties is problematisch. De stoornissen zijn nog altijd aanwezig.
Verloop van de maatregel
Tijdens de behandeling van de strafzaak is betrokkene in het kader van schorsing van de voorlopige hechtenis geplaatst in de FPK De Woenselse Poort om te onderzoeken of hij gemotiveerd kon worden voor een klinische behandeling. Dit traject is niet succesvol verlopen: betrokkene liet zich niet begrenzen, vertoonde agressief gedrag en hield zich niet aan afspraken. Gelet op deze incidenten en problematiek is de hoogste vorm van risicomanagement vereist.
Op 24 juni 2026 is betrokkene geplaatst in het FPC Mesdag op instroom- en crisisafdeling Eems 1. Hij is vanaf het begin geagiteerd over het regiem van de afdeling waar hij is geplaatst, toont amper zelfreflectie en focust vooral op het feit dat hij nu enkele vrijheden en privileges die hij had in de PI, ineens kwijtraakt. Vanwege die dominante en vijandige houding bij binnenkomst is gestart met een gecontroleerde afzonderingsmaatregel, die nu stapsgewijs wordt afgebouwd. In het contact toont betrokkene zich wisselend: hoewel over het algemeen correct, agiteert hij snel bij oplopende spanning. Hij ervaart de opname, het geldende regime en de beperking van zijn vrijheden als onrechtvaardig en heeft moeite met het verlies van controle. Hoewel betrokkene aangeeft open te staan voor behandeling, toont hij nauwelijks zelfreflectie op zijn recente gedrag binnen de PI en het FPC; hij bagatelliseert eerdere incidenten en legt de schuld voornamelijk buiten zichzelf. Gezien de zeer recente opnamedatum moet de inhoudelijke behandeling nog aanvangen.
Recidivegevaar
Bij betrokkene is sprake van een gebrekkige ontwikkeling met beperkte verstandelijke vermogens, problemen in de impuls- en agressieregulatie en een duurzaam patroon van disfunctioneren op diverse levensgebieden. In complexe situaties verliest hij het overzicht, raakt hij gefrustreerd en probeert hij de controle te herpakken, waarbij hij antisociale en agressieve gedragingen niet schuwt. Zonder behandeling wordt het risico op gewelddadig gedrag ingeschat als matig tot hoog. Hieruit blijkt dat de kans op herhaling bij onmiddellijke beëindiging van de terbeschikkingstelling onverminderd groot is.
5 Conclusie
Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene pas zeer recent is geplaatst in het FPC Mesdag. Hoewel betrokkene inmiddels is gestart met de eerste behandel- en observatiemodules om te onderzoeken welke insteek het beste aansluit, is het inhoudelijke behandeltraject eigenlijk nog niet begonnen. Gelet hierop kan op dit moment nog geen concrete verwachting worden uitgesproken over het verdere verloop en de specifieke koers van het behandeltraject. Om die reden is het uitgesloten dat binnen een termijn van één jaar tot een verantwoorde (voorwaardelijke) beëindiging van de verpleging van overheidswege kan worden gekomen. Een verlenging met één jaar, zoals door de raadsvrouw is bepleit, doet geen recht aan de tijd die nodig is om de behandeling daadwerkelijk vorm te geven en de risico's adequaat te behandelen en te monitoren.
Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen, de verlenging van de maatregel eist. De terbeschikkingstelling zal daarom worden verlengd met een periode van twee jaar.
De beslissing
De rechtbank:
wijst af het verzoek tot aanhouding; en
verlengt de termijn van de terbeschikkingstelling van [betrokkene] met twee
jaren.
Deze beslissing is gegeven door mr. W. Bruins, als voorzitter, mr. F.J.H. Hovens en
mr. R.D. Leen, als rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.I. Nelissen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 9 oktober 2026.