Strafrecht overig

WOB: belaging Straf: 177 dagen GVS wv 77 dagen vw, met aftrek van voorarrest. pft 3 jaar + bijz. vw. +…

Rechtbank Gelderland, 14 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 14 oktober 2026 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
14 oktober 2026
Datum publicatie
19 oktober 2026
Zaaknummer
05/173588-26
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:8137
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

WOB: belaging

Straf: 177 dagen GVS wv 77 dagen vw, met aftrek van voorarrest. pft 3 jaar + bijz. vw.

+ maatregel 38v Sr (gebiedsverbod en contactverbod). DUT.

Toewijzing vordering bp + WR en SVM.

Artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 38v, 38w en 285b van het Wetboek van Strafrecht.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/173588-26

Datum uitspraak : 14 oktober 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1993 in [geboorteplaats] (Tunesië),

wonende aan [adres] [woonplaats] ,

Raadsman: mr. A.A. Rangoe, advocaat in Almere.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 oktober 2025 tot en met 31 mei 2026 te Harderwijk, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [aangever] , door:

  • veelvuldig, althans meermalen zich op te houden in de onmiddellijke nabijheid van de woning van die [aangever] ,

  • veelvuldig, althans meerdere malen, langs de woning, althans door de straat van die [aangever] te rijden,

  • flessen gevuld met olie, althans een vloeistof, voor de deur van de woning van die [aangever] te plaatsen,

  • veelvuldig, althans meerdere malen, achter die [aangever] aan te rijden en/of haar op te wachten,

  • veelvuldig, althans meerdere malen, die [aangever] (bij haar woning en/of haar voertuig) aan te spreken, al dan niet op dreigende en/of intimiderende wijze,

  • die [aangever] de woorden toe te voegen "Ik steek je huis in de fik" en/of "Ik ga je dochter bang maken en verwonden",

  • zich meermalen in de achtertuin van die [aangever] te begeven en/of over haar schutting te kijken en/of aan te kloppen bij de woning van die [aangever] ,

  • meermalen foto's te maken van de woning van die [aangever] ,

  • veelvuldig, althans meerdere malen via Facebook berichten te sturen naar die [aangever] , al dan niet met bedreigende en/of intimiderende inhoud,

  • meerdere malen (video)berichten te sturen via Facebook en/of WhatsApp en/of SMS, naar een of meer familieleden en/of vrienden en/of kennissen van die [aangever] , en/of

  • zich te begeven op en/of zich op te houden bij het werk van die [aangever] en/of te solliciteren bij het werk van die [aangever] ,

met het oogmerk voornoemde [aangever] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de tenlastegelegde belaging, in die zin dat verdachte het oogmerk had om [aangever] te dwingen dat zij moest dulden dat er steeds contact was.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair integraal vrijspraak bepleit. Daartoe is aangevoerd dat geen sprake is geweest van een opzettelijke stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster. Verdachte heeft met zijn handelingen niet het oogmerk gehad om aangeefster te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden of haar vrees aan te jagen. De raadsman heeft zich daarnaast op het standpunt gesteld dat het voorwaardelijk opzet ontbreekt. Verdachte heeft niet willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard op het maken van een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer aangeefster. Verdachte heeft geprobeerd met aangeefster in contact te komen, omdat hij nog met vragen zat en ‘closure’ wilde.

Subsidiair heeft hij vrijspraak bepleit van meerdere gedachtestreepjes in de tenlastelegging.

Beoordeling door de rechtbank

De bewijsmiddelen

De rechtbank stelt op grond van de tot het bewijs gebruikte bewijsmiddelen de volgende feiten en omstandigheden vast.

Aangeefster [aangever] (hierna: aangeefster) heeft verklaard dat zij in mei 2025 de relatie met verdachte heeft verbroken omdat hij agressief tegen haar was en zij bang voor hem was. Hij bleef daarna met haar contact zoeken terwijl zij meerdere malen aangaf dat zij dat niet meer wilde. Vanaf oktober 2025 is zij gaan bijhouden wanneer zij verdachte zag en wanneer hij bij haar langs kwam bij haar woning aan [adres] in [woonplaats] . Aangeefster heeft deze momenten in haar aangifte en in een aanvullende verklaring beschreven. Ook heeft zij camerabeelden aan de politie verstrekt en de berichten die zij en haar moeder van verdachte hebben ontvangen.

- Ophouden nabij de woning van aangeefster / rijden langs de woning/ door de straat van aangeefster

Aangeefster heeft verklaard dat verdachte meerdere malen bij haar in de straat is geweest en dat hij daar niets te zoeken heeft. Deze momenten zijn door haar vastgelegd op camerabeelden. Verdachte sprak haar op die momenten niet aan. Het waren volgens aangeefster momenten waarop zij daar ook zou zijn. Het betrof 28 en 29 januari 2026 en 3, 4, 7, 8 en 17 februari 2026. Ook op 15 en 27 april en 9 mei 2026 zag zij op de camerabeelden dat de auto van verdachte door haar straat reed.

Door verbalisanten zijn de verstrekte (Dash Cam-) beelden bekeken. Zij zien op 29 januari (2 keer) en 3, 4, 7 en 17 februari en 15 en 27 april, 9 mei (2 keer), 11, 14, 19 mei 2026 een donkergrijze Audi langs de woning van aangeefster rijden. Zij zien op 12 februari en 22 en 23 mei 2026 een voertuig dat qua vorm op de Audi lijkt langs de woning rijden. Zij zien op 20 mei 2026 de donkergrijze Audi langs de woning rijden met als bijrijder vermoedelijk verdachte en dat deze door het geopende bijrijdersraam een telefoon vasthoudt op een manier die doet vermoeden dat hij de woning filmt.

Op Dash Cam-beelden van 8 mei en 21 mei 2026 is te zien dat verdachte uit een grijze Audi stapt met kenteken [kenteken] . De politie heeft onderzoek gedaan naar dit voertuig. De te naam gestelde van het voertuig is [naam] , wonende aan [adres] , zijnde het woonadres van verdachte. In een registratie in de politiesystemen op 11 maart 2026 stond vermeld dat het voertuig betrokken was bij een zaak van rijden onder invloed aan de Oranjelaan in Harderwijk en dat verdachte de bestuurder was. In een registratie in de politiesystemen op 23 maart 2026 stond vermeld dat het voertuig betrokken was bij een melding overlast in Wezep en dat de bestuurder door de rapporteurs was herkend als verdachte.

