Strafrecht overig

Veroordeling (onder meer) voor criminele organisatie

Rechtbank Limburg, 5 oktober 2021

Zaakgegevens

Op 5 oktober 2021 heeft de Rechtbank Limburg in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Limburg
Zittingsplaats
Maastricht
Datum uitspraak
5 oktober 2021
Datum publicatie
6 oktober 2021
Zaaknummer
03.061269.19 en 03.104036.21 (ttz.gev.)
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2021:7547
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Veroordeling (onder meer) voor criminele organisatie

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht

Strafrecht

Parketnummers: 03.061269.19 en 03.104036.21 (ttz.gev.)

Tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 5 oktober 2021

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,

wonende te [adresgegevens verdachte] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. A. Çinar, advocaat, kantoorhoudende te Beek.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 21 september 2021. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging - in de zaak met parketnummer 03.061269.19 gewijzigd overeenkomstig artikel 314a Sv - is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er - kort en feitelijk weergegeven - op neer dat de verdachte:

In de zaak met parketnummer 03.061269.19

Feit 1: in de periode van 1 oktober 2018 tot en met 13 maart 2019 heeft deelgenomen aan een criminele organisatie, die als oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde, vierde en vijfde lid, artikel 10a eerste lid, artikel 11 derde en vijfde lid en/of artikel 11a Opiumwet;

Feit 2: in de periode van 20 december 2018 tot en met 6 februari 2019, samen met anderen of alleen, hennep heeft geteeld in een pand aan de [adres 4] in Heerlen;

Feit 3: in de periode van 20 december 2018 tot en met 6 februari 2019, samen met anderen of alleen, elektriciteit heeft gestolen in een pand aan de [adres 4] in Heerlen door middel van braak of verbreking;

Feit 4: in de periode van 13 maart 2019 tot en met 14 maart 2019, samen met anderen of alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad:

- 266,1 gram heroïne (in een pand aan de [adres 2] in Heerlen)

- 380,3 gram heroïne, 107,8 gram cocaïne en 6 MDMA-pillen (in een pand aan de [adres 3] in Heerlen);

Feit 5: op 14 maart 2019, samen met anderen of alleen, 99,8 gram hennep opzettelijk aanwezig heeft gehad in een pand aan de [adres 3] in Heerlen;

Feit 6: zich in de periode van 13 maart 2019 tot en met 14 maart 2019, samen met anderen of alleen, schuldig heeft gemaakt aan voorbereidingshandelingen in het kader van de handel in heroïne, cocaïne en MDMA, door:

- in een pand aan de [adres 2] in Heerlen versnijdingsmiddel (1325 gram paracetamol en/of coffeïne);

- in een pand aan de [adres 3] in Heerlen versnijdingsmiddel (760 gram paracetamol en/of coffeïne) en een heroïnepers,

voorhanden te hebben;

Feit 7: zich op 14 maart 2019, samen met anderen of alleen, schuldig heeft gemaakt aan voorbereidingshandelingen in het kader van de (beroepsmatige, bedrijfsmatige of grootschalige) hennepteelt, door voorwerpen (zoals koolstoffilters, ventilatoren en assimilatielampen) voorhanden te hebben in een pand aan de [adres 3] in Heerlen;

Feit 8: op 13 maart 2019 een pistool en een patroonhouder voorhanden heeft gehad.

In de zaak met parketnummer 03.104036.21

Feit 1: op 1 april 2021 twee voorwerpen voorhanden heeft gehad, die voor wat betreft de vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertonen met een bestaand vuurwapen;

Feit 2: op 1 april 2021 een vlindermes voorhanden heeft gehad;

Feit 3: op 1 april 2021 135,5 gram hasjiesj opzettelijk aanwezig heeft gehad;

Feit 4: op 1 april 2021 een pistool, althans de onderdelen daarvan (de kast/het frame, het magazijn, de loop en de slede) en 12 knalpatronen voorhanden heeft gehad.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zijn standpunt verwoord in een ter terechtzitting overgelegd schriftelijk requisitoir.

In de zaak met parketnummer 03.061269.19

De officier van justitie acht alle (8) ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend te bewijzen. Hij heeft eerst de feiten 2 tot en met 8 besproken, daarna feit 1 (deelname aan een criminele organisatie).

Feiten 2 en 3

Voor het bewijs van het in vereniging telen van hennep (feit 2) en de daarmee gepaard gaande diefstal van elektriciteit (feit 3) heeft de officier van justitie zich gebaseerd op:

- het proces-verbaal met betrekking tot het aantreffen van de hennepkwekerij;

- de verklaring van [getuige 1] over de - in de door haar gehuurde woning - aangetroffen hennepkwekerij en het aandeel van de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 1] daarin;

- verschillende berichten die in de telefoon van de verdachte zijn aangetroffen, die duiden op de betrokkenheid van de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 1] bij de hennepkwekerij.

Feiten 4 en 5

De officier van justitie heeft zich voor het bewijs van het aanwezig hebben van de in de woning aan de [adres 2] aangetroffen heroïne en de in de woning aan de [adres 3] aangetroffen heroïne, cocaïne en MDMA-pillen onder meer gebaseerd op de volgende bewijsmiddelen:

- de processen-verbaal doorzoeking ten aanzien van beide woningen waaruit volgt waar de diverse harddrugs zijn aangetroffen;

- de rapporten van de deskundige waaruit volgt dat het om heroïne, cocaïne en MDMA gaat;

- de verklaring van [getuige 1] met betrekking tot de verschillende stashplekken;

- de resultaten van het onderzoek aan de telefoons van de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 2] , waaruit volgt dat de verdachte en de twee medeverdachten ( [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] ) handelen in soft- en harddrugs. Daarmee kan volgens de officier van justitie worden aangetoond dat de verdachte én zijn twee medeverdachten de beschikkingsmacht hebben gehad over de verdovende middelen.

Feiten 6 en 7

Voor het bewijs dat de verdachte zich, samen met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] , schuldig heeft gemaakt aan de voorbereidingshandelingen in het kader van de productie van harddrugs (feit 6) en de hennepteelt (feit 7) heeft de officier van justitie zich onder meer gebaseerd op:

- de verklaring van de medeverdachte [medeverdachte 2] ;

- de verklaring van [getuige 1] ;

- de resultaten van het onderzoek aan de telefoon van de verdachte.

Feit 8

Voor het bewijs dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen en patroonhouder heeft de officier van justitie zich gebaseerd op:

- het proces-verbaal van de verbalisanten met betrekking tot het aantreffen daarvan;

- het proces-verbaal dat het wapen en de patroonhouder beschrijft en categoriseert;

- de bekennende verklaring van de verdachte ten aanzien van het wapen.

Hoewel de verdachte heeft verklaard niets af te weten van de patroonhouder, acht de officier van justitie het voorhanden hebben van de patroonhouder bewezen, nu deze in dezelfde kelder als het vuurwapen is aangetroffen en de getuige [getuige 1] heeft verklaard dat de verdachte gek op wapens is.

Feit 1

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte, in ieder geval samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , heeft deelgenomen aan een criminele organisatie. Volgens hem is sprake van een samenwerkingsverband met een gemeenschappelijke doelstelling, welke doelstelling bestaat uit het telen van hennepplanten en het bereiden, bewerken, verwerken, verhandelen en aanwezig hebben van heroïne en cocaïne. Dat de verdachte en zijn medeverdachten zich met die activiteiten bezig hielden volgt reeds uit hetgeen door de officier van justitie ten aanzien van de feiten 2 tot en met 7 is betoogd. Daaruit kan het oogmerk van de organisatie worden afgeleid, aldus de officier van justitie. Voor het bewijs van de samenwerking heeft de officier van justitie zich gebaseerd op het onderzoek aan de telefoons van de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 2] . In die telefoons zijn verschillende berichten gevonden die gaan over het opzetten van de kwekerij en de sturing daarvan, alsmede over de handel in harddrugs. Uit de verklaring van [getuige 1] volgt dat de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 1] voornamelijk een sturende en organiserende rol hebben vervuld en [medeverdachte 2] een meer ondersteunende rol heeft gehad.

In de zaak met parketnummer 03.104036.21

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat bewezen kan worden verklaard dat de verdachte de twee imitatievuurwapens (feit 1), het vlindermes (feit 2), de 135,5 gram hasjiesj (feit 3), alsmede het pistool en de 12 knalpatronen (feit 4) voorhanden heeft gehad.

Hij baseert zich voor het bewijs van die feiten op:

- de processen-verbaal van de verbalisanten met betrekking tot het aantreffen van de (vuur)wapens en de hasjiesj in de woning van de verdachte;

- de verklaring van de verdachte afgelegd bij de politie, dat de (vuur)wapens en munitie van hem zijn en dat de hasjiesj voor eigen gebruik is;

- de processen-verbaal die de wapens beschrijven en categoriseren.

3.2

Het standpunt van de verdediging .

De raadsman heeft zijn standpunt verwoord in een ter terechtzitting overgelegde pleitnotitie.

In de zaak met parketnummer 03.061269.19

De raadsman heeft vrijspraak bepleit van de ten laste gelegde feiten 1 tot en met 7. Ten aanzien van feit 8 heeft hij zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Feit 1

Uit het strafdossier blijkt niet dat sprake is van een samenwerkingsverband met een zekere duurzaamheid en structuur tussen de verdachte en een of meerdere andere personen. Dat volgt niet uit de verklaring van [getuige 1] en de WhatsApp-berichten. Bovendien moet de verklaring van deze [getuige 1] volgens de raadsman als onbetrouwbaar worden bestempeld.

Feiten 2 en 3

De hennepkwekerij behoort niet aan de verdachte toe en hij is ook niet betrokken geweest bij de opbouw van de hennepkwekerij. Tevens volgt uit het strafdossier niet dat de elektriciteit door toedoen van of met behulp van de verdachte wederrechtelijk is weggenomen.

Feiten 4 en 5

Er is onvoldoende bewijs om de verdovende middelen die in de woningen aan de [adres 2] en de [adres 3] zijn gevonden aan de verdachte te linken. Uit het strafdossier volgt niet dat de verdachte wetenschap en beschikkingsmacht heeft gehad over de verdovende middelen. Van medeplegen is geen sprake, nu niet is gebleken dat de verdachte en de medeverdachten een nauwe en bewuste samenwerking hebben gehad.

Feiten 6 en 7

De raadsman heeft zijn standpunt dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het plegen van, kort gezegd, voorbereidingshandelingen niet verder toegelicht in zijn pleitnotitie.

In de zaak met parketnummer 03.104036.21

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het voorhanden hebben van de twee imitatievuurwapens (feit 1), het vlindermes (feit 2) en het pistool en de 12 knalpatronen (feit 4).

De imitatievuurwapens, het pistool en de knalpatronen wilde de verdachte als kunstexpressie gebruiken en het bezit daarvan is om die reden niet strafbaar. Ook het bezit van het vlindermes is volgens de raadsman niet strafbaar, nu het in de keuken is aangetroffen en als keukengereedschap wordt gebruikt (feit 2). Ten aanzien van het voorhanden hebben van 135,5 gram hasjiesj (feit 3) heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

3.3

Het oordeel van de rechtbank

In de zaak met parketnummer 03.061269.19

Bewijsmiddelen

Hennepkwekerij aan de [adres 4] in Heerlen en diefstal van elektriciteit

Op 6 februari 2019 is de politie de woning aan de [adres 4] te Heerlen binnengetreden, omdat vermoed werd dat in die woning hennep werd geteeld. Dit vermoeden ontstond (onder meer) naar aanleiding van een MMA-melding dat er een hennepkwekerij op voornoemd adres was en een daarop volgende blokmeting op het verbruik van elektrische energie. In de woning werd een in werking zijnde hennepplantage aangetroffen. In de kelder stonden in totaal 150 hennepplanten met de daarbij behorende apparatuur en andere voorwerpen. Op grond van hun kennis en ervaring, opgedaan bij eerdere ontmantelingen van hennepkwekerijen, hebben de verbalisanten geconstateerd dat de daar aanwezige planten - gezien de waargenomen uiterlijke kenmerken, kleur en vorm, en daarnaast de herkenbare geur - hennepplanten waren.

Omdat het telen van hennep vaak gepaard gaat met de diefstal van stroom, is een fraude-inspecteur van Enexis B.V. ter plaatse gekomen om de stroomvoorziening te onderzoeken. Hierbij werd door de fraude-inspecteur in aanwezigheid van de verbalisanten geconstateerd dat de stroomvoorziening ten behoeve van de hennepkwekerij illegaal werd afgenomen. Er bleek een illegale aansluiting vóór de hoofdbeveiliging (op de aansluitleiding in de hoofdaansluitkast) te zijn. Zo was er een illegale elektriciteitskabel aangelegd die buiten de elektriciteitsmeter om liep en de elektrische installatie in het betreffende pand voorzag van elektriciteit. Om deze aftakking te realiseren moest de verzegeling van de aansluitkast verbroken worden.

