Strafrecht overig

Veroordeling (onder meer) voor criminele organisatie

Rechtbank Limburg, 5 oktober 2021

Zaakgegevens

Op 5 oktober 2021 heeft de Rechtbank Limburg in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Limburg
Zittingsplaats
Maastricht
Datum uitspraak
5 oktober 2021
Datum publicatie
6 oktober 2021
Zaaknummer
03/061433-19 03/036916-20 03090912-21
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2021:7538
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Veroordeling (onder meer) voor criminele organisatie

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummers : 03.061433.19, 03.036916.20 en 03.090912.21 (ttz.gev.)

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 5 oktober 2021

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1990,

wonende te [adres 1] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. W.W.J. Houben, advocaat, kantoorhoudende te Heerlen.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 21 september 2021. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er - na wijziging van de tenlastelegging in de zaak met parketnummer 03.061433.19 - kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte:

In de zaak met parketnummer 03.061433.19
Feit 1: in de periode van 1 oktober 2018 tot en met 13 maart 2019 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, die als oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde, vierde en vijfde lid, artikel 10a eerste lid, artikel 11 derde en vijfde lid en/of artikel 11a Opiumwet;

Feit 2: in de periode van 20 december 2018 tot en met 6 februari 2019, samen met anderen of alleen, hennep heeft geteeld in een pand aan de [adres 4] in Heerlen;

Feit 3: in de periode van 20 december 2018 tot en met 6 februari 2019, samen met anderen of alleen, elektriciteit heeft gestolen in een pand aan de [adres 4] in Heerlen door middel van braak of verbreking;

Feit 4: in de periode van 13 maart 2019 tot en met 14 maart 2019, samen met anderen of alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad:

- 266,1 gram heroïne (in een pand aan de [adres 2] );

- 380,3 gram heroïne, 107,8 gram cocaïne en 6 MDMA-pillen (in een pand aan de [adres 3] );

Feit 5: op 14 maart 2019, samen met anderen of alleen, 99,8 gram hennep opzettelijk aanwezig heeft gehad in een pand aan de [adres 3] ;

Feit 6: zich in de periode van 13 maart 2019 tot en met 14 maart 2019, samen met anderen of alleen, schuldig heeft gemaakt aan voorbereidingshandelingen in het kader van de handel in heroïne, cocaïne en MDMA, door:

- in een pand aan de [adres 2] versnijdingsmiddel (1325 gram paracetamol en/of coffeïne);

- in een pand aan de [adres 3] versnijdingsmiddel (760 gram paracetamol en/of coffeïne) en een heroïnepers,

voorhanden te hebben;

Feit 7: zich op 14 maart 2019, samen met anderen of alleen, schuldig heeft gemaakt aan voorbereidingshandelingen in het kader van de (beroepsmatige, bedrijfsmatige of grootschalige) hennepteelt, door voorwerpen (zoals koolstoffilters, ventilatoren en assimilatielampen) voorhanden te hebben in een pand aan de [adres 3] ;

In de zaak met parketnummer 03.036916.20

Feit 1: op 13 november 2019 al dan niet samen met een ander 147 hennepplanten heeft geteeld;

Feit 2: in de periode van 18 september tot en met 13 november 2019 al dan niet samen met een ander stroom van Enexis B.V. heeft gestolen;

Feit 3: op 13 november 2019 een elektrisch stroomstootwapen voorhanden heeft gehad;

In de zaak met parketnummer 03.090912.21
Feit 1: op 1 april 2021 een pistool, 2 patroonmagazijnen en een kogelpatroon voorhanden heeft gehad;
Feit 2: op 1 april 2021 166 gram hennep aanwezig heeft gehad.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

In de zaak met parketnummer 03.061433.19

De officier van justitie acht alle (7) ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend te bewijzen. Hij heeft eerst de feiten 2 tot en met 7 besproken, daarna feit 1 (deelname aan een criminele organisatie).

Feiten 2 en 3

Voor het bewijs van het in vereniging telen van hennep (feit 2) en de daarmee gepaard gaande diefstal van elektriciteit (feit 3) heeft de officier van justitie zich gebaseerd op:

- het proces-verbaal met betrekking tot het aantreffen van de hennepkwekerij;

- de verklaring van [getuige 1] over de - in de door haar gehuurde woning - aangetroffen hennepkwekerij en het aandeel van de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 1] daarin;

- verschillende berichten die in de telefoon van de medeverdachte [medeverdachte 1] zijn aangetroffen, die duiden op de betrokkenheid van de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 1] bij de hennepkwekerij.

Feiten 4 en 5

De officier van justitie heeft zich voor het bewijs van het aanwezig hebben van de in de woning aan de [adres 2] aangetroffen heroïne en de in de woning aan de [adres 3] aangetroffen heroïne, cocaïne en MDMA-pillen onder meer gebaseerd op de volgende bewijsmiddelen:

- de processen-verbaal doorzoeking ten aanzien van beide woningen waaruit volgt waar de diverse harddrugs zijn aangetroffen;

- de rapporten van de deskundige waaruit volgt dat het om heroïne, cocaïne en MDMA gaat;

- de verklaring van [getuige 1] met betrekking tot de verschillende stashplekken;

- de resultaten van het onderzoek aan de telefoons van de medeverdachte [medeverdachte 1] en de medeverdachte [medeverdachte 2] , waaruit volgt dat de verdachte en de twee medeverdachten ( [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ) handelen in soft- en harddrugs. Hoewel alleen het bezit ten laste is gelegd, kan daarmee volgens de officier van justitie worden aangetoond dat de verdachte én zijn twee medeverdachten de beschikkingsmacht hebben gehad over de verdovende middelen.

Feiten 6 en 7

Voor het bewijs dat de verdachte zich, samen met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] , schuldig heeft gemaakt aan de voorbereidingshandelingen in het kader van de productie van harddrugs (feit 6) en de hennepteelt (feit 7) heeft de officier van justitie zich onder meer gebaseerd op:

- de verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 2] ;

- de verklaring van [getuige 1] ;

- de resultaten van het onderzoek aan de telefoon van de medeverdachte [medeverdachte 1] .

Feit 1

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte, in ieder geval samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , heeft deelgenomen aan een criminele organisatie. Volgens hem is sprake van een samenwerkingsverband met een gemeenschappelijke doelstelling, welke doelstelling bestaat uit het telen van hennepplanten en het bereiden, bewerken, verwerken, verhandelen en aanwezig hebben van heroïne en cocaïne. Dat de verdachte en zijn medeverdachten zich met die activiteiten bezig hielden volgt reeds uit hetgeen door de officier van justitie ten aanzien van de feiten 2 tot en met 7 is betoogd. Daaruit kan het oogmerk van de organisatie worden afgeleid, aldus de officier van justitie. Voor het bewijs van de samenwerking heeft de officier van justitie zich gebaseerd op het onderzoek aan de telefoons van de medeverdachte [medeverdachte 2] en de medeverdachte [medeverdachte 1] . In die telefoons zijn verschillende berichten gevonden die gaan over het opzetten van de kwekerij en de sturing daarvan, alsmede over de handel in harddrugs. Uit de verklaring van [getuige 1] volgt dat de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 1] voornamelijk een sturende en organiserende rol hebben vervuld en de medeverdachte [medeverdachte 2] een meer ondersteunende rol heeft gehad.

In de zaak met parketnummer 03.036916.20

De officier acht alle feiten bewezen en heeft daartoe het volgende naar voren gebracht. Verbalisanten betraden op rechtmatige grond, namelijk ter hulpverlening, de woning. In de woning zagen zij dat de verdachte uit de kelder kwam. Uit de feiten en omstandigheden ontstond bij de verbalisanten de verdenking dat er een hennepkwekerij in die kelder stond, die later ook is aangetroffen. Daarbij is door Enexis B.V. aangifte gedaan van diefstal van stroom. Bij het ontdekken van de hennepkwekerij werd tevens een stroomstootwapen aangetroffen. Uit buurtonderzoek bleek dat op het adres waar de hennepkwekerij is aangetroffen, een man en een vrouw met hun twee kinderen woonden.

In de zaak met parketnummer 03.090912.21

De officier van justitie acht beide feiten bewezen. Hij verwijst daarbij naar het proces-verbaal van bevindingen en de bekennende verklaring van de verdachte.

3.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zijn standpunt verwoord in een ter terechtzitting overgelegde pleitnotitie.

In de zaak met parketnummer 03.061433.19

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de ten laste gelegde feiten 1 tot en met 7.

Feit 1

Op basis van het onderhavige strafdossier kan volgens de raadsman op geen enkele wijze worden vastgesteld dat er sprake was van een criminele organisatie. Niet is gebleken dat sprake was van een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur tussen de verdachte en één of meerdere andere personen. Ook is er geen bewijs dat de verdachte als deelnemer van een organisatie kan worden aangemerkt. Dat volgt niet uit de verklaring van [getuige 1] . Bovendien moet de verklaring van deze [getuige 1] volgens de raadsman als onbetrouwbaar worden bestempeld en kan deze niet voor het bewijs worden meegenomen. [getuige 1] heeft in haar verklaringen niet altijd eenduidig en soms zelfs aantoonbaar onjuist verklaard, aldus de raadsman.

Feiten 2 en 3

Het strafdossier bevat geen enkel wettig bewijs voor actieve betrokkenheid van de verdachte bij de hennepkwekerij. De verklaring van [getuige 1] is het enige belastende bewijs jegens de verdachte en kan, om redenen zoals hiervoor gezegd, niet worden meegenomen voor het bewijs. De aangetroffen berichten in de telefoon van de medeverdachte [medeverdachte 1] vormen geen bewijs, nu daarin niet wordt gesproken over het telen door de verdachte op de [adres 4] in Heerlen. Van wetenschap van en (feitelijke) beschikkingsmacht over de hennepplanten door de verdachte is niet gebleken. Niet kan worden vastgesteld dat de verdachte toegang had tot die woning.

Tevens volgt uit het strafdossier niet dat de elektriciteit door toedoen van of met behulp van de verdachte wederrechtelijk is weggenomen. De verdachte betwist iedere betrokkenheid daarbij. Behalve de verklaring van de getuige [getuige 1] bevindt zich daar geen enkel bewijs voor in het dossier.

Feiten 4 en 5

Er is geen enkel bewijs om te staven dat de verdachte de verdovende middelen, die in de woningen aan de [adres 2] en de [adres 3] zijn gevonden, aanwezig heeft gehad (al dan niet met anderen). Uit het strafdossier volgt op geen enkele wijze dat de verdachte wetenschap en beschikkingsmacht heeft gehad over de verdovende middelen. Van medeplegen is geen sprake, nu niet is gebleken dat de verdachte en de medeverdachten een nauwe en bewuste samenwerking hebben gehad.

Feit 6

De raadsman heeft vrijspraak bepleit voor wat betreft het plegen van voorbereidingshande-lingen (in het kader van de handel in heroïne, cocaïne en MDMA) door het voorhanden hebben van:

- 760 gram versnijdingsmiddel en een heroïnepers (in een pand aan de [adres 3] );

- 1.325 gram versnijdingsmiddel (in een pand aan de [adres 2] ).

De hoeveelheid van 760 gram versnijdingsmiddel en de heroïnepers zijn aangetroffen in de woning van de medeverdachte [medeverdachte 2] en hij heeft verklaard dat deze van hem zijn en van niemand anders. De hoeveelheid van 1.325 gram versnijdingsmiddel is in de kelder aangetroffen, weggestopt in een schoenendoos, en de medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat er loopmiddel in de woning kon zijn.

Uit het strafdossier volgt op geen enkele wijze dat de verdachte wetenschap en beschikkingsmacht heeft gehad over de aangetroffen versnijdingsmiddelen en de heroïnepers. Van medeplegen is geen sprake, nu niet is gebleken dat de verdachte en de medeverdachten een nauwe en bewuste samenwerking hebben gehad.