Op de beelden van 27, 28, 29, 30 (3 keer) en 31 mei 2026 is vermoedelijk verdachte te zien die langs de woning van aangeefster fietst. Verbalisant [verbalisant 1] heeft verklaard dat de persoon op de fiets op 27 mei 2026 hetzelfde postuur en dezelfde donkere haarkleur heeft als verdachte. De persoon op de fiets op de beelden van 28, 29, 30 en 31 mei 2026 heeft ook hetzelfde postuur als verdachte. Daarnaast draagt de persoon op de beelden van 28, 29 en 30 mei 2026 dezelfde kleding als de persoon op de beelden van 27 mei 2026.

Verdachte heeft verklaard dat hij soms langs het huis van aangeefster reed. Hij dacht als hij haar tegenkwam, dan kon hij met haar praten.

Gelet op het voorgaande, in onderlinge samenhang en tijdsverband beschouwd met de hierna opgenomen bewijsmiddelen waaruit volgt dat verdachte de bestuurder is van een grijze Audi met het kenteken [kenteken] ,gaat de rechtbank ervan uit dat het op genoemde data steeds verdachte is geweest die langs de woning van aangeefster reed. De rechtbank merkt hierbij op dat aangeefster woont aan het einde van een doodlopende straat.

- Plaatsen van flessen met olie voor de deur van de woning van aangeefster

Op 21 mei 2026 ontvingen verbalisanten camerabeelden van aangeefster. De datum en tijd van deze camerabeelden komen volgens aangeefster overeen met de daadwerkelijke tijd en datum. De beelden, met het tijdstempel 2026-05-21, 14:42 uur, zijn bekeken door de verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] . Zij hebben geverbaliseerd dat zij zagen dat er een grijze Audi, voorzien van het kenteken [kenteken] de oprit kwam oprijden. Een persoon stapt uit met twee flessen in zijn handen. In de flessen zagen zij een gele substantie. De RDW-foto van verdachte is vergeleken met de persoon die op de beelden te zien is. De verbalisanten stelden vast dat de persoon die in beeld is, verdachte is. De verbalisanten zagen op de beelden dat verdachte de flessen voor de voordeur van aangeefster neerzette en dat hij dan weer in zijn voertuig stapt en wegrijdt. De flessen met een groengele substantie zijn op 21 mei 2026 in beslaggenomen. Op basis van kleur, viscositeit en geur stelde verbalisant [verbalisant 4] vast dat de flessen vermoedelijk olijfolie bevatten.

- Aangeefster bij haar woning / voertuig aan te spreken, al dan niet op dreigende en/of intimiderende wijze

Aangeefster heeft verklaard dat verdachte op 8 mei 2026 omstreeks 19:12 uur met zijn auto voor haar auto stopte, uitstapte en tegen haar begon te praten. Zij hoorde hem onder meer zeggen dat zij met zijn geld schoenen had gekocht voor ene [naam] en dat hij haar een lesje ging leren. Ze wist er niet veel meer van omdat ze in shock was.

Door aangeefster zijn dashcambeelden van 8 mei 2026 verstrekt. De beelden, gemaakt bij de woning van aangeefster, zijn door verbalisant [verbalisant 5] bekeken en zij zag en hoorde hierop het volgende: “[Aangeefster] parkeert haar auto achteruit op de oprit van haar woning. (...) Hierbij komt er direct een donkergekleurde Audi met kenteken [kenteken] vanaf rechts in beeld aangereden. (...) De Audi staat stil direct achter de oprit waar slachtoffer haar auto parkeert met het raam aan bestuurderszijde omlaag (…) Ik hoor de autodeur, van de auto waaruit de beelden worden opgenomen, open gaan en dicht, direct zie ik dat de persoon in de Audi contact maakt met degene die uit de auto stapt, Persoon stapt uit de Audi [en] begint direct al wijzend met zijn linkerarm en pratend richting de auto gelopen van slachtoffer richting de bestuurderszijde. De persoon op de beelden heb ik vergeleken met de RDW foto van [verdachte]. De [persoon op de] beelden komt daarmee overeen (…) Op de video hoorde ik dat verdachte (…) sprak (…) in het Engels: ‘[ntv] You know he was here. That's why every time you were making problems you now here to [ntv] love him. * And I have catched [naam] with this and you choose what you [ntv] but not fucking mine. I'm gonna keep the [ntv] and i'm gonna teach you some lesson. Physically i will not touch you, you are a mother of a child, but i know some nice ways. That girl [ntv] you know. You know about her, you know exactly about her. You know, everything wil be on it's time. I'm free yeah [ntv]’.”.

- Achter aangeefster aanrijden / haar opwachten

Aangeefster heeft verklaard dat zij op 20 oktober 2025 rond 17:15 uur vanaf haar woning onderweg was naar haar werk toen zij verdachte in een auto zag zitten op de kruising van de Stadswei (met de Achterste Wei en de Wikkemeen) in Harderwijk. Zij zag dat hij niet door reed, terwijl dit wel kon qua verkeer. Zij zag dat hij in tegengestelde richting reed nadat zij was gepasseerd. Aangeefster heeft verklaard dat zij op 13 november 2025 rond 7:22 uur, toen aangeefster wederom onderweg was naar haar werk met haar auto, verdachte op de Zeggemeen zag staan. Zij zag dat hij haar volgde toen zij hem passeerde en dat hij haar volgde door de Stadswei. Toen zij linksaf sloeg naar [adres] , reed hij rechtdoor. Diezelfde dag om 12:10 uur zag zij verdachte wederom op de Zeggemeen staan. Hij begon in tegengestelde richting te rijden toen hij haar zag. Ook op 21 november 2025 rond 12 uur zag aangeefster verdachte staan met zijn auto op de kruising van de Stadswei en de Zeggemeen. Zij zag dat hij uitstapte en een zwaaiende beweging maakte alsof zij moest stoppen. Zij maakte een gebaar dat zij geen tijd had en dat zij hem niet wilde spreken. Rond 12:43 uur, toen zij weer naar haar werk reed, zag zij verdachte nog steeds op de kruising staan. Op 17 januari 2026 kwam zij verdachte tegen op de rotonde bij de Sypel. Zij zag dat haar volgde. Op de parkeerplaats bij de Jumbo zag zij dat hij naar haar toe liep. Zij hoorde hem zeggen dat hij wilde praten. Zij heeft hierop geantwoord dat zij dit niet wilde. Nadat zij boodschappen had gedaan en weg wilde rijden zag zij dat hij weer bij het raampje van haar auto stond. Zij hoorde hem wederom zeggen dat hij wilde praten. Hierop heeft zij opnieuw gezegd dat zij dit niet wilde en is zij weggereden.Op 31 maart 2026 omstreeks 15:00 uur ging zij na haar werk naar de Aldi. Toen zij de winkel uitliep zag zij dat verdachte haar volgde. Zij zag ook dat hij zijn voertuig naast die van raar had geparkeerd. Hij vroeg haar of zij zijn berichten had gekregen. Zij had hem geantwoord dat zij ze niet ontvangen had, dat de relatie voorbij was en dat zij hem niet meer wilde zien. Hij vertelde haar toen dat hij van haar hield en dat hij een plan had. Hij zei tegen haar dat Nederland niet langer veilig was en dat zij samen naar Polen moesten gaan. Hierna zei zij dat ze weg moest en is zij weggegaan.

