Strafrecht overig
Rechtbank Limburg · Eerste aanleg - meervoudig · Strafrecht overig
Rechtbank Limburg, 20 februari 2019
ECLI:NL:RBLIM:2019:1552 · Rechtbank Limburg · 20 februari 2019
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/rechtbank-limburg/strafrecht/strafrecht-overig/eerste-aanleg-meervoudig/ecli-nl-rblim-2019-1552
Zaakgegevens
Op 20 februari 2019 heeft de Rechtbank Limburg in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Rechtbank LimburgRechtbankDe rechter die de meeste zaken als eerste behandelt: civiele zaken, strafzaken en bestuurszaken.Meer uitleg
- Zittingsplaats
- Roermond
- Datum uitspraak
- 20 februari 2019
- Datum publicatie
- 20 februari 2019
- Zaaknummer
- 03/659271-16
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Eerste aanleg - meervoudigMeervoudige kamerDe zaak is behandeld door drie rechters samen, meestal omdat zij ingewikkeld of zwaar is.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:RBLIM:2019:1552
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
---
Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Strafrecht
Parketnummer: 03/659271-16
Tegenspraak
Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 20 februari 2019
in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboortegegevens verdachte] ,
wonende te [adresgegevens verdachte] .
De verdachte wordt bijgestaan door mr. M.K.J. Dikkerboom, advocaat kantoorhoudende te Utrecht.
1 Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 6 februari 2019. De verdachte en zijn raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.
2 De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:
30 liter amfetamineolie heeft vervoerd dan wel voorhanden heeft gehad, al dan niet in vereniging gepleegd.
3 De beoordeling van het bewijs
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen op grond van de observaties van een aantal verbalisanten van politie en de in de kofferbak van de VW Golf aangetroffen bigshoppers met daarin 6 jerrycans met daarin totaal 30 liter vloeistof, waarvan het NFI heeft vastgesteld dat het amfetamineolie is. Ook de door de medeverdachte [medeverdachte 1] ter terechtzitting afgelegde bekennende verklaring en de door verdachte ter terechtzitting afgelegde verklaring dat hij op 29 juli 2016 meermaals telefonisch contact heeft gehad met medeverdachte [medeverdachte 2] draagt bij tot het bewijs dat de verdachten [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] en [verdachte] op 29 juli 2016 een afspraak hebben gehad en dat zij 30 liter amfetamineolie voorhanden hebben gehad, dan wel hebben vervoerd.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft geconcludeerd tot vrijspraak. Zij is van mening dat verdachte geen wetenschap had van het feit dat [medeverdachte 2] op 29 juli 2016 bigshoppers met jerrycans met amfetamineolie in de kofferbak van de VW Golf had geplaatst. Verdachte heeft alleen het geluid van het sluiten van de kofferbak gehoord. Kort daarna zijn alle 3 de inzittenden van de VW Golf door de politie aangehouden.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank is op grond van de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om te komen tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit. Zo ontbreekt naar het oordeel van de rechtbank bewijs voor wetenschap bij verdachte dat er amfetamineolie in de kofferbak werd gelegd. De verdachte omstandigheden waarnaar de officier van justitie verwees zijn onvoldoende redengevend om tot het bewijs van die wetenschap bij verdachte te komen. De rechtbank zal verdachte dan ook daarvan vrijspreken.
De beslissing
De rechtbank:
Vrijspraak
- spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde
Voorlopige hechtenis
- heft op het geschorste bevel met ingang van heden.
Dit vonnis is gewezen door mr. C.M. Nollen, voorzitter, mr. drs. J.M.A. van Atteveld en
mr. D.C.I. van Delft, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P.C.M. Müller, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 20 februari 2019.
Buiten staat
Mr. D.C.I. van Delft is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
De griffier is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
BIJLAGE I: De tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat
hij op of omstreeks 29 juli 2016 in de gemeente Venlo tezamen en in vereniging
met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft vervoerd, in elk
geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 30 liter amfetamine(olie), in
elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde
amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan
wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet