Strafrecht overig

Zeden. Verdachte en de medeverdachte zijn veroordeeld tot 4 jaar gevangenisstraf voor medeplegen van…

Rechtbank Gelderland, 27 oktober 2026

Zaakgegevens

Op 27 oktober 2026 heeft de Rechtbank Gelderland in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Gelderland
Zittingsplaats
Arnhem
Datum uitspraak
27 oktober 2026
Datum publicatie
27 oktober 2026
Zaaknummer
05/056340-26
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2026:8290
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Zeden. Verdachte en de medeverdachte zijn veroordeeld tot 4 jaar gevangenisstraf voor medeplegen van opzetverkrachting en mishandeling van twee slachtoffers in een woning, meermaals gepleegd. Sprake van dwang en geweld bij kwetsbare vrouwen. Verklaringen van aangeefsters betrouwbaar, want komen op essentiële punten overeen + steunbewijs. Eendaadse samenloop verkrachting en mishandeling. Smartengeld toegekend.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Team strafrecht

Zittingsplaats Arnhem

Parketnummer: 05/056340-26

Datum uitspraak : 27 oktober 2026

Tegenspraak

vonnis van de meervoudige kamer

in de zaak van

de officier van justitie

tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1987 in [geboorteplaats] (Sudan),

wonende aan [adres] [woonplaats] ,

op dit moment gedetineerd in de P.I. [plaats] .

Raadsman: mr. J.G. Roethof, advocaat in Arnhem.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1 De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na toewijzing van een vordering tot wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 februari 2026 tot en met 22 februari 2026 te Zevenaar tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met een persoon, te weten [slachtoffer 1] , een of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten

- het brengen van zijn penis in de mond en/of de vagina van die [slachtoffer 1] en/of

- het brengen van zijn vingers in de vagina en/of de anus van die [slachtoffer 1] en/of

- het betasten van de billen en/of de borsten en/of de vulva van die [slachtoffer 1] en/of

- het zoenen van de mond van die [slachtoffer 1] ,

terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader, wist(en) dat bij die [slachtoffer 1] daartoe de wil ontbrak, en welke opzetverkrachting werd voorafgegaan door, vergezeld van

en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door

- ( meermaals) geweldshandelingen te plegen jegens die [slachtoffer 1] , te weten door (met kracht) in haar keel te knijpen en/of aan haar haren te trekken en/of haar armen en benen vast te pakken en/of op haar gezicht en billen en rug te slaan en/of

- ( onder andere) tegen die [slachtoffer 1] te zeggen “Je gaat niet weg, je blijft hier” en/of “Ik ben nog niet klaar met jou” en/of “Hou je bek bitch” en/of “Je gaat mij nu pijpen” en/of “Wat sta je daar stom te liggen bitch, beetje power”, althans woorden van soortgelijke dreigende en/of dwingende en/of agressieve aard of strekking en/of

- ( meermaals) tegen die [slachtoffer 1] te zeggen dat zij de woning, waarin zij zich bevonden, niet mocht verlaten en/of toen zij zich opsloot in de badkamer, de badkamerdeur van buitenaf (met een mes) open te maken en/of

- een mes en/of een (foto van een) (vuur)wapen te tonen aan die [slachtoffer 1] en/of

- misbruik te maken van zijn/hun fysieke en/of numerieke en/of psychische overwicht op die [slachtoffer 1] en/of het feit dat zij (in verregaande mate) onder invloed was van alcohol en/of drugs en/of

- zich agressief en/of dwingend en/of dreigend op te stellen richting die [slachtoffer 1] en/of

- ( meermaals) voorbij te gaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [slachtoffer 1] en/of

- ( hierdoor) een zodanig bedreigende en/of beangstigende situatie te creëren dat die [slachtoffer 1] zich niet, althans onvoldoende aan voornoemde seksuele handelingen kon en durfde te onttrekken;

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 februari 2026 tot en met 22 februari 2026 te Zevenaar tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met een persoon, te weten [slachtoffer 2] , een of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten

- het brengen van zijn penis in de mond en/of vagina en/of de anus van die [slachtoffer 2] en/of

- het brengen van zijn tong tussen en/of over de schaamlippen van die [slachtoffer 2] en/of

- het betasten van de billen en/of de borsten van die [slachtoffer 2] , terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader, wist(en) dat bij die [slachtoffer 2] daartoe de wil ontbrak, en welke opzetverkrachting werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door

- ( meermaals) geweldshandelingen te plegen jegens die [slachtoffer 2] , te weten door (met kracht) in haar keel te knijpen en/of aan haar haren te trekken en/of op haar billen en rug te slaan en/of in haar rug en billen te knijpen en/of in haar billen en nek te bijten en/of

- misbruik te maken van zijn/hun fysieke en/of numerieke en/of psychische overwicht op die [slachtoffer 2] en/of het feit dat zij (in verregaande mate) onder invloed was van alcohol en/of drugs en/of het feit dat zij zich in slaperige toestand bevond en/of

- zich agressief en/of dwingend en/of dreigend op te stellen richting die [slachtoffer 2] en/of

- ( meermaals) voorbij te gaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [slachtoffer 2] en/of

- ( hierdoor) een zodanig bedreigende en/of beangstigende situatie te creëren dat die [slachtoffer 2] zich niet, althans onvoldoende aan voornoemde seksuele handelingen kon en durfde te onttrekken.

3.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 februari 2026 tot en met 22 februari 2026 te Zevenaar tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] heeft mishandeld door meermaals (met kracht)

- in haar keel te knijpen en/of

- aan haar haren te trekken en/of

- haar armen en/of benen vast te pakken en/of

- op haar gezicht en/of billen en/of rug te slaan.

4.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 februari 2026 tot en met 22 februari 2026 te Zevenaar tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 2] heeft mishandeld door meermaals (met kracht)

- in haar keel te knijpen en/of

- aan haar haren te trekken en/of

- op haar billen en/of rug te slaan en/of

- in haar rug en/of billen te knijpen en/of

- in haar billen en/of nek te bijten.

2. Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft integrale vrijspraak bepleit. Daartoe is bepleit dat de verklaringen van aangeefsters aantoonbaar onjuist, innerlijk tegenstrijdig en vals zijn, zodat deze niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt. Mocht de rechtbank de verklaringen van aangeefsters toch bezigen voor het bewijs, dan ontbreekt het noodzakelijke, betrouwbare en objectieve steunbewijs voor deze verklaringen. Buiten de verklaringen van aangeefsters is er geen bewijs dat bevestigt dat de seks onvrijwillig is geweest.

Beoordeling door de rechtbank

Niet ter discussie staat dat verdachten [verdachte] en [medeverdachte] in de periode van 21 februari tot en met 22 februari 2026 samen met aangeefsters [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] in de woning van [verdachte] in Zevenaar waren. Zowel [verdachte] als [medeverdachte] hebben in de woning met beide aangeefsters seks gehad.

Beide verdachten ontkennen dat sprake is geweest van dwang of geweld. De beoordeling van de rechtbank spitst zich daarop toe.

De rechtbank merkt vooraf op dat zowel de verdachten als de aangeefsters in het dossier afwisselend bij hun voornamen, hun achternamen en/of hun bijnamen worden genoemd door de verschillende betrokkenen. Nu vaststaat welke vier personen zich in de ten laste gelegde periode in de woning van [verdachte] bevonden, zal de rechtbank hierna telkens hun achternamen gebruiken.

Bevindingen van de politie

De politie ontving op 22 februari 2026 om 06:35 uur een melding van een verkrachting. [slachtoffer 1] en taxichauffeur [getuige] stonden samen voor het politiebureau in Zevenaar. De verbalisant zag krassen in de nek van [slachtoffer 1] . Verbalisant [verbalisant 1] hoorde [slachtoffer 1] het volgende vertellen.

Zij zei dat zij was verkracht op [adres] in Zevenaar. Op dat adres zou nog een meisje zitten, te weten [slachtoffer 2] . [slachtoffer 1] zei dat het beneden binnenin helemaal kapot is. Verbalisant zag dat zij daarbij wees naar haar baarmoeder. [slachtoffer 1] zei dat ze vierentwintig uur lang in dat huis was en de verkrachtingen waren de hele tijd doorgegaan. Zij waren op zaterdagochtend omstreeks 05:00 – 07:00 uur met een taxi naar de woning gegaan samen met [medeverdachte] en [verdachte] . De mannen hadden drank meegenomen. Ze gingen eerst drinken en wat eten. Ze waren toen erg dwingend. [slachtoffer 1] zei dat [slachtoffer 2] echt zeven of acht pillen had gebruikt. [slachtoffer 1] vertelde dat ze bang was. [slachtoffer 1] vertelde dat er heel veel dingen waren gebeurd die zij moest doen. Ze vertelde dat ze had gehuild en dat ze vaak had aangegeven dat ze niet wilde. Zij vertelde dat [medeverdachte] en [verdachte] hun condoom hadden afgedaan, terwijl zij zei: ‘als je het doet, doe het dan met condoom’. Ze zeiden vaak ‘hou je bek, bitch’, tegen haar. Ze zei dat [medeverdachte] haar keel had dichtgeknepen, aan haar haren had getrokken en dat hij had gezegd: ‘je gaat mij nu pijpen’. Ook had hij in haar armen geknepen, haar benen opengetrokken en zijn vingers in haar kont gestopt. Dit alles maakte het heel dwingend en ze was op dat moment heel bang. Zij vertelde dat [verdachte] seks met haar had en dat hij zag dat zij pijn had. Ze hoorde dat [medeverdachte] zei: ‘wat sta je daar stom te liggen bitch, beetje power!’. Zij voelde dat [verdachte] haar aan haar haren had meegetrokken. Zij voelde dat hij achter haar stond en haar vasthield. Ze riep nog ‘au’. Ze voelde dat hij seks met haar had en dat dit heel hard ging. Het ging zo hard, dat haar baarmoeder nu nog pijn doet. Ze voelde dat hij haar stevig bij haar armen en benen vastpakte. Ze voelde dat ze op een gegeven moment echt niet goed werd, maar dit boeide [medeverdachte] en [verdachte] allebei niet. [slachtoffer 1] vertelde verder dat beide mannen haar hard op haar kont hadden geslagen. Ze hoorde dat ze echt niet weg mochten van hen. Ze had wel gezegd dat ze weg wilde, maar dit mocht niet. Vooral [medeverdachte] was erg dwingend hierin, maar [verdachte] was dit ook wel. Zij zag dat beide mannen bij [slachtoffer 2] heel hard op haar kont en rug sloegen. Ze zag dat [slachtoffer 2] in slaap viel, want ze was heel moe. Ze zag dat de mannen haar weer vastpakten en haar begonnen te neuken. Ze hoorde dat [slachtoffer 2] zei: ‘het is genoeg nu’, maar dit weet ze niet zeker. Ze hoorde dat de mannen zeiden dat ze [slachtoffer 2] moest likken. Dit heeft ze toen ook gedaan. Ze voelde zich heel vies hierna en ze wilde dit niet. [slachtoffer 1] zei dat zij een taxi wilde bellen, maar dat dit niet mocht. [medeverdachte] en [verdachte] zeiden allebei: ‘jij gaat nog niet weg, jij blijft hier’. Ze vertelde verder dat [medeverdachte] haar een foto van een vuurwapen liet zien.

Verbalisant [verbalisant 2] ging op 22 februari 2026 om 09:06 uur naar [adres] in Zevenaar in verband met de voornoemde melding. In de woning sprak verbalisant met [slachtoffer 2] . Zij was in de slaapkamer aanwezig met [verdachte] . Op de vraag of zij uit vrije wil op het adres aanwezig was, zei zij dat dit het geval was. [slachtoffer 2] zei vervolgens dat zij wel wist waarom de politie in de woning was, namelijk omdat het andere meisje, [slachtoffer 1] , tegen haar wil werd vastgehouden en dat [slachtoffer 1] ook handelingen had moeten doen tegen haar wil met de andere man, die inmiddels de woning had verlaten. [slachtoffer 2] vertelde dat deze man erg boos was over het feit dat [slachtoffer 1] was weggegaan zonder met hem te overleggen. De verbalisant vroeg of [slachtoffer 2] hierover een getuigenverklaring wilde afleggen en dat wilde ze doen. Op het bureau in Zevenaar is de verbalisant verder in gesprek gegaan met [slachtoffer 2] . Zij vertelde waar ze [slachtoffer 1] van kende. Vervolgens zag verbalisant dat [slachtoffer 2] begon te huilen en emotioneel werd. Hij hoorde dat [slachtoffer 2] tegen hem zei dat zij tegen haar wil handelingen bij zowel [verdachte] als de andere verdachte had moeten doen. Ze zei dat ze ook wilde dat beide mannen stopten, maar dat zij dit niet deden.

Verklaringen [slachtoffer 1]

Op 22 februari 2026 heeft de politie een informatief gesprek zeden met [slachtoffer 1] gevoerd. Daarin heeft zij het volgende verteld. Zij is verkracht zonder condoom. Ze heeft gezegd dat zij niet wilde, maar zij moest haar mond houden. Zij had seks met twee mannen. Zij is door beide mannen verkracht. In de mond en in haar vagina. Ook is zij verkracht in haar kont met de vinger. Er is geen condoom gebruikt. De mannen hebben aan haar haren getrokken en er was veel agressie. Ze pakten haar bij de zijkant van haar nek en lieten haar een soort van stikken. Ze hebben haar ook vastgepakt over haar hele lichaam en er is gezoend. [slachtoffer 1] had die nacht alcohol en drugs gebruikt. Dit deed zij uit vrije wil. Ze had een klein stukje xtc gebruikt en zes à zeven glazen wijn en whisky. Die twee mannen waren niet goed. Ze wilden hen neuken. Het ging de hele tijd door, het stopte niet. Ze was daar met [slachtoffer 2] . Ze zei dat ze weg wilde gaan, maar ze durfde niet meer. Ze durfden die mannen niet tegen te spreken. Ze moest huilen en ze zei een paar keer: ‘blijf van me af’. Eén van de mannen zei toen: ‘ik ben nog niet klaar met jou’. Ze zaten haar echt op de huid. Ze is ook op haar bil geslagen. De seks vond plaats in de woonkamer en in de slaapkamer. De jongens wisselden steeds om. Soms was ze in dezelfde ruimte als [slachtoffer 2] , maar soms ook niet. Ze wist niet wat de consequenties zouden zijn als zij weg zou gaan. De jongen die er niet woonde, wilde naar huis, dus had zij een taxi gebeld. Die jongen viel uiteindelijk op de bank in slaap. Toen de taxi kwam, is zij stil de woning uitgegaan. Ze heeft de voordeur op een kier gelaten. Ze heeft kort aan de taxichauffeur verteld wat er gebeurd was. Hij zei dat zij naar de politie moest gaan en hij heeft haar toen naar de politie gebracht. Ze vertelde dat ze nu vooral buikpijn had en last van haar rug.