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat zij (op een onbekende datum) met aangeefster mee ging naar een winkel in Harderwijk omdat aangeefster bang was. Nadat zij de winkel verlieten, zag zij dat verdachte op hen aan het wachten was.

- De woorden “Ik steek je huis in de fik" en/of "Ik ga je dochter bang maken en verwonden” toe te voegen

Aangeefster heeft verklaard dat zij op 2 december 2025 om 12:05 uur verdachte zag lopen. Zij zag dat hij wilde dat zij zou stoppen. Toen zij door reed, gooide hij iets tegen haar raam. Hierop stopte zij en vroeg hem wat hij deed. Zij hoorde hem onder meer zeggen: “Jij gaat vreemd” en “De hele tijd tijdens onze relatie ben je vreemdgegaan”. Vervolgens zei zij tegen hem dat hij haar stalkte en dat hij haar intimideerde. Hierop hoorde zij hem zeggen: “Ik steek je huis in de fik” en “Ik ga je dochter bang maken en verwonden”. Dit maakte haar erg bang en zij raakte erg overstuur. Ze zag dat hij met zijn rechterhand een vuist maakte en dat hij tegen de autospiegel aan sloeg. Ze zag dat de spiegel barste en de spiegel scheef stond op de auto. Na het incident, om 12:11 uur, heeft verdachte haar een filmpje gestuurd. Hierop zag zij dat zijn rechterhand in het verband zat en dat er bloed op zat.

- Ophouden nabij de woning van aangeefster / begeven in de achtertuin van aangeefster / over haar schutting kijken / aankloppen bij haar woning

Aangeefster heeft verklaard dat zij op 7 november 2025 via haar beveiligingscamera zag dat verdachte in haar achtertuin stond. Zij voelde zich bang, durfde hem niet aan te spreken en kon die nacht niet meer slapen. Ook op 8 november 2025 zag aangeefster via haar beveiligingscamera dat verdachte in haar achtertuin stond. Op de door aangeefster verstrekte beelden van 7 en 8 november 2025 is verdachte te zien.

Aangeefster heeft verklaard dat zij op 17 november 2025 om 16:35 uur in de achtertuin stond te roken met haar vriendin [getuige 1] toen zij zag dat verdachte voor de deur stond. Zij hoorde hem onder meer zeggen: “Je stond in de tuin te roken met een andere man, wie was deze man?”. Aangeefster vertelde hem dat het haar vriendin [getuige 1] was. Hierna vertrok verdachte.

Aangeefster heeft verklaard dat zij verdachte op 29 november 2025 om 07:50 uur buiten de tuin achter de schutting zag staan en dat hij tegen haar zei dat hij met haar wilde praten, waarop zij had gezegd dat hij weg moest gaan. Op 14 februari 2026 en 31 maart 2026 zag aangeefster dat er door verdachte op haar deur werd geklopt. Ze had niet gereageerd. Ook op 4 april 2026 omstreeks 11.17 uur werd er door verdachte op haar deur geklopt. Ze hoorde dat hij zei dat hij een stoel uit haar schuur wilde halen voor zijn werk. Ze zei tegen hem dat ze geen tijd had en dat zij later de stoel voor haar huis zou zetten zodat hij hem op kon halen. Ze was een beetje bang op dat moment. Ze zag aan zijn gezicht dat hij een boze gelaatsuitdrukking had. De stoel had ze later buiten gezet, maar hij had deze niet opgehaald. Op 11 april 2026 rond 19:13 uur zag zij vanuit haar achtertuin dat verdachte langsreed, zijn auto keerde en zijn voertuig vervolgens naast haar schutting parkeerde. Zij zag dat hij in zijn auto bleef zitten, enkele minuten later weg reed en daarna nog een keer langs haar woning reed. Even later zag zij dat verdachte lopend aankwam en dat hij over de schutting keek om te zien met wie zij in de tuin zat. Daarna is hij weer weggelopen.

Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat zij bij aangeefster was (datum onbekend) toen verdachte met een auto langs kwam, even stopte en door haar raam keek. Daarna ging hij uit beeld en kwam vijf minuten later terug om gedurende een paar minuten naar aangeefster en haar te kijken. Daarna vertrok verdachte weer.

- Foto’s maken van de woning van aangeefster

Aangeefster heeft verklaard dat haar buurvrouw op 21 oktober 2025 vertelde dat er een Marokkaanse man met een getinte huidskleur foto’s van de woning van aangeefster had gemaakt. Na het tonen van een foto van verdachte, bevestigde de buurvrouw aan aangeefster dat dat de man was die de foto’s had gemaakt. Getuige [getuige 2] heeft dit bevestigd. Zij heeft verklaard dat zij in 2025 een man foto’s van een woning had zien maken en dat zij bij die woning had aangebeld omdat zij het niet vertrouwde. De vrouw die haar te woord had gestaan (de rechtbank begrijpt: aangeefster) had haar een foto van een man laten zien. Getuige [getuige 2] had aan de vrouw (aangeefster) bevestigd dat dat de man was die de foto’s had gemaakt.