Feit 7

De raadsman heeft vrijspraak gevorderd ten aanzien van het plegen van voorbereidingshan-delingen (in het kader van de hennepteelt) door het voorhanden hebben van voorwerpen (zoals koolstoffilters, ventilatoren en assimilatielampen) in een pand aan de [adres 3] (de woning van de medeverdachte [medeverdachte 2] ). Niet is gebleken dat de verdachte de toegang had tot die woning. Uit het strafdossier volgt op geen enkele wijze dat de verdachte wetenschap heeft gehad van en beschikkingsmacht heeft gehad over de aangetroffen goederen, laat staan dat het handelen met een criminele intentie zou zijn gebeurd.

In de zaak met parketnummer 03.036916.20

De raadsman heeft aangevoerd dat het binnentreden door de politie in de woning onrechtmatig was, nu er volgens hem geen sprake was van een noodsituatie als bedoeld in artikel 2 lid 3 van de Algemene wet op het binnentreden. Het daaruit voortvloeiende bewijs is onrechtmatig verkregen. Bewijsuitsluiting moet volgen en dus dient de verdachte te worden vrijgesproken van de feiten, aldus de raadsman.

In de zaak met parketnummer 03.090912.21

De raadsman heeft zich ten aanzien van beide feiten gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

In de zaak met parketnummer 03.061433.19

Bewijsmiddelen

Hennepkwekerij aan de [adres 4] in Heerlen en diefstal van elektriciteit

Op 6 februari 2019 is de politie de woning aan de [adres 4] te Heerlen binnengetreden, omdat vermoed werd dat in die woning hennep werd geteeld. Dit vermoeden ontstond (onder meer) naar aanleiding van een MMA-melding dat er een hennepkwekerij op voornoemd adres was en een daarop volgende blokmeting op het verbruik van elektrische energie. In de woning werd een in werking zijnde hennepplantage aangetroffen. In de kelder stonden in totaal 150 hennepplanten met de daarbij behorende apparatuur en andere voorwerpen. Op grond van hun kennis en ervaring, opgedaan bij eerdere ontmantelingen van hennepkwekerijen, hebben de verbalisanten geconstateerd dat de daar aanwezige planten - gezien de waargenomen uiterlijke kenmerken, kleur en vorm, en daarnaast de herkenbare geur - hennepplanten waren.

Omdat het telen van hennep vaak gepaard gaat met de diefstal van stroom, is een fraude-inspecteur van Enexis B.V. ter plaatse gekomen om de stroomvoorziening te onderzoeken. Hierbij werd door de fraude-inspecteur in aanwezigheid van de verbalisanten geconstateerd dat de stroomvoorziening ten behoeve van de hennepkwekerij illegaal werd afgenomen. Er bleek een illegale aansluiting vóór de hoofdbeveiliging (op de aansluitleiding in de hoofdaansluitkast) te zijn. Zo was er een illegale elektriciteitskabel aangelegd die buiten de elektriciteitsmeter om liep en de elektrische installatie in het betreffende pand voorzag van elektriciteit. Om deze aftakking te realiseren moest de verzegeling van de aansluitkast verbroken worden.

Enexis B.V. heeft aangifte gedaan van diefstal van elektriciteit, waarbij is aangegeven dat er minimaal 10.937 kWh illegaal is afgenomen.

Blijkens controle in de gemeentelijke basisadministratie stond op het moment van binnentreden - op 6 februari 2019 - [getuige 1] op het voornoemd adres ingeschreven. Zij was tevens contractant bij Enexis B.V. op genoemd perceel.

Verklaringen getuige [getuige 1]

is vervolgens als verdachte aangemerkt.

Op 13 maart 2019 heeft [getuige 1] zich op het politiebureau in Heerlen gemeld. Zij heeft toen te kennen gegeven een aanvullende verklaring af te willen leggen. Zij heeft tijdens dat (tweede) verhoor verklaard dat zij op 5 oktober 2018 het huurcontract tekende van de woning aan de [adres 4] in Heerlen. Zij kende [medeverdachte 1] (de rechtbank: de medeverdachte) al van kleins af aan. Op dat moment had [medeverdachte 1] een relatie met een van de beste vriendinnen van [getuige 1] . [medeverdachte 1] en zijn broer [verdachte] hielpen haar met verhuizen en het inrichten van haar woning. Op het moment van verhuizen hadden zij al een sleutel van de woning. Begin november begon [medeverdachte 1] over haar kelder en het opzetten van een hennepplantage. Aanvankelijk wilde [getuige 1] geen hennepplantage in haar kelder, maar uiteindelijk stemde ze toch toe. [medeverdachte 1] en [verdachte] bouwden de hennepplantage op. Ze kregen hulp van ene ‘ [naam 1] ’.

Op 16 maart 2019 is [getuige 1] een derde keer door de politie verhoord. Zij heeft toen verklaard dat [medeverdachte 1] haar eind oktober / begin november 2018 heeft aangesproken over de hennepplantage, maar dat zijn broer [verdachte] degene was die de plantages bouwde. [verdachte] was de echte kweker. [medeverdachte 1] en [verdachte] bleven op haar inpraten en lieten haar geloven dat het allemaal niet strafbaar was. Zij heeft verklaard dat [verdachte] de hennepplantage in haar woning heeft opgebouwd. De kwekerij was ergens net voor de kerst klaar en draaiende. Nadat de plantage was opgebouwd hebben [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , de neef van [medeverdachte 1] en [verdachte] , nog opgeruimd. [medeverdachte 1] en [verdachte] kwamen om de twee dagen langs om naar de plantage te kijken. Ze waren dan anderhalf uur bezig met het verzorgen van de planten. Ze zeiden dat ze dat moesten bijhouden. [medeverdachte 2] heeft alleen geholpen met opruimen.

[getuige 1] heeft, behalve over de hennepplantage in haar woning, tijdens haar tweede verhoor bij de politie ook verklaard dat de familie [verdachten] in de drugshandel zat. Zij hadden ook wapens. [getuige 1] heeft de handel en wapens met eigen ogen gezien. [medeverdachte 1] had een aantal adressen die hij als stash gebruikte. Zijn ouders woonden in de [adres 2] . Die woning werd als stash gebruikt. Ook de woning van [naam 1] gebruikte hij als stash. [medeverdachte 1] had nog een stash, bij zijn neef [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] woonde bij zijn ouders aan de [adres 3] . Hij was degene die voor [medeverdachte 1] de harddrugs - heroïne en cocaïne - dealde. [medeverdachte 1] en [verdachte] bouwden en beheerden de hennepkwekerijen. [verdachte] was de persoon achter de hokken, zoals zij deze zelf noemden.

Tijdens haar derde verhoor bij de politie heeft [getuige 1] verklaard dat [verdachte] weet van de handel in drugs en dat hij ‘er omheen zit’ en degene is die investeert. [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 2] werkten samen.

Er hebben vervolgens doorzoekingen plaatsgevonden in de woningen aan de [adres 2] en de [adres 3] .

Doorzoeking woning aan de [adres 2]

Op 13 maart 2019 heeft de politie de woning aan de [adres 2] doorzocht. In de woning werden diverse partijen versnijdingsmiddel aangetroffen, gezamenlijk ongeveer 1.325 gram, en een partij van 266,1 gram heroïne.

Doorzoeking woning aan de [adres 3] te Heerlen

Op 14 maart 2019 is ook de ouderlijke woning van (de rechtbank: de medeverdachte) [medeverdachte 2] door de politie onderzocht. In de kamer links van de voordeur werd een koolstoffilter, en op de eerste verdieping werd een schakelbord, voorwerpen die gebruikt worden in de hennepteelt, aangetroffen. Op de eerste verdieping werden meerdere partijen verdovende middelen (380,3 gram heroïne, 107,8 gram cocaïne en 6 MDMA pillen), alsmede 646,8 gram paracetamol en coffeïne, aangetroffen.

In de bij de woning behorende garagebox werden diverse goederen ten behoeve van de hennepteelt aangetroffen, te weten 25 assimilatielampen, 25 armaturen, 1 koolstoffilter, 2 ventilatoren en 1 buisventilator. Ook werd in de garage een heroïnepers aangetroffen.

Aanhoudingen van de verdachte en de medeverdachten en verklaringen van de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1]

Op 13 maart 2019, tijdens de doorzoeking van de woning aan de [adres 2] , meldde [medeverdachte 1] zich bij die woning, waarna hij werd aangehouden wegens verdenking van overtreding van de Opiumwet.

Op 14 maart 2019, tijdens de doorzoeking van de woning aan de [adres 3] , werden [medeverdachte 2] en [verdachte] aangehouden wegens verdenking van overtreding van de Opiumwet.

De verbalisanten hebben gerelateerd dat [medeverdachte 1] tijdens zijn aanhouding tegen hen heeft verklaard dat zij misschien wat loopmiddel in de kelder van de woning aan de [adres 2] kunnen vinden, maar meer ook niet. De betreffende verbalisant heeft gerelateerd dat loopmiddel in de ‘verdovende middelen scene’ een veelgebruikte term is voor versnijdingsmiddel.

[medeverdachte 2] heeft over de (in de woning aan de [adres 3] ) aangetroffen goederen waarmee een hennepplantage kon worden opgebouwd, verklaard dat deze van hem waren.

Onderzoek aan de telefoons van de medeverdachte [medeverdachte 2]

Op 14 maart 2019 werd tijdens de doorzoeking in de woning aan de [adres 3] een drietal telefoons in beslag genomen, waaronder een smartphone van het merk Nokia, type 105 en een zwarte Apple Iphone 7. Deze telefoons werden in de slaapkamer van [medeverdachte 2] aangetroffen.

Op 23 maart 2019 is de telefoon van het merk Nokia door een verbalisant uitgelezen. Uit dat onderzoek is gebleken dat in die telefoon onder andere de volgende berichten aanwezig waren:

Ingekomen berichten contact " [naam 2] " met telefoonnummer [telefoonnummer 1]
- d.d. 14-2-2019 te 09:10 uur met de tekst:
‘Ewa neef kan je 5 orgi voor mij regelen. Misschien 10 maar ik moet eerst kijken
hoeveel. Als kan sms me en ik bel je vanavond’
- d.d. 14-2-2019 te 09:10 uur met de tekst:
‘Orgi = sterke’

Ingekomen berichten contact " [naam 3] " met telefoonnummer [telefoonnummer 2]
- d.d. 23-2-2019 te 15:09 uur met de tekst:
‘Auwe hoeveel moet je op het moment, voor 10g. Sos hebben’
- d.d. 23-2-2019 te 17:01 uur met de tekst:
‘Read, Heb je nog lang nodig, is niet voor mij, mensen worden klein beetje lastig!’
- d.d. 12-3-2019 te 23:29 uur met de tekst:
‘Auwe, als je wil kun je me voor morgen 55g/b doen. Grt.’

Het is de betreffende verbalisant ambtshalve bekend dat de benaming ‘b’ betrekking heeft op bruin, dat een veelgebruikt synoniem is voor heroïne en dat de term ‘sos’ een benaming is voor cocaïne.