[slachtoffer 1] heeft op 24 februari 2026 aangifte gedaan en zij heeft daarbij het volgende verklaard. Zij had alcohol gedronken en een snuifje cocaïne genomen. Ook had ze lachgasballonnen gebruikt en een kwart xtc-pil genomen. [slachtoffer 2] had ook gedronken en cocaïne gesnoven. Ook had zij zes of zeven xtc-pillen gebruikt. Ze kwam in Zevenaar aan en ze bedacht toen dat ze een taxi ging bellen. Ze zou heel even naar binnen gaan en dan naar huis. Het was niet haar bedoeling om te blijven. Ze vroegen of zij nog een drankje wilde doen en dat deed ze. Ze heeft taxi [naam] gebeld, maar hij nam niet op. Ze heeft voor een Uber gekeken, maar toen kwam de opmerking: ‘je gaat niet weg, je blijft nog’. Ze mocht niet weg van [medeverdachte] . Hij zei dit op een dwingende manier, met een harde stem. Het was niet als grapje bedoeld. Op dat moment dacht ze er nog niks van. Ze zou zo wel verder kijken en rookte nog een sigaretje. In de woning werd er gedronken en gerookt. Ook de muziek stond aan. Ze gingen gewoon wat hangen op de bank. [slachtoffer 2] ging met [verdachte] naar de slaapkamer, naar boven. [slachtoffer 1] was alleen met [medeverdachte] in de woonkamer. Ze hoorde [slachtoffer 2] en [verdachte] seks hebben. [medeverdachte] en zij hebben eerst heel lang gepraat en gerookt. Ze wilde naar huis, maar [medeverdachte] zei steeds dat ze moest blijven. Hij werd wat dwingender en toen werd ze bang. [medeverdachte] wilde naar boven. Zij zag dat [verdachte] en [slachtoffer 2] seks hadden. Ze heeft boven nog even gerookt. Toen ze haar telefoon pakte om een Uber te bellen, werd [medeverdachte] ineens heel anders. Zijn emotie sloeg om. Hij werd boos. Ze gingen roken in de kamer van [verdachte] . [slachtoffer 2] en [verdachte] hadden seks en toen ze klaar waren, begonnen ze te roken en te drinken. Daarna begon [medeverdachte] haar kleren uit te trekken. Ze wilde haar maillot liever aanhouden, maar alles moest uit. [verdachte] zei ook: ‘trek uit’. [medeverdachte] trok haar jurk en haar maillot uit. De verbalisant zag dat [slachtoffer 1] emotioneel werd terwijl ze dit vertelde. [slachtoffer 1] verklaarde verder dat [medeverdachte] ook haar string en bh uittrok. Ze moest gaan liggen op het bed en ze zei dat ze het niet wilde. [medeverdachte] zei dat ze moest gaan liggen. Hij begon zijn kleren uit te trekken. Hij kwam naakt op het bed. [slachtoffer 1] zei dat ze het niet wilde. Toen hij zijn penis erin wilde doen, zei ze: ‘als je het doet, dan wel met condoom’. Dat heeft hij niet gedaan. Hij hield haar benen omhoog. Hij deed zijn penis in haar vagina en hij neukte haar. Hij hield haar benen in de lucht en zij probeerde haar benen terug te trekken. Hij stootte met zijn penis in haar vagina. Toen hij klaar was, toen zei ze: ‘het is klaar nu’. Hij haalde zijn penis eruit en toen zei hij dat zijn vriend ook wilde. Dit was geen vraag. Ze moest in doggystyle gaan zitten bij [verdachte] . Ze zeiden steeds dat ze niet in de goede positie zat. [medeverdachte] zei dat ze haar kont meer omhoog moest doen, omdat zijn vriend erin wilde. Ze werd ook heel hard gevingerd. [medeverdachte] deed haar bil omhoog en vingerde haar heel hard. Hij vroeg waarom ze zo suf zat. Ze wilde het niet, dus daarom ging ze niet goed zitten. Ze zei ook elke keer dat ze niet wilde. Ook zei ze dat het klaar was. Op een gegeven moment werd het steeds agressiever en toen zei ze niets meer. Aan haar lichaam kon je wel zien dat ze het niet wilde. Terwijl [medeverdachte] haar vingerde, neukte [verdachte] haar doggystyle. Zijn penis ging in haar vagina. Ook aan hem vroeg zij of hij een condoom om wilde doen, maar dit deed hij niet. Terwijl [medeverdachte] haar vingerde, neukte hij [slachtoffer 2] . [medeverdachte] deed ook nog een vinger in haar kont. Het neuken duurde heel lang en [medeverdachte] en [verdachte] wisselden ook steeds. Ook moest ze van [medeverdachte] de vagina van [slachtoffer 2] likken en haar vingeren. Ze wilde dit niet doen. Ze heeft haar vingers op de vagina van [slachtoffer 2] gedaan. [medeverdachte] duwde haar gezicht op de vagina van [slachtoffer 2] . [slachtoffer 2] was heel ver heen. Ze was helemaal kapot. Het ging maar door, het neuken. Toen [verdachte] was klaargekomen in haar werd ze boos. [medeverdachte] en [verdachte] moesten lachen. Toen [verdachte] klaar was, wilde [medeverdachte] er weer in. Op een gegeven moment moest ze samen met [slachtoffer 2] de lul van [medeverdachte] in haar mond doen. Hij zei daarbij: ‘delen’. [medeverdachte] zei heel vaak: ‘delen, delen’. [verdachte] had haar haar heel strak vast. Ze moest ook de ballen van [medeverdachte] in haar mond doen. [verdachte] stond achter haar en pakte haar haren heel hard vast en begon haar hoofd heen en weer te bewegen. Ze zei toen tegen [verdachte] dat het pijn deed en dat ze het zelf wel kon. [slachtoffer 2] en zij moesten constant afwisselen. De ene keer had ze de penis van [medeverdachte] in haar mond en zat [slachtoffer 2] aan de zijkant van zijn penis en dan weer andersom. Ze heeft op haar zelf gelet, maar ze heeft ook opgelet of [slachtoffer 2] het oké vond. Ze zag wel genoeg. [medeverdachte] en [verdachte] gingen met [slachtoffer 2] hetzelfde om als met haar. Ze weet niet hoe [slachtoffer 2] het heeft ervaren, want ze heeft haar niet gesproken. [slachtoffer 2] was heel ver heen en ze deed gewoon wat ze zeiden. Ze sloegen [slachtoffer 2] hard op haar kont en ze likten en neukten haar ook. Ze heeft [slachtoffer 2] pas later ‘stop’ horen zeggen. Ze is voor haar opgekomen en toen werd [medeverdachte] boos op haar. Daarna gingen ze weer roken. Ze hoopte dat het klaar was. Ze ging op bed liggen, omdat ze het koud had en ze was misselijk. Dit zei ze ook. Ze is toen een beetje in slaap gevallen. Toen ze weer wakker was, zei ze dat ze een taxi ging bellen. Ze zei dat ze echt niet meer kon, maar toen mocht ze niet gaan. Ze zei tegen [medeverdachte] dat ze naar huis wilde en dat ze ziek was. [medeverdachte] zei dat ze fake deed en dat ze krokodillentranen had. Ze mocht niet gaan en ze viel toen in slaap in bed. [medeverdachte] en [verdachte] maakten haar wakken en ze zeiden dat ze nog niet klaar waren met haar. [verdachte] begon haar hoofd naar zijn penis te duwen. Toen ze zei dat ze zich niet goed voelde, keek [verdachte] haar heel boos aan. Hij begon dingen te zeggen als: ‘wat doe je nou moeilijk man’ en ze noemden haar een ‘hoer’, een ‘bitch’ en een ‘kankerbitch’. Alles deed op een gegeven moment pijn. Ze was bang en ze durfde niet te schreeuwen. Hij was agressief en schreeuwde. Hij sloeg op hun kont en heeft haar bij haar gezicht vastgepakt en in haar gezicht geslagen. Ze wilde naar de deur rennen, maar ze ging in een soort survivalmode. Toen ze zei dat ze ziek was, zei [verdachte] : ‘wat is er met jou? Je lichaam is ziek, maar je pussy niet’. Hij zei dit op een boze manier. [medeverdachte] pakte haar bij de arm en ze moest rechtop gaan zitten. Hij zei dat ze fake deed. [verdachte] keek haar aan en zei: ‘ik ben nog niet klaar met jou’. Ze wist toen dat ze weg moest. Ze is naar de badkamer gegaan en heeft overgegeven en gedoucht. [medeverdachte] maakte de deur open van de buitenkant. [verdachte] ging daarna weer met haar door. Hij neukte haar. Hij zei dat ze ‘unfinished business’ hadden. Zijn penis ging in haar vagina. Ze keek de hele tijd boos. [slachtoffer 2] zei niks, want ze was zo ver heen. Ze heeft alleen gezegd dat [slachtoffer 1] echt ziek was. [verdachte] ging door en ze heeft aangegeven dat het pijn deed. Hij ging toen glijmiddel gebruiken. Hij neukte haar weer en ze vroeg of ze even mocht gaan liggen. Ze zei dat ze zich niet goed voelde en ze zei dat het pijn deed. Ze ging op enig moment ook huilen. Dat was met [medeverdachte] . Het was echt constant neuken. Dan even twee minuten roken en dan weer neuken. Vervolgens wilde [medeverdachte] met haar naar beneden. Hij wilde even privacy. Hij heeft de slaapkamerdeur van [verdachte] en [slachtoffer 2] dichtgetrokken en toen begon ze te huilen. Ze zei dat ze niet meer kon. Hij zei dat het krokodillentranen waren. Hij werd heel boos en zei: ‘wat zit je daar weer met je bh aan, doe uit’. Ze werd bang en durfde niet meer te huilen. Ze gingen weer naar boven. [verdachte] wilde toen privé met haar zijn. Ze ging met [verdachte] weer naar beneden. Beneden aan de trap begon ze te huilen. [verdachte] bleef maar zeggen: ‘stop crying’. Hij raakte haar aan bij haar kont, vagina en borsten. Ze zei dat ze niet wilde en toen werd hij boos. Ze vroeg of hij eten voor haar kon maken. Ze maakte een smoesje en zei: ‘if I don’t eat, I don’t have energy’. [verdachte] had rijst gemaakt en ze gingen eten. [slachtoffer 2] en [medeverdachte] kwamen ook naar beneden. Na het eten kwam het een beetje aan z’n einde. Het was rond 05:00 uur ’s ochtends. [medeverdachte] zei dat ze een taxi moest bellen, omdat hij moe was. Ze belde taxi [naam] . [medeverdachte] was in slaap gevallen op de bank. [verdachte] heeft [slachtoffer 2] naar bed gebracht. [slachtoffer 1] is naar buiten gegaan en in de taxi gestapt. Taxi [naam] heeft haar naar de politie gebracht. Tijdens de seks hebben [medeverdachte] en [verdachte] haar meerdere keren bij haar keel gegrepen. Dat deed pijn bij haar nek en sleutelbeen. Ze kreeg ook even geen lucht. Het vingeren, zoenen, neuken in de vagina en pijpen met [medeverdachte] en [verdachte] was tegen haar wil. Ook de vinger in haar kont door [medeverdachte] was tegen haar wil. Ze hebben haar echt heel veel pijn gedaan.