- Facebook-berichten aan aangeefster (al dan niet met bedreigende/ intimiderende inhoud)

Aangeefster heeft verklaard dat verdachte aan haar meerdere Facebook-berichten heeft gestuurd. Op 3 december 2025 ontving zij drie berichten afkomstig van het Facebook-account [account 1] . Over de inhoud heeft de politie onder meer geverbaliseerd:

“Bericht 1 09:43 Beschuldigd haar dat ze vreemd ging, terwijl ze samen waren. (…) Dat ze geen vergeving verdiend .
Bericht 2 10:01 (…) Dat hij hoopt dat als ze naar Polen gaat, nooit meer terugkomt, dat dat beter is voor haar, omdat ze hier terug komt in oorlog, zich moet verstoppen, huilen en bang zijn .
Bericht 3 15:06 Dat ze er spijt van zal krijgen dat ze niet met hem heeft gepraat .

Aangeefster heeft verklaard dat zij wist dat deze berichten van verdachte afkomstig zijn omdat hij haar tijdens hun relatie beschuldigde van vreemdgaan.

Tijdens de aanhouding van verdachte op 17 juni 2026 werd bij hem een telefoon inbeslaggenomen. De politie heeft de inhoud van deze telefoon onderzocht. Op basis van de bevindingen van het onderzoek volgt dat deze telefoon in gebruik is bij verdachte. Op de telefoon stond het Facebook-account ‘ [account 1] ’ geïnstalleerd naast zijn eigen

account ‘ [verdachte] ’.

Op 1 april 2026 ontving aangeefster via het Facebook-account van [account 2] , de broer van verdachte, een filmpje. Hierop hoorde zij een stem die zij herkende als de stem van verdachte. Hij vroeg in het filmpje om een stoel.

Op 4 april 2026 ontving aangeefster drie berichten van een onbekend Facebook-account. In het eerste bericht van 10:09 uur geeft verdachte aan zijn werkstoel op te willen halen bij haar huis, maar niet zomaar naar haar toe te willen komen. In een daaropvolgend bericht van 10:56 uur laat hij weten er aan te komen. Zoals hiervoor vermeld, stond verdachte om 11:17 uur diezelfde dag aan haar deur en zei hij dat hij een stoel uit haar tuin wilde halen voor zijn werk, dat zij niet open had gedaan en dat zij de stoel later buiten had gezet maar dat hij deze nooit heeft opgehaald. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat de berichten van het onbekende account van verdachte zijn. Over de inhoud van het derde bericht, ontvangen om 12:00 uur, heeft de politie geverbaliseerd: “Zegt dat hij erg boos op haar is, dat hij haar haat. Dat hij weet dat ze hun geld heeft gebruik om kado's te kopen voor andere mannen. Dat zij haar gebruiken en dat zijn zorg om haar de reden was dat hij bleef. Dat hij haar niks zou vergeven. Dat hij eerder bad dat ze veilig was ondanks alles en alle schuld op zich nam, maar haar nu haatte en tot Allah bad om haar te breken zoals zij met hem wilde doen. Dat hij zweert bij Allah dat ze had gewenst nooit in zijn leven te zijn geweest, dat hij het haar betaald zal zetten. Dat ze haat verdiend en dat hij hoopt dat ze de slechtste tijd van haar leven ervaart, dat ze alles, al haar familieleden en haar gezondheid verliest. Dat de volgende man die ze in huis laat haar dochter verkracht, omdat ze meer trauma verdiend.”

Op 17 april 2026 ontving aangeefster vijf berichten (waarvan twee spraakberichten met onbekende inhoud) afkomstig van een Facebook-account met de naam van verdachte. Over de inhoud van de berichten heeft de politie onder meer geverbaliseerd:

“Bericht 1 18:46 Dat hij gewoon een goed gesprek met haar wilde hebben, dat hij alles gaat vertellen wat hij kwijt wilde om het uit zijn hoofd te krijgen zodat hij verder kan gaan met zijn leven. Hij wenst haar het beste.

Bericht 2 19:41 (…)

Bericht 3 20:18 (…). Dat hij nog steeds een gesprek met haar wil om erover heen te kunnen komen en hoopt dat ze daarvoor open staat. Dat hij weet dat het over is en haar niet zal proberen over te halen, maar gewoon afscheid wil nemen op een goede manier. (…).

Tijdens het onderzoek in de telefoon van verdachte werd een koppeling met het Facebook-account aangetroffen, maar niet de via dat account verstuurde berichten aan aangeefster.. Verbalisant [verbalisant 5] heeft hierover geverbaliseerd dat van Facebook bekend is dat zij bepaalde data in de ‘cloud’ opslaat en (dus) niet lokaal op de telefoon, hetgeen betekent dat deze data (dus) niet meekomt met het uitlezen van de telefoon. Zij heeft geverbaliseerd dat het zou kunnen dat de chats vanaf een ander apparaat zijn verstuurd en dat deze data daarom niet op deze specifieke telefoon terug te vinden zijn.

Gelet op eerder genoemde feiten en omstandigheden, met name de inhoud van de berichten in het licht van de overige bevindingen in het dossier, gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte de Facebook-berichten heeft verstuurd aan aangeefster. Dat de berichten niet op de bij hem op 17 juni 2026 inbeslaggenomen telefoon zijn aangetroffen, maakt dat, mede in het licht van de bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] , niet anders.

- Video(berichten) aan familie/vrienden

Aangeefster heeft verklaard dat zij op 6 februari 2026 om 17:22 uur over [adres] te Harderwijk reed met haar auto en dat ze daar verdachte zag staan. Ze was gewoon doorgereden. Later hoorde zij van haar moeder dat hij haar een bericht had gestuurd dat hij wilde dat zij hem zou helpen met het aan de praat krijgen van zijn auto.

Aangeefster heeft verder verklaard dat verdachte haar moeder (rond) 8 april 2026 een bericht had gestuurd waarin stond dat hij gesolliciteerd had bij haar werkgever zodat hij dichtbij aangeefster kon zijn.

Op 8 mei 2026 heeft de moeder van aangeefster een bericht ontvangen van telefoonnummer + [telefoonnummer] waarin onder meer staat dat hij graag contact met aangeefster wil. Verdachte heeft verklaard dat + [telefoonnummer] zijn telefoonnummer is.