Enexis B.V. heeft aangifte gedaan van diefstal van elektriciteit, waarbij is aangegeven dat er minimaal 10.937 kWh illegaal is afgenomen.

Blijkens controle in de gemeentelijke basisadministratie stond op het moment van binnentreden - op 6 februari 2019 - [getuige 1] op het voornoemd adres ingeschreven. Zij was tevens contractant bij Enexis B.V. op genoemd perceel.

Verklaringen getuige [getuige 1]

is vervolgens als verdachte aangemerkt.

Op 13 maart 2019 heeft [getuige 1] zich op het politiebureau in Heerlen gemeld. Zij heeft toen te kennen gegeven een aanvullende verklaring af te willen leggen. Zij heeft tijdens dat (tweede) verhoor verklaard dat zij op 5 oktober 2018 het huurcontract tekende van de woning aan de [adres 4] in Heerlen. Zij kende [verdachte] (de rechtbank: de verdachte) al van kleins af aan. Op dat moment had [verdachte] een relatie met een van de beste vriendinnen van [getuige 1] . [verdachte] en zijn broer [medeverdachte 1] hielpen haar met verhuizen en het inrichten van haar woning. Op het moment van verhuizen hadden zij al een sleutel van de woning. Begin november begon [verdachte] over haar kelder en het opzetten van een hennepplantage. Aanvankelijk wilde [getuige 1] geen hennepplantage in haar kelder, maar uiteindelijk stemde ze toch toe. [verdachte] en [medeverdachte 1] bouwden de hennepplantage op. Ze kregen hulp van ene ‘ [naam 1] ’.

Op 16 maart 2019 is [getuige 1] een derde keer door de politie verhoord. Zij heeft toen verklaard dat [verdachte] haar eind oktober / begin november 2018 heeft aangesproken over de hennepplantage, maar dat zijn broer [medeverdachte 1] degene was die de plantages bouwde. [medeverdachte 1] was de echte kweker. [verdachte] en [medeverdachte 1] bleven op haar inpraten en lieten haar geloven dat het allemaal niet strafbaar was. Zij heeft verklaard dat [medeverdachte 1] de hennepplantage in haar woning heeft opgebouwd. De kwekerij was ergens net voor de kerst klaar en draaiende. Nadat de plantage was opgebouwd hebben [verdachte] en [medeverdachte 2] , de neef van [verdachte] en [medeverdachte 1] , nog opgeruimd. [verdachte] en [medeverdachte 1] kwamen om de twee dagen langs om naar de plantage te kijken. Ze waren dan anderhalf uur bezig met het verzorgen van de planten. Ze zeiden dat ze dat moesten bijhouden. [medeverdachte 2] heeft alleen geholpen met opruimen.

[getuige 1] heeft, behalve over de hennepplantage in haar woning, tijdens haar tweede verhoor bij de politie ook verklaard dat de familie [verdachten] in de drugshandel zat. Zij hadden ook wapens. [getuige 1] heeft de handel en wapens met eigen ogen gezien. [verdachte] had een aantal adressen die hij als stash gebruikte. Zijn ouders woonden in de [adres 2] in Heerlen. Die woning werd als stash gebruikt. Ook de woning van [naam 1] gebruikte hij als stash. [verdachte] had nog een stash, bij zijn neef [medeverdachte 2] . [medeverdachte 2] woonde bij zijn ouders aan de [adres 3] in Heerlen. Hij was degene die voor [verdachte] de harddrugs - heroïne en cocaïne - dealde. [verdachte] en [medeverdachte 1] bouwden en beheerden de hennepkwekerijen. [medeverdachte 1] was de persoon achter de hokken, zoals zij deze zelf noemden.

Tijdens haar derde verhoor bij de politie heeft [getuige 1] verklaard dat [medeverdachte 1] weet van de handel in drugs en dat hij ‘er omheen zit’ en degene is die investeert. [verdachte] , [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] werkten samen.

Doorzoeking woning aan de [adres 2] in Heerlen

Op 13 maart 2019 heeft de politie de woning aan de [adres 2] in Heerlen doorzocht. In de kelder van die woning werd langs één van de wanden in een kist/koffer een vuurwapen aangetroffen, een gaspistool van het merk Rhöner, model 110, kaliber 8 mm knal.

In een plastic bak werd een zak met wit poeder aangetroffen (partij 3). Bij nader onderzoek bleek het te gaan om 253 gram poeder. Voorts werden diverse toebehoren aangetroffen welke besmeurd waren met een bruine poeder-achtige aanslag, het betrof hier mixers, zeven, lepels, messen en een zak met, aldus de politie, vermoedelijk versnijdingsmiddel. Op één van de lepels zat veel bruine aanslag. Deze aanslag testte bij een verdovende middelentest positief op heroïne. Tevens werden in een schoenendoos twee zakken met poeder aangetroffen (partij 4 en partij 5). Nader onderzoek wees uit dat het gewicht van partij 4 338 gram betrof en van partij 5 734 gram. Het politielaboratorium heeft monsters daarvan onderzocht en hieruit bleek dat het ging om paracetamol en coffeïne.

Op de eerste etage van de woning, in een kleine slaapkamer, trof de politie in een kledingkast een plastic Kruidvat zakje aan met daarin twee kleine plastic verpakkingen met diverse bruine poederachtige brokken (partij 1). Bij nader onderzoek bleek het om 266,1 gram te gaan. Het politielaboratorium heeft ook daarvan monsters onderzocht en hieruit bleek dat het heroïne betrof.

Doorzoeking woning aan de [adres 3] te Heerlen

Op 14 maart 2019 is ook de ouderlijke woning van (de rechtbank: de medeverdachte) [medeverdachte 2] door de politie onderzocht. In de kamer links van de voordeur werd een koolstoffilter, en op de eerste verdieping werd een schakelbord, voorwerpen die gebruikt worden in de hennepteelt, aangetroffen.

Op de eerste verdieping, in de slaapkamer van [medeverdachte 2] aan de voorzijde van de woning werden meerdere partijen op verdovende middelen gelijkende stoffen aangetroffen, in zowel grote partijen als in kant en klare verkooppartijen. Na onderzoek bleek het te gaan om:

- 380,3 gram heroïne;

- 107,8 gram cocaïne;

- 6 MDMA pillen;

- 646,8 gram paracetamol en coffeïne.

In de bij de woning behorende garagebox werden diverse goederen ten behoeve van de hennepteelt aangetroffen, te weten 25 assimilatielampen, 25 armaturen, 1 koolstoffilter, 2 ventilatoren en 1 buisventilator. Ook werd in de garage een heroïnepers aangetroffen.

Aanhoudingen en verklaringen van de verdachte en de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]

Op 13 maart 2019, tijdens de doorzoeking van de woning aan de [adres 2] , meldde [verdachte] zich bij die woning, waarna hij werd aangehouden wegens verdenking van overtreding van de Opiumwet.

Op 14 maart 2019, tijdens de doorzoeking van de woning aan de [adres 3] , werden [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] aangehouden wegens verdenking van overtreding van de Opiumwet.

De verbalisanten hebben gerelateerd dat [verdachte] tijdens zijn aanhouding tegen hen heeft verklaard dat zij misschien wat loopmiddel in de kelder van de woning aan de [adres 2] in Heerlen kunnen vinden, maar meer ook niet. De betreffende verbalisant heeft gerelateerd dat loopmiddel in de ‘verdovende middelen scene’ een veelgebruikte term is voor versnijdingsmiddel.

[medeverdachte 1] heeft bij de politie verklaard dat zijn broer [verdachte] af en toe verblijft op het adres [adres 2] in Heerlen en dat hij meestal onder in de kelder slaapt.

Ter terechtzitting van 21 september 2021 heeft de verdachte verklaard dat het in de kelder van de woning aan de [adres 2] in Heerlen aangetroffen wapen van hem was.

[medeverdachte 2] heeft bij de politie verklaard dat de in de woning aan de [adres 3] in Heerlen aangetroffen verdovende middelen, de goederen waarmee een hennepplantage kon worden opgebouwd en de heroïnepers, van hem waren.

Onderzoek aan de telefoons van [medeverdachte 2]

Op 14 maart 2019 werd tijdens de doorzoeking in de woning aan de [adres 3] een drietal telefoons in beslag genomen, waaronder een smartphone van het merk Nokia, type 105 en een zwarte Apple Iphone 7. Deze telefoons werden in de slaapkamer van [medeverdachte 2] aangetroffen.

Op 23 maart 2019 is de telefoon van het merk Nokia door een verbalisant uitgelezen. Uit dat onderzoek is gebleken dat in die telefoon onder andere de volgende berichten aanwezig waren:

Ingekomen berichten contact " [naam 2] " met telefoonnummer [telefoonnummer 1]
- d.d. 14-2-2019 te 09:10 uur met de tekst:
‘Ewa neef kan je 5 orgi voor mij regelen. Misschien 10 maar ik moet eerst kijken
hoeveel. Als kan sms me en ik bel je vanavond’
- d.d. 14-2-2019 te 09:10 uur met de tekst:
‘Orgi = sterke’

Ingekomen berichten contact " [naam 3] " met telefoonnummer [telefoonnummer 2]
- d.d. 23-2-2019 te 15:09 uur met de tekst:
‘Auwe hoeveel moet je op het moment, voor 10g. Sos hebben’
- d.d. 23-2-2019 te 17:01 uur met de tekst:
‘ [medeverdachte 2] , Heb je nog lang nodig, is niet voor mij, mensen worden klein beetje lastig!’
- d.d. 12-3-2019 te 23:29 uur met de tekst:
‘Auwe, als je wil kun je me voor morgen 55g/b doen. Grt.’

Het is de betreffende verbalisant ambtshalve bekend dat de benaming ‘b’ betrekking heeft op bruin, dat een veelgebruikt synoniem is voor heroïne en dat de term ‘sos’ een benaming is voor cocaïne.

Ook de zwarte Iphone 7 is door de betreffende verbalisant uitgelezen (op 10 april 2019). Uit het onderzoek is gebleken dat de gebruiker/houder van die telefoon de naam ‘ [medeverdachte 2] ’ gebruikte en dat het telefoonnummer van het toestel [telefoonnummer 3] was. Onder andere de volgende WhatsApp-berichten waren in die telefoon aanwezig:

Uit een gesprek met contact ’ [naam 4] ’ met telefoonnummer [telefoonnummer 4]

- gesprek d.d. 13-3-2019 met de tekst:
Incoming: ‘Heb je nog balle’
Incoming: ‘Haha matcho’
Outgoing: ‘Saf’
Outgoing: ‘20 m’
Incoming: ‘Kom dan naar mij’
Outgoing: ‘Oki’
Incoming: ‘Ga je gwn die (…) opnieuw opkoken en veel donkerder maken’
Outgoing: ‘Alles??’
Incoming: ‘Jaa tog doe je gwn trab in een zak erbij zodat die hoeveel heid meer is en die pers em beter pakt’
Outgoing: ‘Broer 200 en meer dan wordt die hard hard als ik die nu ga doe die wordt niet goed hard’
Outgoing: ‘Snapje’
Outgoing: ‘Of (…) die trab in een apart zak en die trap in apart zak en dan samen in de pers ?’
Outgoing: ‘Of wat’
Incoming: ‘Jaa tog’
Outgoing: ‘Oke’
De verbalisant relateert dat het hier mogelijk ging om het persen van heroïne en dat in de woning van [medeverdachte 2] een heroïnepers in beslag werd genomen.

Uit een gesprek met contact ’ [naam 5] ’ met telefoonnummer [telefoonnummer 5]

- gesprek d.d. 8-3-2019 met de tekst:

Outgoing: ‘Heyy sjatt ben thuiss he bezigg dsn weetje dat’
Outgoing: ‘Niet denke hij is weg ofzo ben gewoon thuis’
De verbalisant relateert dat bij deze chat door ‘ [medeverdachte 2] ’ een foto wordt bijgevoegd waarop een blauwe plastic kom en een doorzichtig zakje met daarin bruin poeder te zien zijn. Ook zijn er meerdere resten bruin poeder op de tafel zichtbaar. Het vermoeden bestaat dat het heroïne betrof.