Verklaringen [slachtoffer 2]

De politie heeft op 22 februari 2026 ook een informatief gesprek zeden gevoerd met [slachtoffer 2] . Zij vertelde daarbij het volgende.

Ze was vrijdagnacht met twee jongens meegegaan. In het begin ging het goed. Ze hadden wat gedronken daar thuis. [slachtoffer 1] was beneden en zij was boven. Ze heeft met beide jongens seks gehad. Dit was vrijwillig. Op een gegeven moment waren ze moe. Alles was beurs en ze wilde geen seks meer, maar dit interesseerde de mannen niets. Ze wilden gewoon doorgaan. Het is constant doorgegaan, tot in de ochtend van 22 februari 2026. Het ging om pijpen, neuken, anale seks, alles. Dit was met beide mannen. [verdachte] gebruikte eerst een condoom, maar daarna niet meer. De andere man ook. Daarna keken ze er helemaal niet meer naar om. Eerst was de seks vrijwillig, maar het werd steeds agressiever en harder. Dit was bij beide mannen zo. De anale seks was alleen met [medeverdachte] . Ze deden gewoon hun ding en zij sliep half. [verdachte] had hem gewoon erin gedaan, terwijl ze half sliep. Ze zei wel dat hij dit niet moest doen. [medeverdachte] wilde haar anaal nemen, maar ze zei dat ze dit niet wilde. Hij zei dat ze zich moest ontspannen. Ze probeerde hem weg te duwen toen hij achter haar kwam staan en raakte hem daarbij bij zijn benen aan. [medeverdachte] greep haar bij haar keel. Ze kreeg bijna geen adem. Verder heeft hij haar in haar rug en kont geknepen. Ook beet hij in haar billen en heeft hij haar borsten aangeraakt. [verdachte] heeft haar op haar kont geslagen en ook bij haar keel gepakt. Dit ging minder hard dan [medeverdachte] dit deed. Ze had xtc en alcohol gebruikt.

[slachtoffer 2] heeft op 23 februari 2026 aangifte gedaan en zij heeft daarbij het volgende verklaard. Zij heeft zelf de keuze gemaakt om mee te gaan en ze heeft er zelf voor gekozen om het te doen. Uiteindelijk heeft ze gezegd dat het pijn deed en dat ze niet meer wilde. Ze heeft dus wel tegen haar zin in seks gehad. Dit gebeurde bij [verdachte] thuis. Ze had gedronken en meerdere xtc-pillen gebruikt. Ze weet dat ze seks met [verdachte] heeft gehad. [slachtoffer 1] en [medeverdachte] waren op dat moment beneden. Zij zijn ook nog boven geweest en toen hebben ze met z’n vieren gerookt en gepraat. [slachtoffer 1] en [medeverdachte] waren samen op de bank in slaap gevallen. Zij is zelf ook even in slaap gevallen. [slachtoffer 1] kwam toen binnen, want ze moest de lachgastank halen van [medeverdachte] . [medeverdachte] kwam toen ook naar boven. Tussendoor is er ook nog seks geweest. Zij heeft ook seks gehad met [medeverdachte] en [slachtoffer 1] is ook nog met [verdachte] naar beneden geweest. Hoe het allemaal precies is gegaan en in welke volgorde, weet ze niet meer. [slachtoffer 1] voelde zich niet lekker. Ze zei dat ze ziek was en dat ze naar huis wilde. Ze heeft nog een hele tijd op bed onder een deken gelegen. De jongens maakten haar steeds wakker als ze in slaap viel. Dit deden ze door haar gezicht aan te raken. Zij lag naast [slachtoffer 1] . [verdachte] lag aan haar kant van het bed en [medeverdachte] aan de kant van [slachtoffer 1] . Ze was heel moe en ze viel steeds weg, maar [verdachte] had hem eigenlijk gewoon erin gestopt, terwijl zij half sliep. Hij stopte zijn piemel in haar vagina. Dit ging best wel een tijdje zo door. Op een gegeven moment wilden ze naar de winkel gaan. [medeverdachte] bleef thuis, zodat [verdachte] alleen op de fiets kon. Ze heeft toen seks gehad met [medeverdachte] . Ze werd rond 18:00 uur wakker. Ze zei toen tegen [slachtoffer 1] dat ze helemaal beurs was en dat het pijn deed. Ook voordat ze seks hadden, heeft ze bij [medeverdachte] aangegeven dat het pijn deed. [verdachte] had eerder ook glijmiddel erbij gepakt. Eigenlijk is er constant seks geweest, met allebei. Ze wist nog dat ze met [verdachte] bezig was en dat [medeverdachte] iets met [slachtoffer 1] wilde doen. [slachtoffer 1] begon toen te huilen en [medeverdachte] werd kwaad op haar. [medeverdachte] nam haar mee naar beneden. Later kwamen ze weer boven. Zij is later nog met [medeverdachte] beneden geweest. Daar wilde hij anale seks. Dit wilde ze niet en ze heeft nog geprobeerd hem via achter weg te duwen met haar hand. Dit lukte niet en toen zei hij dat ze maar moest ontspannen. Toen is er anale seks geweest. [medeverdachte] en zij zijn vervolgens gaan douchen. Toen zij de slaapkamer binnenkwam, was [verdachte] weer met [slachtoffer 1] bezig. Daarna had ze met hen allebei nog seks, met [verdachte] en [medeverdachte] . Dit ging steeds harder. Haar keel werd dichtgeknepen en er werd aan haar haren getrokken. Op enig moment kneep [verdachte] haar keel dicht. [medeverdachte] stond ernaast en deed ook zijn handen om haar keel. Even later zijn ze naar beneden gegaan om te eten. Ze vermoedt dat het toen ongeveer 06:00 uur was. [slachtoffer 1] had een taxi gebeld. Zijzelf zat op de bank en was half in slaap gevallen. [medeverdachte] lag naast haar op de bank. Hij was al eerder in slaap gevallen. [verdachte] wilde weer naar boven. Zij is met [verdachte] op bed gaan liggen. Hij bleef aan haar borsten zitten en hij bleef proberen om seks te hebben met haar. [medeverdachte] kwam daarna boos naar boven. Hij zei: ‘die kankerhoer is weggegaan en heeft mij laten liggen en ze heeft de voordeur open laten staan, zodat ik niet hoorde dat ze wegging’. Dit was om 06:45 uur. Zij is toen weer een beetje in slaap gevallen. Vanaf zaterdagavond, toen [slachtoffer 1] de lachgastank kwam halen en ze tegen elkaar zeiden dat alles schraal was en pijn deed, toen wilde ze eigenlijk niet meer. Ze hebben meerdere keren aangegeven bij [medeverdachte] en [verdachte] dat alles pijn deed, droog was en schraal. [slachtoffer 1] heeft ook meerdere keren aangegeven dat ze zich niet lekker voelde. Ze heeft seks met [verdachte] gehad tegen haar wil. Dit ging heel hard. Hij kneep haar keel hard dicht, waardoor ze geen lucht meer kreeg en hij trok aan haar haar. Ze had hele plukken haar in haar hand. Ze heeft minimaal vijf keer onvrijwillige seks gehad met [verdachte] . Ook met [medeverdachte] is er seks tegen haar wil geweest. Normale seks en anale seks. Ze zit helemaal onder de blauwe plekken. [medeverdachte] heeft in haar bil gebeten en wodka over haar vagina gegoten. Dit deed heel veel pijn. Ze denkt dat ze drie keer seks heeft gehad met [medeverdachte] tegen haar wil.