Ook de zwarte Iphone 7 is door de betreffende verbalisant uitgelezen (op 10 april 2019). Uit het onderzoek is gebleken dat de gebruiker/houder van die telefoon de naam ‘ [medeverdachte 2] ’ gebruikte en dat het telefoonnummer van het toestel [telefoonnummer 3] was. Onder andere de volgende WhatsApp-berichten waren in die telefoon aanwezig:

Uit een gesprek met contact ’ [naam 4] ’ met telefoonnummer [telefoonnummer 4]

- gesprek d.d. 13-3-2019 met de tekst:
Incoming: ‘Heb je nog balle’
Incoming: ‘Haha matcho’
Outgoing: ‘Saf’
Outgoing: ‘20 m’
Incoming: ‘Kom dan naar mij’
Outgoing: ‘Oki’
Incoming: ‘Ga je gwn die (…) opnieuw opkoken en veel donkerder maken’
Outgoing: ‘Alles??’
Incoming: ‘Jaa tog doe je gwn trab in een zak erbij zodat die hoeveel heid meer is en die pers em beter pakt’
Outgoing: ‘Broer 200 en meer dan wordt die hard hard als ik die nu ga doe die wordt niet goed hard’
Outgoing: ‘Snapje’
Outgoing: ‘Of (…) die trab in een apart zak en die trap in apart zak en dan samen in de pers ?’
Outgoing: ‘Of wat’
Incoming: ‘Jaa tog’
Outgoing: ‘Oke’
De verbalisant relateert dat het hier mogelijk ging om het persen van heroïne en dat in de woning van [medeverdachte 2] een heroïnepers in beslag werd genomen.

Uit een gesprek met contact ’ [naam 5] ’ met telefoonnummer [telefoonnummer 5]

- gesprek d.d. 8-3-2019 met de tekst:

Outgoing: ‘Heyy sjatt ben thuiss he bezigg dsn weetje dat’
Outgoing: ‘Niet denke hij is weg ofzo ben gewoon thuis’
De verbalisant relateert dat bij deze chat door ‘ [medeverdachte 2] ’ een foto wordt bijgevoegd waarop een blauwe plastic kom en een doorzichtig zakje met daarin bruin poeder te zien zijn. Ook zijn er meerdere resten bruin poeder op de tafel zichtbaar. Het vermoeden bestaat dat het heroïne betrof.

Uit een gesprek met contact ’ [naam 6] ’ met telefoonnummer [telefoonnummer 6]

- gesprek d.d. 1-3-2019 met de tekst:

Incoming: ‘Kom maar gewoon met die pap naar mij om 20:30’
Outgoing: ‘Landj?’
Outgoing: ‘Heyy broer ik ben nu thuis he was ff checke hoeveel ik jou heb gegeven
heb jou de errste keer 1500 gegeven niet 1300’
Incoming: ‘Bro hier staat 1300eu’
Incoming: ‘Beginnen we weer’
Outgoing: ‘Nee wollah is echt zo broer weet nog de eerste keer was bij bakker
Mzb 1500 2 de keer was bij passie 1000 en nu 650’
Incoming: ‘Hoe kom ik dan bij 1300 matie’
Outgoing: ‘Wollah broer Ik weel nog als dag van gisteren stap ik bij jou in stonde we geparkeerd voor de frituur was jij nog aan t belle had ik je 1500 gegeven zij jij zelf teggen mij nu staat er nog 4300 ope’
De verbalisant relateert dat het hier mogelijk over geldtransacties met betrekking tot de handel in verdovende middelen gaat.

Telefoon van de medeverdachte [medeverdachte 1]

Op 13 maart 2019 werd onder [medeverdachte 1] een telefoon van het merk Samsung S8 in beslag genomen. Hij droeg deze telefoon bij zich op het moment van zijn aanhouding.

In de periode van 24 tot en met 28 juni 2019 is de telefoon van het merk Samsung door een verbalisant uitgelezen.

In de digitale gegevens van de telefoon werden in meerdere gesprekken aanwijzingen gevonden dat [medeverdachte 1] en [verdachte] betrokken dan wel verantwoordelijk waren voor de op 6 februari 2019 door de politie ontmantelde hennepplantage in de woning aan de [adres 4] in Heerlen.

Onder andere de volgende berichten zijn in die telefoon aangetroffen:

Aanwijzing 1: +31627248148 SMS gesprek van [medeverdachte 1] met contact “ [naam 7] ”

[medeverdachte 1] betreft de contactnaam die [medeverdachte 1] met deze Samsung S8 gebruikt.

[naam 8] betreft een vermoedelijke leverancier van hennep gerelateerde goederen.

Inkomend: [naam 7]

Uitgaand: [medeverdachte 1] p. 458

Inkomend 19-12-2018 te 17:54: ‘Nu zaterdag 14.00 is ok voor die 145’
Uitgaand 19-12-2018 te 17:55: ‘Ja is goed’
Uitgaand 22-12-2018 te 10:05: ‘Hoi kleine wijzeging moet 125 hebe’
Inkomend 22-12-2018 te 13:59: ‘Ben je onderweg?’
De verbalisant relateert dat het vermoeden bestaat, gelet op de contactnaam en de aantallen, dat het in dit gesprek om hennep gerelateerde goederen gaat, mogelijk hennepstekken.

Aanwijzing 2: +31638486048 Whatsapp gesprek van [medeverdachte 1] met contact “ [verdachte]”

[medeverdachte 1] betreft de contactnaam die [medeverdachte 1] met deze Samsung S8 gebruikt.

[verdachte] betreft vermoedelijk [verdachte]

Inkomend: [verdachte]

Uitgaand: [medeverdachte 1]

Uitgaand 23-1-2019 om 23:05: ‘Wie is dit’

Inkomend 23-1-2019 om 23:05: ‘ [verdachte] je broer’

Inkomend 12-02-2019 om 12:38: ‘Laat haar alvast begin maken in haar huis’

Inkomend 12-02-2019 om 12:39: ‘Wat moet k daar doen haar borden inpakken of haar vriezer leegmaken’

- ‘ Dat ze haar troep eerst daar opruimt’

- ‘ En om de kelder geen probleem dat is voor ons’

- ‘ Maar ben niet verantwoordelijk voor haar troep en viezigheid’

- ‘ En jij ook niet’

Uitgaand 12-02-2019 om 12:39: ‘Pik vandaag moet dat gebeuren ze moet sleitel.morgen

Inleveren’

Inkomend 12-02-2019 om 12:40: ‘Ga die Osso kijken aub schrikwekkend’

De verbalisant relateert dat het woord ‘osso’ volgens https://straatwoordenboek (https://straatwoordenboek).nl staat voor ‘huis’

Uitgaand 12-02-2019 om 12:40: ‘Ze vrkeg ook alleen om kelder pik’

(…)

Inkomend 12-02-2019 om 12:47: ’S goed’

- ‘ Kijk of je alvast een begin kan maken’

- ‘ Bel nu [medeverdachte 2] op’

- ‘ Jullie moetendie grond in vuilniszakk doen’

Uitgaand 12-02-2019 om 12:48: ‘Hahaha is goed [verdachte] ’

Inkomend 12-02-2019 om 12:48: ‘Die potten heeft [naam 9] nodig’

Uitgaand 12-02-2019 om 12:48: ‘Jallah’

- ‘ Betalen’

- ‘ Zeg maar dat doe betaalrs’

- ‘2 euro per pot’

Inkomend 12-02-2019 om 12:49: ‘Wat zeg jij’

Uitgaand 12-02-2019 om 12:49: ‘Ik ga gewoon opruimen en als wat is dan pakt die et maar’

Inkomend 12-02-2019 om 12:51: ‘Ik heb 2 mensen gefixt’

- ‘ Die komen ook’

Uitgaand 12-02-2019 om 12:51: ‘Wie ???’?

Inkomend 12-02-2019 om 12:51: ‘ [medeverdachte 2] en [naam 9] ’

Uitgaand 12-02-2019 om 12:52: ‘Hoeft niet pik’

Inkomend 12-02-2019 om 12:52: ‘Hij belt je zo dan komt die’

- ‘ Ze hebben die potten nodig’

Uitgaand 12-02-2019 om 12:52: ‘Ja dus????’

Inkomend 12-02-2019 om 12:53: ‘Hun komen helpen zodra k terug ben kom k ook’

- ‘ [naam 10] hoe meer handen hoe sneller’

- ‘ K ga nu k zie je straf’

Uitgaand 12-02-2019 om 13:50: ‘Moet hun die potte gewoon geven of hoe’

Inkomend 12-02-2019 om 13:50: ‘Ja tog’

Uitgaand 12-02-2019 om 13:50: ‘Ok’

De verbalisant relateert dat het vermoeden bestaat dat dit gesprek gaat over een hennepkwekerij in de kelder van een woning. Er wordt onder meer gesproken over:

- het samen leegruimen van de kelder van de woning van een vrouw (de

hennepkwekerij op de [adres 4] in Heerlen werd aangetroffen

in de kelder van de woning op 6 februari 2019);

- aarde die in vuilniszakken moet worden gedaan;

- potten die verkocht moeten worden voor 2 euro per stuk;

- de hulp van onder andere [medeverdachte 2] en [naam 1] .

Aanwijzing 3: [telefoonnummer 7] Whatsapp gesprek van [medeverdachte 1] met contact

“ [naam 11] ( [getuige 1] )”

[medeverdachte 1] betreft de contactnaam die [medeverdachte 1] met deze Samsung S8 gebruikt.

[naam 11] betreft vermoedelijk [getuige 1]

Inkomend: [getuige 1]

Uitgaand: [medeverdachte 1]

Inkomend 19-01-2019 om 12.41: ‘Die beneden’

- ‘ Zijn kk groot’

Uitgaand 19-01-2019 om 12.41: ‘Ja ik weet hahaha’

Inkomend 19-01-2019 om 12.41: ‘Hahahahaha’

- ‘ Moet dat niet minder gemaakt van worden Of ben ik nu gek’

Uitgaand 19-01-2019 om 12.42: ‘Kkm starx met me brada ff langs dan denk ii’

De verbalisant relateert dat het woord ‘brada’ volgens https://straatwoordenboek (https://straatwoordenboek).nl staat voor ‘broer’.

Inkomend 19-01-2019 om 12.43:‘Oh ja zou je die geld niet willen meenemen als het kan’

- ‘ Sorry man’

- ‘ Wilde eigenlijk die shit mee betalen toch Maar ik ga Dat skotte gek die mensen zijn gek’

(…)

Inkomend 23-01-2019 om 12.10: ‘Hey ik ben naar amsterdam [verdachte] zou vandaag langsgaan bij mij osso maar je hebt sleutel’

- ‘ toch kan je met hem samen gaan en zou je aub in avond het ligt aan willen laten In

woonkamer en gang’

Uitgaand 23-01-2019 12.57: ‘Ja zeker’

(…)

Uitgaand 06-02-2019 om 21.28: ‘En il had me brada gesproken hij heeft ook ff moeilijk

zegt die maar ik ga morgen in sha allah me best doen voor die emena maar stel ik kan niet alles fikse’

- ‘ Zou je dan ergens nog beetje kune fikse’

Inkomend 06-02-2019 om 21.28: ‘Moeilijk man wollah’

- ‘ Kan niks fixe zeg je eerlijk mensen die ik vraag’

- ‘ Zeggen je moet bij diegene zijn ditdat’

- ‘ Want uiteindelijk heb 2500 nodig voor die osso en 2000 moet ik afbetalen van Essent’

- ‘ Kijk ookal krijg ik die 2500 van huur ik betaal je elke maan rustig af’

Uitgaand 06-02-2019 om 21.30: ‘Ik snap et wollah en je weet als ik et had liggen had ik

gegeven maar op koran heb ook beetje gerkened op die dinge’

Inkomend 06-02-2019 om 20.31: ‘Kijk zeg je eerlijk als ik die doekoe niet Heb’

- ‘ Ben ik gewoon genaaid met alles’

-‘Me kids Alles’

Uitgaand 06-02-2019 om 21.33: ‘Ma ik had ook qerkend op.die ding.gn heb nigs meer op

Straatbqedaan’

(…)

Inkomend 09-02-2019 om 21.57: ‘Weetje wat ik niet snap je hebt altijd tegen mij gezegd

[getuige 1] ik doe dit voor jou heb dit niet eens nodig blabla en nu dat het is mis gegaan kan niemand me helpen met 2500 voor een huis en borg alleen dat terwijl zelf krijg ik nog dikke gekke boetes rechtzaak kan 5 haar nergens wonen via bouwverneinging ben dik dik genaaid en mensen vergeten me alsof ik lucht ben met me kinderen erbij iedereen die ik spreek hierover zegt me diegene moet je gewoon helpen hoort bij het vak ditdat je hebt kids maar ja wat moet ik je zeggen man Ben shok pik’

Uitgaand 09-02-2019 om 22.04:’Ik heb je gezegd caw ik ga je helpen met wat ik kan en ik

heb ook heel wat verloren’

De verbalisant relateert dat in dit gesprek:

- [getuige 1] aangeeft dat ze € 2.000,00 moet afbetalen aan Essent (vermoedelijk in verband met de ontdekte hennepkwekerij en de diefstal van de stroom);

- [medeverdachte 1] hierop laat weten dat er geen geld is en hij ook gerekend had op ‘die dinge’. Hiermee wordt mogelijk gedoeld op de oogst van de hennepkwekerij;

- [medeverdachte 1] rekende op het financiële voordeel van het oogsten van de hennepplantage.

Aanwijzing 4: [telefoonnummer 8] Whatsapp gesprek van [medeverdachte 1] met contact

“ [naam 12] ”

[medeverdachte 1] betreft de contactnaam die [medeverdachte 1] met deze Samsung S8 gebruikt.

[naam 12] betreft [naam 12] , een persoon die verbalisant in een ander onderzoek tegenkwam.

Inkomend: [naam 12]

Uitgaand: [medeverdachte 1]

Uitgaand 17-12-2018 om 13.10: ‘Faka alles goed neef’

Inkomend 17-12-2018 om 13.11: ‘Ben werken tot 7 ongv kan ik je die spullen geven als je wil’

- ‘ Wallah ben je helemaal vergwtwn’

- ‘ Ben werken tot 7 ongv kan ik je die spullen geven als je wil’

Uitgaand 17-12-2018 om 13.34: ‘Ja is goed broer’

- ‘ Waw je ook vragen wis je beetej doekoe hebt’

- ‘ Barki of 2 als kan’

Inkomend 17-12-2018 om 13.34: ‘Kan ik je morgen geven man heb niks nu die werk is morgen klaar krijg ik 450 kan ik je wel die 2 geveb man sorry’

Uitgaand 17-12-2018 om 14.50: ‘Isngoed is niet erg goy’

Uitgaand 17-12-2018 om 20.04: ‘Is goya’

- Ben je der

- ‘ Goya je hebr nog : 1 transformater, waterpomp, grote buis in doos, halve rol abels,

klopboor met stuken’

Uitgaand 17-12-2018 om 21.10: ‘Zoy je dat aub bij mo osso kan afdumpen me broer belt me

daar voor al paar dagen wollah’

Inkomend 17-12-2018 om 21.12: ‘Wallah ben nog werken’

De verbalisant relateert dat:

- in dit gesprek wordt gesproken over een transformator, een waterpomp, een grote buis in een doos, een halve rol kabels en een klopboor. Het is verbalisant ambtshalve bekend dat dit goederen zijn die in iedere hennepkwekerij aanwezig zijn;

- de broer van [medeverdachte 1] ( [verdachte] ) die goederen kennelijk nodig heeft voor de inrichting van een hennepkwekerij.

Aanwijzing 5: [telefoonnummer 9] Whatsapp gesprek van [medeverdachte 1] met contact

“ [naam 13] ”

[medeverdachte 1] betreft de contactnaam die [medeverdachte 1] met deze Samsung S8 gebruikt.

[naam 13] betreft vermoedelijk de vriendin van [verdachte] . Van 23-10-2018 tot en met 3-3-2019 wordt dit nummer gebruikt door [naam 13] . [verdachte] lijkt regelmatig

via dit nummer met [medeverdachte 1] te chatten.

Inkomend: [naam 13]

Uitgaand: [medeverdachte 1]

Uitgaand 25-10-2018 om 12.52: ‘Wa is [verdachte] ’

Inkomend 25-10-2018 om 12.55: ‘Ja hier met mij’

(…)

Inkomend 20-12-2018 om 13.29: ‘K ken niet meer moet zo weg hele kk dag na klote’

Uitgaand 20-12-2018 om 13.29: ‘Ik haal alles’

- ‘ Zelif wat moet ik hale dan bro’

- ‘ En bij hoensebroek of bij mark’

Inkomend 20-12-2018 om 13.30: ‘Zakken grond’

Uitgaand 20-12-2018 om 13.30: ’54 stuks’

Inkomend 20-12-2018 13.30: ‘Dikke kabel [naam 1] weet waar’

- ‘ Haal 50 zakken’

- ‘ Ja in hoensbroek’

Uitgaand 20-12-2018 om 13.30: ‘Oke’

- ‘ En dikke kabel waar dan’

Inkomend 20-12-2018 13.31: ‘Ventilator 2 inzuig 1000 k 2 keer’

- ‘ Zeil wel juiste maat halve meter extra je weet zelf’

Uitgaand 20-12-2018 om 13.31: ‘Ja tog’

Inkomend 20-12-2018 13.31: ‘Welten dikke kabel’

- ‘ [naam 1] weet’

Uitgaand 20-12-2018 om 13.31: ‘Ok’

- ‘ Kost dat allemaal 1000’

- ‘? Of meer’

Inkomend 20-12-2018 om 13.31: ‘Ja zo ongv’

- ‘ Minder dan 1000’

De verbalisant relateert dat:

- in dit gesprek wordt gesproken over 54 zakken grond. Het vermoeden bestaat dat hiermee teelaarde wordt bedoeld voor de hennepkwekerij.

Ook werden in de digitale gegevens van de telefoon in meerdere gesprekken aanwijzingen gevonden, die mogelijk verband houden met de handel in verdovende middelen.

Onder andere de volgende berichten zijn aangetroffen:

Aanwijzing 1: [telefoonnummer 10] Whatsapp gesprek van [medeverdachte 1] met contact

“ [naam 14] ”

[medeverdachte 1] betreft de contactnaam die [medeverdachte 1] met deze Samsung S8 gebruikt.

[naam 14] betreft een vermoedelijke koper van drugs.

Inkomend: [naam 14]

Uitgaand: [medeverdachte 1]

Inkomend 30-12-2018 om 14.30: ‘Hallo Guten Tag’

Uitgaand 30-12-2018 om 14.31: ‘Guten tag papa ich has was for dir’

- ‘ Komst du nog forbei’

Inkomend 30-12-2018 om 14.34: ‘Ich bin bai main chinda da nach bai main frondin ich

rufen an ok’

Uitgaand 30-12-2018 om 14.36: ‘Oke alles klaar’

Uitgaand 14-1-2019 om 12.32: ‘Hai my frend alles good .die broodt war lecker?’

Aanwijzing 2: [telefoonnummer 11] Whatsapp gesprek van [medeverdachte 1] met contact

“ [naam 15] ”

[medeverdachte 1] betreft de contactnaam die [medeverdachte 1] met deze Samsung S8 gebruikt.

[naam 15] betreft een vermoedelijke koper van drugs.

Inkomend: [naam 15]

Uitgaand: [medeverdachte 1]

Uitgaand 19-12-2018 om 11.06: ‘Salem goya’

- ‘ In sha allag ik ga proberen ga je zo wat laten weten’

Inkomend 19-12-2018 om 11.10: ‘Ok want we moeten verder’

- ‘ Zo werkt dit niet’

Uitgaand 19-12-2018 om 11.11: ‘Klopt man broer’

- ‘ Ik wil ook zo snel.mogelijk afbetalen want dit heefr geen zin voor mij’

- ‘ Niemand belt mij meer’

- ‘ Vorig jaar 500 in 2 dagen’

- ‘ Daarom ik ga ff kijke en kim ik langs je daalijk f’

Inkomend 19-12-2018 11.126: ‘Ewa Bro je moet gas geven’

- ‘ Langs mensen aanspreken’

- ‘ En contact houden’

Uitgaand 19-12-2018 11.12: ‘Klopt wollah doe ik ook maar weet egt niet wat er is met

de mensen’

- ‘ Komt zowiezo wel goed’

(…)

Uitgaand 19-12-2018 om 17.24: ‘Ik weet wollah sta nu in maas bij snelweg’

- ‘ Ben van achen naar maasje gereden gewoon rustig zoeke’

Inkomend 19-12-2018 om 17.33: ‘Ok Bro’

(…)

Inkomend 31-12-2018 om 23.40: Ewa kifesh?

Uitgaand 31-12-2018 om 23.55: ‘Wollah nog niks heb alles aan me neefje gegeven hij gaat

me doekoe bine 2 weken geven en aub bro help me met die skunka terug te pake’

Inkomend 01-01-2019 om 00.32: ‘Ik heb genoeg van liggen’

(…)

Inkomend 09-02-2019 om 16.12: ‘Je zou barki komen brengen helemaal vergeten’

Uitgaand 09-02-2019 om 16.12: ‘Hahah ja dagt dat die kwijt was gescholden’

De verbalisant relateert dat in bovenstaand chatgesprek door [naam 15] wordt gevraagd om geld te brengen. Het vermoeden bestaat dat [medeverdachte 1] mogelijk verdovende middelen rond rijdt/bezorgt en dat [naam 15] hem aanstuurt en het geld ontvangt.

Aanwijzing 3: [telefoonnummer 12] Whatsapp gesprek van [medeverdachte 1] met contact

“ [naam 16] ”

[medeverdachte 1] betreft de contactnaam die [medeverdachte 1] met deze Samsung S8 gebruikt.

[naam 16] betreft een vermoedelijke koper van drugs.

Inkomend: [naam 16]

Uitgaand: [medeverdachte 1]

Inkomend 30-1-2019 om 22.26: ‘Du hattest schon mal besseres Bruder. Gruß [naam 17] ’

Uitgaand 30-1-2019 om 22.26: ‘Was meins du?’

Inkomend 30-1-2019 om 22.27: ‘Das braune was du [naam 18] gebracht hast’

Uitgaand 30-1-2019 om 22.28: ‘Ja das is good Oder?’

Inkomend 30-1-2019 om 22.29: ‘Wie gesagt.Du hattest schon besseres.Man kann damit

arbeiten.’

Uitgaand 30-1-2019 om 22.30: ‘Ahhh ja das is was yetz ist aba muste good zein’

Inkomend 30-1-2019 om 22.32: ‘Besser als das letzte auf jeden Fall.Bis spater Bruder.Wir

sehen uns.’

Inkomend 20-2-2019 om 14.20: ‘Nachsten Samstag 500.Aber genau das vom letzten mal. Gruß [naam 17] ’

Uitgaand 20-2-2019 om 15.30: ‘Oke alles klar’

Inkomend 22-2-2019 om 14.08: ‘Hallo Bruder. [naam 18] hatte morgen auch gerne eine Probe von deinen anderen Pflanzen.Seine Freundin raucht das wohl.Rufe dich aber heute

Abend nochmal an.Morgen sehen wir und dann. Gruß [naam 17] ’

Uitgaand 22-2-2019 om 17.56: ‘Hai was meins du komst du morgen?’

Inkomend 22-2-2019 om 17.57: ‘Ja klar hab ich dir vorgestern schon geschrieben’

Uitgaand 22-2-2019 om 17.57: ‘Ja is oke’

- ‘ Was meinst du mit probe von andren’

- ‘ Welche andre’

Inkomend 22-2-2019 om 17.59: ‘Gras’

Uitgaand 22-2-2019 om 17.59: ‘Alles klar mach ich’

Inkomend 22-2-2019 om 19.59: ‘400 helles und 400 dunkles.Das selbe wie beim letzten Mal

bitte.’