Uit het onderzoek van de inbeslaggenomen telefoon van verdachte volgt dat er berichten zijn verstuurd via WhatsApp naar het nummer + [telefoonnummer] met de naam [naam] . Aangeefster heeft verklaard dat zij een vriendin in Polen heeft wonen welke [naam] heet. Aangeefster heeft bevestigd dat het telefoonnummer + [telefoonnummer] van deze [naam] is. Een van de aangetroffen berichten betrof een WhatsApp-video welke was gestuurd op 19 mei 2026. Verbalisant [verbalisant 5] heeft de videobeelden bekeken en hierover het volgende geverbaliseerd: “Tijdens het hele videobericht zag ik het gezicht van een man in beeld welke voorin een auto zit achter het stuur met zijn gordel om. Hij draagt een zwarte trui. Ik heb de RDW-foto van [verdachte], vergeleken met de persoon die te zien is op beeld en stelde vast dat dit overeenkwam. (...) hij sprak in het Engels, (...) Hierin hoorde ik hem het volgende zeggen: ‘I just wanna say’ waarna hij een seconde wegkijkt, vervolgens terugkijkt in de camera en zegt ‘fuck you’ Waarbij hij zijn ene hand met zijn handpalm richting de camera houdt en daarbij zijn middelvinger kort op en neer beweegt.”

Aangeefster heeft verklaard dat haar moeder op 20 mei 2026 een videobericht heeft ontvangen van verdachte. Verbalisant [verbalisant 5] heeft deze beelden bekeken en daarover het volgende geverbaliseerd: “(...) Ik heb de RDW-foto van [verdachte], vergeleken met de persoon die te zien is op beeld en stelde vast dat dit overeenkwam. (...) vervolgens hoor ik hem het volgende zeggen (...) Not just alive, I am free as a bird, baby. You did your best to get me to the cell. Cell is for losers. Legends like me, live in free forever. I am doing life, everything, what needed, without being worried. I pray to Allah. I miss you, for sure i do and i love you forever, i will do, but i'm gonna fuck a lot of people around you, a lot of them.”

- Bij het werk van aangeefster begeven/ophouden en solliciteren

Aangeefster heeft verklaard dat zij van haar werkgever had gehoord dat verdachte op 8 april 2026 op haar werk was gekomen om te vragen of hij daar kon werken. Zoals hiervoor vermeld had verdachte hierover ook een bericht aan de moeder van aangeefster verstuurd. De werkgever van aangeefster, getuige [getuige 3] , heeft verklaard dat hij op de hoogte was van onder andere de berichten die aangeefster van verdachte ontving en dat verdachte in de meivakantie van 2026 bij hem was gekomen met de vraag of hij weer bij hem mocht komen werken.

Stopgesprekken en stopbrief

Vóór de tenlastegelegde periode, op 24 mei 2025 (de dag nadat door aangeefster de relatie werd verbroken), is verdachte gebeld door de politie en is aan hem medegedeeld dat hij haar niet meer op moest zoeken. Op 4 december 2025 is er een stopgesprek gevoerd met verdachte. Ook werd hem een stopbrief, geschreven door aangeefster, overhandigd. Hierin vroeg zij aan verdachte om geen contact meer met haar op te nemen. Aangeefster heeft verklaard dat zij daarna zelf geen contact heeft opgenomen met verdachte. Op 18 februari 2026 werd wederom een stopgesprek met verdachte gevoerd.

Impact

Aangeefster heeft verklaard dat zij door alle incidenten erg bang is voor verdachte, bang dat hij haar of haar dochter iets aan zal doen. Op straat kijkt zij telkens om haar heen om te zien of verdachte niet in de buurt is. Zij wordt hierdoor beperkt in haar dagelijks leven, slaapt slecht en is bang dat hij in de nacht langskomt. Zij heeft veel stress van de situatie en het lukt haar niet om aan iets anders te denken. Zij wil graag rust in haar leven voor haarzelf en haar dochter.

Verklaring verdachte ter terechtzitting

Verdachte heeft verklaard dat hij (enkel) met aangeefster contact had opgenomen om met haar te praten omdat hij duidelijkheid wilde. Hij heeft verklaard dat hij maar twee keer bij de woning van aangeefster is geweest in de tenlastegelegde periode. Hij ontkent dat hij haar heeft achtervolgd en bedreigd, dat hij langs haar woning heeft gefietst, dat hij haar Facebook-berichten heeft verstuurd en dat hij contact heeft gehad met of berichten heeft verstuurd aan vrienden en/of familie van aangeefster.

De overwegingen van de rechtbank ten aanzien van het bewijs

De verklaring van aangeefster wordt naar het oordeel van de rechtbank ondersteund en bevestigd door voornoemde camera-/Dash Cambeelden, (Facebook)-berichten en video’s, verklaringen van de getuigen en de inhoud van de telefoon van verdachte. De ontkennende verklaring van verdachte, inhoudende dat hij alleen duidelijkheid wilde van aangeefster, wordt weersproken door de bewijsmiddelen.

Uit de gebezigde bewijsmiddelen komt naar voren dat de verdachte op obsessieve en intimiderende wijze heeft geprobeerd met het slachtoffer in contact te komen, ondanks dat aangeefster én de politie herhaaldelijk aan de verdachte te kennen hebben gegeven dat aangeefster van zijn toenaderingen niet gediend is. Ook volgt uit het dossier wat het gevolg van het gedrag van verdachte in het persoonlijk leven en op de persoonlijke vrijheid van aangeefster is geweest.

Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte aangeefster telkens heeft gedwongen tot het dulden van contact. Ook blijkt uit de bewijsmiddelen dat verdachte aangeefster in de tenlastegelegde periode wel degelijk vrees wilde aanjagen. Daarbij wijst de rechtbank op de inhoud van de door verdachte verstuurde berichten en video’s waaronder ‘dat hij tot Allah bad om haar benen te breken’, ‘dat hij het haar betaald zou zetten’, “Ik steek je huis in de fik”, “Ik ga je dochter bang maken en verwonden” en “i'm gonna teach you some lesson. Physically i will not touch you, you are a mother of a child, but i know some nice ways”. Ook wijst de rechtbank op het feit dat verdachte de autospiegel van aangeefster kapot heeft geslagen toen zij haar autoraam niet voor hem wilde openen en hem niet te woord wilde staan.

De rechtbank is van oordeel dat de aard, de duur, de frequentie en de intensiteit van de hiervoor vastgestelde gedragingen van de verdachte, de omstandigheden waaronder deze hebben plaatsgevonden en de invloed daarvan op het persoonlijk leven en de persoonlijke vrijheid van het slachtoffer – naar objectieve maatstaven bezien – zodanig zijn geweest dat van een stelselmatige inbreuk op haar persoonlijke levenssfeer sprake is geweest.