In een aanvullend verhoor op 4 maart 2026 heeft [slachtoffer 2] verklaard dat het van haar kant niet meer vrijwillig was vanaf het moment dat ze kort hebben geslapen op zaterdagmiddag. Er is daarna nog heel vaak seks geweest. Ze weet niet meer hoe vaak. Het ging ook door terwijl ze lag te slapen. [slachtoffer 1] en zij hebben meerdere keren aangegeven dat alles pijn deed en beurs was. [slachtoffer 2] heeft ook een paar keer ‘nee’ gezegd. [medeverdachte] zei op enig moment tegen [slachtoffer 1] dat zij haar moest likken. Dit is ook gebeurd. [slachtoffer 1] heeft haar gelikt bij haar vagina en zij heeft de tepels van [slachtoffer 1] gelikt. [slachtoffer 1] moest ook een vinger anaal bij haar inbrengen. Ook dit is gebeurd. Zij wilde dit niet.

Getuige [getuige]

Getuige [getuige] heeft verklaard dat hij werkt als taxichauffeur en dat hij [slachtoffer 1] vaker heeft weggebracht. Op 21 februari 2026 om 18:57 uur kreeg hij een appje van [slachtoffer 1] of hij aan het werk was. Om 00:54 uur stuurde ze vraagtekens. Om 04:56 uur stuurde [slachtoffer 1] het adres waar ze verbleef, [adres] in Zevenaar. Ze hadden daarvoor met elkaar gebeld. Toen hij daar aankwam, kwam [slachtoffer 1] heel stiekem de deur uit. Ze vertelde dat ze bij [naam] met een meisje was meegegaan. Dit vertelde [slachtoffer 1] toen ze in de auto zat te huilen. Ze vertelde dat ze was verkracht en geslagen. Ze zei dat ze zoveel pijn had. Voorkant, achterkant, tieten. Ze waren ruw, zei ze, ze is ook gebeten. En die andere vrouw ook. Getuige zei dat ze aangifte moest doen. Toen hij vroeg of ze aangifte wilde doen, is hij omgedraaid en naar het politiebureau gereden. Getuige zag angst bij [slachtoffer 1] . Hij vond haar heel bleek en heel bang. Ze was normaal niet zo bang. Ze kwam al raar de deur uit, angstig. Ze stapte in en zei dat ik weg moest rijden, heel snel. Bij de rechter-commissaris heeft [getuige] verklaard dat [slachtoffer 1] er geslagen uitzag. Hij bedoelde daarmee dat haar haren in de war zaten. Ze liet zien dat ze een beetje blauw was. Ze liet haar armen zien. Getuige zag een beetje geforceerde huid, een beetje rood. Ze liet haar hals zien. Hij verklaarde dat je kon zien dat er geknepen was.

Letsel

Op 27 februari 2026 dag is het lichaam van [slachtoffer 1] onderzocht. Daarbij zijn foto’s betrokken die bij het zedenonderzoek op 22 februari 2026 zijn gemaakt. De forensisch arts constateert – samengevat weergegeven – onder meer de volgende letsels bij haar:

- Bloeduitstortingen op de oorschelp, linker voorzijde van de hals, de linker bil en de linkerzijde van de elleboog

- Schaaf-/kraswonden achter het rechteroor, op twee plekken boven het linker sleutelbeen, op drie plekken boven het rechter sleutelbeen nabij de hals, op twee plekken op de borst, op vier plekken op de rechterborst, op vier plekken op de linkerborst, op vijf plekken op de buik, op de linkerschouder, op drie plekken op de rechterschouder, op zes plekken onder het rechter schouderblad en op twee plekken bij de bekkenkam;

- Roodheid van de huid op de linkerzijde van de onderlip en op zes plekken op de linkerzijde van de bovenrug;

- Een bloeduitstorting op de linkerzijde van de linkerelleboog;

- Schaaf-/kraswonden op de rechter onderarm, de linkerhand, de linker bovenarm, het rechterbovenbeen en nabij de rechterenkel;

- Roodheid van de huid op de linkerhand.

Het lichaam van [slachtoffer 2] is op 27 februari 2026 onderzocht, waarbij foto’s zijn betrokken die bij het zedenonderzoek op 22 februari 2026 zijn gemaakt. De forensisch arts constateerde – – samengevat weergegeven – de volgende letsels bij haar:

- Roodheid van de huid op de kaakrand, op meerdere plekken op de rechterzijde van de bovenrug, op twee plekken op de borstkas en op de onderrug;

- Hematomen (bloeduitstortingen) op de linkerzijde van de hals, nabij het sleutelbeen, op de rechterzijde van de hals, op de rechterborst, op de rechterbil en op de bekkenkam;

- Hematomen op de bovenarm bij de linker oksel, op de achterzijde van het linkeronderbeen, op het linker bovenbeen nabij de knie, aan de binnenzijde van het linker bovenbeen, aan de binnen- en voorzijde van het linkeronderbeen op meerdere plekken en aan de voorzijde van het rechteronderbeen.

Afbeelding vuurwapen

Onder [medeverdachte] is een telefoon (Redmi 15C) in beslag genomen. Daarop was het Facebookaccount [account] geïnstalleerd en Whatsapp op naam van [medeverdachte] . Op de telefoon stond een afbeelding waarop een zilverkleurig vuurwapen te zien was. De persoon die het vuurwapen vast had, had een tatoeage en een litteken op zijn linkerarm. Verbalisant zag verder een foto waarop [medeverdachte] te zien was. Op die foto was een tattoeage en een litteken te zien dat overeenkwam met de foto van de persoon met het vuurwapen.

Verklaring [verdachte]

heeft verklaard dat [medeverdachte] ook een beetje agressief deed tegen de meiden. Hij heeft ook tegen [medeverdachte] gezegd dat hij rustig moest doen met die meiden. Hij noemde ze kutwijven en zo.

Betrouwbaarheid en steunbewijs

De rechtbank stelt voorop dat in alle strafzaken aangiftes kritisch, zorgvuldig en behoedzaam dienen te worden bezien. Dit geldt temeer in zedenzaken, waarin doorgaans alleen het vermeende slachtoffer en de vermeende dader bij de tenlastegelegde handelingen aanwezig zijn geweest en daarover uit eigen waarneming kunnen verklaren. In de kern gaat het vaak om het woord van de aangever tegen dat van de verdachte. Ook in deze zaak is dat het geval, zij het dat sprake is van twee aangeefsters en twee verdachten. De rechtbank dient daarom eerst te beoordelen of de verklaringen van aangeefsters betrouwbaar kunnen worden geacht en zo ja, of deze in voldoende mate steun vinden in ander bewijsmateriaal.

Bij de beoordeling van de betrouwbaarheid van een verklaring wordt onder meer gelet op de consistentie, gedetailleerdheid, authenticiteit en volledigheid van de verklaring. Daarnaast kan worden getoetst aan gegevens uit objectieve bronnen en kan meewegen of de inhoud van de verklaring, gelet op de vastgestelde omstandigheden, plausibel is. Ook kan bij de beoordeling worden betrokken of er omstandigheden aannemelijk zijn geworden die mogelijk van beslissende invloed zijn op de (betrouwbaarheid van de) verklaring.