Uitgaand 22-2-2019 om 20.39: ‘Mach ich’

Inkomend 2-3-2019 om 17.28: ‘Hallo Bruder.Alles ist gut und nochmals vielen Dank. Grß

[naam 17] ’

Inkomend 15-3-2019 om 12.17: Hallo [naam 19] . Bin morgen gegen 11 Uhr bei dir.Kannst du

bitte für [naam 21] etwas Haschisch besorgen.? Gruß [naam 17]

De verbalisant relateert dat in bovenstaand chatgesprek door [naam 16] vermoedelijk regelmatig grotere partijen softdrugs besteld worden bij [medeverdachte 1] . Het gaat mogelijk om hoeveelheden als “500” en “400”. Verder worden door de vermoedelijke koper de termen: ‘braune’, ‘Probe’, ‘Pflanzen’, ‘rauchen’, ‘Gras’, ‘Hashisch” gebruikt. Dat zijn termen waarvan verbalisant bekend is dat deze in relatie te brengen zijn met softdrugs.

Aanwijzing 4: [telefoonnummer 13] Whatsapp gesprek van [medeverdachte 1] met contact

“ [naam 20] ”

Inkomend: [naam 20]

Uitgaand: [medeverdachte 1]

Uitgaand 14-11-2018 om 10.14:’Hai bruder’

- ‘ Ruf mich ane wan du tijd hast’

Uitgaand 18-11-2018 om 14.10: ‘Bruder alles in orde’

- ‘ Ich has andre’

Uitgaand 19-11-2018 om 21.16: (fotobestand)

Uitgaand 21-11-2018 om 11.39: ‘Bruder ich bin in amsterdam mus ich fur dich was kooken?’

Uitgaand 21-11-2018 om 21.17: ‘Bruder ich has hammer gefonde’

Inkomend 21-11-2018 om 21.22: ‘Mach foto’

Uitgaand 21-11-2018 om 21.22: ‘Oke ich ge to house und schik dir’

Uitgaand 22-11-2018 om 11.30: ‘Bruder myn frund braucht nicht ein foto to machen die had

angst’

- ‘ Die has angs fur handy’

- ‘ Ich ruf dich korts aan’

Uitgaand 26-11-2018 om 18.05: ‘Uber morgen hast du das’

Uitgaand 01-12-2018 om 23.11: ‘1st paket gekomen’

- ‘’ Bruder is et was ane gekomen’

De verbalisant relateert dat uit het chatgesprek volgt dat door [medeverdachte 1] een pakket wordt opgestuurd naar een Duits contact “ [naam 20] ”. Tevens wordt een foto verstuurd door [medeverdachte 1] . De verbalisant herkent de stof (een brok bruin van kleur met donkerkleurige stippen) op de foto als zijnde vermoedelijk heroïne. De verbalisant heeft jarenlange ervaring in de opsporing van verdovende en heeft zelf veelvuldig heroïne aangetroffen en getest. De verbalisant relateert dat heroïne in meerdere vormen voorkomt en dat de vorm die op de foto te zien is veelvuldig voorkomt de laatste jaren.

Aanwijzing 5: [telefoonnummer 14] Whatsapp gesprek van [medeverdachte 1] met contact

“ [naam 22] ”

[medeverdachte 1] betreft de contactnaam die [medeverdachte 1] met deze Samsung S8 gebruikt.

[naam 22] is een onbekend contact.

Inkomend: [naam 22]

Uitgaand: [medeverdachte 1]

Inkomend 31-1-2019 om 18.58: ‘Hmdl met jou ik kom jou zometeen die hlib doekoe brengen

ben effe met mannetje kan je niet bellen’

De verbalisant relateert dat het woord ‘doekoe’ volgens https://straatwoordenboek (https://straatwoordenboek).nl staat voor ‘geld’.

Uitgaand 31-1-2019 om 18.58: ‘Komt goed wellke halib goya’

Inkomend 31-1-2019 om 18.58: Jaa ik begrijp ook niet blijkbaar moet ik jou wat betalen

weet je wat is ik had 3700 open staan bij die [naam 6] ik heb hem 3 rooie gegeven’

- ‘ Opeens apt die mij ik heb 1300 eraf gerkend voor schulde’

Uitgaand 31-1-2019 om 18.59: ‘Ik heb schulde al betaald allang’

- ‘ Er staat niks oprn van mii bij hem’

- ‘ Ja man heb mr neefje ook gezwgd vandaag’

- ‘ Me neefje moest hem nog 1160 geven’

Inkomend 31-1-2019 om 19.00: ‘Hij js bij die [naam 6] nou’

Uitgaand 31-1-2019 om 19.00: ‘En me neefje had de rest betaald die sani’

- ‘ Wat ik jullie gegeven had’

- ‘ Hebbrn julloe tog betaald aan [naam 6] ’

De verbalisant relateert dat het woord ‘sani’ volgens https://straatwoordenboek (https://straatwoordenboek).nl staat voor ‘dingen’.

Inkomend 1-3-2019 om 20.11: ‘Die 4 doezoe wat je gister zei kan je mij die niet voor

schieten geef ik je die volgende week donderdag weer terug moet die sanni betalen

ben ik daar vanaf voor 1 weekjr’.

De verbalisant relateert dat het woord ‘doezoe’ volgens https://straatwoordenboek (https://straatwoordenboek).nl staat voor ‘1000’.

Inkomend 1-3-2019 om 20.50: ‘Zou je me echt mee helpen wollah volgendr week heb je em

terug anders heb je geen leefgeld dat doe ik je niet aan maar hou der niet van om

pof te staan andrrs bewijs ik niks’

Uitgaand 2-3-2019 om 12.48: ‘Iwa goya sori man 2as slaprn hrb gister helemaal niet

geslapen ik ga zo huis uit lopen en dan ap ik je.im ga kijke wat ik kan pake ap me

even terug.xx’

Uitgaand 2-3-2019 om 17.17: ‘Luister ik heb 3 hier ik pak 500 voor me zelif voor

boodschape enzo rn dan geef ik je 2500 kan je dat gebruike?’

Inkomend 1-3-2019 om 17.19: ‘Alles is welkom geef die doekoe aan die andere

- Maak aub vaart met die andere geld heb auto nodig dringend kan gewn kant op’

(…)

De verbalisant relateert dat in bovenstaand chatgesprek wordt gesproken over grote geldbedragen en dat het vermoedelijk gaat over de handel in verdovende middelen. Het is algemeen bekend dat met de handel in verdovende middelen grote geldbedragen worden verdiend

Schietincident 17 mei 2019

Op 17 mei 2019 heeft de verdachte [verdachte] aangifte gedaan van poging moord dan wel doodslag. Die dag is hij voor de woning aan de [adres 2] te Heerlen in zijn heup geschoten bij een ruzie tussen hem en een aantal personen die van hem een kilo cocaïne zouden kopen.

De getuige [getuige 2]

Eind oktober 2020 is er vanuit de Duitse autoriteiten informatie bij de politie binnengekomen over betrokkenheid van [medeverdachte 1] bij de verkoop van grotere partijen harddrugs over een langere periode aan een ingezetene van Duitsland. Op 1 november 2020 is vervolgens de bewijsdocumentatie middels een Europees Onderzoeksbevel (EOB) opgevraagd en aan het onderhavige strafdossier toegevoegd. Daaruit blijkt dat de getuige [getuige 2] een verklaring heeft afgelegd over ene ‘ [naam 19] ’ – waarvan de broer tijdens een cocaïnedeal ‘in zijn achterste’ is geschoten – met betrekking tot de handel in heroïne en amfetamine (in niet geringe hoeveelheid) in de periode van mei 2017 tot 25 april 2020.

[getuige 2] heeft verklaard dat hij samen met ene [naam 23] naar Eygelshoven moest rijden waar hij [naam 19] , een Tunesiër van naar schatting 23-24 jaar oud, voor de eerste keer heeft gezien. [getuige 2] is in totaal circa vijf of zes keer gereden naar deze [naam 19] , alwaar [naam 23] daar steeds dezelfde hoeveelheid van 1 kilo heroïne, 500 gram licht versnijdingsmiddel en 500 gram donker versnijdingsmiddel heeft gehaald. Uit onderzoek volgt verder dat een aantal overhandigingen van heroïne – tussen mei 2017 en november 2018 – heeft plaatsgevonden in een rijtjeshuis (eengezinswoning) aan de [adres 5] in Heerlen. Dat betreft de woning waar de (ex)partner van [medeverdachte 1] in die periode stond ingeschreven in de Gemeentelijke Basisadministratie en waar zij ook samen met haar twee kinderen woonachtig was. Ook volgt uit onderzoek dat [medeverdachte 1] op 25 april 2020 1 kilo amfetamine aan [getuige 2] heeft verkocht.

[medeverdachte 1] wordt geïdentificeerd aan de hand van een foto en [getuige 2] heeft de persoon op die foto vervolgens herkend als de man die zich ‘ [naam 19] ’ noemde.

Overwegingen en conclusies van de rechtbank

Betrouwbaarheid verklaringen [getuige 1]

Alvorens concreet te bespreken of hetgeen de verdachte verweten wordt ook bewezen kan worden, staat de rechtbank stil bij de betrouwbaarheid van de getuigenverklaringen van [getuige 1] . Door de raadsman is bezwaar gemaakt tegen gebruikmaking van haar verklaringen voor het bewijs. Volgens de raadsman zijn de verklaringen onbetrouwbaar.

De rechtbank gaat daar niet in mee. De verklaringen van de getuige [getuige 1] vinden steun in de overige bewijsmiddelen in het dossier. Zo worden er naar aanleiding van haar verklaring

d.d. 13 maart 2019 op verschillende locaties verdovende middelen, drugs-gerelateerde goederen en een wapen aangetroffen. Dat op een stashplek in het bos – waar de getuige [getuige 1] ook over heeft verklaard – niets wordt aangetroffen, maakt haar verklaring nog niet onjuist en onbetrouwbaar. Verdovende middelen zijn immers verplaatsbaar. Dat de verklaring van de getuige [getuige 1] – inhoudende dat ene ‘ [naam 1] ’ heeft geholpen bij de opbouw van de hennepkwekerij – niet wordt ondersteund door de verklaring van deze [naam 1] zelf, wil nog niet zeggen dat zij daarover niet naar waarheid heeft verklaard. Het staat [naam 1] immers vrij om te ontkennen.

Verder vindt de verklaring van de getuige [getuige 1] – ten aanzien van de rolverdeling tussen de verdachte en de twee medeverdachten met betrekking tot de handel in verdovende middelen – bevestiging in de berichten die in de verschillende telefoons zijn teruggevonden. Dat de getuige [getuige 1] wrok koestert jegens de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 1] mag wellicht zo zijn, maar ook dat maakt haar verklaringen nog niet onbetrouwbaar. Dat zij in haar eerste verhoor bij de politie op 21 februari 2019 een andere naam heeft genoemd van degene die verantwoordelijk zou zijn voor de hennepkwekerij en later in haar andere verklaringen daarop terugkomt, maakt die latere verklaringen ook nog niet inconsistent.

Dat alles betekent dat de rechtbank voor het bewijs (ook) zal uitgaan van de verklaringen van de getuige [getuige 1] .

Feiten 2 en 3

[adres 4]

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte, samen met de medeverdachte [medeverdachte 1] , in de periode van 20 december 2018 tot met 6 februari 2019 betrokken is geweest bij de hennepkwekerij in de woning aan de [adres 4] in Heerlen.