Uit een gesprek met contact ’ [naam 6] ’ met telefoonnummer [telefoonnummer 6]

- gesprek d.d. 1-3-2019 met de tekst:

Incoming: ‘Kom maar gewoon met die pap naar mij om 20:30’
Outgoing: ‘Landj?’
Outgoing: ‘Heyy broer ik ben nu thuis he was ff checke hoeveel ik jou heb gegeven
heb jou de errste keer 1500 gegeven niet 1300’
Incoming: ‘Bro hier staat 1300eu’
Incoming: ‘Beginnen we weer’
Outgoing: ‘Nee wollah is echt zo broer weet nog de eerste keer was bij bakker
Mzb 1500 2 de keer was bij passie 1000 en nu 650’
Incoming: ‘Hoe kom ik dan bij 1300 matie’
Outgoing: ‘Wollah broer Ik weel nog als dag van gisteren stap ik bij jou in stonde we geparkeerd voor de frituur was jij nog aan t belle had ik je 1500 gegeven zij jij zelf teggen mij nu staat er nog 4300 ope’
De verbalisant relateert dat het hier mogelijk over geldtransacties met betrekking tot de handel in verdovende middelen gaat.

Telefoon van [verdachte] (de verdachte)

Op 13 maart 2019 werd onder [verdachte] een telefoon van het merk Samsung S8 in beslag genomen. Hij droeg deze telefoon bij zich op het moment van zijn aanhouding.

In de periode van 24 tot en met 28 juni 2019 is de telefoon van het merk Samsung door een verbalisant uitgelezen.

In de digitale gegevens van de telefoon werden in meerdere gesprekken aanwijzingen gevonden dat [verdachte] en [medeverdachte 1] betrokken dan wel verantwoordelijk waren voor de op 6 februari 2019 door de politie ontmantelde hennepplantage in de woning aan de [adres 4] in Heerlen.

Onder andere de volgende berichten zijn in die telefoon aangetroffen:

Aanwijzing 1: [telefoonnummer 15] SMS gesprek van [verdachte] met contact " [naam 7] "

[verdachte] betreft de contactnaam die [verdachte] met deze Samsung S8 gebruikt.

SMS [naam 7] betreft een vermoedelijke leverancier van hennep gerelateerde goederen.

Inkomend: [naam 7]

Uitgaand: [verdachte] p. 458

Inkomend 19-12-2018 te 17:54: ‘Nu zaterdag 14.00 is ok voor die 145’
Uitgaand 19-12-2018 te 17:55: ‘Ja is goed’
Uitgaand 22-12-2018 te 10:05: ‘Hoi kleine wijzeging moet 125 hebe’
Inkomend 22-12-2018 te 13:59: ‘Ben je onderweg?’
De verbalisant relateert dat het vermoeden bestaat, gelet op de contactnaam en de aantallen, dat het in dit gesprek om hennep gerelateerde goederen gaat, mogelijk hennepstekken.

Aanwijzing 2: [telefoonnummer 16] Whatsapp gesprek van [verdachte] met contact " [medeverdachte 1]"

[verdachte] betreft de contactnaam die [verdachte] met deze Samsung S8 gebruikt.

[medeverdachte 1] betreft vermoedelijk [medeverdachte 1]

Inkomend: [medeverdachte 1]

Uitgaand: [verdachte]

Uitgaand 23-1-2019 om 23:05: ‘Wie is dit’

Inkomend 23-1-2019 om 23:05: ‘ [medeverdachte 1] je broer’

Inkomend 12-02-2019 om 12:38: ‘Laat haar alvast begin maken in haar huis’

Inkomend 12-02-2019 om 12:39: ‘Wat moet k daar doen haar borden inpakken of haar vriezer leegmaken’

- ‘ Dat ze haar troep eerst daar opruimt’

- ‘ En om de kelder geen probleem dat is voor ons’

- ‘ Maar ben niet verantwoordelijk voor haar troep en viezigheid’

- ‘ En jij ook niet’

Uitgaand 12-02-2019 om 12:39: ‘Pik vandaag moet dat gebeuren ze moet sleitel.morgen

Inleveren’

Inkomend 12-02-2019 om 12:40: ‘Ga die Osso kijken aub schrikwekkend’

De verbalisant relateert dat het woord ‘osso’ volgens https://straatwoordenboek.nl staat voor 'huis'

Uitgaand 12-02-2019 om 12:40: ‘Ze vrkeg ook alleen om kelder pik’

(…)

Inkomend 12-02-2019 om 12:47: ’S goed’

- ‘ Kijk of je alvast een begin kan maken’

- ‘ Bel nu [medeverdachte 2] op’

- ‘ Jullie moetendie grond in vuilniszakk doen’

Uitgaand 12-02-2019 om 12:48: ‘Hahaha is goed [medeverdachte 1] ’

Inkomend 12-02-2019 om 12:48: ‘Die potten heeft [naam 9] nodig’

Uitgaand 12-02-2019 om 12:48: ‘Jallah’

- ‘ Betalen’

- ‘ Zeg maar dat doe betaalrs’

- ‘2 euro per pot’

Inkomend 12-02-2019 om 12:49: ‘Wat zeg jij’

Uitgaand 12-02-2019 om 12:49: ‘Ik ga gewoon opruimen en als wat is dan pakt die et maar’

Inkomend 12-02-2019 om 12:51: ‘Ik heb 2 mensen gefixt’

- ‘ Die komen ook’

Uitgaand 12-02-2019 om 12:51: ‘Wie ???’?

Inkomend 12-02-2019 om 12:51: ‘ [medeverdachte 2] en [naam 9] ’

Uitgaand 12-02-2019 om 12:52: ‘Hoeft niet pik’

Inkomend 12-02-2019 om 12:52: ‘Hij belt je zo dan komt die’

- ‘ Ze hebben die potten nodig’

Uitgaand 12-02-2019 om 12:52: ‘Ja dus????’

Inkomend 12-02-2019 om 12:53: ‘Hun komen helpen zodra k terug ben kom k ook’

- ‘ Mohim hoe meer handen hoe sneller’

- ‘ K ga nu k zie je straf’

Uitgaand 12-02-2019 om 13:50: ‘Moet hun die potte gewoon geven of hoe’

Inkomend 12-02-2019 om 13:50: ‘Ja tog’

Uitgaand 12-02-2019 om 13:50: ‘Ok’

De verbalisant relateert dat het vermoeden bestaat dat dit gesprek gaat over een hennepkwekerij in de kelder van een woning. Er wordt onder meer gesproken over:

- het samen leegruimen van de kelder van de woning van een vrouw (de

hennepkwekerij op de [adres 4] in Heerlen werd aangetroffen

in de kelder van de woning op 6 februari 2019);

- aarde die in vuilniszakken moet worden gedaan;

- potten die verkocht moeten worden voor 2 euro per stuk;

- de hulp van onder andere [medeverdachte 2] en [naam 1] .


Aanwijzing 3: [telefoonnummer 7] Whatsapp gesprek van [verdachte] met contact

" [getuige 1] "

[verdachte] betreft de contactnaam die [verdachte] met deze Samsung S8 gebruikt.

[getuige 1] betreft vermoedelijk [getuige 1]

Inkomend: [getuige 1]

Uitgaand: [verdachte]

Inkomend 19-01-2019 om 12.41: ‘Die beneden’

- ‘ Zijn kk groot’

Uitgaand 19-01-2019 om 12.41: ‘Ja ik weet hahaha’

Inkomend 19-01-2019 om 12.41: ‘Hahahahaha’

- ‘ Moet dat niet minder gemaakt van worden Of ben ik nu gek’

Uitgaand 19-01-2019 om 12.42: ‘Kkm starx met me brada ff langs dan denk ii’

De verbalisant relateert dat het woord ‘brada’ volgens https://straatwoordenboek.nl staat voor 'broer'.

Inkomend 19-01-2019 om 12.43:‘Oh ja zou je die geld niet willen meenemen als het kan’

- ‘ Sorry man’

- ‘ Wilde eigenlijk die shit mee betalen toch Maar ik ga Dat skotte gek die mensen zijn gek’

(…)

Inkomend 23-01-2019 om 12.10: ‘Hey ik ben naar amsterdam [medeverdachte 1] zou vandaag langsgaan bij mij osso maar je hebt sleutel’

- ‘ toch kan je met hem samen gaan en zou je aub in avond het ligt aan willen laten In

woonkamer en gang’

Uitgaand 23-01-2019 12.57: ‘Ja zeker’

(…)

Uitgaand 06-02-2019 om 21.28: ‘En [naam 4] had me brada gesproken hij heeft ook ff moeilijk

zegt die maar ik ga morgen in sha allah me best doen voor die emena maar stel ik kan niet alles fikse’

- ‘ Zou je dan ergens nog beetje kune fikse’

Inkomend 06-02-2019 om 21.28: ‘Moeilijk man wollah’

- ‘ Kan niks fixe zeg je eerlijk mensen die ik vraag’

- ‘ Zeggen je moet bij diegene zijn ditdat’

- ‘ Want uiteindelijk heb 2500 nodig voor die osso en 2000 moet ik afbetalen van Essent’

- ‘ Kijk ookal krijg ik die 2500 van huur ik betaal je elke maan rustig af’

Uitgaand 06-02-2019 om 21.30: ‘Ik snap et wollah en je weet als ik et had liggen had ik

gegeven maar op koran heb ook beetje gerkened op die dinge’

Inkomend 06-02-2019 om 20.31: ‘Kijk zeg je eerlijk als ik die doekoe niet Heb’

- ‘ Ben ik gewoon genaaid met alles’

-‘Me kids Alles’

Uitgaand 06-02-2019 om 21.33: ‘Ma ik had ook qerkend op.die ding.gn heb nigs meer op

Straatbqedaan’

(…)

Inkomend 09-02-2019 om 21.57: ‘Weetje wat ik niet snap je hebt altijd tegen mij gezegd

[getuige 1] ik doe dit voor jou heb dit niet eens nodig blabla en nu dat het is mis gegaan kan niemand me helpen met 2500 voor een huis en borg alleen dat terwijl zelf krijg ik nog dikke gekke boetes rechtzaak kan 5 haar nergens wonen via bouwverneinging ben dik dik genaaid en mensen vergeten me alsof ik lucht ben met me kinderen erbij iedereen die ik spreek hierover zegt me diegene moet je gewoon helpen hoort bij het vak ditdat je hebt kids maar ja wat moet ik je zeggen man Ben shok pik’

Uitgaand 09-02-2019 om 22.04:’Ik heb je gezegd [getuige 1] ik ga je helpen met wat ik kan en ik

heb ook heel wat verloren’

De verbalisant relateert dat in dit gesprek:

- [getuige 1] aangeeft dat ze € 2.000,00 moet afbetalen aan Essent (vermoedelijk in verband met de ontdekte hennepkwekerij en de diefstal van de stroom);

- [verdachte] hierop laat weten dat er geen geld is en hij ook gerekend had op ‘die dinge’. Hiermee wordt mogelijk gedoeld op de oogst van de hennepkwekerij;

- [verdachte] rekende op het financiële voordeel van het oogsten van de hennepplantage.

Aanwijzing 4: [telefoonnummer 8] Whatsapp gesprek van [verdachte] met contact

" [naam 12] "

[verdachte] betreft de contactnaam die [verdachte] met deze Samsung S8 gebruikt.

[naam 12] betreft [naam 12] , een persoon die verbalisant in een ander onderzoek tegenkwam.

Inkomend: [naam 12]

Uitgaand: [verdachte]

Uitgaand 17-12-2018 om 13.10: ‘Faka alles goed neef’

Inkomend 17-12-2018 om 13.11: ‘Ben werken tot 7 ongv kan ik je die spullen geven als je wil’

- ‘ Wallah ben je helemaal vergwtwn’

- ‘ Ben werken tot 7 ongv kan ik je die spullen geven als je wil’

Uitgaand 17-12-2018 om 13.34: ‘Ja is goed broer’

- ‘ Waw je ook vragen wis je beetej doekoe hebt’

- ‘ Barki of 2 als kan’

Inkomend 17-12-2018 om 13.34: ‘Kan ik je morgen geven man heb niks nu die werk is morgen klaar krijg ik 450 kan ik je wel die 2 geveb man sorry’

Uitgaand 17-12-2018 om 14.50: ‘Isngoed is niet erg goy’

Uitgaand 17-12-2018 om 20.04: ‘Is goya’

- Ben je der

- ‘ Goya je hebr nog : 1 transformater, waterpomp, grote buis in doos, halve rol abels,

klopboor met stuken’

Uitgaand 17-12-2018 om 21.10: ‘Zoy je dat aub bij mo osso kan afdumpen me broer belt me

daar voor al paar dagen wollah’

Inkomend 17-12-2018 om 21.12: ‘Wallah ben nog werken’

De verbalisant relateert dat:

- in dit gesprek wordt gesproken over een transformator, een waterpomp, een grote buis in een doos, een halve rol kabels en een klopboor. Het is verbalisant ambtshalve bekend dat dit goederen zijn die in iedere hennepkwekerij aanwezig zijn;

- de broer van [verdachte] ( [medeverdachte 1] ) die goederen kennelijk nodig heeft voor de inrichting van een hennepkwekerij.