De rechtbank concludeert dat de verklaringen van aangeefsters [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] elk voor zich zeer gedetailleerd zijn en dat zij (gekeken naar de verklaringen tijdens de eerste gesprekken met de politie, de informatieve gesprekken zeden, de aangiftes en het aanvullend verhoor van [slachtoffer 2] ) consistent zijn. Dat de verklaring van [slachtoffer 1] bij de rechter-commissaris op bepaalde punten afwijkt van haar eerdere (consistente) verklaringen, kan te maken hebben met het tijdsverloop. De verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] komen verder – over en weer – op essentiële punten met elkaar overeen over hetgeen in de woning is gebeurd. Uit de verklaringen volgt (onder meer) dat in de woning de sfeer op enig moment omsloeg en steeds agressiever werd. Zij hebben allebei beschreven dat het neuken de hele tijd doorging en dat de mannen steeds afwisselden. Ook hebben zij allebei verklaard dat [slachtoffer 2] heel ver heen was door de alcohol en drugs en dat [slachtoffer 1] zich op enig moment niet lekker voelde en moest huilen. Allebei hebben zij meerdere keren aangegeven dat het pijn deed. Ook hebben zij verklaard dat [slachtoffer 2] op enig moment ‘stop’ zei. Tijdens de seksuele handelingen werden zij door de verdachten aan hun haren getrokken, werd er op hun billen en rug geslagen en werd hun keel dichtgeknepen. Tot slot hebben zij allebei verklaard dat [slachtoffer 1] uiteindelijk stiekem de woning heeft verlaten en dat zij daarbij de voordeur open liet staan.

De rechtbank houdt ook rekening met de manier waarop de aangiftes tot stand zijn gekomen. [slachtoffer 1] is in de ochtend van 22 februari 2026 in een taxi gestapt en is - op initiatief van de taxichauffeur - naar het politiebureau gebracht. Zij heeft, zonder nog met [slachtoffer 2] te spreken, diezelfde dag haar verhaal verteld. [slachtoffer 2] is vervolgens door de politie opgehaald bij de woning, waarna ook zij direct in gesprek is gegaan met de politie. Van onderlinge beïnvloeding kan daarom geen sprake zijn geweest. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] betrouwbaar.

De verklaringen van aangeefsters vinden daarnaast steun in het dossier. De taxichauffeur, getuige [getuige] , zag dat [slachtoffer 1] heel angstig was toen hij haar ophaalde en dat zij moest huilen toen zij vertelde wat er was gebeurd. De rechtbank betrekt daarbij dat [getuige] [slachtoffer 1] kende, en dat hem opviel dat zij anders was dan normaal; dat zij normaliter niet zo bang was en dat zij raar de deur uit kwam, angstig. Hij zag ook dat zij een blauwe plek had en rode verkleuringen op haar armen. [getuige] vond de situatie kennelijk dusdanig ernstig, dat hij voorstelde om direct door te rijden naar het politiebureau. Daar werden door de verbalisant krassen in haar nek gezien. Ook bij [slachtoffer 2] werden, toen zij eenmaal op het politiebureau was en vrijuit kon praten, emoties waargenomen door de verbalisant. Door de forensisch arts werden bij beide vrouwen voorts uiteenlopende letsels (zoals krassen, blauwe plekken en rode huidverkleuringen) gezien op plaatsen die naar het oordeel van de rechtbank passen bij de verklaringen van aangeefsters over het toegepaste geweld, zoals op de bil, de rug en de hals. [slachtoffer 1] gaf op 27 februari direct aan dat een bepaalde plek in de hals op een later moment, na de ten laste gelegde periode, is ontstaan. Dat [slachtoffer 1] dit eerlijk vertelt, draagt voor de rechtbank bij aan de authenticiteit van haar verklaring. [slachtoffer 1] heeft verder verklaard dat [medeverdachte] haar een afbeelding van een vuurwapen liet zien op zijn telefoon. Een dergelijke afbeelding is ook daadwerkelijk op zijn telefoon aangetroffen. Ook dit bevestigt naar het oordeel van de rechtbank haar verklaring. Ook de verklaring van [verdachte] dat [medeverdachte] agressief deed tegen aangeefsters bevestigt dit beeld.

Opzetverkrachting

Van opzetverkrachting is sprake als de verdachte met een ander seksuele handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, terwijl hij – al dan niet in voorwaardelijke zin – wist dat bij de ander de wil daartoe ontbrak. Van wetenschap van een ontbrekende wil bij de ander is in het algemeen sprake als de ander met duidelijke verbale of non-verbale signalen te kennen heeft gegeven het seksuele contact niet op prijs te stellen en de verdachte dit seksuele contact toch heeft voortgezet. De rechtbank overweegt hierover het volgende.

[slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij verbaal heeft aangegeven dat zij de seksuele handelingen niet wilde. Later heeft zij ook aangegeven dat het pijn deed en dat zij zich niet lekker voelde. Ook [slachtoffer 2] heeft verklaard dat zij [slachtoffer 1] meermaals heeft horen zeggen dat zij zich niet lekker voelde, dat ze ziek was en dat ze pijn had. [slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij op enig moment moest huilen, hetgeen ook door [slachtoffer 2] wordt bevestigd: ik hoorde dat [slachtoffer 1] begon te huilen en toen werd [medeverdachte] boos. [slachtoffer 1] gaf zij non-verbale signalen van verzet, bijvoorbeeld door niet in de (volgens de verdachten) goede houding te gaan zitten. De rechtbank heeft gezien dat de taxichauffeur heeft verklaard dat [slachtoffer 1] hem heeft verteld dat de seksuele handelingen in eerste instantie vrijwillig begonnen. Volgens de rechtbank kan op basis van de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] worden vastgesteld dat [slachtoffer 1] in ieder geval vanaf enig moment zowel verbale als non-verbale signalen van verzet heeft gegeven die voor de verdachten kenbaar waren en dat de verdachten desondanks bleven doorgaan. Voor [slachtoffer 2] geldt dat zij heeft verklaard dat de seks vrijwillig begon, maar dat dit op enig moment veranderde in onvrijwillige seks en dat zij dit ook kenbaar heeft gemaakt. Zij was half aan het slapen, zij zei dat het pijn deed, zij heeft wel een paar keer ‘nee’ gezegd en zij heeft ook ‘stop’ gezegd. Ook zij is hierin consistent en dit moet voor de verdachten kenbaar zijn geweest. [slachtoffer 1] heeft eveneens verklaard dat zij [slachtoffer 2] “stop” heeft horen zeggen. Dat zij toen voor [slachtoffer 2] is opgekomen en dat [medeverdachte] toen boos op haar werd.

Beide aangeefsters hebben verklaard dat de seks maar bleef doorgaan, terwijl zij aangaven dit niet meer te willen. Beide verdachten hebben daarbij geweld gebruikt tegen beide aangeefsters. Verdachten reageerden op het verbale verzet onder meer door te zeggen: Hou je bek bitch en [medeverdachte] zei tegen [slachtoffer 1] : wat sta je daar stom te liggen bitch, beetje power! Uit deze uitlatingen volgt eveneens dat verdachten wisten dat de seks onvrijwillig was.

Dat [slachtoffer 2] hetgeen waarover zij verklaart zelf geen verkrachting zou noemen, zoals zij later bij de rechter-commissaris heeft gezegd, is niet relevant; bepalend is wat volgens haar feitelijk is gebeurd, en niet hoe zij dat juridisch duidt.

Het voorgaande – in samenhang bezien met de rest van het dossier – leidt tot de conclusie van de rechtbank dat de seksuele handelingen (waaronder het seksueel binnendringen) tegen de wil van aangeefsters zijn geweest en dat de verdachten dit wisten. Verdachten hebben zich daarmee schuldig gemaakt aan opzetverkrachting.

Gekwalificeerde opzetverkrachting en mishandeling

De rechtbank concludeert verder dat uit al het bovenstaande kan worden afgeleid dat de opzetverkrachtingen zijn voorafgegaan van dwang en vergezeld van dwang en geweld.

Uit de verklaringen van beide aangeefsters volgt dat er verschillende dreigende en dwingende uitspraken zijn gedaan door de verdachten. Ook zijn aangeefsters op verschillende plekken geslagen en hardhandig vastgepakt en -gehouden. Verder zijn zij door beide verdachten in hun keel geknepen en aan hun haren getrokken. Dit alles heeft pijn en letsel veroorzaakt, zoals uit de verklaringen en de letselbeschrijvingen is gebleken.