De rechtbank baseert zich voor het bewijs op het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij (waaruit volgt dat er 150 hennepplanten werden geteeld), de verklaringen van de getuige [getuige 1] (over de rol van de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 1] ), alsmede op verschillende berichten die zijn aangetroffen in de telefoon van de medeverdachte [medeverdachte 1] .

Voor de rechtbank staat daarmee vast dat de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 1] in het bezit waren van de sleutel van de woning van [getuige 1] , dat zij de hennepplantage hebben opgebouwd en dat deze net voor de kerst klaar was en ‘draaide’. Ook staat vast dat de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 1] de hennepplanten hebben verzorgd.

Door de raadsman is betoogd dat de berichten geen bewijs vormen voor het, kort gezegd, telen van hennep op de [adres 4] in Heerlen.

Hieromtrent overweegt de rechtbank dat het niet anders kan zijn dan dat, wanneer deze in onderlinge samenhang worden bezien,die berichten betrekking hebben op een hennepkwekerij op dat adres. In de telefoon van de medeverdachte [medeverdachte 1] zijn immers niet alleen berichten aangetroffen tussen de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 1] (aanwijzing 2 waarin de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 1] het op 12 februari 2019 hebben over het leeghalen van een kelder), maar ook berichten tussen de medeverdachte [medeverdachte 1] en de bewoonster [getuige 1] (aanwijzing 3 waarin zij op 9 februari 2019 aangeeft in de problemen te zijn gekomen).

De rechtbank is van oordeel dat de verdachte aan die hennepteelt een zodanig wezenlijke bijdrage heeft geleverd dat sprake is van medeplegen.

De verdachte heeft in zijn verhoor door de politie elke betrokkenheid bij de hennepkwekerij ontkend. Die verklaring acht de rechtbank, gelet op het hiervoor weergegeven bewijs, niet geloofwaardig.

Bovenstaande brengt mee dat ook het onder feit 3 ten laste gelegde medeplegen van diefstal van elektriciteit in de woning aan de [adres 4] bewezen kan worden verklaard. Hennepkweek, in de mate zoals hier aan de orde, is vrijwel onlosmakelijk verbonden met diefstal van elektriciteit, zodat, zeker nu de getuige [getuige 1] niet verklaard heeft over de betrokkenheid van anderen, de conclusie geen andere kan zijn dan dat de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 1] hiervoor verantwoordelijk zijn.

Feit 7

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte zich op 14 maart 2019, samen met de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] , schuldig heeft gemaakt aan voorbereidingshandelingen in het kader van de (beroepsmatige, bedrijfsmatige of grootschalige) hennepteelt, door voorwerpen zoals koolstoffilters, ventilatoren en assimilatielampen voorhanden te hebben in een pand aan de [adres 3] .

De getuige [getuige 1] heeft verklaard dat de verdachte de man is achter de hokken (waarmee hennepkwekerijen wordt bedoeld), dat de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 1] de planten verzorgden én dat de medeverdachte [medeverdachte 2] heeft meegeholpen bij het opruimen van de hennepkwekerij. Die verklaring vindt bevestiging in diverse gesprekken die in de telefoons van de medeverdachten zijn aangetroffen. Zo werd er door de medeverdachte [medeverdachte 1] aangegeven waar dergelijke goederen naar toe moesten en werd de medeverdachte [medeverdachte 2] ingeschakeld bij opruimwerkzaamheden.

Dat alles maakt dat de verdachte en de medeverdachten naar het oordeel van de rechtbank wetenschap hebben gehad van en beschikkingsmacht hebben gehad over de in deze woning aangetroffen goederen die worden gebruikt voor de professionele hennepkwekerij.

De raadsman heeft betoogd dat er bovendien geen bewijs is van een criminele intentie bij het voorhanden hebben van de goederen.

Hieromtrent overweegt de rechtbank als volgt. Voor een bewezenverklaring is voldoende dat de verdachte wetenschap had of (ernstige) redenen had om te vermoeden dat de voorwerpen bestemd waren voor de illegale hennepteelt. Dat deze goederen daarvoor bestemd waren, was voor de verdachte duidelijk; hij is immers betrokken geweest bij het plaatsen van een hennepkwekerij en het verzorgen van de hennepplanten. Daarmee is voor de rechtbank het bewijs van de criminele intentie gegeven.

Feit 1

In artikel 11b Opiumwet is deelname aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een aantal misdrijven uit de Opiumwet strafbaar gesteld. Dit artikel is een specialis (verbijzondering) van de generalis (algemene) uit artikel 140 Wetboek van Strafrecht. Voor de betekenis van de verschillende bestanddelen moet dan ook aansluiting gezocht worden bij de jurisprudentie betreffende artikel 140 Wetboek van Strafrecht.

Uit de verklaring van de getuige [getuige 1] en uit verschillende berichten die aangetroffen werden in de in beslag genomen telefoons, volgt dat zowel [verdachte] als [medeverdachte 1] als [medeverdachte 2] betrokkenheid hebben bij de teelt van hennep. Weliswaar is volgens [getuige 1] [verdachte] de man achter de hokken, maar uit de aangetroffen berichten blijkt ook duidelijkheid van de betrokkenheid van [medeverdachte 1] hierbij; men overlegt bijvoorbeeld over het opruimen van een kwekerij en over de benodigdheden voor de hennepteelt. Ook [medeverdachte 2] is betrokken door o.a. zijn ouderlijke woning beschikbaar te stellen voor de opslag van voor de hennepteelt benodigde goederen.

[medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn daarnaast, blijkens de verklaringen van getuige [getuige 1] en van de getuige [getuige 2] , de aangetroffen berichten en de aangetroffen goederen, betrokken bij de handel in harddrugs. Er zijn ook aanwijzingen, o.a. te vinden in de verklaring van [getuige 1] , dat [verdachte] betrokken is bij de handel in harddrugs, maar overtuigend bewijs dat hij dit was in de ten laste gelegde periode ontbreekt naar het oordeel van de rechtbank.

Wanneer een en ander in onderling verband wordt bezien dan staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat er een organisatie heeft bestaan van ten minste drie personen, waarbij [medeverdachte 1] de spil was en welke organisatie tot doel had het verdienen van geld door het plegen van misdrijven strafbaar gesteld in de Opiumwet. De drie personen die bij die organisatie betrokken waren hadden elk een eigen rol en aandeel daarin, maar die rollen waren wel verdeeld en onderling werd ook het nodige afgestemd,

Dat de aard van de bijdrage van elke deelnemer aan de organisatie verschillend is, doet overigens niets af aan het oordeel dat er sprake is geweest een criminele (drugs)organisatie. Elke bijdrage aan een organisatie kan immers strafbaar zijn. Een dergelijke bijdrage kan bestaan uit het (mede)plegen van het grondmisdrijf, maar ook uit het verrichten van hand- en spandiensten die op zichzelf niet strafbaar zijn, zolang maar van bovenbedoeld aandeel of ondersteuning daaraan kan worden gesproken. (Zie onder meer HR 3 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW5178.)

De rechtbank acht derhalve bewezen dat de verdachte, samen de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] , het onder feit 1 ten laste gelegde heeft begaan.

De rechtbank acht het dus zo te zijn geweest dat de verdachte zich binnen de organisatie in het bijzonder bezig hield met de teelt van hennep. Volgens [getuige 1] was hij de man achter de hokken. Nu verder in de ten laste gelegde periode niet op overtuigende wijze blijkt van betrokkenheid van de verdachte bij de handel in harddrugs zoals die door de andere leden van de organisatie werd gedreven, zal de rechtbank de verdachte vrijspreken van de navolgende verwijten die daar op zien.

Vrijspraken

Feit 4

De rechtbank zal de verdachte vrijspreken van:

- het aanwezig hebben van 266,1 gram heroïne in de woning aan de [adres 2] ;

- het aanwezig hebben van 380,3 gram heroïne, 107,8 gram cocaïne en 6 MDMA-pillen in de woning aan de [adres 3] .

Met de raadsman is de rechtbank van oordeel dat uit het dossier niet volgt dat de verdachte wetenschap had van of de beschikkingsmacht had over die heroïne, cocaïne en MDMA-pillen. Van een nauwe en bewuste samenwerking met de medeverdachten ten aanzien van de in die woningen aangetroffen verdovende middelen is niet gebleken.

Feit 5

De rechtbank is met de raadsman van oordeel dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het op 14 maart 2019 opzettelijk aanwezig hebben van 99,8 gram hennep in een pand aan de [adres 3] . De medeverdachte [medeverdachte 2] heeft bij de politie verklaard dat de hennep van hem is en uit het dossier volgt niet van enige betrokkenheid van de verdachte daarbij. Dat de verdachte wetenschap had van en de beschikkingsmacht had over de hennep kan niet worden vastgesteld. Blijkens de verklaringen van de getuige [getuige 1] in combinatie met de berichten die in de telefoon van de verdachte zijn aangetroffen, kan de verdachte weliswaar gelinkt worden aan het telen van hennep, maar dat is onvoldoende om tot een bewezenverklaring van dit feit te kunnen komen.

Feit 6

Er is naar het oordeel van de rechtbank geen bewijs voorhanden waaruit blijkt dat de verdachte:

- de 1.325 gram versnijdingsmiddel die in de woning aan de [adres 2] is aangetroffen,

- het versnijdingsmiddel en de heroïnepers die in de woning aan de [adres 3] zijn aangetroffen, voorhanden heeft gehad. Uit niets blijkt dat de verdachte wetenschap had van of de beschikkingsmacht had over die versnijdingsmiddelen en de heroïnepers.

Ook volgt niet uit het dossier dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking door de verdachte met de medeverdachten ten aanzien daarvan.

De verdachte zal daarom van voorbereidingshandelingen in het kader van de handel in harddrugs worden vrijgesproken.

In de zaak met parketnummer 03.036916.20

Bewijsmiddelen

Op 13 november 2019 krijgen verbalisanten een melding om naar het adres [adres 6] in Heerlen te gaan. Aldaar zou een werkneemster van PostNL hebben aangebeld voor het leveren van een pakketje, waarna de deur werd geopend door een meisje dat huilend vertelde dat zij vier jaar oud was en alleen thuis was. Toen de verbalisanten ter plaatse kwamen, stond het meisje nog steeds huilend aan de voordeur. Hierop betraden de verbalisanten de woning en zagen zij dat een gele tuinslang aan de keukenkraan was bevestigd en dat de tuinslang via de kelderdeur naar de kelder was gelegd. Vervolgens kwam een mannelijk persoon de keldertrap omhoog lopen. De verbalisanten hoorden een zoemend geluid uit de kelder komen en zij zagen dat op de keldervloer naar de trap meerdere gevulde grijze plastic afvalzakken lagen. Nadat er een machtiging tot binnentreden was afgegeven troffen verbalisanten een in werking zijnde hennepplantage aan in de kelder. De kwekerij was verdeeld in drie kweekruimtes. Er werden in totaal 147 hennepstekken aangetroffen. Op grond van hun kennis en ervaring en de uiterlijke kenmerken constateerde de verbalisanten dat het hennep betrof. Verder werd in de hennepplantage een stroomstootwapen aangetroffen.

Omdat het telen van hennep in vele gevallen ook gepaard gaat met de diefstal van stroom, werd een fraude-inspecteur van Enexis B.V. ingeschakeld om de hennepkwekerij af te sluiten van het stroomnetwerk. Hij constateerde met de aanwezige verbalisant dat er inderdaad sprake was van illegale stroomafname. Enexis B.V. heeft hiervan aangifte gedaan. Blijkens de aangifte was in de hoofdaansluitkast een illegale elektriciteitskabel aangelegd die buiten de elektriciteitsmeter om liep en de elektrische installatie in het betreffende pand voorzag van elektriciteit. De illegale kabel is buiten de hoofdveiligheid in de aansluitkost van Enexis B.V. om aangesloten. Door buiten de hoofdbeveiliging om aan te sluiten is er meer vermogen beschikbaar dan contractueel is overeengekomen met de contractant.

