Strafrecht overig

Vrijspraak voor brandstichting wegens gebrek aan bewijs.

Rechtbank Limburg, 9 december 2022

Zaakgegevens

Op 9 december 2022 heeft de Rechtbank Limburg in eerste aanleg uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Rechtbank Limburg
Zittingsplaats
Roermond
Datum uitspraak
9 december 2022
Datum publicatie
11 december 2022
Zaaknummer
03.039438.21
Procedure
Eerste aanleg - meervoudig
ECLI
ECLI:NL:RBLIM:2022:9930
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vrijspraak voor brandstichting wegens gebrek aan bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond

Strafrecht

Parketnummer : 03.039438.21

tegenspraak

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 9 december 2022

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001,

wonende te [adresgegevens verdachte] .

De verdachte wordt bijgestaan door mr. J.K.T. Schoffelen, advocaat kantoorhoudende te Roermond.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 25 november 2022. De verdachte en zijn raadsman zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.

De verdenking komt er, na wijziging van de tenlastelegging, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte samen met een ander op 1 februari 2021 brand heeft gesticht in een (afval)container en/of (coniferen)haag naast het pand aan de [adres] waardoor goederen en/of de bewoner van het pand gelegen aan de [adres] in gevaar werden gebracht.

3 De beoordeling van het bewijs

3.1

Het oordeel van de rechtbank

Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om te komen tot een bewezenverklaring van hetgeen aan verdachte ten laste is gelegd. Verdachte dient hiervan derhalve te worden vrijgesproken.

4 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt de verdachte vrij van het tenlastegelegde;

Voorlopige hechtenis

- heft op het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. Bastiaans, voorzitter, mr. drs. J.M.A. van Atteveld en mr. H.E.G. Peters, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C.G. Taranto, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 9 december 2022.

Buiten staat

Mr. L. Bastiaans is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

BIJLAGE I: De tenlastelegging

Aan de verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging – ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 1 februari 2021 te Horn, in elk geval in de gemeente Leudal tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk brand heeft gesticht in een (afval)container en/of (coniferen)haag naast het pand aan de [adres] , door open vuur in aanraking te brengen met een brandbare stof ten gevolge waarvan voornoemd(e) (afval)container en/of haag en/of de goederen in/rondom die haag geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, en daarvan

- gemeen gevaar voor goederen te duchten was, te weten voor de in en/of rondom voornoemde haag aanwezige goederen en/of

- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor de bewoner van het pand gelegen aan de [adres] , in elk geval levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was.