Aanwijzing 5: [telefoonnummer 9] Whatsapp gesprek van [verdachte] met contact

" [naam 13] "

[verdachte] betreft de contactnaam die [verdachte] met deze Samsung S8 gebruikt.

[naam 13] betreft vermoedelijk de vriendin van [medeverdachte 1] . Van 23-10-2018 tot en met 3-3-2019 wordt dit nummer gebruikt door [naam 13] . [medeverdachte 1] lijkt regelmatig

via dit nummer met [verdachte] te chatten.

Inkomend: [naam 13]

Uitgaand: [verdachte]

Uitgaand 25-10-2018 om 12.52: ‘Wa is [medeverdachte 1] ’

Inkomend 25-10-2018 om 12.55: ‘Ja hier met mij’

(…)

Inkomend 20-12-2018 om 13.29: ‘K ken niet meer moet zo weg hele kk dag na klote’

Uitgaand 20-12-2018 om 13.29: ‘Ik haal alles’

- ‘ Zelif wat moet ik hale dan bro’

- ‘ En bij hoensebroek of bij mark’

Inkomend 20-12-2018 om 13.30: ‘Zakken grond’

Uitgaand 20-12-2018 om 13.30: ‘54 stuks’

Inkomend 20-12-2018 13.30: ‘Dikke kabel [naam 1] weet waar’

- ‘ Haal 50 zakken’

- ‘ Ja in hoensbroek’

Uitgaand 20-12-2018 om 13.30: ‘Oke’

- ‘ En dikke kabel waar dan’

Inkomend 20-12-2018 13.31: ‘Ventilator 2 inzuig 1000 k 2 keer’

- ‘ Zeil wel juiste maat halve meter extra je weet zelf’

Uitgaand 20-12-2018 om 13.31: ‘Ja tog’

Inkomend 20-12-2018 13.31: ‘Welten dikke kabel’

- ‘ [naam 1] weet’

Uitgaand 20-12-2018 om 13.31: ‘Ok’

- ‘ Kost dat allemaal 1000’

- ‘? Of meer’

Inkomend 20-12-2018 om 13.31: ‘Ja zo ongv’

- ‘ Minder dan 1000’

De verbalisant relateert dat:

- in dit gesprek wordt gesproken over 54 zakken grond. Het vermoeden bestaat dat hiermee teelaarde wordt bedoeld voor de hennepkwekerij.

Ook werden in de digitale gegevens van de telefoon in meerdere gesprekken aanwijzingen gevonden, die mogelijk verband houden met de handel in verdovende middelen.

Onder andere de volgende berichten zijn aangetroffen:

Aanwijzing 1: [telefoonnummer 10] Whatsapp gesprek van [verdachte] met contact

" [naam 14] "

[verdachte] betreft de contactnaam die [verdachte] met deze Samsung S8 gebruikt.

[naam 14] betreft een vermoedelijke koper van drugs.

Inkomend: [naam 14]

Uitgaand: [verdachte]

Inkomend 30-12-2018 om 14.30: ‘Hallo Guten Tag’

Uitgaand 30-12-2018 om 14.31: ‘Guten tag papa ich has was for dir’

- ‘ Komst du nog forbei’

Inkomend 30-12-2018 om 14.34: ‘Ich bin bai main chinda da nach bai main frondin ich

rufen an ok’

Uitgaand 30-12-2018 om 14.36: ‘Oke alles klaar’

Uitgaand 14-1-2019 om 12.32: ‘Hai my frend alles good .die broodt war lecker?’

Aanwijzing 2: [telefoonnummer 11] Whatsapp gesprek van [verdachte] met contact

" [naam 15] "

[verdachte] betreft de contactnaam die [verdachte] met deze Samsung S8 gebruikt.

[naam 15] betreft een vermoedelijke koper van drugs.

Inkomend: [naam 15]

Uitgaand: [verdachte]

Uitgaand 19-12-2018 om 11.06: ‘Salem goya’

- ‘ In sha allag ik ga proberen ga je zo wat laten weten’

Inkomend 19-12-2018 om 11.10: ‘Ok want we moeten verder’

- ‘ Zo werkt dit niet’

Uitgaand 19-12-2018 om 11.11: ‘Klopt man broer’

- ‘ Ik wil ook zo snel.mogelijk afbetalen want dit heefr geen zin voor mij’

- ‘ Niemand belt mij meer’

- ‘ Vorig jaar 500 in 2 dagen’

- ‘ Daarom ik ga ff kijke en kim ik langs je daalijk f’

Inkomend 19-12-2018 11.126: ‘Ewa Bro je moet gas geven’

- ‘ Langs mensen aanspreken’

- ‘ En contact houden’

Uitgaand 19-12-2018 11.12: ‘Klopt wollah doe ik ook maar weet egt niet wat er is met

de mensen’

- ‘ Komt zowiezo wel goed’

(…)

Uitgaand 19-12-2018 om 17.24: ‘Ik weet wollah sta nu in maas bij snelweg’

- ‘ Ben van achen naar maasje gereden gewoon rustig zoeke’

Inkomend 19-12-2018 om 17.33: ‘Ok Bro’

(…)

Inkomend 31-12-2018 om 23.40: Ewa kifesh?

Uitgaand 31-12-2018 om 23.55: ‘Wollah nog niks heb alles aan me neefje gegeven hij gaat

me doekoe bine 2 weken geven en aub bro help me met die skunka terug te pake’

Inkomend 01-01-2019 om 00.32: ‘Ik heb genoeg van liggen’

(…)

Inkomend 09-02-2019 om 16.12: ‘Je zou barki komen brengen helemaal vergeten’

Uitgaand 09-02-2019 om 16.12: ‘Hahah ja dagt dat die kwijt was gescholden’

De verbalisant relateert dat in bovenstaand chatgesprek door [naam 15] wordt gevraagd om geld te brengen. Het vermoeden bestaat dat [verdachte] mogelijk verdovende middelen rond rijdt/bezorgt en dat [naam 15] hem aanstuurt en het geld ontvangt.

Aanwijzing 3: [telefoonnummer 12] Whatsapp gesprek van [verdachte] met contact

" [naam 16] "

[verdachte] betreft de contactnaam die [verdachte] met deze Samsung S8 gebruikt.

[naam 16] betreft een vermoedelijke koper van drugs.

Inkomend: [naam 16]

Uitgaand: [verdachte]

Inkomend 30-1-2019 om 22.26: ‘Du hattest schon mal besseres Bruder. Gruß [naam 16] ’

Uitgaand 30-1-2019 om 22.26: ‘Was meins du?’

Inkomend 30-1-2019 om 22.27: ‘Das braune was du [naam 18] gebracht hast’

Uitgaand 30-1-2019 om 22.28: ‘Ja das is good Oder?’

Inkomend 30-1-2019 om 22.29: ‘Wie gesagt.Du hattest schon besseres.Man kann damit

arbeiten.’

Uitgaand 30-1-2019 om 22.30: ‘Ahhh ja das is was yetz ist aba muste good zein’

Inkomend 30-1-2019 om 22.32: ‘Besser als das letzte auf jeden Fall.Bis spater Bruder.Wir

sehen uns.’

Inkomend 20-2-2019 om 14.20: ‘Nachsten Samstag 500.Aber genau das vom letzten mal. Gruß [naam 16] ’

Uitgaand 20-2-2019 om 15.30: ‘Oke alles klar’

Inkomend 22-2-2019 om 14.08: ‘Hallo Bruder. [naam 18] hatte morgen auch gerne eine Probe von deinen anderen Pflanzen.Seine Freundin raucht das wohl.Rufe dich aber heute

Abend nochmal an.Morgen sehen wir und dann. Gruß [naam 16] ’

Uitgaand 22-2-2019 om 17.56: ‘Hai was meins du komst du morgen?’

Inkomend 22-2-2019 om 17.57: ‘Ja klar hab ich dir vorgestern schon geschrieben’

Uitgaand 22-2-2019 om 17.57: ‘Ja is oke’

- ‘ Was meinst du mit probe von andren’

- ‘ Welche andre’

Inkomend 22-2-2019 om 17.59: ‘Gras’

Uitgaand 22-2-2019 om 17.59: ‘Alles klar mach ich’

Inkomend 22-2-2019 om 19.59: ‘400 helles und 400 dunkles.Das selbe wie beim letzten Mal

bitte.’

Uitgaand 22-2-2019 om 20.39: ‘Mach ich’

Inkomend 2-3-2019 om 17.28: ‘Hallo Bruder.Alles ist gut und nochmals vielen Dank. Grß

[naam 16] ’

Inkomend 15-3-2019 om 12.17: Hallo [naam 19] . Bin morgen gegen 11 Uhr bei dir.Kannst du

bitte für Esther etwas Haschisch besorgen.? Gruß [naam 16]

De verbalisant relateert dat in bovenstaand chatgesprek door [naam 16] vermoedelijk regelmatig grotere partijen softdrugs besteld worden bij [verdachte] . Het gaat mogelijk om hoeveelheden als "500" en "400". Verder worden door de vermoedelijke koper de termen: ‘braune’, ‘Probe’, ‘Pflanzen’, ‘rauchen’, ‘Gras’, ‘Hashisch" gebruikt. Dat zijn termen waarvan verbalisant bekend is dat deze in relatie te brengen zijn met softdrugs.

Aanwijzing 4: [telefoonnummer 13] Whatsapp gesprek van [verdachte] met contact

" [naam 20] "

Inkomend: [naam 20]

Uitgaand: [verdachte]

Uitgaand 14-11-2018 om 10.14:’Hai bruder’

- ‘ Ruf mich ane wan du tijd hast’

Uitgaand 18-11-2018 om 14.10: ‘Bruder alles in orde’

- ‘ Ich has andre’

Uitgaand 19-11-2018 om 21.16: (fotobestand)

Uitgaand 21-11-2018 om 11.39: ‘Bruder ich bin in amsterdam mus ich fur dich was kooken?’

Uitgaand 21-11-2018 om 21.17: ‘Bruder ich has hammer gefonde’

Inkomend 21-11-2018 om 21.22: ‘Mach foto’

Uitgaand 21-11-2018 om 21.22: ‘Oke ich ge to house und schik dir’

Uitgaand 22-11-2018 om 11.30: ‘Bruder myn frund braucht nicht ein foto to machen die had

angst’

- ‘ Die has angs fur handy’

- ‘ Ich ruf dich korts aan’

Uitgaand 26-11-2018 om 18.05: ‘Uber morgen hast du das’

Uitgaand 01-12-2018 om 23.11: ‘1st paket gekomen’

- ‘’ Bruder is et was ane gekomen’

De verbalisant relateert dat uit het chatgesprek volgt dat door [verdachte] een pakket wordt opgestuurd naar een Duits contact " [naam 20] ". Tevens wordt een foto verstuurd door [verdachte] . De verbalisant herkent de stof (een brok bruin van kleur met donkerkleurige stippen) op de foto als zijnde vermoedelijk heroïne. De verbalisant heeft jarenlange ervaring in de opsporing van verdovende en heeft zelf veelvuldig heroïne aangetroffen en getest. De verbalisant relateert dat heroïne in meerdere vormen voorkomt en dat de vorm die op de foto te zien is veelvuldig voorkomt de laatste jaren.

Aanwijzing 5: [telefoonnummer 14] Whatsapp gesprek van [verdachte] met contact

" [naam 4] "

[verdachte] betreft de contactnaam die [verdachte] met deze Samsung S8 gebruikt.

[naam 4] is een onbekend contact.

Inkomend: [naam 4]

Uitgaand: [verdachte]

Inkomend 31-1-2019 om 18.58: ‘Hmdl met jou ik kom jou zometeen die hlib doekoe brengen

ben effe met mannetje kan je niet bellen’

De verbalisant relateert dat het woord ‘doekoe’ volgens https://straatwoordenboek.nl staat voor 'geld'.