De bewoonster van de woning, F. [naam 24] , verklaarde dat zij alleenstaand is en verder wilde zij niets verklaren.

Uit het buurtonderzoek is gebleken dat in de woning gelegen aan de [adres 6] te Heerlen een gezin woont, bestaande uit een man, vrouw en twee kinderen.

De verdachte heeft zich bij de politie en ter terechtzitting op zijn zwijgrecht beroepen.

Het onrechtmatigheidsverweer van de raadsman

De raadsman heeft betoogd dat het binnentreden door de politie onrechtmatig was, nu er volgens hem geen sprake was van een noodsituatie als bedoeld in artikel 2 lid 3 van de Algemene wet op het binnentreden. Er is derhalve sprake van een onherstelbaar vormverzuim ex artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. Als gevolg daarvan dienen de resultaten van het binnentreden te worden uitgesloten van het bewijs en dient de verdachte te worden vrijgesproken van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde, aldus de verdediging.

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman en oordeelt als volgt. Op grond van artikel 3 van de Politiewet heeft de politie tot taak hulp te verlenen aan hen die deze behoeven. Op grond van artikel 7 lid 2 van de Politiewet heeft een politieambtenaar bovendien toegang tot elke plaats voor zover dat voor die hulverlening redelijkerwijs nodig is.

De situatie zoals hierboven beschreven, het aantreffen van een huilend meisje van vier jaar oud in de deuropening, dat zegt dat ze alleen thuis is, gekoppeld aan het feit dat een ouder of verzorger zich niet vanuit de woning aandiende toen eerst de medewerker van POSTNL aanbelde en later de politie ter plaatse was, is naar het oordeel van de rechtbank bij uitstek een situatie als bedoeld in artikel 7 lid 2 van de Politiewet, waarin het redelijkerwijs nodig is dat de politie toegang heeft tot elke plaats. Een meisje van vier jaar oud dat alleen thuis is, kan immers in voor het kind (zeer) gevaarlijke situaties verzeild raken.

Overwegingen van de rechtbank

Gelet op bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat de verdachte verantwoordelijk is voor de aangetroffen hennepplantage, de diefstal van de elektriciteit en het aangetroffen stroomstootwapen. Hij was in de kelder aanwezig op het moment dat de verbalisanten de woning betraden én buurtbewoners hebben verklaard dat een man, een vrouw en twee kinderen op voornoemd adres wonen. De verdachte is bovendien eerder veroordeeld voor Opiumdelicten. Het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, schreeuwt om een verklaring van de verdachte. Hij heeft zich echter zowel bij de politie als ter terechtzitting op zijn zwijgrecht beroepen.

Uit de inhoud van de bewijsmiddelen, tezamen en in onderlinge samenhang bezien, en in aanmerking genomen dat een aannemelijke andersluidende verklaring van de verdachte is uitgebleven, volgt naar het oordeel van de rechtbank dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het kweken van hennep, diefstal van elektriciteit en het voorhanden hebben van een stroomstootwapen.

In de zaak met parketnummer 03.090912.21

De rechtbank volstaat ten aanzien van de bewezenverklaring van de ten laste gelegde feiten onder 1 en 2 met een opgave van de bewijsmiddelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 359, derde lid tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering, nu de verdachte het bewezen verklaarde duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend en de raadsman ten aanzien van die feiten geen vrijspraak heeft bepleit.

Feit 1

De rechtbank acht het aan de verdachte ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van de verdachte, ter terechtzitting afgelegd;

- het proces-verbaal van bevindingen doorzoeking [adres 7] te Heerlen;

- het proces-verbaal onderzoek wapen, munitie en 2 patroonmagazijnen.

Feit 2

De rechtbank acht het aan de verdachte ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van de verdachte, ter terechtzitting afgelegd;

- het proces-verbaal van bevindingen doorzoeking [adres 7] te Heerlen;

- het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

In de zaak met parketnummer 03.061433.19

Feit 1

in de periode van 1 oktober 2018 tot en met 13 maart 2019 in Nederland,

heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten onder andere [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde, vierde, vijfde lid, 10a eerste lid, 11 derde, vijfde lid en/of 11a Opiumwet;

Feit 2

in de periode van 20 december 2018 tot en met 6 februari 2019 in de gemeente Heerlen,

tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft geteeld (in een pand aan de [adres 4] ) 150 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

Feit 3

in de periode van 20 december 2018 tot en met 6 februari 2019 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een ander, een hoeveelheid elektriciteit (te weten ongeveer 10.937 kWh), die toebehoorde aan Enexis Netbeheer B.V., in een pand aan de [adres 4] heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader dat weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking;

Feit 7

op 14 maart 2019 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met anderen,

voorwerpen voorhanden heeft gehad (in een pand aan de [adres 3] ), te weten:

- 25 assimilatielampen met armatuur

- 2 koolstoffilters

- 1 Schakelbord

- 2 ventilatoren

- 1 buis ventilator

- 2 metalen box ventilatoren,

waarvan hij en zijn mededaders wisten dat zij bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten;

In de zaak met parketnummer 03.036916.20

Feit 1

op 13 november 2019 in de gemeente Heerlen, opzettelijk heeft geteeld een hoeveelheid van in totaal 147 hennepplanten, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Feit 2

in de periode van 18 september 2019 tot en met 13 november 2019 in de gemeente Heerlen, een hoeveelheid elektriciteit, dat aan een ander toebehoorde, te weten aan Enexis B.V., heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl

verdachte die weg te nemen elektriciteit onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

Feit 3

op 13 november 2019 in de gemeente Heerlen, een wapen van categorie II onder 5°, te weten een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad;

In de zaak met parketnummer 03.090912.21

Feit 1
op 1 april 2021 in de gemeente Heerlen een wapen van categorie III, onder 1 en munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten:
- een pistool (Merk HS Waffentechnik, model Geco P35, kaliber 9 mm), zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en
- twee patroonmagazijnen (kaliber 9 mm) en
- een kogelpatroon (kaliber 9 mm), voorhanden heeft gehad;

Feit 2

op 1 april 2021 in de gemeente Heerlen opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 166 gram hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezen verklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

In de zaak met parketnummer 03.061433.19

Feit 1

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, derde lid, vierde lid en vijfde lid, artikel 10a, eerste lid, artikel 11 derde en vijfde lid en artikel 11a van de Opiumwet;

Feit 2

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

Feit 3

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

Feit 7

medeplegen van voorwerpen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid, van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten;

In de zaak met parketnummer 03.036916.20

Feit 1

opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

Feit 2

diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van verbreking;

In de zaak met parketnummer 03.090912.21

Feit 1

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III; handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd

Feit 2

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf en/of de maatregel

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht, gevorderd aan de verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 30 maanden. De officier van justitie heeft daarbij rekening gehouden met de volgende omstandigheden. De verdachte heeft zich gedurende langere tijd bezig gehouden met drugs-gerelateerde feiten. Tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis is de verdachte verder gegaan met het plegen van strafbare feiten. Ook nadat hij slachtoffer is geworden van een schietincident, nota bene naar aanleiding van een mislukte drugsdeal, is de verdachte niet gestopt. De officier van justitie houdt verder in het nadeel van de verdachte rekening met zijn proceshouding.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om bij het bepalen van de straf rekening te houden met de omstandigheid dat de verdachte - na beëindiging van het voorarrest - onmiddellijk een schoonmaakbedrijf is gestart en een baan als gymleraar op een basisschool heeft gekregen.

Daarnaast heeft de raadsman verzocht om in de zaak met parketnummer 03.061433.19 rekening te houden met de overschrijding van de redelijke termijn met ruim zes maanden.

De raadsman heeft aangevoerd dat, gelet op de inhoud van het reclasseringsadvies, een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest, eventueel met een voorwaardelijk deel met daaraan bijzondere voorwaarden gekoppeld, passend en geboden is. Indien de verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf moet ondergaan, zal dit desastreuze gevolgen voor hem hebben.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft gedurende een periode van ruim vijf maanden deelgenomen aan een criminele organisatie die zich, kort gezegd onder meer, bezighield met hennepteelt en handel in harddrugs.

Daarnaast heeft de verdachte zich meermalen schuldig gemaakt aan het telen van hennep en de diefstal van stroom. Ook heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het plegen van voorbereidingshandelingen in het kader van de hennepteelt.

Het is algemeen bekend dat verdovende middelen schade toebrengen aan de gezondheid van de gebruikers van deze middelen. Gebruikers van harddrugs bekostigen hun gebruik daarbij vaak door diefstal of ander crimineel gedrag, waardoor schade en overlast wordt toegebracht aan anderen. Van de handel in verdovende middelen is bovendien algemeen bekend dat dit steeds meer gepaard gaat met andere, ook zwaardere vormen van criminaliteit.

Het spreekt dus voor zich dat een organisatie met als doelstelling het plegen van misdrijven als hiervoor genoemd een ernstige en ontoelaatbare ondermijning van de rechtsorde betekent. Maar kennelijk heeft de verdachte daar geen boodschap aan. Sterker nog, na zijn aanhouding in maart 2019 en hangende de afdoening van de daarmee samenhangende strafzaak, pleegt de verdachte wederom strafbare feiten door zich te voorzien van wapens, softdrugs voorhanden te hebben, hennep te telen en elektriciteit weg te nemen. Uit het dossier blijkt voorts dat de verdachte vrij kort na de aanhouding in maart 2019 het slachtoffer is geworden van een poging doodslag/moord toen hij ruzie kreeg met een aantal personen die bij hem een of meer kilo’s cocaïne wilde kopen. De (voorbereidingen van deze) transactie is weliswaar niet aan de verdachte ten laste gelegd, maar de rechtbank acht het wel tekenend voor de opstelling van de verdachte; interventies van justitie en het aan den lijve moeten ondervinden welke risico’s de handel in verdovende middelen in zich bergen, houden verdachte kennelijk niet van het slechte pad af. Hieruit spreekt een handel en wandel van de verdachte die ontoelaatbaar en onacceptabel is. Wanneer dit bezien wordt in het licht van de feiten waarvoor thans een veroordeling volgt, kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden volstaan met minder dan het opleggen van een gevangenisstraf.

Anders dan de raadsman heeft betoogd, ziet de rechtbank in de aangevoerde persoonlijke omstandigheden van de verdachte en in hetgeen opgenomen is in het over de verdachte opgemaakte reclasseringsadvies van 17 september 2021, onvoldoende reden om daarvan af te wijken.

Voor de beoordeling of er sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn, heeft als uitgangspunt te gelden dat een strafzaak in eerste aanleg dient te zijn afgerond met een vonnis binnen twee jaar vanaf het moment dat vanwege de Nederlandse staat jegens een verdachte een handeling is verricht waaraan deze redelijkerwijs de verwachting kan ontlenen dat tegen hem strafvervolging kan worden ingesteld.

Als beginpunt van de redelijke termijn moet 14 maart 2019 (de dag waarop de verdachte is aangehouden) worden aangehouden. Het tijdsverloop tussen de aanvang van de redelijke termijn en de uitspraak op 5 oktober 2021 bedraagt derhalve 31 maanden. Dat brengt mee dat sprake is van een termijnoverschrijding voor de duur van zeven maanden. De rechtbank zal hiermee bij de strafoplegging rekening houden.

Alles afwegende acht de rechtbank, ook met inachtneming van de overschrijding van de redelijke termijn, een gevangenisstraf van 12 maanden passend en zij zal dit dan ook aan de verdachte opleggen, met aftrek van het voorarrest.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet of tot het moment dat de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling aan de orde is, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering.