Uit de bewijsmiddelen kan – anders dan verdediging heeft bepleit – naar het oordeel van de rechtbank de opzet van verdachte op zijn gedragingen bewezen worden verklaard.

De rechtbank acht daarmee bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan belaging.

Uit het dossier blijkt niet dat de verdachte het oogmerk had om [aangever] te dwingen iets te doen of niet te doen. De rechtbank zal de verdachte van deze onderdelen in de tenlastelegging vrijspreken.

3 De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

hij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 oktober 2025 tot en met 31 mei 2026 te Harderwijk, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op eens anders persoonlijke levenssfeer, te weten die van [aangever] , door:

  • veelvuldig, althans meermalen zich op te houden in de onmiddellijke nabijheid van de woning van die [aangever] ,

  • veelvuldig, althans meerdere malen, langs de woning, althans door de straat van die [aangever] te rijden,

  • flessen gevuld met olie, althans een vloeistof, voor de deur van de woning van die [aangever] te plaatsen,

  • veelvuldig, althans meerdere malen, achter die [aangever] aan te rijden en/of haar op te wachten,

  • veelvuldig, althans meerdere malen, die [aangever] (bij haar woning en/of haar voertuig) aan te spreken, al dan niet op dreigende en/of intimiderende wijze,

  • die [aangever] de woorden toe te voegen "Ik steek je huis in de fik" en/of "Ik ga je dochter bang maken en verwonden",

  • zich meermalen in de achtertuin van die [aangever] te begeven en/of over haar schutting te kijken en/of aan te kloppen bij de woning van die [aangever] ,

  • meermalen foto's te maken van de woning van die [aangever] ,

  • veelvuldig, althans meerdere malen via Facebook berichten te sturen naar die [aangever] , al dan niet met bedreigende en/of intimiderende inhoud,

  • meerdere malen (video)berichten te sturen via Facebook en/of WhatsApp en/of SMS, naar een of meer familieleden en/of vrienden en/of kennissen van die [aangever] , en/of

  • zich te begeven op en/of zich op te houden bij het werk van die [aangever] en/of te solliciteren bij het werk van die [aangever] ,

met het oogmerk voornoemde [aangever] , te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

belaging.

5 De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 150 dagen, waarvan 77 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, met als bijzondere voorwaarden de voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om een straf op te leggen gelijk aan de duur van het voorarrest, dan wel bij het opleggen van een langere (gevangenis)straf het overige deel in voorwaardelijke vorm op te leggen. De raadsman heeft verder verzocht om geen maatregel ex artikel 38v Sr aan verdachte op te leggen omdat deze disproportioneel is in dit verband. Volgens de raadsman kan worden volstaan met een contact- en locatieverbod als bijzondere voorwaarden, zoals is geadviseerd door de reclassering. Daarbij is aangevoerd dat er geen concrete aanwijzingen zijn voor een toekomstig risico. Er hebben zich geen nieuwe incidenten voorgedaan sinds de schorsing van de voorlopige hechtenis. Het gevaar waarop de maatregel zou moeten reageren is onvoldoende concreet gemaakt, aldus de raadsman.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte heeft zich gedurende een periode van ongeveer zeven maanden schuldig gemaakt aan belaging van zijn ex-vriendin. Hij heeft haar bedreigd en intimiderende en bedreigende berichten en video’s verstuurd. Op verschillende momenten reed hij langs haar huis, belde bij haar aan en verschafte zich toegang tot haar achtertuin. Verder heeft hij de spiegel van haar auto kapot geslagen toen zij hem niet te woord wilde staan. Ook benaderde hij familieleden en vriendinnen, solliciteerde hij bij haar werkgever en maakte hij foto’s van haar woning. Dit alles omdat hij contact met haar wilde. Ondanks stopgesprekken en het uitblijven van een reactie van het slachtoffer op de vele pogingen van verdachte om contact te krijgen, bleef hij maar contact zoeken. Uit de slachtofferverklaring blijkt de impact van het handelen van de verdachte. Haar gevoel van veiligheid en haar (gevoel van) vrijheid zijn afgenomen. Zij is angstig en durft de deur niet uit zonder dat te doen terwijl zij iemand aan de telefoon heeft. Haar telefoonnummer en haar werktijden heeft zij aangepast en ook gaat zij ergens anders boodschappen doen. Dit alles om het verdachte moeilijker te maken om haar te kunnen benaderen. Uit de toelichting op de vordering tot schadevergoeding blijkt dat het slachtoffer zelfs onder de douche in haar eigen huis een alarmknop draagt. Verdachte heeft met zijn gedragingen langdurig, stelselmatig en opzettelijk inbreuk gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer. Hij handelde daarbij vanuit zijn eigen behoefte om zijn gevoelens richting het slachtoffer te uiten.

Strafblad

Uit het uittreksel van de justitiële documentatie van verdachte van 25 september 2026 volgt dat verdachte in de afgelopen vijf jaar eerder is veroordeeld, maar niet onherroepelijk en niet voor soortgelijke feiten. Het strafblad zal dan ook niet in strafverzwarende zin worden meegenomen bij de bepaling van de straf.

Reclasseringsadvies

In het reclasseringsadvies van 15 september 2026 staat vermeld dat verdachte over het algemeen een redelijk stabiele leefsituatie lijkt te hebben. Toch ziet de reclassering huisvesting als indirecte risicofactor vanwege de nabijheid tot het slachtoffer. Verder zien zij partnerrelatie, gezin en familie als directe risicofactor en psychosociaal functioneren en houding als mogelijke risicofactoren. Er kunnen geen duidelijke beschermende factoren worden aangemerkt.

De reclassering schat de kans op recidive in als hoog, de kans op letsel als gemiddeld en de kans dat verdachte zich aan voorwaarden onttrekt in als hoog.

De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijk straf met als bijzondere voorwaarden een meldplicht bij de reclassering, meewerken aan diagnostiek en een eventueel daaruit voortvloeiende ambulante behandeling, een contactverbod met het slachtoffer in deze zaak en een locatieverbod voor de straat waarin het slachtoffer woonachtig is. De reclassering acht elektronische monitoring van het locatieverbod aangewezen, maar gelet op de nabijheid van het woonadres van verdachte en het woonadres van aangeefster is dat niet uitvoerbaar.