Uitgaand 31-1-2019 om 18.58: ‘Komt goed wellke halib goya’

Inkomend 31-1-2019 om 18.58: Jaa ik begrijp ook niet blijkbaar moet ik jou wat betalen

weet je wat is ik had 3700 open staan bij die [naam 6] ik heb hem 3 rooie gegeven’

- ‘ Opeens apt die mij ik heb 1300 eraf gerkend voor schulde’

Uitgaand 31-1-2019 om 18.59: ‘Ik heb schulde al betaald allang’

- ‘ Er staat niks oprn van mii bij hem’

- ‘ Ja man heb mr neefje ook gezwgd vandaag’

- ‘ Me neefje moest hem nog 1160 geven’

Inkomend 31-1-2019 om 19.00: ‘Hij js bij die [naam 6] nou’

Uitgaand 31-1-2019 om 19.00: ‘En me neefje had de rest betaald die sani’

- ‘ Wat ik jullie gegeven had’

- ‘ Hebbrn julloe tog betaald aan [naam 6] ’

De verbalisant relateert dat het woord ‘sani’ volgens https://straatwoordenboek.nl staat voor ‘dingen’.

Inkomend 1-3-2019 om 20.11: ‘Die 4 doezoe wat je gister zei kan je mij die niet voor

schieten geef ik je die volgende week donderdag weer terug moet die sanni betalen

ben ik daar vanaf voor 1 weekjr’.

De verbalisant relateert dat het woord ‘doezoe’ volgens https://straatwoordenboek.nl staat voor ‘1000’.

Inkomend 1-3-2019 om 20.50: ‘Zou je me echt mee helpen wollah volgendr week heb je em

terug anders heb je geen leefgeld dat doe ik je niet aan maar hou der niet van om

pof te staan andrrs bewijs ik niks’

Uitgaand 2-3-2019 om 12.48: ‘Iwa goya sori man 2as slaprn hrb gister helemaal niet

geslapen ik ga zo huis uit lopen en dan ap ik je.im ga kijke wat ik kan pake ap me

even terug.xx’

Uitgaand 2-3-2019 om 17.17: ‘Luister ik heb 3 hier ik pak 500 voor me zelif voor

boodschape enzo rn dan geef ik je 2500 kan je dat gebruike?’

Inkomend 1-3-2019 om 17.19: ‘Alles is welkom geef die doekoe aan die andere

- Maak aub vaart met die andere geld heb auto nodig dringend kan gewn kant op’

(…)

De verbalisant relateert dat in bovenstaand chatgesprek wordt gesproken over grote geldbedragen en dat het vermoedelijk gaat over de handel in verdovende middelen. Het is algemeen bekend dat met de handel in verdovende middelen grote geldbedragen worden verdiend.

Schietincident 17 mei 2019

Op 17 mei 2019 heeft medeverdachte [medeverdachte 1] aangifte gedaan van poging moord dan wel doodslag. Die dag is hij voor de woning aan de [adres 2] te Heerlen in zijn heup geschoten bij een ruzie tussen hem en een aantal personen die van hem een kilo cocaïne zouden kopen.

De getuige [getuige 2]

Eind oktober 2020 is er vanuit de Duitse autoriteiten informatie bij de politie binnengekomen over betrokkenheid van [verdachte] bij de verkoop van grotere partijen harddrugs over een langere periode aan een ingezetene van Duitsland. Op 1 november 2020 is vervolgens de bewijsdocumentatie middels een Europees Onderzoeksbevel (EOB) opgevraagd en aan het onderhavige strafdossier toegevoegd. Daaruit blijkt dat de getuige [getuige 2] een verklaring heeft afgelegd over ene ‘ [naam 19] ’ - waarvan de broer tijdens een cocaïnedeal ‘in zijn achterste’ is geschoten - met betrekking tot de handel in heroïne en amfetamine (in niet geringe hoeveelheid) in de periode van mei 2017 tot 25 april 2020.

[getuige 2] heeft verklaard dat hij samen met ene [naam 20] naar Eygelshoven moest rijden waar hij [naam 19] , een Tunesiër van naar schatting 23-24 jaar oud, voor de eerste keer heeft gezien. [getuige 2] is in totaal circa vijf of zes keer gereden naar deze [naam 19] , alwaar [naam 20] daar steeds dezelfde hoeveelheid van 1 kilo heroïne, 500 gram licht versnijdingsmiddel en 500 gram donker versnijdingsmiddel heeft gehaald. Uit onderzoek volgt verder dat een aantal overhandigingen van heroïne - tussen mei 2017 en november 2018 - heeft plaatsgevonden in een rijtjeshuis (eengezinswoning) aan de [adres 5] in Heerlen. Dat betreft de woning waar de (ex)partner van [verdachte] in die periode stond ingeschreven in de Gemeentelijke Basisadministratie en waar zij ook samen met haar twee kinderen woonachtig was. Ook volgt uit onderzoek dat [verdachte] op 25 april 2020 1 kilo amfetamine aan [getuige 2] heeft verkocht.

[verdachte] wordt geïdentificeerd aan de hand van een foto en [getuige 2] heeft de persoon op die foto vervolgens herkend als de man die zich ‘ [naam 19] ’ noemde.

Overwegingen en conclusies van de rechtbank

Betrouwbaarheid verklaringen [getuige 1]

Alvorens concreet te bespreken of hetgeen de verdachte verweten wordt ook bewezen kan worden, staat de rechtbank stil bij de betrouwbaarheid van de getuigenverklaringen van [getuige 1] . Door de raadsman is bezwaar gemaakt tegen gebruikmaking van haar verklaringen voor het bewijs. Volgens de raadsman zijn de verklaringen onbetrouwbaar, nu [getuige 1] inconsistent heeft verklaard en zij zichzelf in de drie verklaringen tegenspreekt.

De rechtbank gaat daar niet in mee. De verklaringen van de getuige [getuige 1] vinden steun in de overige bewijsmiddelen in het dossier. Zo worden er naar aanleiding van haar verklaring

d.d. 13 maart 2019 op verschillende locaties verdovende middelen, drugs-gerelateerde goederen en een wapen aangetroffen. Dat op een stashplek in het bos - waar de getuige [getuige 1] ook over heeft verklaard - niets wordt aangetroffen, maakt haar verklaring nog niet onbetrouwbaar. Verdovende middelen zijn immers verplaatsbaar. Dat de verklaring van de getuige [getuige 1] dat ‘ [naam 1] ’ heeft geholpen bij de opbouw van de hennepkwekerij, niet wordt ondersteund door de verklaring van deze [naam 1] zelf, wil nog niet zeggen dat zij daarover niet naar waarheid heeft verklaard. Het staat [naam 1] vrij om te ontkennen.

Verder vindt de verklaring van de getuige [getuige 1] - ten aanzien van de rolverdeling tussen de verdachte en de twee medeverdachten met betrekking tot de handel in verdovende middelen - bevestiging in de berichten die in de verschillende telefoons zijn teruggevonden. Dat de getuige [getuige 1] wrok koestert jegens de verdachte mag wellicht zo zijn, maar ook dat maakt haar verklaringen nog niet onbetrouwbaar. Dat zij in haar eerste verhoor bij de politie op 21 februari 2019 een andere naam heeft genoemd van degene die verantwoordelijk zou zijn voor de hennepkwekerij en later in haar andere verklaringen daarop terugkomt, maakt die latere verklaringen nog niet inconsistent.

Dat alles betekent dat de rechtbank voor het bewijs (ook) zal uitgaan van de verklaringen van de getuige [getuige 1] .

Feiten 2 en 3

[adres 4]

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte, samen met de medeverdachte [medeverdachte 1] , in de periode van 20 december 2018 tot met 6 februari 2019 betrokken is geweest bij de hennepkwekerij in de woning aan de [adres 4] in Heerlen.

De rechtbank baseert zich voor het bewijs op het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij (waaruit volgt dat er 150 hennepplanten werden geteeld), de verklaringen van de getuige [getuige 1] (over de rol van de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 1] ), alsmede op verschillende berichten die zijn aangetroffen in de telefoon van de verdachte.

Voor de rechtbank staat daarmee vast dat de verdachte en zijn broer [medeverdachte 1] in het bezit waren van de sleutel van de woning van [getuige 1] , dat zij de hennepplantage hebben opgebouwd en dat deze net voor de kerst klaar was en ‘draaide’. Ook staat vast dat de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 1] de hennepplanten hebben verzorgd.

De rechtbank is van oordeel dat de verdachte hieraan een zodanig wezenlijke bijdrage heeft geleverd dat sprake is van medeplegen.

De verdachte heeft in zijn verhoor door de politie elke betrokkenheid bij de hennepkwekerij ontkend en ook heeft hij ontkend [getuige 1] te kennen. Die verklaring acht de rechtbank, gelet op het hiervoor weergegeven bewijs, niet geloofwaardig.

Bovenstaande brengt mee dat ook het onder feit 3 ten laste gelegde medeplegen van diefstal van elektriciteit in de woning aan de [adres 4] bewezen kan worden verklaard. Hennepkweek, in de mate zoals hier aan de orde, is vrijwel onlosmakelijk verbonden met diefstal van elektriciteit, zodat, zeker nu [getuige 1] niet verklaard heeft over de betrokkenheid van anderen, de conclusie geen andere kan zijn dan dat de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 1] hiervoor verantwoordelijk zijn.

Feit 4

[adres 2] in Heerlen

De rechtbank acht allereerst bewezen dat de verdachte op 13 maart 2019 in de woning aan de [adres 2] in Heerlen 266,1 gram heroïne voorhanden heeft gehad.

De verdachte heeft zowel tijdens het verhoor bij de politie als ter terechtzitting ontkend dat de heroïne van hem is. De getuige [getuige 1] heeft echter verklaard dat de woning van de ouders van [verdachte] aan de [adres 2] in Heerlen als stash werd gebruikt.

De medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat de verdachte verbleef in de woning en soms in de kelder bleef slapen. Daarmee staat voor de rechtbank vast dat de verdachte toegang had tot de woning aan de [adres 2] .

Voorts heeft de verdachte bij zijn aanhouding verklaard dat er misschien wat loopmiddel, de rechtbank begrijpt versnijdingsmiddel, in de kelder aangetroffen zou kunnen worden en dat is ook daadwerkelijk aangetroffen. Ook werden toebehoren aangetroffen die gebruikt kunnen worden bij het versnijden van verdovende middelen. Bij onderzoek werd daarbij aan een van de lepels resten heroïne aangetroffen.

Een en ander in onderlinge samenhang bezien met de hierna te geven overwegingen omtrent het bewijs van feit 6, gaat de rechtbank ervan uit dat de verdachte in de ouderlijke woning heroïne heeft versneden en dat de aldaar aangetroffen heroïne hem toebehoorde. Van medeplegen kan niet worden gesproken, nu daarvoor in het dossier geen aanwijzingen te vinden zijn. Daarvan spreekt de rechtbank de verdachte vrij.

[adres 3] in Heerlen

De rechtbank acht ook bewezen dat de verdachte op 14 maart 2019, samen met de medeverdachte [medeverdachte 2] , in de woning aan de [adres 3] in Heerlen 380,3 gram heroïne, 107,8 gram cocaïne en 6 MDMA-pillen voorhanden heeft gehad.

De getuige [getuige 1] heeft verklaard dat de verdachte een ‘stash’ had in de woning van [medeverdachte 2] aan de [adres 3] in Heerlen en dat [medeverdachte 2] voor de verdachte harddrugs - heroïne en cocaïne - dealde. Die verklaring vindt bevestiging in diverse gesprekken die in de telefoon van de verdachte zijn aangetroffen.

Dat maakt dat de verdachte naar het oordeel van de rechtbank ook wetenschap heeft gehad van en beschikkingsmacht heeft gehad over de in deze woning aangetroffen verdovende middelen. De rechtbank acht dan ook bewezen dat de verdachte deze verdovende middelen samen met de medeverdachte [medeverdachte 2] opzettelijk aanwezig heeft gehad.

Feit 5

De rechtbank acht ook bewezen dat de verdachte op 14 maart 2019, samen met de medeverdachte [medeverdachte 2] , in de woning aan de [adres 3] in Heerlen 99,8 gram hennep voorhanden heeft gehad.

Ook op deze plaats wijst de rechtbank op de verklaring van [getuige 1] dat de verdachte een ‘stash’ had in de woning van [medeverdachte 2] en voorts wijst de rechtbank op het hierboven onder “Aanwijzing 3” opgenomen Whatsapp gesprek waaruit volgt dat verdachte ook in softdrugs handelde. De rechtbank acht bewezen dat de verdachte deze verdovende middelen samen met de medeverdachte [medeverdachte 2] opzettelijk aanwezig heeft gehad.