Hiermee is sprake van een eendaadse samenloop van gekwalificeerde opzetverkrachting en mishandeling door de verdachten van zowel [slachtoffer 1] als [slachtoffer 2] .

Medeplegen

De rechtbank is tot slot van oordeel dat de verdachten bij dit alles bewust en nauw hebben samengewerkt. Zij hebben allebei geweld gebruikt en seksuele handelingen tegen de wil van aangeefsters verricht. Daarbij werd er door hen steeds afgewisseld. Ook werden er uitspraken gedaan als ‘mijn vriend wil ook’ en werden er gelijktijdig, gezamenlijk seksuele handelingen verricht met de aangeefsters. Dit alles is urenlang doorgegaan, waarbij de verdachten zich geen van beiden aan de situatie hebben onttrokken. De rechtbank acht hiermee ten aanzien van alle ten laste gelegde feiten bewezen dat sprake was van medeplegen.

Conclusie

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde onder de feiten 1 tot en met 4. In het dossier werd geen steun aangetroffen voor de verklaring van [slachtoffer 1] dat [medeverdachte] de badkamerdeur van buitenaf heeft geopend met een mes. Ook kan uit het dossier niet worden afgeleid dat [slachtoffer 2] in haar nek is gebeten en dat verdachte (of de medeverdachte) zijn tong tussen of over de schaamlippen van [slachtoffer 2] heeft gebracht. De rechtbank zal verdachte van deze onderdelen op de tenlastelegging vrijspreken.

3 De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1, feit 2, feit 3 en feit 4 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:

1.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 februari 2026 tot en met 22 februari 2026 te Zevenaar tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met een persoon, te weten [slachtoffer 1] , een of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten

- het brengen van zijn penis in de mond en/of de vagina van die [slachtoffer 1] en/of

- het brengen van zijn vingers in de vagina en/of de anus van die [slachtoffer 1] en/of

- het betasten van de billen en/of de borsten en/of de vulva van die [slachtoffer 1] en/of

- het zoenen van de mond van die [slachtoffer 1] ,

terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader, wist(en) dat bij die [slachtoffer 1] daartoe de wil ontbrak, en welke opzetverkrachting werd voorafgegaan door, dwang en vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door

- ( meermaals) geweldshandelingen te plegen jegens die [slachtoffer 1] , te weten door (met kracht) in haar keel te knijpen en/of aan haar haren te trekken en/of haar armen en benen vast te pakken en/of op haar gezicht, en billen en rug te slaan en/of

- ( onder andere) tegen die [slachtoffer 1] te zeggen “Je gaat niet weg, je blijft hier” en/of “Ik ben nog niet klaar met jou” en/of “Hou je bek bitch” en/of “Je gaat mij nu pijpen” en/of “Wat sta je daar stom te liggen bitch, beetje power”, althans woorden van soortgelijke dreigende en/of dwingende en/of agressieve aard of strekking en/of

- (meermaals) tegen die [slachtoffer 1] te zeggen dat zij de woning, waarin zij zich bevonden, niet mocht verlaten en/of toen zij zich opsloot in de badkamer, de badkamerdeur van buitenaf (met een mes) open te maken en/of

- een mes en/of een (foto van een) (vuur)wapen te tonen aan die [slachtoffer 1] en/of

- misbruik te maken van zijn/hun fysieke en/of numerieke en/of psychische overwicht op die [slachtoffer 1] en/of het feit dat zij (in verregaande mate) onder invloed was van alcohol en/of drugs en/of

- zich agressief en/of dwingend en/of dreigend op te stellen richting die [slachtoffer 1] en/of

- ( meermaals) voorbij te gaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [slachtoffer 1] en/of

- ( hierdoor) een zodanig bedreigende en/of beangstigende situatie te creëren dat die [slachtoffer 1] zich niet, althans onvoldoende aan voornoemde seksuele handelingen kon en durfde te onttrekken.

2.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 februari 2026 tot en met 22 februari 2026 te Zevenaar tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met een persoon, te weten [slachtoffer 2] , een of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten

- het brengen van zijn penis in de mond en/of vagina en/of de anus van die [slachtoffer 2] en/of

- het brengen van zijn tong tussen en/of over de schaamlippen van die [slachtoffer 2] en/of

- het betasten van de billen en/of de borsten van die [slachtoffer 2] , terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader, wist(en) dat bij die [slachtoffer 2] daartoe de wil ontbrak, en welke opzetverkrachting werd voorafgegaan door, dwang en vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door

- ( meermaals) geweldshandelingen te plegen jegens die [slachtoffer 2] , te weten door (met kracht) in haar keel te knijpen en/of aan haar haren te trekken en/of op haar billen en rug te slaan en/of in haar rug en billen te knijpen en/of in haar billen en nek te bijten en/of

- misbruik te maken van zijn/hun fysieke en/of numerieke en/of psychische overwicht op die [slachtoffer 2] en/of het feit dat zij (in verregaande mate) onder invloed was van alcohol en/of drugs en/of het feit dat zij zich in slaperige toestand bevond en/of

- zich agressief en/of dwingend en/of dreigend op te stellen richting die [slachtoffer 2] en/of

- ( meermaals) voorbij te gaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet/weerstand van die [slachtoffer 2] en/of

- ( hierdoor) een zodanig bedreigende en/of beangstigende situatie te creëren dat die [slachtoffer 2] zich niet, althans onvoldoende aan voornoemde seksuele handelingen kon en durfde te onttrekken.

3.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 februari 2026 tot en met 22 februari 2026 te Zevenaar tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 1] heeft mishandeld door meermaals (met kracht)

- in haar keel te knijpen en/of

- aan haar haren te trekken en/of

- haar armen en/of benen vast te pakken en/of

- op haar gezicht, en/of billen en/of rug te slaan.

4.

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 21 februari 2026 tot en met 22 februari 2026 te Zevenaar tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer 2] heeft mishandeld door meermaals (met kracht)

- in haar keel te knijpen en/of

- aan haar haren te trekken en/of

- op haar billen en/of rug te slaan en/of

- in haar rug en/of billen te knijpen en/of

- in haar billen en/of nek te bijten.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.

Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.

Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Eendaadse samenloop van:

Feit 1: opzetverkrachting, gepleegd door twee verenigde personen, voorafgegaan door dwang en vergezeld van geweld, dwang en bedreiging, meermalen gepleegd;

en

Feit 3: mishandeling, gepleegd door twee verenigde personen, meermalen gepleegd;

en eendaadse samenloop van:

Feit 2: opzetverkrachting, gepleegd door twee verenigde personen, voorafgegaan door dwang en vergezeld van geweld, dwang en bedreiging, meermalen gepleegd;

en

Feit 4: mishandeling, gepleegd door twee verenigde personen, meermalen gepleegd.

5 De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6 De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7 De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 48 maanden. Daarnaast heeft de officier van justitie de oplegging van een vrijheidsbeperkende maatregel in de zin van artikel 38v Sr voor de duur van 5 jaren gevorderd, inhoudende een contactverbod met de slachtoffers, waarbij 7 dagen vervangende hechtenis kan worden toegepast voor iedere keer dat de maatregel wordt overtreden, met een maximum van 6 maanden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van de strafmaat, gelet op de bepleite vrijspraak.

De beoordeling door de rechtbank

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.

Verdachte en de medeverdachte hebben zich schuldig gemaakt aan meerdere verkrachtingen en mishandeling van de twee slachtoffers. Na het uitgaan gingen de slachtoffers mee naar de woning van één van de verdachten, waar de sfeer op enig moment omsloeg. De verdachten werden steeds dwingender en agressiever. Uiteindelijk zijn de slachtoffers gedurende zo’n vierentwintig uur in de woning geweest, waar zij tegen hun wil seksuele handelingen moesten verrichten en meermaals door beide mannen werden verkracht. De slachtoffers werden daarbij onder meer geslagen en aan hun haren getrokken. De mannen bleven urenlang doorgaan en gingen daarbij telkens voorbij aan de signalen van weerstand en verzet die de slachtoffers zowel verbaal als non-verbaal uitten. Het lukte de toch al kwetsbare slachtoffers niet om zich aan de situatie te onttrekken. Met deze gedragingen hebben de verdachten een zeer ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de vrouwen. Zij hebben zich daarbij enkel laten leiden door hun eigen seksuele behoeftes. Op deze ernstige gedragingen kan niet anders worden gereageerd, dan met de oplegging van een gevangenisstraf van aanzienlijke duur.