De op te leggen straf

Alles afwegende acht de rechtbank de door de officier van justitie geëiste straf passend. De rechtbank zal daarom aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 150 dagen opleggen waarvan 77 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. De tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht zal op die straf in mindering worden gebracht. Aan het voorwaardelijk deel zal de rechtbank de voorwaarden verbinden die de reclassering heeft geadviseerd, met uitzondering van het contact- en locatieverbod die de rechtbank zal opleggen in het kader van de maatregel ex artikel 38v Sr.

De rechtbank zal de voorwaarden van het voorwaardelijk strafdeel niet dadelijk uitvoerbaar verklaren zoals is verzocht door de officier van justitie, omdat niet wordt voldaan aan het wettelijk vereiste daartoe. Vereist is namelijk dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Het woord wederom impliceert dat het bewezenverklaarde misdrijf zo’n misdrijf is. Zo’n misdrijf is deze belaging niet.

Voorlopige hechtenis

Gelet op de duur van de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf zal de rechtbank de -reeds geschorste- voorlopige hechtenis opheffen.

Vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht

Ter beveiliging van de maatschappij en ter voorkoming van strafbare feiten zal de rechtbank een vrijheidsbeperkende maatregel opleggen. Deze maatregel houdt in dat verdachte voor de duur van drie jaren op geen enkele wijze – direct of indirect – contact zoekt of heeft met het slachtoffer en zich niet mag bevinden in de [adres] in [woonplaats] , de straat waar het slachtoffer woont. Het risico op herhaling is hoog, zoals blijkt uit het feit dat verdachte na meerdere stopgesprekken/brieven het slachtoffer opnieuw heeft benaderd.

De rechtbank zal daarbij bevelen dat vervangende hechtenis wordt toegepast voor iedere keer dat verdachte niet aan de maatregel voldoet. Deze hechtenis betreft zeven dagen per overtreding, met een totale duur van maximaal zes maanden, en heft de verplichtingen op grond van de maatregel niet op.

Omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte opnieuw een strafbaar feit pleegt of zich belastend gedraagt jegens een bepaalde persoon of bepaalde personen, zal de rechtbank bevelen dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is. Immers heeft verdachte ondanks meerdere stopgesprekken het slachtoffer opnieuw benaderd. Ter terechtzitting heeft verdachte geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor zijn gedrag. De rechtbank schat de kans op herhaling, net als de reclassering, dan ook in als hoog.

8 De beoordeling van de civiele vordering

De benadeelde partij [aangever] heeft in verband met het bewezenverklaard feit een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 139,95 aan materiële schade en € 1.500,- aan smartengeld, allebei vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij kan worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering moet worden verklaard gelet op de bepleite vrijspraak. Subsidiair heeft hij zich gerefereerd aan het deel van de vordering dat ziet op de materiële schade. Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade heeft hij verzocht om het bedrag te matigen tot € 1.000,-.

De beoordeling door de rechtbank

Materiële schade

Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden.

De rechtbank overweegt dat de kosten van de Dash Cam niet inhoudelijk zijn betwist. De schadepost is (verder) voldoende onderbouwd en komt redelijk voor. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. Daarom is de rechtbank van oordeel dat de vordering voor wat betreft de verzochte materiële schade (ad € 139,95) kan worden toegewezen.

Smartengeld

De benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek (BW) recht op vergoeding van smartengeld in het geval dat:

  • verdachte het oogmerk had het nadeel toe te brengen,

  • de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen,

  • de benadeelde partij in zijn eer of goede naam is geschaad, of

  • de benadeelde partij op andere wijze in de persoon is aangetast.

Om te spreken van een aantasting in persoon op andere wijze moet sprake zijn van geestelijk letsel of een diepe inbreuk op de persoonlijke levenssfeer, persoonlijke integriteit of een fundamenteel recht.

Op basis van de genoemde bewijsmiddelen en wat ter zitting over de vordering is besproken, stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij door het bewezenverklaarde schade heeft geleden die binnen één van de hiervoor genoemde categorieën van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek valt.

Door de belaging is de benadeelde op andere wijze in de persoon aangetast. De rechtbank overweegt daartoe dat de verdachte gedurende een lange periode de benadeelde stelselmatig heeft lastiggevallen. Zo heeft de verdachte haar bedreigd en meerdere WhatsApp- en Facebook-berichten en filmpjes aan haar gestuurd, onder andere met intimiderende en bedreigende teksten. Ook reed hij regelmatig langs haar huis, gelegen aan een doodlopende weg, maakte hij een foto van haar woning, kwam hij meerdere malen aan haar deur en stond hij in haar achtertuin. Daarnaast stuurde hij berichten en/of filmpjes aan vriendinnen en familie en solliciteerde hij bij haar werkgever. Verder benaderde hij haar in of buiten de supermarkt en volgde hij haar of stond hij haar op te wachten op straat.

De benadeelde heeft dit ervaren als een enorme inbreuk op haar privacy en een aantasting van haar persoonlijke levenssfeer. Zij ondervindt hiervan dagelijks gevolgen in de vorm van verlies van gevoel van veiligheid en beperking in haar vrijheid. De gedragingen van verdachte hebben gezorgd voor een verslechtering van haar psychische gezondheid en angstgevoelens. Zij staat op de wachtlijst voor een psychologische behandeling. Gelet op de aard en de ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor het slachtoffer, stelt de rechtbank vast dat het slachtoffer is aangetast in haar persoon op andere wijze als bedoeld in artikel 6:106 onder b BW. Dit is aan verdachte toe te rekenen.

De rechtbank houdt rekening met de aard en de ernst van het feit en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen toewijzen. Naar maatstaven van billijkheid zal zij het smartengeld op een bedrag van € 1.500,- vaststellen.

Wettelijke rente

Verdachte is vanaf de datum dat de schade is ontstaan wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd. Ten aanzien van de materiële schade betreft dat 5 februari 2026, zijnde de datum van de factuur van de Dash Cam. Ten aanzien van de immateriële schade betreft dat 20 oktober 2025, zijnde de ingangsdatum van de bewezenverklaarde periode.

Schadevergoedingsmaatregel

De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.