Feit 6

[adres 2] in Heerlen

De rechtbank acht allereerst bewezen dat de verdachte zich op 13 maart 2019 schuldig heeft gemaakt aan het plegen van voorbereidingshandelingen in het kader van de handel in heroïne, cocaïne en MDMA, door in de woning aan de [adres 2] in Heerlen in totaal 1.325 gram versnijdingsmiddel voorhanden te hebben. Uit onderzoek is gebleken dat het versnijdingsmiddel paracetamol en coffeïne bevat. Hoewel deze stoffen ook legale toepassingen hebben, is het een feit van algemene bekendheid dat deze veel gebruikt worden voor de bereiding, bewerking en verwerking van heroïne. Daarbij zijn ook toebehoren voor het versnijden van heroïne aangetroffen.

Zoals hiervoor reeds overwogen heeft de verdachte op dit adres 266,1 gram heroïne voorhanden gehad. Tijdens zijn aanhouding op 13 maart 2019 heeft de verdachte verklaard dat er misschien wat loopmiddel in de kelder van de woning aan de [adres 2] in Heerlen te vinden is. Ter terechtzitting is de verdachte daarover bevraagd, maar wenste hij geen verklaring af te leggen waarom hij dit toen zo heeft gezegd.

Dat maakt dat de verdachte naar het oordeel van de rechtbank wetenschap heeft gehad van en beschikkingsmacht heeft gehad over het in deze woning aangetroffen versnijdingsmiddel. Van medeplegen kan niet worden gesproken, nu daarvoor in het dossier geen aanwijzingen te vinden zijn. Daarvan spreekt de rechtbank hem vrij.

[adres 3] in Heerlen

De rechtbank acht ook bewezen dat de verdachte zich op 13 maart 2019 schuldig heeft gemaakt aan het plegen van voorbereidingshandelingen in het kader van de handel in heroïne, cocaïne en MDMA, door in de woning aan de [adres 3] in Heerlen

versnijdingsmiddel (in totaal 646,8 gram paracetamol en coffeïne) en een heroïnepers voorhanden te hebben. Uit onderzoek is gebleken dat het versnijdingsmiddel paracetamol en coffeïne bevat en ook hier geldt dat het een feit van algemene bekendheid is dat deze veel gebruikt worden voor de bereiding, bewerking en verwerking van heroïne. Ook de heroïnepers is bestemd voor de productie van heroïne.

De getuige [getuige 1] heeft, zoals hiervoor reeds overwogen, verklaard dat de verdachte een ‘stash’ had in de woning van [medeverdachte 2] aan de [adres 3] in Heerlen en dat [medeverdachte 2] voor de verdachte harddrugs - heroïne en cocaïne - dealde. Die verklaring vindt bevestiging in diverse gesprekken die in de telefoon van de verdachte zijn aangetroffen.

Dat maakt dat de verdachte naar het oordeel van de rechtbank ook wetenschap heeft gehad van en beschikkingsmacht heeft gehad over het in deze woning aangetroffen versnijdingsmiddel en de heroïnepers. De rechtbank acht, gelet op de in de onderzochte telefoons aangetroffen berichten over de softdrugs en hennepplantages, bewezen dat de verdachte deze verdovende middelen samen met de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] opzettelijk aanwezig heeft gehad.

Feit 7

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte zich op 14 maart 2019, samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , schuldig heeft gemaakt aan voorbereidingshandelingen in het kader van de (beroepsmatige, bedrijfsmatige of grootschalige) hennepteelt, door voorwerpen (zoals koolstoffilters, ventilatoren en assimilatielampen) voorhanden te hebben in een pand aan de [adres 3] in Heerlen.

De getuige [getuige 1] heeft verklaard dat de medeverdachte [medeverdachte 1] de man is achter de hokken (waarmee hennepkwekerijen wordt bedoeld), dat de verdachte en de medeverdachte [medeverdachte 1] de planten verzorgden én dat de medeverdachte [medeverdachte 2] heeft meegeholpen bij het opruimen van de hennepkwekerij. Die verklaring vindt bevestiging in diverse gesprekken die in de telefoon van de verdachte zijn aangetroffen. Zo werd er door de verdachte aangegeven waar dergelijke goederen naar toe moesten.

Dat alles maakt dat de verdachte en de medeverdachten naar het oordeel van de rechtbank wetenschap hebben gehad van en beschikkingsmacht hebben gehad over de in deze woning aangetroffen goederen die worden gebruikt voor de professionele hennepkwekerij.

Feit 8

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte op 13 maart 2019 een gaspistool van het merk Rhöner, model 110, kaliber 8 mm knal voorhanden heeft gehad. Zij baseert zich voor het bewijs hiervan op het proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot het aantreffen van het wapen, het onderzoek van dat wapen én de bekennende verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting dat het aangetroffen wapen van hem was.

De rechtbank is van oordeel dat de verdachte moet worden vrijgesproken van het voorhanden hebben van de patroonhouder. In het dossier bevindt zich onvoldoende bewijs op grond waarvan deze aan de verdachte kan worden toegerekend. De patroonhouder is niet bij het wapen aangetroffen, maar op een andere plek in de kelder en de verdachte heeft ontkend dat deze ook van hem was. De verdachte was bovendien niet de enige persoon die toegang had tot de kelder.

Feit 1

In artikel 11b Opiumwet is deelname aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een aantal misdrijven uit de Opiumwet strafbaar gesteld. Dit artikel is een specialis (verbijzondering) van de generalis (algemene) uit artikel 140 Wetboek van Strafrecht. Voor de betekenis van de verschillende bestanddelen moet dan ook aansluiting gezocht worden bij de jurisprudentie betreffende artikel 140 Wetboek van Strafrecht.

Uit de verklaring van de getuige [getuige 1] en uit verschillende berichten die aangetroffen werden in de in beslag genomen telefoons, volgt dat zowel [medeverdachte 1] als [verdachte] als [medeverdachte 2] betrokkenheid hebben bij de teelt van hennep. Weliswaar is volgens [getuige 1] [medeverdachte 1] de man achter de hokken, maar uit de aangetroffen berichten blijkt ook duidelijkheid van de betrokkenheid van [verdachte] hierbij; men overlegt bijvoorbeeld over het opruimen van een kwekerij en over de benodigdheden voor de hennepteelt. Ook [medeverdachte 2] is betrokken door o.a. zijn ouderlijke woning beschikbaar te stellen voor de opslag van voor de hennepteelt benodigde goederen.

[verdachte] en [medeverdachte 2] zijn daarnaast, blijkens de verklaringen van getuige [getuige 1] en van de getuige [getuige 2] , de aangetroffen berichten en de aangetroffen goederen, betrokken bij de handel in harddrugs. Er zijn ook aanwijzingen, o.a. te vinden in de verklaring van [getuige 1] , dat [medeverdachte 1] betrokken is bij de handel in harddrugs, maar overtuigend bewijs dat hij dit was in de ten laste gelegde periode ontbreekt naar het oordeel van de rechtbank.

Wanneer een en ander in onderling verband wordt bezien dan staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat er een organisatie heeft bestaan van ten minste drie personen, waarbij [verdachte] de spil was en welke organisatie tot doel had het verdienen van geld door het plegen van misdrijven strafbaar gesteld in de Opiumwet. De drie personen die bij die organisatie betrokken waren hadden elk een eigen rol en aandeel daarin, maar die rollen waren wel verdeeld en onderling werd ook het nodige afgestemd,

Dat de aard van de bijdrage van elke deelnemer aan de organisatie verschillend is, doet overigens niets af aan het oordeel dat er sprake is geweest een criminele (drugs)organisatie. Elke bijdrage aan een organisatie kan immers strafbaar zijn. Een dergelijke bijdrage kan bestaan uit het (mede)plegen van het grondmisdrijf, maar ook uit het verrichten van hand- en spandiensten die op zichzelf niet strafbaar zijn, zolang maar van bovenbedoeld aandeel of ondersteuning daaraan kan worden gesproken. (Zie onder meer HR 3 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW5178.)

De rechtbank acht derhalve bewezen dat de verdachte, samen de medeverdachten [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] , het onder feit 1 ten laste gelegde heeft begaan.

De rechtbank acht het dus zo te zijn geweest dat de verdachte, zoals gezegd, binnen de organisatie de spil was en hij zich in het bijzonder bezig hield met de teelt van hennep en de handel in harddrugs.

In de zaak met parketnummer 03.104036.21

Op 1 april 2021 kwam bij de politie een anonieme melding binnen dat er in de woning aan de [adres 6] te Heerlen verdovende middelen en vuurwapens zouden liggen. Naar aanleiding van deze melding is bovengenoemde woning doorzocht. Op het wandmeubel in de badkamer is een gaspistool (goednummer 140933) aangetroffen. Naast de jassen in de gang bij de trap naar de eerste verdieping is een geweer (goednummer 1405000) aangetroffen. In een jaszak aan de kapstok nabij de trap naar de eerste verdieping is een vlindermes (goednummer 1404927) aangetroffen. Naast de trap naar de eerste verdieping in de gang, in een plastic zak, zijn een gasalarmpistool (goednummer 1404919) en 12 patronen (goednummer 1404923) aangetroffen. Op een bijzettafeltje naast de bank is een zak met op hennep gelijkende stof aangetroffen (goednummer 1404932).

De wapens en de patronen, het vlindermes en de hennep zijn in beslag genomen en onderzocht. Uit het onderzoek volgt dat:

Feit 1

- het gaspistool (goednummer 140933) een gasdrukwapen in de vorm van een pistool betreft. Het wapen heeft qua vorm en afmeting een algemeen sprekende gelijkenis met een vuurwapen van het merk Luger, type P08, kaliber 9 mm. Het betreft een wapen van categorie I sub 7;

- het geweer (goednummer 1405000) een veerdrukwapen in de vorm van een geweer betreft. Het wapen heeft qua vorm en afmeting een algemeen sprekende gelijkenis met een vuurwapen van het merk Colt, type M16, kaliber 5,56 x 45 mm. Het betreft een wapen van categorie I sub 7;

Feit 2

- het vlindermes (goednummer 1404927) een wapen van categorie I onder sub 1 van de Wet wapens en munitie betreft ;

Feit 4

- het gasalarmpistool (goednummer 1404919) een semi-automatisch gaspistool van het merk Ekol, model Special 99, kaliber 9 mm PA Knal - derhalve een wapen van categorie III sub 1 van de Wet wapens en munitie - betreft;

- de 12 patronen (goednummer 1404923) knalpatronen in het kaliber 9 mm - derhalve munitie van categorie III - betreffen;

Feit 3

- de op hennep gelijkende stof 135,5 gram (bruto) hennep betrof.

De verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat de in de woning aan de [adres 6] te Heerlen aangetroffen wapens, 12 patronen, het vlindermes en de hennep van hem zijn. De hennep was voor eigen gebruik, het vlindermes gebruikte hij in de keuken en met de wapens en knalpatronen wilde de verdachte schilderijen / kunst maken.

Overwegingen en oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht alle feiten wettig en overtuigend bewezen, gelet op de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting en het onderzoek aan de (imitatie)wapens, de munitie, het vlindermes en de hennep.

De raadsman heeft als verweer gevoerd dat de verdachte moet worden vrijgesproken van de feiten 1 en 4, omdat de verdachte de imitatiewapens, het pistool en de knalpatronen als kunstexpressie wilde gebruiken. Dat maakt dat het voorhanden hebben daarvan niet strafbaar is, aldus de raadsman. Dit verweer wordt verworpen, nu de wetgever het enkele voorhanden hebben daarvan strafbaar heeft gesteld. De intentie die de verdachte daarbij had, maakt dit niet anders.

Het verweer van de raadsman dat de verdachte ook voor feit 2 moet worden vrijgesproken - omdat het vlindermes als keukengereedschap werd gebruikt en in de keuken is aangetroffen -slaagt evenmin. Ook hiervoor geldt dat de wetgever het enkele voorhanden hebben daarvan strafbaar heeft gesteld en de intentie die de verdachte hierbij had, maakt dit niet anders.