In de NIFP-rapportage van 14 september 2026 over verdachte benoemt de psycholoog dat er – gezien de afwezigheid van psychiatrische problematiek bij verdachte, het ontbreken van redenen het tenlastegelegde in verminderde mate toe te rekenen en het gemiddelde recidiverisico – geen gronden zijn om een advies voor ondersteuning of (zeden)behandeling in een strafrechtelijk kader uit te brengen. De reclassering heeft in het advies van 8 oktober 2026 aangegeven dat gezien de ontkennende houding van verdachte hoogstens een plan van aanpak opgesteld kan worden ten aanzien van de middelenproblematiek van verdachte en slachtofferbescherming.

Kijkend naar de hiervoor beschreven ernst van de feiten en naar de straffen die in vergelijkbare gevallen door rechters in Nederland worden opgelegd, acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde straf passend. De rechtbank ziet in de persoon van verdachte geen aanleiding om tot een andere straf te komen. Verdachte heeft geen enkele verantwoordelijkheid genomen voor zijn handelen en heeft zich – voortkomend uit die ontkennende proceshouding – onvoldoende gemotiveerd getoond voor enige vorm van begeleiding (door de reclassering). Een reclasseringstoezicht dat enkel gericht is op mogelijke middelenproblematiek (waarvoor verdachte geen intrinsieke motivatie heeft) heeft volgens de rechtbank onvoldoende toegevoegde waarde. De rechtbank acht de oplegging van een deels voorwaardelijke straf dus niet zinvol.

Alles afwegende zal de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 4 jaren. De tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, zal op deze straf in mindering worden gebracht.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.

De rechtbank ziet– evenals de officier van justitie – ter beveiliging van de maatschappij en meer specifiek ter bescherming van de slachtoffers, aanleiding om aan verdachte een vrijheidsbeperkende maatregel ingevolge artikel 38v Sr op te leggen. Die maatregel houdt in dat het verdachte wordt verboden om contact te zoeken met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] . Het gaat immers om ernstige, indringende strafbare feiten en uit het dossier kan worden afgeleid dat de verdachten en de slachtoffers zich in dezelfde kringen begeven in de regio Arnhem. Daarmee bestaat er naar het oordeel van de rechtbank een reëel risico dat verdachte zich wederom belastend zal gedragen jegens de slachtoffers. De rechtbank bepaalt dat deze maatregel (maximaal) voor de duur van 5 jaren zal gelden. De vervangende hechtenis wordt vastgesteld op 7 dagen voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een maximum van 6 maanden.

8 De beoordeling van de civiele vorderingen

De volgende benadeelde partijen hebben zich in het strafproces gevoegd en een vordering tot schadevergoeding ingediend:

1) [slachtoffer 1] vordert een bedrag van € 10.000,00 aan smartengeld;

2) [slachtoffer 2] vordert een bedrag van € 10.000,00 aan smartengeld;

telkens vermeerderd met de wettelijke rente. Verder is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel verzocht.

Standpunten

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partijen kunnen worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in de vordering moeten worden verklaard.

Overweging van de rechtbank

Naar het oordeel van de rechtbank is vast komen te staan dat de benadeelde partijen als gevolg van het bewezenverklaarde feit immateriële schade hebben geleden. Er is sprake van lichamelijk letsel. Bovendien hebben verdachten met hun gedragingen de lichamelijke integriteit van de benadeelde partijen geschonden. Dit is aan de verdachten toe te rekenen. De aard en ernst van de normschending brengt mee dat de nadelige gevolgen daarvan voor de benadeelden zo voor de hand liggen dat de benadeelde partijen hiermee op andere wijze in hun persoon zijn aangetast, waarmee aan de wettelijke vereisten zoals genoemd in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek is voldaan.

Bij het bepalen van de hoogte van de immateriële schade zoekt de rechtbank in het geval van beide benadeelden aansluiting bij de categorie ‘ernstig’ zoals opgenomen in ‘De Rotterdamse Schaal’ als het gaat om geestelijk letsel als gevolg van seksuele misdrijven. In beide gevallen ging het om meerdere verkrachtingen door twee verschillende personen over een periode van meerdere uren, waarbij geweld werd gebruikt. Bij die categorie wordt als uitgangspunt een schadevergoeding tussen de € 7.500,00 en € 15.000,00 gehanteerd. De rechtbank houdt daarnaast rekening met de aard en ernst van de handelingen en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen plegen toe te wijzen.

Naar maatstaven van billijkheid zal de rechtbank aan beide benadeelde partijen smartengeld van € 8.000,00 toekennen. Over deze bedragen is wettelijke rente verschuldigd vanaf 22 februari 2026. De benadeelde partijen zullen voor het overige deel van de gevorderde smartengeld niet-ontvankelijk worden verklaard en kunnen dit deel van de vordering als zij dat wensen bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Verdachte wordt verplicht het aan de benadeelde partij toegewezen bedrag aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.

De rechtbank overweegt dat verdachte en zijn medeverdachte ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover zijn medeverdachte de schade heeft vergoed.

De proceskosten worden tot op heden begroot op nul.

9 De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen 36f, 47, 55, 57, 243 en 300 van het Wetboek van Strafrecht.

10 De beslissing

De rechtbank:

 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;

 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;

 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;

 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;

 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren;

 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

 legt een vrijheidsbeperkende maatregel op grond van artikel 38v van het Wetboek van Strafrecht op, inhoudende dat op geen enkele manier – direct of indirect – contact heeft of zoekt met:

- [slachtoffer 1] , geboren op [geboortedag] 2002;
- [slachtoffer 2] , geboren op [geboortedag] 1993,

zo lang het Openbaar Ministerie dit verbod nodig vindt, voor maximaal 5 jaren. De politie ziet toe op de handhaving van dit contactverbod;

 beveelt dat vervangende hechtenis van 7 dagen wordt toegepast voor iedere keer dat niet aan de maatregel wordt voldaan, met een totale duur van ten hoogste 6 maanden;

Beslissingen op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]

 veroordeelt verdachte in verband met het feit onder nummer 1 en 3 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van € 8.000,00 aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 februari 2026 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;

 veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot smartengeld;

 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 1] een bedrag te betalen van € 8.000,00 aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 februari 2026 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald.) Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 65 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;

 bepaalt dat als de medeverdachte (een deel van) het schadebedrag betaalt dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht;

Beslissingen op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]

 veroordeelt verdachte in verband met het feit onder nummer 2 en 4 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van € 8.000,00 aan smartengeld, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 februari 2026 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;

 veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;

 verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 2] voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot smartengeld;

 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat, ten behoeve van benadeelde partij [slachtoffer 2] een bedrag te betalen van € 8.000,00 aan smartengeld. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 februari 2026 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald.) Als dit bedrag niet wordt betaald, kunnen 65 dagen gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;

 bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partij in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;

 bepaalt dat als de medeverdachte (een deel van) het schadebedrag betaalt dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.W. van Kasbergen, voorzitter, mr. L.M. Vogel en
mr. O. El Kadi, rechters, in tegenwoordigheid van mr. H. Jansen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 oktober 2026.

Mr. El Kadi is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 3] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2026086312/PL0600-2026087884, gesloten op 18 mei 2026 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld. De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 13 oktober 2026. Proces-verbaal van bevindingen, p. 26-28. Proces-verbaal van bevindingen, p. 59. Proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden, p. 33-34. Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 1] , p. 40-41 en 46-54. Proces-verbaal van bevindingen informatief gesprek zeden, p. 67-68. Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer 2] , p. 72-75. Proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever [slachtoffer 2] , p. 83-84. Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 96-98. Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] bij de rechter-commissaris, aanvullend proces-verbaal, p. 2-3. Proces-verbaal van bevindingen (forensisch geneeskundige letselbeschrijving), p. 413-415. Forensisch geneeskundige letselbeschrijving [slachtoffer 2] , aanvullend proces-verbaal, p. 1-3. Proces-verbaal van bevindingen, p. 223-224 en 227. Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 572. Proces-verbaal van bevindingen, p. 409.