Civiel recht overig

Gedaagde heeft de premie over de perioden augustus en september 2023 niet betaald. Hierdoor voldoet hij niet…

Rechtbank Limburg, 25 maart 2026

Zaakgegevens

Op 25 maart 2026 heeft de Rechtbank Limburg in een bodemzaak uitspraak gedaan in een zaak over civiel recht.

Instantie
Rechtbank Limburg
Zittingsplaats
Maastricht
Datum uitspraak
25 maart 2026
Datum publicatie
19 maart 2026
Zaaknummer
11951900 \ CV EXPL 25-4534
Procedure
Bodemzaak
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2026:2673
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Gedaagde heeft de premie over de perioden augustus en september 2023 niet betaald. Hierdoor voldoet hij niet aan zijn betalingsverplichting uit hoofde van de zorgverzekeringsovereenkomst. De vordering van CZ wordt toegewezen.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Maastricht

Zaaknummer: 11951900 \ CV EXPL 25-4534

Vonnis van 25 maart 2026

in de zaak van

CZ ZORGVERZEKERINGEN N.V.,

te Tilburg,

eisende partij,

hierna te noemen: CZ,

gemachtigde: GGN Mastering Credit B.V.,

tegen

[gedaagde] ,

te [plaats],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

procederend in persoon.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met productie 1,
- de conclusie van antwoord,
- de conclusie van repliek tevens houdende akte vermindering van eis met producties 2 en 3,
- de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde] is met CZ een zorgverzekeringsovereenkomst aangegaan, uit hoofde waarvan [gedaagde] iedere maand premie moet betalen aan CZ.

2.2.

[gedaagde] heeft de premie over de maanden augustus en september 2023 niet betaald.

2.3.

Bij brief van 27 juni 2025 heeft CZ [gedaagde] gesommeerd om een bedrag van

€ 347,03 (hoofdsom, vermeerderd met rente en incassokosten) uiterlijk 2 juli 2025 te betalen.

2.4.

Hierna zijn partijen een betalingsregeling overeengekomen, maar deze is op 30 juli 2025 door [gedaagde] niet nagekomen, waarna de regeling is komen te vervallen en [gedaagde] is gedagvaard.

2.5.

Op 21 november 2025, na het uitbrengen van de dagvaarding, hebben partijen wederom een betalingsregeling getroffen. Hierin is afgesproken dat [gedaagde] steeds uiterlijk de eerste van de maand € 75,00 aan CZ moet betalen.

2.6.

Op 29 november 2025 is er een bedrag van € 75,00 door [gedaagde] aan CZ betaald.

3 Het geschil

3.1.

CZ heeft aanvankelijk gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 276,50, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

3.2.

CZ legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] met CZ een zorgverzekeringsovereenkomst is aangegaan en dat hij op grond van die overeenkomst aan haar periodiek premie verschuldigd is. [gedaagde] heeft een bedrag van € 276,50 aan premie over de perioden augustus en september 2023 niet betaald.

3.3.

Bij conclusie van repliek, tevens houdende vermindering van eis, heeft CZ haar vordering verminderd en gevorderd dat [gedaagde] wordt veroordeeld, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, om aan CZ te betalen een bedrag van € 201,50 (€ 276,50 - € 75,00) aan resterende premie over de maanden augustus en september 2023, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

3.4.

[gedaagde] erkent de vordering van CZ, maar stelt dat hij wegens zijn financiële situatie niet heeft kunnen betalen.

3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1.

Tussen partijen is niet in geschil dat [gedaagde] het bedrag van € 276,50 aan premie over de maanden augustus en september 2023 niet aan CZ heeft betaald. CZ heeft bij haar eiswijzing aangevoerd dat zij op 29 november 2025 uit hoofde van de inmiddels getroffen betalingsregeling een bedrag van € 75,00 van [gedaagde] heeft ontvangen. CZ heeft om die reden haar vordering met € 75,00 verminderd, waardoor – zo begrijpt de kantonrechter – een bedrag van € 201,50 aan openstaande premie resteert.

4.2.

De kantonrechter overweegt dat [gedaagde] op grond van de zorgverzekeringsovereenkomst gehouden is de maandelijkse premies te betalen. De persoonlijke financieel lastige situatie van [gedaagde] maakt dat helaas voor hem niet anders. [gedaagde] zal dan ook de resterende premie van € 201,50 over de maanden augustus en september 2023 alsnog moeten betalen.

4.3.

Gelet op al het voorgaande zal het door CZ gevorderde bedrag van € 201,50 worden toegewezen.

Proces- en nakosten

4.4.

[gedaagde] heeft verzocht om de proceskosten kwijt te schelden. De kantonrechter overweegt dat het niet betalen van de premie over de maanden augustus en september 2023 de reden is geweest voor het starten van deze procedure. CZ heeft daarvoor kosten moeten maken. In dat verband heeft CZ gesteld dat [gedaagde] de betalingsregeling had moeten nakomen waarmee hij een gang naar de rechter had kunnen voorkomen. Op grond van artikel 237 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt de partij die bij vonnis in het ongelijk wordt gesteld in de proceskosten veroordeeld. Op deze regel bestaan een aantal uitzonderingen, maar die doen zich in deze zaak niet voor.

4.5.

[gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van CZ worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

145,45

- griffierecht

€

135,00

- salaris gemachtigde

€

174,00

(2 punten × € 87,00)

- nakosten

€

43,50

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

497,95

5 De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan CZ te betalen een bedrag van € 201,50,

5.2.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 497,95, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

5.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. Quaedackers en in het openbaar uitgesproken en ondertekend door mr. Bisscheroux op 25 maart 2026.