3.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte

In de zaak met parketnummer 03.061269.19

Feit 1

in de periode van 1 oktober 2018 tot en met 13 maart 2019 in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten onder anderen [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde, vierde, vijfde lid, 10a eerste lid, 11 derde, vijfde lid en/of 11a Opiumwet;

Feit 2

in de periode van 20 december 2018 tot en met 6 februari 2019 in de gemeente Heerlen,

tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk heeft geteeld (in een pand aan de [adres 4] ) 150 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;

Feit 3

in de periode van 20 december 2018 tot en met 6 februari 2019 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een ander, een hoeveelheid elektriciteit (te weten ongeveer 10.937 kWh), die toebehoorde aan Enexis Netbeheer B.V., in een pand aan de [adres 4] heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader dat weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking;

Feit 4

op 13 maart 2019 in de gemeente Heerlen opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 266,1 gram heroïne (in een pand aan de [adres 2] ), zijnde heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I

en

op 14 maart 2019 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad:

- 380,3 gram, heroïne (in een pand aan de [adres 3] ) en

- 107,8 gram cocaïne, (in een pand aan de [adres 3] ) en

- 6 pillen (1,8 gram) bevattende MDMA (in een pand aan de [adres 3] ),

zijnde heroïne, cocaïne en MDMA middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

Feit 5

hij op 14 maart 2019 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 99,8 gram hennep (in een pand aan de [adres 3] ), zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

Feit 6

op 13 maart 2019 in de gemeente Heerlen om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van heroïne, cocaïne en/of MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende van heroïne, cocaïne en/of MDMA, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen, opzettelijk stoffen, te weten 1325 gram paracetamol en coffeïne (in een pand aan de [adres 2] ) voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte wist dat die bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en);

en

op 14 maart 2019 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een ander, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van heroïne, cocaïne en/of MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende van heroïne, cocaïne en/of MDMA, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I, voor te bereiden en/of te bevorderen, opzettelijk stoffen en een voorwerp, te weten:

- 646,8 gram paracetamol en coffeïne (in een pand aan de [adres 3] ) en

- een heroïnepers (in een pand aan de [adres 3] ),

voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en verdachtes mededader wisten, dat die bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en);

Feit 7

op 14 maart 2019 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met anderen,

voorwerpen voorhanden heeft gehad (in een pand aan de [adres 3] ), te weten:

- 25 assimilatielampen met armatuur

- 2 koolstoffilters

- 1 Schakelbord

- 2 ventilatoren

- 1 buis ventilator

- 2 metalen box ventilatoren,

waarvan hij en zijn mededader wisten dat zij bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten;

Feit 8

op 13 maart 2019 in de gemeente Heerlen, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een vuurwapen in de vorm van een pistool (Merk Rhöner, model 110, kaliber 8 mm knal) voorhanden heeft gehad.

In de zaak met parketnummer 03.104036.21

Feit 1
op 1 april 2021 in de gemeente Heerlen meerdere wapens van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerpen die een ernstige bedreiging van personen konden vormen en/of die zodanig op een wapen geleken dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt waren, te weten:

- een nabootsing van een geweer dat voor wat betreft vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoont met een bestaand vuurwapen namelijk een geweer van het merk Luger (type P08, kaliber 9 mm) en

- een nabootsing van een pistool dat voor wat betreft vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoont met een bestaand vuurwapen namelijk een pistool van het merk Colt (type M16, kaliber 5,56x45 mm),

voorhanden heeft gehad;


Feit 2
op 1 april 2021 in de gemeente Heerlen, een wapen van categorie I, onder 1° van de Wet wapens en munitie, te weten een vlindermes, voorhanden heeft gehad;

Feit 3
op 1 april 2021 in de gemeente Heerlen opzettelijk aanwezig heeft gehad 135,5 gram (bruto) van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

Feit 4
op 1 april 2021 in de gemeente Heerlen, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een semi-automatisch gaspistool, van het merk Ekol, model Special 99, kaliber 9 mm PA Knal, zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool, en munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 12 knalpatronen in het kaliber 9 mm, voorhanden heeft gehad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. De verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4 De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert de volgende strafbare feiten op:

In de zaak met parketnummer 03.061269.19

Feit 1

deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, derde lid, vierde lid en vijfde lid, artikel 10a, eerste lid, artikel 11 derde en vijfde lid en artikel 11a van de Opiumwet;

Feit 2

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod;

Feit 3

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking;

Feit 4

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod

en

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

Feit 5

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

Feit 6

een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen, door stoffen voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit

en

medeplegen van een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen, door voorwerpen en stoffen voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;

Feit 7

medeplegen van voorwerpen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid, van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten;

Feit 8

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.

In de zaak met parketnummer 03.104036.21

Feit 1

handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd;

Feit 3

opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

Feit 4

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

en

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5 De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is strafbaar, omdat geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6 De straf en/of de maatregel

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft op grond van hetgeen hij bewezen heeft geacht, gevorderd aan de verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 24 maanden. De officier van justitie heeft daarbij rekening gehouden met de omstandigheid dat de verdachte zich gedurende langere tijd bezig heeft gehouden met drugs-gerelateerde feiten. Ook heeft de officier van justitie gelet op het feit dat de verdachte eerder is veroordeeld voor deels soortgelijke feiten. Verder houdt de officier van justitie in het nadeel van de verdachte rekening met zijn proceshouding. Met name de door de officier van justitie als leugenachtig bestempelde verklaring van de verdachte ten opzichte van de getuige [getuige 1] rekent de officier van justitie hem zwaar aan. Een taakstraf, zoals de reclassering heeft voorgesteld, acht de officier van justitie niet aan de orde.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht aan de verdachte een taakstraf op te leggen. Hij heeft in dat verband aansluiting gezocht bij het reclasseringsrapport d.d. 23 juli 2021. Volgens de raadsman wil de verdachte zijn leven veranderen en heeft hij daartoe reeds concrete stappen gezet.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

De verdachte heeft gedurende een periode van ruim vijf maanden deelgenomen aan een criminele organisatie die zich, kort gezegd onder meer, bezighield met hennepteelt en handel in harddrugs. De verdachte heeft hier een sturende en coördinerende rol in gehad.

Daarnaast heeft de verdachte zich samen met de medeverdachte (tevens broer) [medeverdachte 1] schuldig gemaakt aan het telen van hennep en de diefstal van stroom.

Ook heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van wapens en van aanzienlijke hoeveelheden harddrugs en softdrugs en aan het plegen van voorbereidingshandelingen in het kader van de handel in heroïne, cocaïne en MDMA en hennepteelt.

Het is algemeen bekend dat verdovende middelen schade toebrengen aan de gezondheid van de gebruikers van deze middelen. Gebruikers van harddrugs bekostigen hun gebruik daarbij vaak door diefstal of ander crimineel gedrag, waardoor schade en overlast wordt toegebracht aan anderen. Schade en overlast wordt ook veroorzaakt door de teelt van hennep. Van de handel in verdovende middelen is bovendien algemeen bekend dat dit steeds meer gepaard gaat met andere, ook zwaardere vormen van criminaliteit.

Het spreekt bij deze stand van zaken dan voor zich dat een organisatie met als doelstelling het plegen van misdrijven als hiervoor genoemd een ernstige en ontoelaatbare ondermijning van de rechtsorde betekent. Maar kennelijk heeft de verdachte daar geen boodschap aan. Sterker nog, na zijn aanhouding in maart 2019 en hangende de afdoening van de daarmee samenhangende strafzaak, pleegt de verdachte wederom strafbare feiten door zich wederom te voorzien van wapens. Daarmee overigens de aan schorsing van zijn voorlopige hechtenis verbonden voorwaarden overtredend.

Daarnaast, en zulks is niet ten laste gelegd, maar is in de ogen van de rechtbank ook tekenend voor de verdachte, heeft de verdachte ter terechtzitting te kennen gegeven dat, hoewel hij daar wel woont, hij zich niet op het adres van zijn vriendin wil inschrijven, omdat anders (de hoogte van) haar uitkering wijzigt.

Uit dit alles spreekt een handel en wandel van de verdachte die ontoelaatbaar en onacceptabel is.

Alleen al de aangetroffen hoeveelheden harddrugs en wapens rechtvaardigen - in navolging van de oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) - de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Zeker ook wanneer daarbij de handel van de verdachte in verdovende middelen in ogenschouw wordt genomen en de deelname aan de criminele organisatie.

Anders dan de raadsman heeft betoogd, ziet de rechtbank in de aangevoerde persoonlijke omstandigheden van de verdachte en in hetgeen opgenomen is in het over de verdachte opgemaakte reclasseringsadvies van 23 juli 2021, geen reden om daarvan af te wijken. Integendeel.

Voor de beoordeling of er sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn, heeft als uitgangspunt te gelden dat een strafzaak in eerste aanleg dient te zijn afgerond met een vonnis binnen twee jaar vanaf het moment dat vanwege de Nederlandse staat jegens een verdachte een handeling is verricht waaraan deze redelijkerwijs de verwachting kan ontlenen dat tegen hem strafvervolging kan worden ingesteld.

Als beginpunt van de redelijke termijn moet 13 maart 2019 (de dag waarop de verdachte is aangehouden) worden aangehouden. Het tijdsverloop tussen de aanvang van de redelijke termijn en de uitspraak op 5 oktober 2021 bedraagt derhalve 31 maanden. Dat brengt mee dat sprake is van een termijnoverschrijding voor de duur van 7 maanden. De rechtbank zal hiermee bij de strafoplegging rekening houden.

Alles afwegende acht de rechtbank, ook met inachtneming van de overschrijding van de redelijke termijn, een gevangenisstraf van 24 maanden passend en zij zal dit dan ook aan de verdachte opleggen, met aftrek van het voorarrest.

Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire beginselenwet of tot het moment dat de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling aan de orde is, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering.

7 De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel

7.1

De vordering van de benadeelde partij

In de zaak met parketnummer 03.061269.19

De benadeelde partij Enexis B.V. vordert een schadevergoeding van € 1.292,70 ter zake van de diefstal van elektriciteit (feit 3).

7.2

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft verzocht om de vordering - met uitzondering van de post netmeting - toe te wijzen, en wel tot een bedrag van € 942,87, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van het delict en daarbij de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

7.3

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft primair geconcludeerd tot niet-ontvankelijkheid van de vordering, nu hij vrijspraak van dit feit heeft bepleit. Subsidiair heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat de post ‘netmeting’ niet voor vergoeding in aanmerking komt.

7.4

Het oordeel van de rechtbank

Vast is komen te staan dat de benadeelde partij Enexis B.V. als gevolg van het onder feit 3 bewezenverklaarde strafbare feit rechtstreeks schade heeft geleden.

De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat de post ‘netmeting’ niet voor vergoeding in aanmerking komt. De kosten van de netmeting zijn in opdracht van de politie gemaakt en daarom te beschouwen als kosten van publieke opsporing. Dit deel van de vordering zal daarom worden afgewezen.

De rechtbank zal de vordering tot een bedrag van € 942,87 hoofdelijk toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 6 februari 2019 tot aan de dag van de volledige voldoening.

Om te bevorderen dat de schade door de verdachte wordt vergoed zal de rechtbank ook de maatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen.

8 Het beslag

8.1

Standpunt officier van justitie

In de zaak met parketnummer 03.061269.19

De officier van justitie heeft gevorderd de inbeslaggenomen gsm van het merk Samsung (met goednummer 1176396) verbeurd te verklaren. Ten aanzien van de inbeslaggenomen verdovende middelen (goednummers 1176190, 1176242, 1176243, 1176245 en 1176247) heeft de officier van justitie gevorderd deze te onttrekken aan het verkeer.

8.2

Beoordeling

De rechtbank zal de inbeslaggenomen gsm verbeurd verklaren. Dit voorwerp behoort toe aan de verdachte en een aantal bewezen verklaarde feiten is met behulp van dit voorwerp begaan.

De inbeslaggenomen verdovende middelen zullen worden onttrokken aan het verkeer, omdat dit voorwerpen zijn met betrekking tot welke een deel van de bewezen verklaarde feiten is begaan en zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 47, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, de artikelen 2, 3, 10, 10a, 11, 11a en 11b van de Opiumwet en de artikelen 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

10 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

  • verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;

  • spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

  • verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;

  • verklaart de verdachte strafbaar;

Straf

  • veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 24 maanden;

  • beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;

  • verstaat dat tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf volledig zal plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling aan de orde is, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek van Strafvordering;

Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel

  • wijst de vordering van de benadeelde partij Enexis B.V. gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte hoofdelijk om tegen bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen € 942,87, bestaande uit materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode van 6 februari 2019 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • bepaalt dat voor zover dit bedrag door de mededader is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

  • wijst de vordering voor het overige af;

  • veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;

  • legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer, Enexis B.V., van € 942,87, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 6 februari 2019 tot aan de dag van de volledige voldoening;

  • bepaalt dat voor zover dit bedrag door de mededader is betaald, de verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

  • bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van maximaal 18 dagen, met dien verstande dat de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;

  • bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;

Beslag

  • verklaart verbeurd de inbeslaggenomen gsm van het merk Samsung (met goednummer 1176396);

  • onttrekt aan het verkeer de inbeslaggenomen verdovende middelen (met goednummers 1176190, 1176242, 1176243, 1176245 en 1176247);

Voorlopige hechtenis

- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.B. Bax, voorzitter, mr. W. Loof en

mr. dr. M.E. Notermans, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Schmeets en

mr. N.M.J.G.A. van Hinsberg, griffiers, en uitgesproken ter openbare zitting van

5 oktober 2021.