7 De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

7.1

De vordering van de benadeelde partij

In de zaak met parketnummer 03.061233.19

De benadeelde partij Enexis B.V. vordert een schadevergoeding van € 1.292,70 ter zake van de diefstal van elektriciteit (feit 3).

7.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht om de vordering - met uitzondering van de post netmeting - toe te wijzen, en wel tot een bedrag van € 942,87, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict en daarbij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

7.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van de vordering, nu hij vrijspraak van dit feit heeft bepleit. Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de post ‘netmeting’ niet voor vergoeding in aanmerking komt.

7.4

Het oordeel van de rechtbank

Vast is komen te staan dat de benadeelde partij Enexis B.V. als gevolg van het onder feit 3 bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks schade heeft geleden.

De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat de post ‘netmeting’ niet voor vergoeding in aanmerking komt. De kosten van de netmeting zijn in opdracht van de politie gemaakt en daarom te beschouwen als kosten van publieke opsporing. Dit deel van de vordering zal daarom worden afgewezen.

De rechtbank zal de vordering tot een bedrag van € 942,87 hoofdelijk toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 februari 2019 tot aan de dag van de volledige voldoening.

Om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed zal de rechtbank ook de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 36f, 47, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 3, 10a, 11, 11a en 11b van de Opiumwet en de artikelen 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van de onder 4, 5 en 6 ten laste gelegde feiten in de zaak met parketnummer 03.061433.19;

Bewezenverklaring

  • verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 12 maanden;

  • beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • verstaat dat tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf volledig zal plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling aan de orde is, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering;

Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

  • wijst de vordering van de benadeelde partij Enexis B.V. gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte hoofdelijk om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen € 942,87, bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 6 februari 2019 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • bepaalt dat voor zover dit bedrag door de mededader is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

  • wijst de vordering voor het overige af;

  • veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer, Enexis B.V., van € 942,87, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 6 februari 2019 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • bepaalt dat voor zover dit bedrag door de mededader is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

  • bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 18 dagen, met dien verstande dat de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;

  • bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.B. Bax, voorzitter, mr. W. Loof en

mr. dr. M.E. Notermans, rechters, in tegenwoordigheid van mr. N.M.J.G.A. van Hinsberg en mr. S. Schmeets, griffiers, en uitgesproken ter openbare zitting van 5 oktober 2021.

Buiten staat

Mr. dr. Notermans is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging- ten laste gelegd dat

In de zaak met parketnummer: 03.061433.19

Feit 1:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2018 tot en met 13 maart 2019 in de gemeente Heerlen, althans in Nederland,

heeft deelgenomen aan een organisatie,

bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] ,

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde, vierde, vijfde lid, 10a eerste lid, 11 derde, vijfde lid en/of 11a Opiumwet;

Feit 2:

hij in of omstreeks de periode van 20 december 2018 tot en met 6 februari 2019 in de gemeente Heerlen,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt,

in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 4] )

een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 150 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep,

zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II,

dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

Feit 3:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 december 2018 tot en met 6 februari 2019 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een hoeveelheid elektriciteit (te weten ongeveer 10.937 kWh),

in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan Enexis Netbeheer B.V.,

(in/uit een pand aan de [adres 4] ) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen,

terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

Feit 4:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 13 maart 2019 tot en met 14 maart 2019 in de gemeente Heerlen,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk aanwezig heeft gehad

- ongeveer 266,1 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne (in een pand aan de [adres 2] ) en/of

- ongeveer 380,3 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne (in een pand aan de [adres 3] ) en/of

- ongeveer 107,8 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne (in een pand aan de [adres 3] ) en/of

- ongeveer 6 pillen (1,8 gram), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (in een pand aan de [adres 3] )

zijnde heroïne en/of cocaïne en/of MDMA, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Feit 5:

hij op of omstreeks 14 maart 2019 in de gemeente Heerlen,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 99,8 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep (in een pand aan de [adres 3] ) ,

zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Feit 6:

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 13 maart 2019 tot en met 14 maart 2019 in de gemeente Heerlen,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van heroïne, cocaïne en/of MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende van heroïne, cocaïne en/of MDMA, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen opzettelijk stoffen en/of een voorwerp, te weten

- ongeveer 1325 gram, in elk geval een of meer hoeveelheden paracetamol en/of coffeïne (in een pand aan de [adres 2] ) en/of

- ongeveer 760 gram, in elk geval een of meer hoeveelheden paracetamol en/of coffeïne (in een pand aan de [adres 3] ) en/of

- een heroïnepers (in een pand aan de [adres 3] )

voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);

Feit 7:

hij op of omstreeks 14 maart 2019 in de gemeente Heerlen,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen

voorwerpen voorhanden heeft gehad (in een pand aan de [adres 3] ), te weten

- 25 assimilatielampen met armatuur

- 2 koolstoffilters

- 1 Schakelbord

- 2 ventilatoren

- 1 buis ventilator

- 2 metalen box ventilatoren

waarvan hij en zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid

van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten;

In de zaak met parketnummer 03.036916.20

Feit 1:

hij op of omstreeks 13 november 2019 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 147 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

Feit 2:
hij in of omstreeks de periode van 18 september 2019 tot en met 13 november 2019 in de gemeente Heerlen, meermalen, althans eenmaal (telkens), tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan Enexis B.V., heeft/hebben weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl
verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen elektriciteit onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;
(art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht)

Feit 3:
hij op of omstreeks 13 november 2019 in de gemeente Heerlen, (een) wapen(s) van categorie II onder 5°, te weten een voorwerp waarmee door een elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad;

In de zaak met parketnummer 03.090912.21

Feit 1:
hij op of omstreeks 1 april 2021 in de gemeente Heerlen een of meer wapens van categorie III, onder 1 en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten
- een pistool (Merk HS Waffentechnik, model Geco P35, kaliber 9mm), zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en/of
- twee patroonmagazijnen (kaliber 9 mm) en/of
- een kogelpatroon (kaliber 9 mm),
voorhanden heeft gehad;


Feit 2
hij op of omstreeks 1 april 2021 in de gemeente Heerlenopzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 166 gram hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van Politie Eenheid Limburg, District Parkstad-Limburg, Basisteam Heerlen, proces-verbaalnummer 2019039230, gesloten d.d. 10 augustus 2019, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 916. Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, dossierpagina’s 299 en 300. Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, dossierpagina’s 300 en 301. Het aangifteformulier van Enexis B.V. d.d. 12 februari 2019, dossierpagina 335. Het aangifteformulier van Enexis B.V. d.d. 12 februari 2019, dossierpagina’s 334 tot en met 336. De specificatie netverlies elektriciteit, dossierpagina’s 338. Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, dossierpagina 301. Het aangifteformulier van Enexis B.V. d.d. 12 februari 2019, dossierpagina 335. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 1] d.d. 13 maart 2019, dossierpagina’s 290 tot en met 292. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 1] d.d. 16 maart 2019, dossierpagina’s 296 en 297. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 1] d.d. 13 maart 2019, dossierpagina’s 292. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 1] d.d. 13 maart 2019, dossierpagina’s 293. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 1] d.d. 16 maart 2019, dossierpagina’s 297 en 298. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 maart 2019, dossierpagina 138. De kennisgeving van inbeslagneming, dossierpagina’s 203 tot en met 207. Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 14 maart 2019, dossierpagina 147. De aanvraag extern forensisch onderzoek, dossierpagina’s 151 tot en met 154, alsmede 156 tot en met 158. Het rapport d.d. 8 mei 2019, opgemaakt door drs. R.F. Kranenburg, dossierpagina 432. De kennisgeving van inbeslagneming, dossierpagina’s 202 en 203. Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 14 maart 2019, dossierpagina 147. De aanvraag extern forensisch onderzoek, dossierpagina’s 151 en 154. Het rapport d.d. 8 mei 2019, opgemaakt door drs. R.F. Kranenburg, dossierpagina 432. De kennisgeving van inbeslagneming, dossierpagina’s 204. Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 14 maart 2019, dossierpagina 147. De aanvraag extern forensisch onderzoek, dossierpagina 153. Het rapport d.d. 8 mei 2019, opgemaakt door drs. R.F. Kranenburg, dossierpagina 432. De kennisgeving van inbeslagneming, dossierpagina’s 205, 207 en 208. Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 14 maart 2019, dossierpagina 147. De aanvraag extern forensisch onderzoek, dossierpagina’s 155 en 156, alsmede 158 en 159. Het rapport d.d. 8 mei 2019, opgemaakt door drs. R.F. Kranenburg, dossierpagina 432. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 maart 2019, dossierpagina 139. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 maart 2019, dossierpagina 139. Het proces-verbaal van aanhouding van verdachte [medeverdachte 1] d.d. 13 maart 2019, dossierpagina 26. Het proces-verbaal van aanhouding van verdachte [medeverdachte 2] d.d. 14 maart 2019, dossierpagina 111. Het proces-verbaal van aanhouding van verdachte [verdachte] d.d. 14 maart 2019, dossierpagina 235. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 maart 2019, dossierpagina 56. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 20 maart 2019, dossierpagina 131. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 maart 2019, dossierpagina 138. De kennisgevingen van inbeslagneming, dossierpagina’s 222 en 223. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 maart 2019, dossierpagina 166 en 167. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 april 2019, dossierpagina 180. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 maart 2019, dossierpagina 183. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 maart 2019, dossierpagina 183 en 184. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 maart 2019, dossierpagina 185. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 maart 2019, dossierpagina 56. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 434. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 437. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 437. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 436. Het SMS-rapport, dossierpagina 458. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 438 tot en met 440. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 435. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 441 tot en met 445. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 436. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 445 en 446. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 436. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 447 en 448. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 436. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 448. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 448. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 437. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 448 tot en met 451. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 437. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 451 en 452. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 437. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 452 en 453. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 453. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 453 en 455. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 436. Het proces-verbaal aangifte [verdachte] d.d. 18 mei 2019, dossierpagina’s 262 tot en met 265. Het proces-verbaal van bevindingen EOB-U-2020034117 d.d. 21 april 2021, ongenummerd (bladen 1 en 2). Het verdachtenverhoor van [getuige 2] d.d. 29 juni 2020, als bijlage bij het proces-verbaal van bevindingen EOB-U-2020034117 d.d. 21 april 2021, ongenummerd. De aangifte d.d. 18 augustus 2020, als bijlage bij het proces-verbaal van bevindingen EOB-U-2020034117 d.d. 21 april 2021, ongenummerd. Het proces-verbaal van bevindingen EOB-U-2020034117 d.d. 21 april 2021, ongenummerd (blad 2). Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie eenheid Limburg, district Parkstad-Limburg, basisteam Heerlen, proces-verbaalnummer PL2431-2019179426, gesloten d.d. 15 november 2019, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 124, alsmede de niet-doorgenummerde stukken. Het proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina’s 20 tot en met 23. Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, dossierpagina’s 4 en 5. Kennisgeving van inbeslagname, dossierpagina 30. Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, dossierpagina 5. Aangifteformulier door Enexis BV, dossierpagina 88. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [naam 24] , dossierpagina’s 58 tot en met 62. Het proces-verbaal buurtonderzoek, dossierpagina 26. Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie eenheid Limburg, district Parkstad-Limburg, basisteam Heerlen, proces-verbaalnummer PL2300-2021048460, gesloten d.d. 9 april 2021, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 111. Het proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina’s 67 en 68; Het proces-verbaal onderzoek wapen, munitie en 2 patroonmagazijnen, dossierpagina’s 91 tot en met 93. Het proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina’s 67 en 68; Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, dossierpagina 102.