9 De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 38v, 38w en 285b van het Wetboek van Strafrecht.

10 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 150 dagen;

  • bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten 77 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd van drie jaren niet heeft gehouden aan de volgende voorwaarden:

  • stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

 stelt als bijzondere voorwaarden dat:

- verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn;

- Verdachte gedurende de proeftijd zal meewerken aan diagnostisch onderzoek en indien de uitkomst van dat diagnostisch onderzoek daar reden toe geeft, zich ambulant zal laten behandelen door een forensisch psychiatrisch zorgverlener, te bepalen door de reclassering;

 geeft opdracht aan de reclassering om toezicht te houden op de naleving van de volgende voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

 Hierbij gelden als voorwaarden dat verdachte:

o meewerkt aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een geldig identiteitsbewijs ter inzage aanbiedt om de identiteit vast te stellen;

o meewerkt aan reclasseringstoezicht, waaronder het meewerken aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 legt een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht op, inhoudende

o een gebiedsverbod. Het gebiedsverbod houdt in dat verdachte zich gedurende drie jaren niet bevindt in de [adres] in [woonplaats] , zijnde de straat waar aangeefster woonachtig is;

o een contactverbod. Het contactverbod houdt in dat verdachte gedurende drie jaren zich onthoudt van – direct of indirect – contact met [aangever] , geboren op [geboortedag] 1986;

 beveelt dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor het geval niet aan de maatregel wordt voldaan. De duur van deze vervangende hechtenis bedraagt ten hoogste 7 dagen voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van zes maanden in totaal. Toepassing van de vervangende hechtenis heft de verplichtingen op grond van de opgelegde maatregel niet op;

 beveelt dat de maatregel dadelijk uitvoerbaar is;

 heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis;

Ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij

 veroordeelt verdachte in verband met het bewezenverklaarde feit tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [aangever] van € 139,95 aan materiële schade en € 1.500,- aan smartengeld, beide vermeerderd met de wettelijke rente

o vanaf 5 februari 2026 ter zake van € 139,95;

o vanaf 20 oktober 2026 ter zake van € 1.500,-;

tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;

 veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;

 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [aangever] , een bedrag te betalen van € 1.639,95 aan materiële schade/smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente

o vanaf 5 februari 2026 ter zake van € 139,95;

o vanaf 20 oktober 2026 ter zake van € 1.500,-;

tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 16 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. T.M.A. Arts (voorzitter), mr. J.J.H. van Laethem en mr. M.A. van Leeuwen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M.P. van der Meulen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 14 oktober 2026.

Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 5] van de politie Eenheid Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2026 178393, gesloten op 18 juni 2026 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. Proces-verbaal van aangifte door [aangever] d.d. 13 april 2026, p. 46-50; proces-verbaal van verhoor van aangever [aangever] d.d. 11 mei 2026, p. 57-59. Proces-verbaal van aangifte door [aangever] d.d. 13 april 2026, p. 48-49. Proces-verbaal van verhoor van aangever [aangever] d.d. 11 mei 2026, p. 58. Proces-verbaal van bevindingen, p. 83; proces-verbaal van bevindingen, p. 86-87. Proces-verbaal multimedia, p. 116-117; proces-verbaal van bevindingen, p. 124. Proces-verbaal van bevindingen, p. 74. Proces-verbaal van bevindingen, p. 87-88. Verklaring van verdachte bij de rechter-commissaris d.d. 19 juni 2026. Proces-verbaal multimedia, p. 111. Proces-verbaal van bevindingen, p. 124. Proces-verbaal van bevindingen, p. 129. Proces-verbaal van verhoor van aangever [aangever] d.d. 11 mei 2026, p. 58. Proces-verbaal multimedia, p. 116-117. Proces-verbaal van aangifte door [aangever] d.d. 13 april 2026, p. 46. Proces-verbaal van aangifte door [aangever] d.d. 13 april 2026, p. 47. Proces-verbaal van aangifte door [aangever] d.d. 13 april 2026, p. 47. Proces-verbaal van aangifte door [aangever] d.d. 13 april 2026, p. 48. Proces-verbaal van aangifte door [aangever] d.d. 13 april 2026, p. 49. Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] d.d. 2 juni 2026, p. 154. Proces-verbaal van aangifte door [aangever] d.d. 13 april 2026, p. 48. Proces-verbaal van aangifte door [aangever] d.d. 13 april 2026, p. 46. Proces-verbaal van bevindingen, p. 76 en screenshots camerabeelden, p. 80. Proces-verbaal van aangifte door [aangever] d.d. 13 april 2026, p. 47. Proces-verbaal van aangifte door [aangever] d.d. 13 april 2026, p. 48. Proces-verbaal van aangifte door [aangever] d.d. 13 april 2026, p. 49. Proces-verbaal van verhoor van aangever [aangever] d.d. 11 mei 2026, p. 57 Proces-verbaal van verhoor van aangever [aangever] d.d. 11 mei 2026, p. 58 Proces-verbaal van aangifte door [aangever] d.d. 13 april 2026, p. 49. Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] d.d. 2 juni 2026, p. 154. Proces-verbaal van aangifte door [aangever] d.d. 13 april 2026, p. 46. Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] d.d. 5 juni 2026, p. 151. Proces-verbaal van bevindingen, p. 131. Proces-verbaal van bevindingen, p. 159. Proces-verbaal van verhoor van aangever [aangever] d.d. 11 mei 2026, p. 57. Proces-verbaal van bevindingen, p. 131-132. Proces-verbaal van bevindingen, p. 131-133. Proces-verbaal van bevindingen, p. 132. Proces-verbaal van bevindingen, PL0600-2026178393-53 (aanvullend, niet doorgenummerd). Proces-verbaal van aangifte door [aangever] d.d. 13 april 2026, p. 49. Proces-verbaal van aangifte door [aangever] d.d. 13 april 2026, p. 49. Proces-verbaal van bevindingen, p. 77 en 82. Proces-verbaal van verhoor van verdachte [verdachte] 28 juni 2026, p. 40. Proces-verbaal van bevindingen, PL0600-2026178393-52 (aanvullend, niet doorgenummerd); proces-verbaal van bevindingen, PL0600-2026178393-51 (aanvullend, niet doorgenummerd). Proces-verbaal van bevindingen, p. 148-149. Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] d.d. 22 mei 2026, p. 156-157. Relaasproces-verbaal, p. 8. Proces-verbaal van bevindingen, p. 69. Proces-verbaal van aangifte door [aangever] d.d. 13 april 2026, p. 48. Proces-verbaal van verhoor van aangever [aangever] d.d. 26 juni 2026, p. 63. Proces-verbaal van bevindingen, p. 72. Proces-verbaal van aangifte door [aangever] d.d. 13 april 2026 , p. 50; proces-verbaal van verhoor van aangever [aangever] d.d. 11 mei 2026 , p. 59.