Buiten staat

Mr. dr. Notermans is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is - in de zaak met parketnummer 03.061269.19 gewijzigd overeenkomstig artikel 314a Sv - ten laste gelegd dat

1

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2018 tot en met 13 maart 2019 in de gemeente Heerlen, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit een samenwerkingsverband van natuurlijke personen, te weten (onder andere) [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] , welke organisatie tot oogmerk had het plegen van een of meer misdrijven als bedoeld in artikel 10 derde, vierde, vijfde lid, 10a eerste lid, 11 derde, vijfde lid en/of 11a Opiumwet;

(art 11b lid 1 Opiumwet)

2

hij in of omstreeks de periode van 20 december 2018 tot en met 6 februari 2019 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [adres 4] ) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 150 hennepplanten, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II,

dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet;

(art 11 lid 2 Opiumwet, art 3 ahf/ond B Opiumwet, art 3 ahf/ond C Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

3

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 20 december 2018 tot en met 6 februari 2019 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een hoeveelheid elektriciteit (te weten ongeveer 10.937 kWh), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan Enexis Netbeheer B.V., (in/uit een pand aan de [adres 4] ) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking;

(art 310 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht, art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht)

4

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 13 maart 2019 tot en met 14 maart 2019 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad

- ongeveer 266,1 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne (in een pand aan de [adres 2] ) en/of

- ongeveer 380,3 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne (in een pand aan de [adres 3] ) en/of

- ongeveer 107,8 gram cocaïne, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne (in een pand aan de [adres 3] ) en/of

- ongeveer 6 pillen (1,8 gram), in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA (in een pand aan de [adres 3] )

zijnde heroïne en/of cocaïne en/of MDMA, (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

(art 10 lid 3 Opiumwet, art 2 ahf/ond C Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

5

hij op of omstreeks 14 maart 2019 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 99,8 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep (in een pand aan de [adres 3] ), zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

(art 11 lid 2 Opiumwet, art 3 ahf/ond C Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

6

hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 13 maart 2019 tot en met 14 maart 2019 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van heroïne, cocaïne en/of MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende van heroïne, cocaïne en/of MDMA, in elk geval een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen opzettelijk stoffen en/of een voorwerp, te weten

- ongeveer 1325 gram, in elk geval een of meer hoeveelheden paracetamol en/of coffeïne (in een pand aan de [adres 2] ) en/of

- ongeveer 760 gram, in elk geval een of meer hoeveelheden paracetamol en/of coffeïne (in een pand aan de [adres 3] ) en/of

- een heroïnepers (in een pand aan de [adres 3] )

voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);

(art 10 lid 4 Opiumwet, art 10 lid 5 Opiumwet, art 10a lid 1 ahf/sub 3 alinea Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

7

hij op of omstreeks 14 maart 2019 in de gemeente Heerlen, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen voorwerpen voorhanden heeft gehad (in een pand aan de [adres 3] ), te weten

- 25 assimilatielampen met armatuur

- 2 koolstoffilters

- 1 Schakelbord

- 2 ventilatoren

- 1 buis ventilator

- 2 metalen box ventilatoren

waarvan hij en zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden dat zij bestemd waren tot het plegen van een van de in artikel 11, derde en vijfde lid van de Opiumwet strafbaar gestelde feiten;

(art 11a Opiumwet, art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht)

8

hij op of omstreeks 13 maart 2019 in de gemeente Heerlen, een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten

- een vuurwapen in de vorm van een pistool (Merk Rhöner, model 110, kaliber 8 mm knal) en/of

- een patroonhouder (merk Walther, model PPK, kaliber 7.65 mm Browning) voorhanden heeft gehad.

(art 26 lid 1 Wet wapens en munitie)

Aan de verdachte is - in de zaak met parketnummer 03.104036.21 - ten laste gelegd dat

1
hij, op of omstreeks 1 april 2021 in de gemeente Heerlen meerdere althans één wapen van categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie, te weten een door de Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen voorwerp dat een ernstige bedreiging van personen kon vormen en/of dat zodanig op een wapen geleek dat deze voor bedreiging of afdreiging geschikt was, namelijk een nabootsing van een geweer dat voor wat betreft vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoont met een bestaand vuurwapen namelijk een geweer van het merk Luger (type P08, kaliber 9mm) en/of een geweer van het merk Colt (type M16, kaliber 5,56x45mm) voorhanden heeft gehad;
(art 13 lid 1 Wet wapens en munitie)

2
hij, op of omstreeks 1 april 2021 in de gemeente Heerlen, een wapen van categorie I, onder 1° van de Wet wapens en munitie, te weten een vlindermes, voorhanden heeft
gehad;
(art 13 lid 1 Wet wapens en munitie)

3
hij, op of omstreeks 1 april 2021 in de gemeente Heerlenopzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 135,5 gram (bruto), in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet
behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
(art 11 lid 2 Opiumwet, art 3 ahf/ond C Opiumwet)

4
hij, op of omstreeks 1 april 2021 in de gemeente Heerlen, meerdere althans één wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een semi-automatisch gaspistool, van het merk Ekol, model Special 99, kaliber 9 milimeter PA Knal, en/of (de onderdelen) te weten de kast (het frame), het magazijn, de loop en de slede, zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool, en/of munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 12 knalpatronen in het kaliber 9mm, voorhanden heeft gehad;
(art 26 lid 1 Wet wapens en munitie)

Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van Politie Eenheid Limburg, District Parkstad-Limburg, Basisteam Heerlen, proces-verbaalnummer 2019039230, gesloten d.d. 10 augustus 2019, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 916. Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, dossierpagina’s 299 en 300. Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, dossierpagina’s 300 en 301. Het aangifteformulier van Enexis B.V. d.d. 12 februari 2019, dossierpagina 335. Het aangifteformulier van Enexis B.V. d.d. 12 februari 2019, dossierpagina’s 334 tot en met 336. De specificatie netverlies elektriciteit, dossierpagina’s 338. Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, dossierpagina 301. Het aangifteformulier van Enexis B.V. d.d. 12 februari 2019, dossierpagina 335. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 1] d.d. 13 maart 2019, dossierpagina’s 290 tot en met 292. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 1] d.d. 16 maart 2019, dossierpagina’s 296 en 297. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 1] d.d. 13 maart 2019, dossierpagina’s 292. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 1] d.d. 13 maart 2019, dossierpagina’s 293. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [getuige 1] d.d. 16 maart 2019, dossierpagina’s 297 en 298. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 maart 2019, dossierpagina 54. De kennisgeving van inbeslagneming, dossierpagina 104. Het proces-verbaal relaterende een onderzoek aan voorwerpen d.d. 11 april 2019, dossierpagina’s 78 tot en met 82296 en 297. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 maart 2019, dossierpagina 55 tweede alinea. Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 14 maart 2019, dossierpagina 68. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 maart 2019, dossierpagina 55 tweede alinea. Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 14 maart 2019, dossierpagina 68. De aanvraag extern forensisch onderzoek, dossierpagina’s 75 en 76. Het rapport d.d. 8 mei 2019, opgemaakt door drs. [naam 21] , dossierpagina 433. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 maart 2019, dossierpagina 55 vierde alinea. Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 13 maart 2019, dossierpagina 66. De aanvraag extern forensisch onderzoek, dossierpagina 74. Het rapport d.d. 8 mei 2019, opgemaakt door drs. [naam 21] , dossierpagina 433. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 maart 2019, dossierpagina 138. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 maart 2019, dossierpagina 138. De kennisgeving van inbeslagneming, dossierpagina’s 203 tot en met 207. Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 14 maart 2019, dossierpagina 147. De aanvraag extern forensisch onderzoek, dossierpagina’s 151 tot en met 154, alsmede 156 tot en met 158. Het rapport d.d. 8 mei 2019, opgemaakt door drs. [naam 21] , dossierpagina 432. De kennisgeving van inbeslagneming, dossierpagina’s 202 en 203. Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 14 maart 2019, dossierpagina 147. De aanvraag extern forensisch onderzoek, dossierpagina’s 151 en 154. Het rapport d.d. 8 mei 2019, opgemaakt door drs. [naam 21] , dossierpagina 432. De kennisgeving van inbeslagneming, dossierpagina’s 204. Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 14 maart 2019, dossierpagina 147. De aanvraag extern forensisch onderzoek, dossierpagina 153. Het rapport d.d. 8 mei 2019, opgemaakt door drs. [naam 21] , dossierpagina 432. De kennisgeving van inbeslagneming, dossierpagina’s 205, 207 en 208. Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen d.d. 14 maart 2019, dossierpagina 147. De aanvraag extern forensisch onderzoek, dossierpagina’s 155 en 156, alsmede 158 en 159. Het rapport d.d. 8 mei 2019, opgemaakt door drs. [naam 21] , dossierpagina 432. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 maart 2019, dossierpagina 139. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 maart 2019, dossierpagina 139. Het proces-verbaal van aanhouding van verdachte [verdachte] d.d. 13 maart 2019, dossierpagina 26. Het proces-verbaal van aanhouding van verdachte [medeverdachte 2] d.d. 14 maart 2019, dossierpagina 111. Het proces-verbaal van aanhouding van verdachte [medeverdachte 1] d.d. 14 maart 2019, dossierpagina 235. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 maart 2019, dossierpagina 56. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] d.d. 14 maart 2019, dossierpagina 250. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] d.d. 20 maart 2019, dossierpagina 131. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 maart 2019, dossierpagina 138. De kennisgevingen van inbeslagneming, dossierpagina’s 222 en 223. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 maart 2019, dossierpagina 166 en 167. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 april 2019, dossierpagina 180. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 maart 2019, dossierpagina 183. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 maart 2019, dossierpagina 183 en 184. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 maart 2019, dossierpagina 185. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 maart 2019, dossierpagina 56. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 434. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 437. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 437. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 436. Het SMS-rapport, dossierpagina 458. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 438 tot en met 440. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 435. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 441 tot en met 445. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 436. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 445 en 446. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 436. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 447 en 448. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 436. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 448. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 448. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 437. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 448 tot en met 451. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 437. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 451 en 452. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 437. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 452 en 453. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 453. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 453 en 455. Het proces-verbaal van onderzoek telefonie (GSM Samsung S8) d.d. 10 augustus 2019, dossierpagina 436. Het proces-verbaal aangifte [medeverdachte 1] d.d. 18 mei 2019, dossierpagina’s 262 tot en met 265. Het proces-verbaal van bevindingen EOB-U-2020034117 d.d. 21 april 2021, ongenummerd (bladen 1 en 2). Het verdachtenverhoor van [getuige 2] d.d. 29 juni 2020, als bijlage bij het proces-verbaal van bevindingen EOB-U-2020034117 d.d. 21 april 2021, ongenummerd. De aangifte d.d. 18 augustus 2020, als bijlage bij het proces-verbaal van bevindingen EOB-U-2020034117 d.d. 21 april 2021, ongenummerd. Het proces-verbaal van bevindingen EOB-U-2020034117 d.d. 21 april 2021, ongenummerd (blad 2). Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van politie eenheid Limburg, district Parkstad-Limburg, basisteam Heerlen, proces-verbaalnummer PL2431-2021048945, gesloten d.d. 9 april 2021, doorgenummerd van pagina 1 tot en met pagina 86. Het proces-verbaal van bevindingen, dossierpagina 36. De kennisgeving van inbeslagneming (goednummer 1404919), dossierpagina 43. De kennisgeving van inbeslagneming (goednummer 1404933), dossierpagina 45. De kennisgeving van inbeslagneming (goednummer 1405000), dossierpagina 46. De kennisgeving van inbeslagneming (goednummer 1404923), dossierpagina 43. De kennisgeving van inbeslagneming (goednummer 1404927), dossierpagina 47. De kennisgeving van inbeslagneming (goednummer 1404932), dossierpagina 51. Het een proces-verbaal van beschrijving omtrent het aangetroffen echt gelijkend pistool, dossierpagina 81. Het een proces-verbaal van beschrijving omtrent het aangetroffen echt gelijkende geweer, dossierpagina 86. Het een proces-verbaal van beschrijving omtrent het aangetroffen vlindermes, dossierpagina 75. Het proces-verbaal relaterende en onderzoek voorwerp d.d. 8 april 2021, dossierpagina’s 55 en 56. Het proces-verbaal relaterende en onderzoek voorwerp d.d. 8 april 2021, dossierpagina 56. Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, dossierpagina 52.